Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 07.12.2000
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DERDE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 7 DECEMBER 2000
97/1061/A
In de zaak :
…, zelfstandig handelaar, wonende te …, … ingeschreven in het HR te …, onder nr. …,
opposant,
hebbende als raadslieden advocaat P. B., met kantoor te …, …, en advocaat L. D. M., met kantoor te …, …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Gent, met kantoor gevestigd te 9000 GENT, Martelaarslaan 23;
geopposeerde,
hebbende als raadsman advocaat C. D., met kantoor te …, …,
Vonnist de rechtbank als volgt :
1. PROCEDURE
1.1. Partijen werden bij monde van hun raadslieden gehoord op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 7 oktober 1999, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd na neerlegging van het schriftelijk advies van het Openbaar Ministerie ter terechtzitting van 15 juni 2000.
1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder :
- de geding inleidende "akte van verzet" (betekend op 1 april 1997);
- de “conclusie” (neergelegd op 28 oktober 1998) voor opposant;
- de “eerste besluiten”' (neergelegd op 24 augustus 1998) en de "aanvullende besluiten" (neergelegd op 19 april 1999) voor de geopposeerde;
- de respectieve dossiers van partijen, neergelegd ter zitting van 7 oktober 1999;
- het schriftelijk advies van het Openbaar Ministerie.
2. FEITEN
2.1. Opposant baat een kleinhandel uit in voedingswaren en dagbladen.
Naar aanleiding van een controle bij de BVBA A.-V. zou de BTW-administratie van geopposeerde hebben vastgesteld dat de echtgenote van opposant onder valse benaming aankopen zou hebben verricht bij voornoemde BVBA.
In het PV d.d. 7/3/1997, opgesteld door A. T., gaat de administratie uit van het vermoeden dat een aankoop van goederen hij de BVBA A.-V. door een belastingplichtige werd gesplitst in twee facturen : de eerste als officiële factuur en de tweede als valse factuur op naam van een particulier. Deze laatste factuur werd dan door de koper-belastingplichtige niet in zijn aankoopboekhouding opgenomen, waardoor de BTW op de verkopen van de goederen en de directe belastingen op de winsten bij verkoop van die goederen verborgen gehouden werden voor de administratie.
In casu zou het volgende aankoopbedragen betreffen :
1992 : 211.185 BEF
1993 : 176.314 BEF
1991 : 45.028 BEF
1995 : 81.392 BEF
Deze bevindingen resulteerden in een omzetverhoging voor de betreffende jaren en het opeisen van de BTW op deze meer omzet.
Aldus werd een bedrag van 94.163 BEF aan BTW gevorderd door de BTW-administratie.
Bovendien wordt overeenkomstig art. 70, § 1 BTW-Wetboek een geldboete gevorderd van 200 %, zijnde 188.326 BEF, afgerond naar 188.000 BEF.
3. DE VORDERING
3.1. Onderhavige procedure heeft als voorwerp het verzet van opposant tegen het dwangbevel hem betekend met bevel tot betaling d.d. 19 maart 1997.
Gezegd dwangbevel werd door de heer G. D. C., ontvanger van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Gent, uitgevaardigd op 10 maart 1997, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 12 maart 1997 door de heer A. T., hoofdcontroleur van de BTW-Controle te Zelzate, daartoe gemachtigd door de heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen.
In dit dwangbevel warde de betaling gevorderd van 91.163 BEF, boete 118.000 BEF, evenals de nalatigheidsintresten vanaf 19/3/1997.
3.2. M.b.t . dit dwangbevel vordert opposant :
In hoofdorde :
- de vernietiging van het litigieuze dwangbevel, de ongegrondverklaring van de aanspraken van geopposeerde en het bevel tot terugbetaling van alle bedragen die wederrechtelijk zouden zijn geïnd, verhoogd met de intresten sedert de datum van de betaling;
Ondergeschikt :
- kwijtschelding, minstens vermindering van de administratieve geldboete;
- de weerhouden BTW op de meer omzet ten belope van 94.163 BEF te verminderen met de reeds betaalde BTW op de aankopen, zijnde 78.264 BEF en de BTW-boete eveneens proportioneel te verminderen in verhouding tot het verschil tussen de verschuldigde BTW en aftrekbare BTW;
- het bevel tot terugbetaling van alle bedragen, die wederrechtelijk zouden zijn geïnd, met de intresten sedert de datum van de betaling;
In elk geval, de veroordeling van geopposeerde tot de kosten van het geding.
3.3. Opposant baseert zich op volgende argumenten :
3.3.1. In hoofdorde : Opposant stelt dat de administratie van geopposeerde haar vordering niet bewijst; opposant ontkent (zwarte) leveringen van de BVBA A.-V. te hebben ontvangen voor zijn handelsactiviteit; de eventuele gegevens bekomen terzake bij derden (verklaring van de zaakvoerder van de BVBA A.-V.) zijn niet bewijskrachtig tegen opposant en hierop kunnen zelfs geen vermoedens worden opgebouwd lastens opposant.
3.3.2. Ondergeschikt : De facturaties op naam van de echtgenote van opposant stemmen overeen met werkelijke aankopen voor privé-gebruik voor de noden van het (veelkoppige) gezin van opposant.
3.3.3. De boete van 200 % is onwettelijk, minstens niet in verhouding met de weerhouden inbreuk.
3.3.4. Ingeval de Rechtbank van oordeel zou zijn dat de gevorderde BTW wel degelijk verschuldigd is dan dient minstens de weerhouden BTW op de meer omzet ten bedrage van 94.163 BEF te worden verminderd met de reeds bepaalde BTW op de aankopen; tevens dient de proportionele administratieve boete in dezelfde mate te worden verminderd.
4. BESPREKING
4.1. Opposant kan in zijn argumentatie ten gronde niet worden gevolgd.
4.4.1. Het door opposant beweerde ontbreken van afdoende bewijs.
Door de halsstarrige weigering van iedere medewerking van opposant en zijn al even hardnekkige en volgehouden ontkenning, is het niet verwonderlijk dat de administratie zich beperkt tot bewijsgegevens verkregen buiten opposant om.
Het dossier van geopposeerde, bestaande niet alleen uit verklaringen verzameld in het kader van het strafdossier maar tevens uit vaststellingen en verklaringen vastgelegd in PV's van daartoe bevoegde ambtenaren van de BTW (bewijskrachtig tot bewijs van het tegendeel) en uit stavende bewijzen (overzicht facturen, ... ) , bevat meer dan afdoende het bewijs dat opposant via facturatie op naam van zijn echtgenote eigenlijk zijn zwarte aankopen organiseerde teneinde mee ontduiking van directe belastingen en met BTW-ontduiking op winstmarge te kunnen verder verkopen.
Tal van elementen leveren het bewijs van dit feit : de eensluidende verklaringen van de zaakvoerder en personeelsleden van de betrokken leverancier, het feit dat de officiële facturen aan opposant en de zgn. private leveringen (gefactureerd aan de particulier, nl. de echtgenote van opposant) gelijktijdig worden gefactureerd en geleverd, de in verhouding veel te grote omvang van de voormelde zgn. "private facturatie" (zie hierna), …
De administratie van geopposeerde kan hierop met voldoende precisie de verschuldigde BTW berekenen.
4.1.2. Het door opposant beweerde privaat gebruik van de aankopen op naam van zijn echtgenote
Ook hier kan opposant niet worden gevolgd.
De administratie stelt terecht de onwezenlijk grote hoeveelheden vast van waspoeder, K. (naar zeggen van opposant bestemd voor zijn hond), mayonaise (30 liter op 3 maanden), kauwgom (598 pakjes in 1992), chocolade (976 stuks aangekocht op naam van H. in 1992). MARS, SNICKERS, TWIX (van deze laatste drie samen 288 stuks in 1992), chocolade zeevruchten (3 kg. aangekocht in 1992), likeurpralines (1 kg. aangekocht in 1992) ... Daarnaast nog voor 1992 : 22 zakjes chips van 30 gr., 24 zakken chips van 75 gr., 12 pakjes TUC-koekjes, 25 pakjes STIXI van 100 gr. en 12 blikken zoute nootjes van 200 gr.. Dit alles nog aangevuld met 414 doosjes TIC-TAC, 144 rollen KING pepermunt, 42 pakjes FISHERMAN's FRIEND, en 20 doosjes VICKX MENTHOL.
Het is dan ook geen toeval dat hogervermeld snoepgoed in de winkel van opposant verkocht wordt.
De vergelijking van de aankopen door opposant voor zijn winkel en deze op naam van zijn echtgenote … doet opmerken dat, enerzijds, de zgn. privé-aankopen meer bedragen dan de aankopen voor verkoop in de winkel en, anderzijds, dat de voedingswaren en dranken, die naast snoepgoed, enz., op naam van … werden gekocht wonderwel overeenstemmen met de aankopen die gewoonlijk door opposant zelf voor zijn winkel worden verricht.
Zoals hoger reeds aangehaald, onderbouwen deze vaststellingen van de administratie meer dan voldoende het bewijs van het feit van de zwarte aankopen door opposant teneinde met ontduiking van directe belastingen en met BTW-ontduiking op de winstmarge te kunnen verder verkopen.
4.2. De thans door opposant gevorderde aftrek van BTW
Opposant stelt dat in elk geval, ingeval de Rechtbank van oordeel zou zijn dat de gevorderde BTW wel degelijk verschuldigd is, minstens de weerhouden BTW op de meer omzet ten bedrage van 94.163 BEF dient te worden verminderd met de reeds betaalde BTW op de aankopen. Tevens dient volgens opposant de proportionele administratieve boete in dezelfde mate te worden verminderd.
Opposant kan hierin evenmin worden gevolgd.
Terecht merkt geopposeerde op dat opposant, overeenkomstig het samenlezen van de artikelen 3 van het KB nr. 3 van 10 december 1969 m.b.t. de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde met het artikel 5, 2° en 6°, van het KB nummer 1, niet beschikt over valabele facturen teneinde een recht tot aftrek uit te oefenen.
4.3. De opgelegde boete
De administratie vordert thans een boete van 200 %.
Ten onrechte stelt de administratie dat de Rechtbank niet zou bevoegd zijn deze boete te herleiden.
Zeker sedert de invoering van de nieuwe fiscale procedure bij de wetten van 15 en 23 maart 1999, waarbij o.m. tevens artikel 84, tweede lid, van het BTW-Wetboek werd gewijzigd, staat het vast dat de Hoven en Rechtbanken van de Rechterlijke macht volle rechtsmacht hebben teneinde uitspraak te doen over fiscale boeten, zowel wat betreft de wettigheid, de opportuniteit als de hoogte ervan (Parl. Doc., Senaat, zitting 1998-99, nr. 966/11, pp. 146 en 213).
Rekening houdende met, enerzijds, het feit dat aftrek van BTW niet wordt toegestaan en, anderzijds, (in het bijzonder) met de sociale context (opposant heeft geen al te lucratieve kleinhandel waarmee hij een groot gezin dient te onderhouden), doch ook rekening houdende met de zeer geringe impact van de gepleegde inbreuk (de minimis non curat praetor) op het economisch leven (opposant beoogde slechts zelf - weliswaar onrechtmatig - wat beter te overleven) wordt de boete herleid tot 20 %.
4.4. De gerechtskosten
Gelet op het feit dat opposant in eerste instantie zelf de aanleiding is geweest van de taxatie die in zijnen hoofde werd gevestigd en gelet op het feit dat opposant in casu slechts een reductie van de boete bekomt rekening houdende met een aantal concrete menselijke omstandigheden van de zaak, is de Rechtbank nochtans van oordeel dat opposant dient veroordeeld te worden tot de kosten van het geding.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;
Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;
Verklaart de vordering van opposant ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond.
Vernietigt het dwangbevel in de mate dat het een boete aanrekent van 200 %.
Herleidt de boete tot 20 %.
Veroordeelt de geopposeerde tot terugbetaling van de bedragen die desgevallend inmiddels teveel werden geïnd.
Veroordeelt de opposant tot de kosten van het geding.
Begroot deze kosten als volgt :
- in hoofde van opposant :
* dagvaardingskosten : 2.758 BEF
* rechtsplegingsvergoeding : 12.900 BEF
- in hoofde van geopposeerde :
* rechtsplegingsvergoeding : 12.900 BEF.
Aldus, in tegenwoordigheid van N. V. A., eerste substituut-procureur des Konings, behandeld en uitgesproken in openbare terechtzitting door de derde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent op zeven december tweeduizend, waar aanwezig waren :
R. T., ondervoorzitter, alleensprekend rechter;
R. D., griffier.
R. D. R. T.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.