Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2013.173 dd. 11.06.2013
Taxe sur la valeur ajoutée · Taux · Article 37 du CTVA · Rubrique X du tableau B de l'annexe à l'AR 20 · Logement dans le cadre de la politique sociale
Résumé
Les travaux immobiliers relatifs à un immeuble à bâtir (destiné à être une résidence pour personnes âgées) exécutés par la SPRL X peuvent être soumis au taux de TVA réduit de 12% visé dans la rubrique X, § 1, B) du tableau B de l'annexe à l'AR n° 20 sur la base des permiss préalables délivrés par l'autorité compétente à l'exploitant a.s.b.l. Y pour autant que X transfère en effet à Y le droit de jouissance qu'elle possède sur l'immeuble, en l'occurrence au moyen de la location.
Il va de soi que le maintien du tarif réduit sur la base des permis préalables précités est lié à l'obtention ultérieure par Y de la reconnaissance définitive (dans le cadre de la législation relative au soin des personnes âges) de l'autorité compétente pour la résidence pour personnes âgées visée ci-dessus
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. BVBA X heeft drie percelen aangekocht (periode 2010-2011) ten einde de bouw van een woonzorgcentrum te realiseren.
2. X heeft een gunstig bouwadvies verkregen van de Bestendige Deputatie.
3. Er is een duurzame overeenkomst tussen X en de VZW Y, dat deze laatste instaat voor de uitbating van woonzorgcentrum Z. X verhuurt het complex aan de uitbater Y. De huur en exploitatie start na de oplevering van de werken.
4. De Y heeft daartoe voorafgaande vergunningen bekomen van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
II. Motivatie van de aanvraag
5. X wenst een voorafgaande beslissing op basis van:
6. De toepassing van artikel 37, § 1, eerst lid van het Btw-Wetboek dat bepaalt:
"Bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning de tarieven en geeft Hij de indeling van de goederen bij die tarieven, rekening houdend met de door de Europese Gemeenschappen ter zake uitgevaardigde reglementering."
Artikel 1, tweede lid van het btw-KB nr. 20 bepaalt:
"In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven tegen het verlaagd tarief van:
(…)
b) 12 pct. voor de goederen en diensten opgenomen in tabel B van de bijlage bij dit besluit."
Tabel B, rubriek X, §1 van de bijlage bij het btw-KB nr. 20 bepaalt:
"Het verlaagd tarief van 12 pct. is van toepassing op:
A. de leveringen van nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9 van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1° van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid:
(…)
d) woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten, en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:
1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;
(…)
B. werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A, met betrekking tot de onder A, genoemde privé-woningen en woningcomplexen, mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de onder A genoemde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen;
(…)"
7. Y wenst een woon- en zorgcentrum uit te baten.
8. Het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin heeft aan Y een voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een woon- en zorgcentrum.
9. X treedt op als bouwheer t.a.v. de geregistreerde aannemers om het gebouw (woon- en zorgcentrum dat kwalificeert als woningcomplex die bestemd wordt voor de huisvesting van bejaarden) te laten oprichten. Het gebouw zal vervolgens verhuurd worden aan Y. Dit is een duurzame terbeschikkingstelling, vrijgestelde onroerende verhuur art. 44, §3, 2° van het Btw-Wetboek, waarbij maandelijks een huur wordt betaald door Y aan X. X blijft verantwoordelijk voor de staat en onderhoud en aanpassingen van de gebouwen conform de wettelijke bepalingen.
10. Het verlaagd tarief van 12 % voor huisvesting, in het kader van het sociaal beleid, vereist in principe dat het woningcomplex wordt beheerd door een privaatrechtelijke instelling die door de bevoegde overheid is erkend in het kader van de bejaardenzorg. Deze erkenning kan pas worden uitgereikt aan Y na beëindiging van de bouwwerken en inspectie van het gebouw door de Zorginspectie.
11. In randnummer 19 tot 21 van de aanschrijving nr. 12 dd. 10.10.1984 wordt echter verduidelijkt wie van het verlaagd tarief kan genieten:
19. Voor zover alle andere voorwaarden vervuld zijn, is het verlaagd tarief in principe slechts van toepassing wanneer de onroerende handeling wordt verstrekt aan een publiekrechtelijke persoon die een door de nieuwe wetgeving begunstigde verblijfsinrichting beheert.
20. Deze persoon dient in de regel eigenaar of huurder te zijn van het gebouw dienstig als verblijfsinrichting of dient, meer in het algemeen, een zakelijk recht (bv vruchtgebruik) of een recht van genot op dat gebouw te bezitten. Om distorties te vermijden aanvaardt de administratie dat het voordeel van het verlaagd tarief eveneens kan gelden voor de persoon die, zonder exploitant te zijn van de inrichting, het zakelijk recht of het recht van genot dat hij bezit op het gebouw overdraagt, inzonderheid bij wijze van verhuur, aan de exploitant die de inrichting beheert.
21. Voor de toepassing van het verlaagd tarief is het dus niet noodzakelijk dat de persoon die de opdrachtgever van de handeling is tevens de hoedanigheid heeft van beheerder. Essentieel is dat de handeling rechtstreeks betrekking heeft op de exploitatie van de homes of internaten, onder de voorwaarden gesteld door de nieuwe wetgeving.
12. Conform deze administratieve tolerantie kan in casu X, die de gebouwen duurzaam zal verhuren aan de exploitant van het woon- en zorgcentrum, Y, genieten van het tarief van 12 % van Tabel B, rubriek X , § 1 van de bijlage bij het btw-KB nr. 20.
III. Beslissing
Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende:
13. Tabel B, rubriek X, § 1, bepaalt: "Het verlaagd tarief van 12 pct. is van toepassing op:
A) de leveringen van nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1° WBTW, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid:
d) woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:
1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;
…
B) Werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A, met betrekking tot de onder A genoemde privé-woningen en woningcomplexen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de onder A genoemde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen;
14. De aanvrager bevestigt dat het op te richten onderhavige gebouw, na oprichting door Y zal worden geëxploiteerd als een verblijfsinrichting voor bejaarden.
15. De aanvrager X bevestigt dat zij zal optreden als bouwheer ten aanzien van geregistreerde aannemers voor de oprichting van onderhavig gebouw en dat zij het gebouw vervolgens zal verhuren aan Y tegen een maandelijkse huurprijs. De aanvrager bevestigt dat er sprake zal zijn van een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2° WBTW.
16. Voor zover alle andere voorwaarden vervuld zijn, is het verlaagd tarief in principe slechts van toepassing wanneer de onroerende handeling wordt verstrekt aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een bedoelde verblijfsinrichting beheert. Deze persoon dient in de regel eigenaar of huurder te zijn van het gebouw dienstig als verblijfsinrichting (internaat) of dient een zakelijk recht of recht van genot op dat gebouw te bezitten.
17. Om distorsies te vermijden aanvaardt de administratie dat het voordeel van het verlaagd tarief eveneens kan gelden voor de persoon die, zonder exploitant te zijn van de inrichting, het zakelijk recht of recht van genot dat hij bezit op het gebouw overdraagt, inzonderheid bij wijze van verhuur, aan de exploitant die de inrichting beheert. Essentieel is dat de handeling rechtstreeks betrekking heeft op de exploitatie van de homes of internaten, onder de voorwaarden gesteld door de wetgeving.
18. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief is het dus niet noodzakelijk dat de persoon die de opdrachtgever van de onroerende handeling is, tevens de hoedanigheid van beheerder heeft. Essentieel is dat de handeling rechtstreeks betrekking heeft op de exploitatie (z. randnr. 19-21 van circulaire nr. 12 van 10.10.1984).
19. De in randnummers 19-21 van circulaire nr. 12 van 10.10.1984 bedoelde tolerantie is uiteraard niet van toepassing in geval van een onroerende financieringshuur zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b) WBTW (z. ook KB nr. 30 van 29 december 1992) door een belastingplichtige aan de exploitant bedoeld in Rubriek X, § 1, A) van Tabel B van KB nr. 20 van 20 juli 1970 (z. in dit verband circulaire nr. 1 van 02.02.1994).
20. Y heeft de nodige erkenningen nog niet bekomen, maar heeft wel voorafgaande vergunningen van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin - Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid bekomen.
*
* *
Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel III beslist het College van de DVB in zitting van 11 juni 2013 dat :
21. Rekening houdend met bovenstaande en met de voorgelegde feitelijke omstandigheden (waaronder de voorgelegde voorafgaande vergunningen), kan worden besloten dat de werken in onroerende staat zoals bedoeld in artikel 19, § 2, tweede lid, WBTW, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A van de bijlage van KB nr. 20 van 20 juli 1970, die worden verricht voor X met betrekking tot het onderhavige op te richten gebouw, kunnen worden onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 12% bedoeld in rubriek X, § 1, B) van tabel B van de bijlage van KB nr. 20, voor zover X inderdaad het recht van genot dat zij bezit op het gebouw overdraagt aan Y, in casu bij wijze van verhuur, zonder dat er dus sprake is van een onroerende financieringshuur zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b) WBTW.
22. Het spreekt voor zich dat het behoud van het verlaagd tarief op basis van bovengenoemde voorafgaande vergunningen verbonden is aan het latere verkrijgen door Y van de definitieve erkenning (in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg) van de bevoegde overheid voor de hierboven bedoelde verblijfsinstelling voor bejaarden.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.