Prestation de services soumise à la TVA · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2017.513 5 septembre 2017

Rechercher
Texte en néerlandais

Prestation de services soumise à la TVATVA - Prestation de services soumise à la TVA - Article 18, § 1, deuxième alinéa, 10° du C.TVA jo. article 44, § 3, 2°, a, troisième tiret du C.TVA - Fourniture de logements meublés dans les hôtels, motels et établissements où sont hébergés des hôtes payants

https://juriel.be/fr/rulings/2017-513-prestation-services-soumise-tva-article-2f48

Numéro
2017.513
Date
5 septembre 2017

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

32 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2017.513 dd. 05.09.2017

TVA · Prestation de services soumise à la TVA · Article 18, § 1, deuxième alinéa, 10° du C.TVA jo. article 44, § 3, 2°, a, troisième tiret du C.TVA · Fourniture de logements meublés dans les hôtels, motels et établissements où sont hébergés des hôtes payants

Résumé

Le projet soumis pour un aparthotel peut être exploité sous le régime de la TVA au sens des articles 18, §1, deuxième alinéa, 10° et 44, §3, 2°, a, troisième tiret du Code de la TVA et le demandeur bénéficie, en tant qu’exploitant de l’aparthotel concerné, du droit à la déduction conformément à l'article 45, §1 du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende:

1. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

2. Het verschaffen van gemeubelde logies in hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend is onderworpen aan btw (art. 18, § 1, tweede lid, 10° W.Btw jo. art. 44, § 3, 2°, a), derde streepje W.Btw).

3. Deze bepaling is het internrechtelijk pendant van artikel 135, lid 2, littera a van de btw-richtlijn dat luidt als volgt: "het verstrekken van accommodatie, als omschreven in de wetgeving der Lidstaten in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de verhuuraccommodatie in vakantiekampen of op kampeerterreinen".

4. Uit de btw-richtlijn blijkt dus de mogelijkheid voor de lidstaten van de Europese Unie om de definitie van deze hoteldiensten zelf te preciseren. Voor de hoteldiensten bepaalt de btw-richtlijn immers dat het moet gaan om accommodatie “zoals omschreven in de wetgeving der lidstaten”. Deze nationaalrechtelijke invulling mag uiteraard geen afbreuk doen aan het doel van deze uitdrukkelijke uitsluiting van de vrijstelling die ertoe strekt de verstrekkingen van accommodatie in het hotelbedrijf en soortgelijke sectoren te onderscheiden van onroerende verhuur (H.v.J. 12.02.1998, C-346/95, Blasi, r.o. 22).

5. De uitdrukking ‘sectoren met een soortgelijke functie’ moet ruim worden uitgelegd, aangezien zij beoogt te verzekeren dat het tijdelijk verstrekken van accommodatie op overeenkomstige wijze als in het hotelbedrijf, dat potentieel met dit laatste concurreert, aan belasting wordt onderworpen (H.v.J. 12.02.1998, C-346/95, Blasi, r.o. 20). Voorts geeft het Hof aan dat de lidstaten over een beoordelingsmarge beschikken om te beoordelen of accommodatieverstrekking onder de uitzonderingen op de vrijstelling valt. Deze beoordelingsmarge wordt begrensd door het doel van deze bepaling, die, wat het ter beschikking stellen van woonruimten betreft, ertoe strekt de belastbare verstrekkingen van accommodatie in het hotelbedrijf of in sectoren met soortgelijke functies te onderscheiden van vrijgestelde handelingen (H.v.J. 12.02.1998, C-346/95, Blasi, r.o. 21).

6. Het Hof staat dus een ruime uitleg voor van het begrip ‘sectoren met een soortgelijke functie’ om verstoring van de markt voor het hotelwezen te voorkomen. Een dergelijke uitleg komt ook voor in de zaak CO.GE.P. (H.v.J. 25.10.2007, C-174/06, CO.GE.P.), waarbij een beroep wordt gedaan op de neutraliteit van de btw en coherentie bij de toepassing van de bepalingen van de btw-richtlijn.

7. De btw-administratie heeft in dit verband een en ander verduidelijkt in haar administratieve onderrichtingen waarin wordt toegelicht wanneer er volgens haar sprake is van aan de btw onderworpen hoteldiensten.

8. De vraag rijst naar de precieze draagwijdte van deze uitsluiting van de vrijstelling voor onroerende verhuur.

9. De btw-administratie vereist voor de uitsluiting van de vrijstelling dat het gaat om instellingen die worden uitgebaat onder de in de wetgeving op de hotelinrichtingen gestelde voorwaarden dan wel onder een ander statuut en die worden gekenmerkt door een permanente organisatie die alle materiële en menselijke factoren verenigt die het mogelijk maken aan gasten aan wie onderdak wordt verleend, diensten te verlenen zoals de ontvangst van de gasten, de terbeschikkingstelling van een gemeubelde kamer en huishoudlinnen, het onderhoud en het schoonmaken van de kamers, met inbegrip van het verschaffen en verversen van huishoudelijk linnen en eventueel het verschaffen van ontbijt (Aanschrijving nr. 17 van 08.08.1994).

10. De inrichtingen die niet dit geheel van diensten verschaffen, komen echter toch voor het belasten van hun handelingen in aanmerking als uit de concrete feiten blijkt dat systematisch aan alle klanten, voor een globale prijs (enige forfaitaire prijs), een dienst wordt aangeboden en verstrekt die zowel bestaat in:

• het ter beschikking stellen van gemeubeld logies van welke aard ook;

• het onthaal ter plaatse van gasten gedurende in ieder geval een groot gedeelte van de dag (Parl. Vr. nr. 768 FOURNAUX van 02.05.2005, Vr. en Antw., Kamer, 2004-05, nr. 083, 14248-14250), en;

• volgens de door de uitbater vastgestelde formule, minstens één van de volgende bijkomende diensten:

- het regelmatig onderhoud en schoonmaken van gemeubelde kamers tijdens het verblijf, of;

- het verschaffen en het verversen van het huishoudlinnen tijdens het verblijf, of;

- het verschaffen van een ontbijt op de kamers of in de eetzaal van de inrichting (eigen onderlijningen) (Beslissing nr. E.T. 88.687 van 06.04.1999; zie ook: Parl. Vr. nr. 768 FOURNAUX van 02.05.2005, Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 083, 14248-14250; Parl. Vr. nr. 1865 NYSSENS van 04.02.2002, Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-56, 3083-3084; Btw-Handleiding, tekstversie 01.02.2015, nr. 55.B., tweede alinea).

11. Er zal aldus sprake zijn van een door artikel 44, § 3, 2° W.BTW vrijgestelde onroerende verhuur, als:

• de uitbater geen enkele van de hiervoor bedoelde bijkomende diensten aanbiedt, of;

• de uitbater die bijkomende diensten slechts verstrekt op uitdrukkelijke vraag van de klant mits betaling van een prijstoeslag, of nog;

• de diensten onder de hiervoor bedoelde voorwaarden worden verstrekt maar de klant de mogelijkheid heeft om af te zien van één of meerdere van die bijkomende diensten tegen een prijsvermindering, of;

• de inrichting niet over de nodige organisatie beschikt om, zoals hotels, de ontvangst en het onthaal van klanten te kunnen verzekeren.

12. In de mate de aanvrager de in de feitenschets vermelde voornemens effectief in de praktijk realiseert (organisatie van fysiek onthaal op de meegedeelde uren in combinatie met een digitaal onthaal de rest van de dag), kan de DVB bevestigen dat er in casu kan gesproken worden over een onthaal en een ontvangst van klanten. Verder blijkt uit de door de aanvrager naar voor gebrachte gegevens dat er gemeubelde logies zullen worden aangeboden en werkelijk zullen worden verstrekt tegen een enige fortaitaire prijs met minstens één van de hierboven in randnummer 10, derde bullet, vermelde diensten. De DVB kan dan ook besluiten dat het door de aanvrager voorgelegde project voor de uitbating van een aparthotel gelegen in X kan plaats vinden onder het stelsel van btw in de zin van de artikelen 18, §1, tweede lid, 10° en 44, §3, 2°, a, derde streepje W.Btw.

13. Verder kan de DVB overeenkomstig artikel 45, §1 W.Btw bevestigen dat elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek mag brengen die werd geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, op de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen. Indien de aanvrager aldus onderworpen is aan de btw (in de zin van de artikelen 18, §1, tweede lid, 10° en 44, §3, 2°, a, derde streepje W.Btw), zal zij recht hebben op btw-aftrek.

Textes cités

4