Scission de sociétés, Scission fiscalement neutre, Fraude fiscale · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2013.260 30 juillet 2013

Rechercher
Texte en néerlandais

Scission de sociétés, Scission fiscalement neutre, Fraude fiscaleScission de sociétés - Scission fiscalement neutre - Fraude fiscale - Evasion fiscale - TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2013-260-scission-societes-fiscalement-neutre-fraude-92e5

Numéro
2013.260
Date
30 juillet 2013

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

143 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2013.260 dd. 30.07.2013

Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscal

TVA · Branche d'activité

Résumé

La scission partielle de la SA X, où l'activité d'exploitation sera partiellement scindée vers une Newco, conformément aux dispositions du Code des sociétés et où la société bénéficiaire est une société nationale, se fait sur la base de motifs économiques valables et n'a pas pour but ou pour l'un des buts principaux la fraude ou l'évasion fiscale au sens de l'article 183bis, CIR92 et peut être effectuée, en application de l'article 211, § 1, CIR92, de manière fiscalement neutre.

La scission partielle doit également se faire en application des articles 11 et 18 § 3 du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat :

1.1 de partiële splitsing van X, waarbij de verkrijgende vennootschap een nieuw opgerichte binnenlandse vennootschap is en de verrichting zal plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, beantwoordt aan artikel 183bis, WIB92 en aldus aan de voorwaarde zoals gesteld in artikel 211, § 1, 4e lid, 3°, WIB92 en bijgevolg met vrijstelling van vennootschapsbelasting kan worden gerealiseerd;

1.2 de partiële splitsing van X in aanmerking komt voor de vrijstelling inzake btw in toepassing van artikel 11 en 18, § 3 W.BTW.

II. Omschrijving van de verrichting

II.A. Beschrijving van de vennootschap

2. De huidige aandeelhouders van X zijn vennootschap A en de heer B.

3. Tot de groep behoort ook de buitenlandse onderneming Z die een zusteronderneming is van X.

4. Verder bezit de vennootschap een perceel grond met industriële gebouwen, kantoren en een conciërgewoning waar het hoofdkantoor is gevestigd. Dit voornoemde vastgoed wordt eveneens gebruikt voor de exploitatie. De aanvrager deelt mee dat er géén schulden rusten op de onroerende goederen.

5. De concrete activiteiten van X bestaan uit alle handels- en nijverheidsverrichtingen met betrekking tot de activiteit Q.

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting

6. De onderneming X heeft de intentie om een partiële splitsing door te voeren waarbij haar ondernemingsactiviteit wordt ondergebracht bij een nieuw op te richten vennootschap Y. X wenst in de toekomst te werken via 2 aparte juridische entiteiten die elk een duidelijk en afgebakend maatschappelijk doel hebben. De twee functies die aan de verschillende entiteiten zullen worden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat :

6.1 een vennootschap waarin de commerciële- en productieactiviteiten worden ondergebracht: Y. Deze wordt belast met de fabricage van producten alsook de verkoop van de producten. Het betreft een nieuw op te richten vennootschap;

6.2 een investeringsvennootschap (de bestaande onderneming X) die eigenaar is (en blijft) van het onroerend goed. Na de partiële splitsing zal de nieuw opgerichte vennootschap Y de gebouwen, de machines en de industriële installaties dewelke merendeels onroerend door bestemming zijn, huren bij de investeringsvennootschap.

7. De aanvrager merkt op dat om praktische redenen een heel beperkt deel van de commerciële activiteiten verder zal worden uitgeoefend door de bestaande vennootschap X. Het gaat hierbij niet om de productie, maar enkel om de commerciële afhandeling.

8. Een fiscaal neutrale partiële splitsing wordt hierbij beoogd waarbij enerzijds de onroerende goederen worden behouden bij X en anderzijds de activa en passiva verbonden aan de andere activiteiten worden afgesplitst. De aanvrager voorziet dat na de realisatie van de fiscaal neutrale splitsing de twee vennootschappen toetreden tot een BTW-eenheid overeenkomstig artikel 4, §2 BTW-Wetboek, uitgevoerd via KB nr. 55.

III. Motivering van de aanvraag

III.A. Wettelijke basis inzake belastingvrijstelling

9. Artikel 211, §1, vierde lid, WIB92 voorziet de hierna volgende voorwaarden opdat de verrichting belastingneutraal zou kunnen verlopen :

9.1. de overnemende of verkrijgende vennootschap is een binnenlandse of een intra-Europese vennootschap;

9.2. de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en desgevallend conform vennootschaprechtelijke bepalingen van gelijke aard die van toepassing zijn op de overnemende of verkrijgende intra-Europese vennootschap;

9.3. de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis.

10. De aanvrager heeft aangegeven dat de verkrijgende vennootschap Y zal zijn, een nieuw op te richten binnenlandse vennootschap.

11. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing zal worden gerealiseerd in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen in het bijzonder de artikelen 677 en 728 W.Venn.

12. Derhalve dient nog een beoordeling te gebeuren van de derde voorwaarde, met name dat de partiële splitsing niet tot hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB92. Artikel 183bis, WIB92 stelt dat de verrichting niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking mag hebben. Wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, kan dit doen vermoeden, behalve bij bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft.

13. Volgens artikel 11 van de Fusierichtlijn kunnen de voordelen van de Fusierichtlijn ontzegd worden aan verrichtingen die als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben.

14. De aanvrager motiveert hierna dat beide voorwaarden voor de belastingvrijstelling vervuld zijn, m.a.w. belastingfraude of belastingontwijking is in casu niet aan de orde (en kan dus geen (hoofd)doel zijn) en zakelijke motieven vormen de grondslag van de voorgestelde transactie.

III.A.2 Fiscale aspecten

15. De aanvrager gaat hierna verder in op de afwezigheid van belastingfraude of belastingontwijking als (hoofd)doel voor de voorgestelde partiële splitsing.

Algemeen

16. Rekening houdende met de principes zoals voorzien in de Europese Fusierichtlijn1 alsook met de interpretatie ervan door rechtsleer en rechtspraak, kan gesteld worden dat in de voorliggende aanvraag belastingfraude of belastingontwijking niet het (hoofd)doel is van de partiële splitsing.

17. Een belangrijke vraag is wat belastingontwijking juist inhoudt. De wetgever stelde dat de begrippen "belastingfraude" en "belastingontwijking" de betekenis hebben die hun is gegeven in artikel 11, §1, a) van de fusierichtlijn. Volgens het Hof van Justitie is er slechts belastingontwijking indien het nastreven van een fiscaal voordeel "misbruik" uitmaakt. Er is sprake van "misbruik" in geval van volstrekt kunstmatige constructies, waarbij een vennootschap enkel maar een fiscaal voordeel wenst te behalen uit het gemeenschapsrecht, zonder daarbij enig economisch doel na te streven dat beoogd wordt door het gemeenschapsrecht.

18. Door de realisatie van de partiële splitsing zijn er geen extra fiscale verliezen die worden gecreëerd. Er zijn geen andere fiscale voordelen die worden bereikt. Het enige gevolg van de voorliggende aanvraag is met name het belastinguitstel voor bepaalde meerwaarden. In de rechtspraak wordt uitdrukkelijk gesteld dat een dergelijk belastinguitstel op zich niet als belastingontwijking kan worden beschouwd2. De belastingclaim van de administratie gaat immers niet verloren. Bovendien zijn er geen andere elementen in het voorliggende dossier die zouden wijzen op belastingontwijking.


1 Richtlijn 90/434/EEG van 23 juli 1990 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende Lidstaten (PB. L nr. 225 van 20 augustus 1990) (Fusierichtlijn)

2 Gerechtshof Amsterdam, 30 januari 2002

19. Tenslotte is evenmin sprake van belastingfraude, aangezien alle wettelijke bepalingen bij realisatie van de splitsing onverkort zullen worden toegepast.

20. Om deze redenen meent de aanvrager dat de voorwaarden reeds vervuld zijn om de partiële splitsing op belastingneutrale wijze te kunnen uitvoeren, aangezien er geen sprake is van belastingfraude of belastingontwijking. Dit standpunt is volledig in overeenstemming met de richtlijn en de beschikbare (Nederlandse) rechtspraak.

21. Bovendien liggen aan de basis van de verrichting ook zakelijke motieven die hierna meer in detail worden toegelicht.

Cijfermatig

22. De aanvrager bezorgde een splitsingsstaat op basis van de meest recent beschikbare cijfers. Per activa- en passivabestanddeel werd beoordeeld waar de betrokken bestanddelen na de partiële splitsing zullen terechtkomen. Op basis van die analyse werden de verschillende bestanddelen toegewezen.

23. De aanvrager bevestigt dat de eigen vermogensbestanddelen van X per categorie (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) over de twee vennootschappen zullen worden verdeeld overeenkomstig de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 213 WIB92. Aangezien de investeringen die werden aangeduid als wederbelegging voor de gespreide taxatie van meerwaarden worden toegewezen aan de bestaande vennootschap, wordt de belastingvrije reserve ingevolge de gespreide taxatie van meerwaarden ook volledig aan deze vennootschap toegewezen. Op het niveau van het totaal van de vrijgestelde reserves wordt echter de verhouding zoals voorzien in artikel 213 WIB92 gerespecteerd.

24. De aanvrager bezorgde eveneens de berekening van de notionele interestaftrek. Globaal genomen blijft het bedrag van de notionele interestaftrek voor de twee vennootschappen samen na de partiële splitsing op hetzelfde niveau als voor de partiële splitsing.

25. X heeft geen fiscaal overdraagbare bestanddelen.

III.A.3 Zakelijke overwegingen

26. De verrichting is ingegeven door verschillende zakelijke motieven.

Project

27. Onderneming F is van plan op de gronden van X in de nabije toekomst een omvangrijk project te realiseren.

28. X zou hiervoor aan onderneming F een recht van opstal verstrekken.

29. Daar de loskoppeling van de operationele activiteiten een voorwaarde is voor onderneming F om de overeenkomst tussen beide partijen tot stand te laten komen, meent de aanvrager dat het afsplitsen van de operationele activiteiten gedragen wordt door zakelijke motieven. X zal immers een opstalvergoeding ontvangen gedurende verschillende jaren.

30. De aanvrager bezorgde ook de schriftelijke vraag van onderneming F om de operationele activiteiten los te koppelen van het vastgoed.

Toenadering tot andere vennootschappen

31. De onderneming wil bij andere industriële actoren aansluiten teneinde haar toekomst te waarborgen op een markt die alsmaar meer en meer concurrentieel wordt. Rekening houdend met de knowhow die sinds de oprichting werd opgebouwd alsook met de portefeuille van klanten, bestaat ongetwijfeld de opportuniteit van een alliantie met een andere onderneming.

32. Nochtans is er een hinderpaal die tot nu toe een mogelijke samenwerking blokkeerde, nl. het grote (financiële) aandeel van het onroerend goed in de totale waarde van X. De potentiële partners in het verleden hadden uitsluitend interesse in de klanten van X en in de overeenstemmende ontwikkelingsmogelijkheden. Het onroerend goed wordt door diezelfde partners beschouwd als een factor die de overnamesom sterk doet stijgen waardoor de transactie wordt geblokkeerd.

33. Het vastgoed van de onderneming blokkeert de mogelijke participatie van anderen (derden of interne) in het kapitaal. Het management van de onderneming richt zich immers uitsluitend op de zoektocht naar een industriële partner. De interesse van deze industriële partner is beperkt tot de knowhow en de industriële activiteiten. Het vastgoed valt hier buiten. Dit is ook speciaal het geval omdat de onderneming zich gepositioneerd heeft als zijnde op zoek naar een industriële partner en niet naar uitsluitend een financiële partner. Door deze specifieke zoektocht heeft zij steeds de afremmende rol van het vastgoed ondervonden.

34. Alle formele en informele contacten die de onderneming heeft gehad in het verleden, hebben steeds de nadruk gelegd op het afremmende karakter van de aanwezigheid van dit vastgoed.

35. De aanvrager bezorgde communicatie betreffende een eventuele samenwerking met andere partners waaruit blijkt dat deze voornamelijk interesse hebben in de klantenportefeuille van X.

Geen negatieve impact op de tewerkstelling

36. De voorgenomen verrichtingen zullen geen nadelige invloed hebben op het huidige niveau van tewerkstelling. De onderneming wenst haar activiteiten verder uit te bouwen en ook de volgende jaren verder te groeien. Het volledig personeel zal overgaan naar de nieuw op te richten vennootschap Y.

Geen verzwakking van de financiële positie van X

37. De aanvrager is ervan overtuigd dat de partiële splitsing de financiële positie van X niet zal verzwakken. De aanvrager bezorgde dienaangaande de budgetten.

38. Bovendien zijn de rechten van mogelijke schuldeisers gewaarborgd door de bijzondere beschermingsmaatregelen die in het Burgerlijk Wetboek en in het Wetboek Vennootschappen voorzien zijn. Bovendien kan enkel sprake zijn van een benadeling van de schuldeisers bij een wanverhouding in de verdeling van activa en passiva, quod non.

Behoud beperkt deel commerciële activiteit binnen bestaande vennootschap

39. De aanvrager merkt op dat om praktische redenen een heel beperkt deel van de commerciële activiteiten verder zal worden uitgeoefend door de bestaande vennootschap X. Het gaat hierbij niet om de productie, maar enkel om de commerciële afhandeling. In totaal zou dit niet meer dan 10% van de totale commerciële activiteit bedragen. De aanvrager argumenteert dit uitvoerig.

III.A.4 Engagementen

40. Inzonderheid beoogt de partiële splitsing geen overdracht van de aandelen van X en Y gedurende een periode van 3 jaar vanaf de juridische datum van de partiële splitsing.

41. In het geval evenwel een verkoop van de aandelen van Y binnen een periode van 3 jaar vanaf de juridische datum van de partiële splitsing toch zou plaatsvinden, verbindt de aanvrager zich ertoe een avenant aan onderhavige beslissing aan te vragen bij de DVB. De aanvrager zal daarbij een herinvesteringsplan voorleggen aan de DVB ter goedkeuring. De aanvrager verbindt er zich toe om de herinvesteringen niet uit te voeren zonder voorafgaandelijke schriftelijke goedkeuring van de DVB.

III.B. BTW

42. Tenslotte verzoekt de aanvrager ook om te bevestigen of de btw-vrijstellingsvoorwaarden zoals voorzien in artikel 11 en 18 § 3 W.BTW worden nageleefd en de geplande partiële splitsing bijgevolg fiscaal neutraal op btw-vlak kan gerealiseerd worden.

43. Het btw-Wetboek voorziet dat volgende voorwaarden moeten vervuld worden :

43.1 er moet sprake zijn van een overdracht bij wijze van inbreng of anderszins, onder bezwarende titel of om niet;

43.2 de overgedragen bestanddelen moeten een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling vormen;

43.3 de overdrager is een belastingplichtige;

43.4 de overnemer is een belastingplichtige die de btw indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk in aftrek zou kunnen nemen.

44. Op basis van de situatie zoals hiervoor geschetst, meent de aanvrager dat alle voorwaarden vervuld zijn zodat de geplande partiële splitsing neutraal kan gerealiseerd worden op btw-vlak.

45. Voor de toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3 W.BTW is slechts sprake van een bedrijfsafdeling indien deze overdracht betrekking heeft op al de goederen die in een afdeling van de onderneming zijn geïnvesteerd en die onder technisch oogpunt een onafhankelijke onderneming vormen die afzonderlijk door eigen middelen kan werken.

46. Hier zal de bestaande vennootschap worden verdeeld tussen een onroerend goed vennootschap en een productie- en commerciële vennootschap. Elke activiteit kan naar de mening van de aanvrager beschouwd worden als een entiteit die onder technisch oogpunt een onafhankelijke onderneming kan vormen. Elke entiteit kan afzonderlijk door eigen middelen werken. Deze verdeling komt terug in de splitsingsbalans.

47. De volgende bestanddelen zullen overgedragen worden naar Y (operating company) :

- g% van het eigen vermogen;

- meubilair en kantoorbenodigdheden;

- Rollend materieel;

- de volledige voorraad;

- de handelsdebiteuren;

- de crediteuren;

- de vorderingen met betrekking tot het operationele;

- de schulden met betrekking tot het operationele;

- het volledige personeel;

- meer dan g% van alle liquide middelen.

48. Hieruit kan men afleiden dat het overgedragen geheel een bedrijfsafdeling vormt en volledig autonoom kan functioneren.

49. Vermits de volledige bedrijfsafdeling over gaat naar de overnemende vennootschap en de activiteiten van de overnemende vennootschap binnen de toepassingssfeer van de BTW kaderen, zal de overnemende vennootschap een BTW-belastingplichtige zijn met recht op aftrek.

50. Er zal in hoofde van X een BTW-herziening dienen te gebeuren.

51. Verder voorziet de aanvrager dat na de realisatie van de fiscaal neutrale splitsing de twee vennootschappen toetreden tot een BTW-eenheid overeenkomstig artikel 4, § 2 BTW-Wetboek, uitgevoerd via KB nr. 55.

IV. Beslissing

IV.A. Vennootschapsbelasting

52. De concrete activiteiten van X bestaan uit alle handels- en nijverheidsverrichtingen met betrekking tot de activiteit Q.

53. De aandelen van X zijn in handen van vennootschap A en de heer B.

54. X zal partieel gesplitst worden waarbij haar ondernemingsactiviteit wordt ondergebracht bij een nieuw op te richten vennootschap. X wenst in de toekomst te werken via 2 aparte juridische entiteiten die elk een duidelijk en afgebakend maatschappelijk doel hebben. De twee functies die aan de verschillende entiteiten zullen worden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat :

54.1 een vennootschap waarin de commerciële- en productieactiviteiten worden ondergebracht: Y, deze wordt belast met de fabricage van producten alsook de verkoop van de producten. Het betreft een nieuw op te richten vennootschap;

54.2 een investeringsvennootschap (de bestaande onderneming X) die eigenaar is (en blijft) van het onroerend goed. Na de partiële splitsing zal de nieuw opgerichte vennootschap Y de gebouwen, de machines en de industriële installaties dewelke merendeels onroerend door bestemming zijn, huren bij de investeringsvennootschap.

55. Om praktische redenen, zoals door de aanvrager uitvoerig gemotiveerd, zal een heel beperkt deel van de commerciële activiteiten verder worden uitgeoefend door de bestaande vennootschap X. Het gaat hierbij niet om de productie, maar enkel om de commerciële afhandeling. In totaal zou dit niet meer dan 10% van de totale commerciële activiteit bedragen.

56. Naar aanleiding van de partiële splitsing wordt geen onroerend goed afgesplitst. De onroerende goederen blijven bij X.

57. De verrichting beantwoordt aan zakelijke overwegingen :

57.1 De onderneming F is van plan in de nabije toekomst op de gronden van X een omvangrijk project te realiseren. X zou hiervoor een recht van opstal verlenen. Onderneming F heeft schriftelijk aan X gevraagd om haar operationele activiteiten los te koppelen van het vastgoed om meer zekerheid voor de onderneming F in te bouwen wat betreft het toekomstig te verlenen recht van opstal. De loskoppeling van de operationele activiteiten is voor de onderneming F een voorwaarde om de overeenkomst met X tot stand te laten komen.

57.2 Het grote financiële aandeel van het onroerend goed in de totale waarde van X blokkeerde in het verleden de mogelijke samenwerking met potentiële partners, die in het verleden uitsluitend interesse hadden in de knowhow en de activiteiten. Ingevolge de partiële splitsing bestaat ongetwijfeld de opportuniteit van een alliantie met een andere onderneming in hoofde van de exploitatievennootschap, Y.

58. De verrichting zal geen negatieve impact hebben op de tewerkstelling. Het volledig personeel zal overgaan naar de nieuw op te richten vennootschap Y.

59. X heeft geen fiscaal overdraagbare bestanddelen.

60. De verrichting is neutraal op het vlak van de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal.

61. De aanvrager heeft bevestigd dat artikel 213 WIB92 en de administratieve commentaar ter zake zullen worden nageleefd.

62. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing geen overdracht beoogt van de aandelen van X en Y gedurende een periode van 3 jaar vanaf de juridische datum van de partiële splitsing. In het geval evenwel een verkoop van de aandelen van Y binnen een periode van 3 jaar vanaf de juridische datum van de partiële splitsing toch zou plaatsvinden, verbindt de aanvrager zich ertoe een avenant aan onderhavige beslissing aan te vragen bij de DVB. De aanvrager zal daarbij een herinvesteringsplan voorleggen aan de DVB ter goedkeuring. De aanvrager verbindt er zich toe om de herinvesteringen niet uit te voeren zonder voorafgaandelijke schriftelijke goedkeuring van de DVB.

63. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing zal plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

64. De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.

65. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB92 en de voorwaarde gesteld in artikel 211, § 1, 4e lid, 3°, WIB92 en in toepassing van artikel 211, § 1, WIB92 belastingneutraal kan worden doorgevoerd.

IV.B. BTW

66. Overeenkomstig artikel 11, btw-wetboek wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, btw-wetboek bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

67. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

68. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

69. De artikelen 11 en 18, § 3 van het btw-wetboek zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

70. Naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing zullen de volgende bestanddelen van X worden overgedragen naar Y (operating company) :

- g% van het eigen vermogen;

- meubilair en kantoorbenodigdheden;

- Rollend materieel;

- de volledige voorraad;

- de handelsdebiteuren;

- de crediteuren;

- de vorderingen met betrekking tot het operationele;

- de schulden met betrekking tot het operationele;

- het volledige personeel;

- meer dan g% van alle liquide middelen.

71. Na de partiële splitsing zal Y de gebouwen, machines en de industriële installaties dewelke merendeels onroerend door bestemming zijn, huren bij de overdrager, X.

72. De overgedragen bestanddelen vormen derhalve een geheel van elementen waarmee de overnemer Y een autonome economische activiteit kan uitoefenen (commerciële -en productieactiviteiten).

73. De omstandigheid, zoals hierboven beschreven, waarbij een beperkt deel van de huidige commerciële activiteiten verder zal worden uitgeoefend door de bestaande vennootschap X doet hieraan geen afbreuk.

74. De artikelen 11 en 18, § 3 WBTW zijn slechts van toepassing wanneer de overnemer een BTW-belastingplichtige is met (volledig of gedeeltelijk) recht op aftrek. Y zal belaste handelingen stellen waardoor ze een BTW-belastingplichtige met recht op aftrek zal zijn.

75. De hierboven beschreven partiële splitsing dient derhalve te gebeuren met toepassing van artikel 11 en 18 § 3 btw-wetboek.

Textes cités

8