Impôt sur les revenus, impôt des sociétés · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2010.259 29 juin 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt sur les revenus, impôt des sociétésimpôt sur les revenus - impôt des sociétés - taxe sur la valeur ajoutée - scission de sociétés - constitution de sociétés - fraude fiscale - évasion fiscale - vente des actions - gestion normale du patrimoine privé - plus-value non-imposable

https://juriel.be/fr/rulings/2010-259-impot-revenus-societes-scission-constitution-7552

Numéro
2010.259
Date
29 juin 2010

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

58 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2010.259 du 29.06.2010

Impôt sur les revenus · Impôt des sociétés · Taxe sur la valeur ajoutée · Scission de sociétés · Constitution de sociétés · Fraude fiscale · Evasion fiscale · Vente des actions · Gestion normale du patrimoine privé · Plus-value non-imposable

Résumé

La scission partielle par laquelle les actifs et les passifs qui intéressent le groupe K sont scindés vers une nouvelle société à constituer (Newco) n'a pas comme objectif principal ou comme un de ses objectifs principaux la fraude ou l'évasion fiscale au sens des articles 183bis et 211, §1er, alinéa 4, 3°, CIR 92.

Cette opération doit se faire en application des articles 11 et 18, § 3, C.TVA.

Les opérations envisagées, à savoir la scission partielle de la SPRL A suivie de la vente des actions de Newco à une société du groupe K, peuvent être considérées, dans le chef de monsieur B, comme des opérations de gestion normale du patrimoine privé, de sorte que la plus-value ne sera pas imposée en vertu de l'article 90, 9°, premier tiret, CIR 92.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

Wat betreft de vennootschapsbelasting:

1.1. de voorgenomen partiële splitsing van de bvba A beantwoordt aan de bepalingen zoals uiteengezet in de artikelen 183bis en 211, §1, 4de lid, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);

Wat betreft de personenbelasting:

1.2. de meerwaarden gerealiseerd door de heer B op zijn aandelen in de bvba A (naar aanleiding van de partiële splitsing van de bvba A) en op zijn aandelen in de nieuw op te richten vennootschap (Newco) (naar aanleiding van de daaropvolgende verkoop van de aandelen in Newco aan een EU-vennootschap van de K groep) niet als in artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB 92 vermelde diverse inkomsten zullen worden aangemerkt;

Wat betreft de btw:

1.3. de voorgenomen partiële splitsing van de bvba A onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, §3, van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde (W.BTW) en aldus niet is onderworpen aan btw.

II. Beslissing

II.A. Wat betreft de vennootschapsbelasting

2. De bvba A is actief in twee verschillende domeinen, nl.: activiteit X en Y.

3. De bvba A stelt herhaaldelijk vast dat zij op de grenzen van haar groeimogelijkheden botst. In tegenstelling tot multinationale ondernemingen beschikt de bvba A niet over de nodige competitieve slagkracht.

4. De voorgenomen verrichting betreft een partiële splitsing van de bvba A waarbij de activa en passiva waarin de K groep is geïnteresseerd naar een nieuw op te richten vennootschap (Newco) zouden worden overgedragen. Na de voorgenomen partiële splitsing zal de heer B overgaan tot een verkoop van al zijn aandelen in Newco aan de Belgische dochter van de K groep of een andere dochtervennootschap gevestigd in de EU.

5. De overname van Newco door de K groep biedt interessante perspectieven voor de bvba A. De aanvrager heeft hieromtrent de "Letter of Intent" overgemaakt aan de DVB waaruit blijkt dat er verregaande onderhandelingen aan de gang zijn met de K groep die de aandelen van Newco zou willen kopen via de Belgische dochter van de groep of via een andere dochtervennootschap gevestigd in de EU.

6. De K groep is niet geïnteresseerd in volgende activa en passiva bestanddelen:

6.1. het onroerend goed (land + gebouw) waarin de activiteit van de bvba A momenteel wordt uitgeoefend. Merk op dat inzake onroerend goed de strategie van de K groep er in bestaat om onroerend goed eerder te huren dan te kopen, om aldus een maximale flexibiliteit te behouden;

6.2. "niet bedrijfsgebonden" activa die niets met de activiteit van de bvba A te maken hebben.

7. Het onroerend goed zal na de overdracht van de aandelen in Newco (waarin de activiteit van de bvba A voortaan zal worden uitgeoefend) aan Newco worden verhuurd.

8. Naar aanleiding van de geplande verrichtingen zal de heer B een belangrijke meerwaarde realiseren. Bijgevolg engageert de heer B zich tot de herinvestering op duurzame wijze binnen een korte termijn (binnen de drie jaren vanaf de datum waarop de verrichting juridisch zal worden doorgevoerd) van het bedrag van de meerwaarde waarop ingeval van een "asset deal" belasting zou moeten worden betaald (momenteel berekend op XXXX EUR) in een andere economische activiteit.

9. De heer B heeft zich geëngageerd om de aandelen van de bvba A niet te vervreemden binnen de drie jaren vanaf de datum waarop de verrichting juridisch zal worden doorgevoerd.

10. De aanvrager heeft bevestigd dat de reorganisatie geen negatieve invloed zal hebben op het personeelsbestand, alle werknemers van de bvba A zullen worden overgedragen naar Newco.

11. De bvba A heeft op het ogenblik van de partiële splitsing geen (i) overgedragen investeringsaftrek, (ii) overgedragen aftrek voor risicokapitaal, en (iii) fiscaal overgedragen verliezen. De verrichting brengt voor de aanvrager geen voordeel met zich mee op het stuk van de aftrek voor risicokapitaal.

12. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing waarbij de activa en passiva waarin de K groep is geïnteresseerd naar de Newco wordt afgesplitst niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183 bis, WIB 92.

II.B. Wat betreft de personenbelasting

13. De geplande verrichtingen (partiële splitsing van de bvba A gevolgd door de verkoop van de aandelen Newco aan een vennootschap van de K groep) vormen een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB 92.

14. De aandelen behoren tot het privé-vermogen van de heer B.

15. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kunnen de verrichtingen, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als normale verrichtingen van beheer van het privé-vermogen:

15.1. de aandelen van de bvba A zijn sinds de oprichting van deze vennootschap in het bezit van de heer B;

15.2. de partiële splitsing van de bvba A wordt doorgevoerd om de aandelen verkoopbaar te maken:

15.3. de heer B zal geen rechtstreekse of onrechtstreekse aandeelhouder zijn van de kopende vennootschap en geen rechtstreeks of onrechtstreeks controle over de kopende vennootschap uitoefenen.

II.c. Wat betreft de btw

16. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

17. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

18. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

19. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

20. Deze overdracht heeft betrekking op alle specifieke en noodzakelijke actief - en passiefbestanddelen (immateriële vaste activa, installaties, machines en uitrusting, meubilair en rollend materieel, handelsvorderingen, geldbeleggingen, financiële -en handelsschulden, evenals alle personeelsleden) die de nieuw op te richten vennootschap (Newco) in staat stelt om de over te dragen activiteit verder en zelfstandig te exploiteren.

21. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een geheel van goederen en diensten die een autonome economische activiteit toelaat.

22. De omstandigheid dat het gebouw waarin de activiteit wordt uitgeoefend blijft behouden bij de overdrager, bvba A, en na de verrichting zal worden verhuurd aan de Newco, doet hieraan geen afbreuk.

23. De bvba A dient de aftrek evenwel te herzien wanneer één van de oorzaken voorzien in koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling zich gedurende de herzieningsperiode zou voordoen. (zie Circulaire nr. E.T.110.663 (AOIF Nr. 46/2009) dd 30.09.2009). Deze herziening zal o.a. moeten gebeuren indien de bvba A het onroerend goed ter beschikking van de newco stelt op basis van een contract van vrijgesteld onroerend verhuur.

24. Deze overdracht heeft derhalve betrekking op een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 11 W.BTW.

25. Vermits de nieuw op te richten vennootschap belaste handelingen (nl. activiteit X en Y) zal stellen, zal ze een btw-belastingplichtige met recht op aftrek zijn.

26. De partiële splitsing van de bvba A dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW te gebeuren.

Textes cités

7