Valeur probante PV, observations, force probante, procès-verbal TVA · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour de cassation Bruxelles F.22.0170.N 2 juin 2023

Rechercher
Texte en néerlandais

Valeur probante PV, observations, force probante, procès-verbal TVA

https://juriel.be/fr/jurisprudence/valeur-probante-pv-observations-force-cassation-bruxelles-2023-06-02-cb25

Juridiction
Cour de cassation
Siège
Bruxelles
Numéro de rôle
F.22.0170.N
Date
2 juin 2023

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

59 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour de cassation du 02.06.2023 (F.22.0170.N)

WF 503-15-13/008020

[Favorable à l’Etat belge]

Taxe sur la valeur ajoutée – valeur probante PV - observations

Dispositions légales

Art.59, CTVA

Résumé

Un moyen invoquant la violation de la force probante d’un acte est irrecevable si le contenu de cet acte n’est pas reproduit dans l’arrêt attaqué ou, à défaut, si une copie certifiée conforme par les avocats ayant représenté les parties devant le juge du fond n’est pas jointe en annexe à la requête.

Le principe de légalité en matière fiscale ne fait, en principe, pas obstacle à ce que l’administration utilise des moyens de preuve accessibles à tout un chacun, tels que des constatations matérielles effectuées dans l’espace public, sauf lorsque cela contrevient aux principes de bonne administration ou porte atteinte aux droits fondamentaux, tels que le droit au respect de la vie privée.

Il appartient au juge d’apprécier la légalité des observations et, en particulier, de déterminer si celles-ci sont de nature à constituer une atteinte à la vie privée des personnes concernées. Il peut, à cet égard, tenir compte notamment du lieu à partir duquel les observations ont été effectuées, de leur caractère systématique ou permanent, du contexte dans lequel elles ont eu lieu, ainsi que des attentes raisonnables en matière de vie privée des personnes concernées.

Texte de l’arrêt

L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale

Corps de la décision

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 02.06.2023 (F22.0170.N)

X... , wonende te 9000 Gent, X..., ingeschreven bij de KBO onder het nummer X... ,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. X..., advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9052 Gent, X..., waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, Administratie van de Fiscaliteit, voor wie optreedt de Adviseur Team Invordering Natuurlijke Personen Gent Rand, met kantoor te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6, bus 803,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. X... en mr X..., advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, X..., waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 13 september 2022.

Raadsheer X... heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal X... heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Een middel dat schending aanvoert van de bewijskracht van een akte, is niet ontvankelijk indien de inhoud van die akte niet in het bestreden arrest is weergegeven of, indien er geen afschrift, dat door de advocaten die de partijen voor de bodemrechter hebben vertegenwoordigd voor eensluidend werd verklaard, als bijlage bij het verzoekschrift is gevoegd.

2. Het arrest geeft de inhoud van de processen-verbaal van vaststelling van 18 december 2006, 16 juli 2007 en 22 september 2008 niet weer en er werd door de eiseres geen voor eensluidend verklaard afschrift van deze processen-verbaal neergelegd.

Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.

3. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 59 Btw-wetboek is het niet ontvankelijk, aangezien die wetsbepaling geen verband houdt met de aangevoerde miskenning van de bewijskracht van akten.

Tweede middel

Tweede onderdeel

Het legaliteitsbeginsel in fiscale zaken staat, in beginsel, niet eraan in de weg dat de administratie gebruik maakt van bewijsmiddelen die eenieder ter beschikking staan, zoals het doen van materiële vaststellingen in de openbare ruimte, behoudens wanneer zulks in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur of een miskenning oplevert van de grondrechten zoals het recht op het privéleven.

Aldus kunnen fiscale ambtenaren, in beginsel, vanop de openbare weg met het oog op het bepalen van de belastingschuld ongemerkt de beroepsactiviteiten van een belastingplichtige observeren, evenals de beroepshandelingen die deze stelt met andere belastingplichtigen, ook al vinden deze observaties herhaaldelijk plaats.

1. Het staat aan de rechter om te oordelen over de rechtmatigheid van de observaties en met name of zij niet van dien aard zijn dat zij een inbreuk opleveren op het privéleven van de betrokkenen. Hij kan daarbij onder meer rekening houden met de plaats van waar die observaties worden uitgevoerd, het al dan niet systematisch of permanent karakter ervan, de context van de observaties en de redelijke privacy-verwachting van de betrokkenen.

2. Het onderdeel dat in zijn geheel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Eerste onderdeel

3. Het onderdeel voert vooreerst aan dat de fiscale administratie meermaals stelselmatige observaties heeft uitgevoerd waarbij de leveringen van X… nv gedurende meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand werden geobserveerd en verwijst om dit te staven naar processen-verbaal waarvan de inhoud niet werd opgenomen in het arrest.

Het onderdeel verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is.

Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.

0De artikelen 47ter en 47sexies Wetboek van Strafvordering zijn niet van toepassing op fiscale ambtenaren, andere dan zij die ter beschikking zijn gesteld van de federale politie en de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur, die observaties uitvoeren met het oog op het bepalen van de belastingschuld.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Derde onderdeel

1. Het onderdeel gaat uit van de vaststelling dat "een rechtsonderhorige in het kader van een fiscaal onderzoek verstoken blijft van enige gerechtelijke rechtsbescherming".

Uit het antwoord op het tweede onderdeel volgt dat dit uitgangspunt onjuist is.

2. De aangevoerde ongelijke behandeling berust op een onjuist juridisch uitgangspunt en kan geen aanleiding geven tot het stellen van een prejudiciële vraag.

Derde middel

3. Vermoedens zijn gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.

De rechter stelt op onaantastbare wijze het bestaan vast van de feiten waarop hij steunt.

4. Het middel dat aanvoert dat de bestreden beslissing uitgaat van feiten die "allesbehalve zeker en vaststaand" zijn, komt op tegen een feitelijke en onaantastbare beoordeling van de appelrechters en is bijgevolg niet ontvankelijk.

Dispositif

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 281,09 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld X… in openbare rechtszitting van 2 juni 2023 uitgesproken door X…

Textes cités

1
CTVA art. 593 occurrences

Décisions similaires

8