Parcours procédural
2 étapes · 1 an 10 mois- Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers05.11.2010
- Décision sur appelCour d'appel d'Anvers11.09.2012
Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 05.11.2010
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijf november tweeduizend en tien in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., alleenzetelend rechter,
N. V., griffier.
In zake : AR nr. 10/2941/A
NV P., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester J. H. loco meester D. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 29 april 2010,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 23 juni 2010,
- de conclusies en stukken van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 8 oktober 2010.
De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/300/09, uitgevaardigd op 1 december 2009 en uitvoerbaar verklaard op 4 december 2009, te vernietigen en van nul en generlei waarde te verklaren, te zeggen voor recht dat de vordering van verweerder vervat in voormeld dwangbevel dient afgewezen te worden en dat bijgevolg de middels dit dwangbevel van eiseres gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn, het proces-verbaal van 30 november 2009 van onwaarde te verklaren en te zeggen voor recht dat de op basis van dit proces-verbaal van eiseres gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn; verder strekt de vordering ertoe te zeggen voor recht dat het recht op aftrek/teruggaaf in hoofde van eiseres niet is vervallen, dat de van eiseres gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn in de mate dat de administratie, in haar vordering, geen rekening wil houden met de aftrekbare BTW en dus in dezelfde mate de vordering van de administratie te verminderen, het proces-verbaal van 30 november 2009 te vernietigen en te zeggen voor dat het recht op aftrek/teruggaaf in hoofde van eiseres niet is vervallen en dat de van eiseres gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn in de mate dat de administratie, in haar vordering, geen rekening wil houden met de aftrekbare BTW en dus in dezelfde mate de vordering van de administratie te verminderen; tot slot strekt de vordering ertoe verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
Beoordeling
Betreffende de ontvankelijkheid van de vordering
Volgens verweerder diende eiseres geen vordering in verzet tegen dwangbevel tegen de rekenplichtige te richten, maar wel een vordering in teruggave te richten aan de e.a. inspecteur van het bevoegde controlekantoor zodat de ingestelde vordering onontvankelijk is.
In rijksfiscale geschillen, zoals te dezen, heeft de rechtspersoon "Belgische Staat" ongetwijfeld hoedanigheid om als verweerder te worden aangesproken, hetgeen eiseres deed door in haar inleidend verzoekschrift haar vordering in te stellen tegen de Belgische Staat, in de persoon van de Minister van Financiën, en de Rekenplichtige Ambtenaar.
De vordering is dan ook ontvankelijk.
Betreffende de bevoegdheid van de onderzoekende instanties
Volgens eiseres was de ambtenaar van het veertiende BTW-controlekantoor territoriaal onbevoegd de controle uit te voeren gezien eiseres onder de BTW-controle valt van een ander BTW-controlekantoor.
Geen enkele wettelijke bepaling verhindert een ambtenaar van een BTW-controlekantoor om vaststellingen te doen en controle uit te voeren met betrekking tot een persoon die onder de BTW-controle valt van een ander BTW-controlekantoor.
Betreffende het recht op aftrek
Op 13 december 2006 heeft eiseres op een BTW-kantoor een verklaring ingediend waarmede zij opteerde voor de hoedanigheid van toevallige belastingplichtige en waarmede zij opteerde om de verschillende appartementen van een appartementsgebouw te verkopen onder het stelsel van de BTW.
Bij notariële akte van 15 december 2006 heeft eiseres een appartement verkocht en het wordt niet betwist dat de BTW verschuldigd is over een bedrag van 388.500,00 EUR, zijnde de verkoopwaarde van het gebouw; over de verkoopwaarde van de grond werd immers registratierecht geheven.
Er wordt evenmin betwist dat de verschuldigde BTW aldus 81.585,00 EUR bedraagt, zijnde 388.500,00 EUR x 21 % BTW.
Krachtens artikel 2 van het KB nr. 14 van 3 juni 1970 moest eiseres, in haar hoedanigheid van toevallige belastingplichtige, met het oog op de voldoening van de door haar verschuldigde belasting betreffende de verkoop van voornoemd appartement een aangifte indienen, waarin de verschuldigde BTW en desgevallend de aftrekbare BTW werden aangegeven; verder bepaalt dit artikel dat de verplichting tot indiening van deze aangifte ontstaat op het tijdstip waarop de belasting over de volledige maatstaf van heffing verschuldigd wordt, dat aan die verplichting moet worden voldaan binnen een maand te rekenen vanaf dat tijdstip en dat de belasting binnen de termijn die gesteld is voor het indienen van de aangifte moet worden voldaan.
Uit geen enkel objectief element blijkt dat de levering van het appartement en/of de volledige facturatie en/of de volledige betaling hiervan heeft plaatsgevonden vóór het verlijden van de notariële akte.
Anderzijds is het bewezen dat de levering van het appartement uiterlijk op het tijdstip van het verlijden van de notariële akte op 15 december 2006 heeft plaatsgevonden zodat deze datum als het belastbaar feit dient te worden beschouwd.
Bijgevolg diende eiseres binnen een maand, te rekenen van het verlijden van de notariële akte van 15 december 2006, voornoemde aangifte in te dienen en de belasting te voldoen, zodat eiseres aldus uiterlijk op 14 januari 2007 de aangifte moest indienen en de belasting voldoen, hetgeen eiseres echter niet deed.
Niettegenstaande de administratie eiseres bij brieven van 16 juli 2007 en 5 december 2007 verzocht om een aangifte in te dienen, heeft eiseres deze aangifte slechts ingediend op 6 januari 2010.
Huidige betwisting heeft betrekking op de vraag of eiseres haar recht op aftrek met betrekking tot dit vervreemd appartement nog kan uitoefenen.
Uit het loutere feit, dat eiseres slechts laattijdig de aangifte heeft ingediend, volgt geenszins dat zij haar recht op aftrek niet meer kan uitoefenen.
Krachtens artikel 4 van voornoemd KB nr. 14 van 3 juni 1970 ontstaat het recht op aftrek eerst op het tijdstip waarop de belasting over de volledige maatstaf van heffing verschuldigd wordt, zijnde14 januari 2007.
Krachtens artikel 5 van voornoemd KB nr. 14 van 3 juni 1970 kan van de BTW, die niet in aftrek kon worden gebracht op het tijdstip van voornoemde aangifte, teruggaaf worden verkregen vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan en moet de belastingplichtige hiervoor en aanvraag indienen.
Zoals hoger vermeld heeft de oorzaak van de teruggaaf zich voorgedaan op 14 januari 2007 zodat eiseres haar recht op aftrek kon uitoefenen tot en met 31 december 2010, hetgeen zij deed met haar laattijdige aangifte op 6 januari 2010, zelfs wanneer deze aangifte vormgebreken zou vertonen, en met haar inleidend verzoekschrift op 29 april 2010.
Om haar recht op aftrek te kunnen uitoefenen dient eiseres echter de vereiste stavingstukken voor te leggen, hetgeen zij echter nog niet deed.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
rechtdoende op tegenspraak,
alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch alvorens verder recht te doen,
Beveelt aan eiseres in toepassing van de artikelen 877 en volgende Ger.W. de vereist stavingstukken of een eensluidend verklaard afschrift ervan bij het dossier van de rechtspleging te voegen.
Bepaalt de termijn voor de neerlegging van deze stukken ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, Gerechtsgebouw, Bolivarplaats 20 te 2000 Antwerpen teneinde bij het dossier der rechtspleging te voegen, op twee maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving van huidig vonnis bij toepassing van artikel 880 Ger.W.
Beveelt in toepassing van artikel 774, lid 1 Ger.W. ambtshalve de heropening der debatten teneinde partijen toe te laten te besluiten omtrent voornoemde stavingstukken.
Verzoekt daartoe dat de conclusies worden uitgewisseld en neergelegd ter griffie als volgt :
- conclusie voor eiseres : uiterlijk op 16 maart 2011,
- conclusie voor verweerder : uiterlijk op 16 mei 2011.
Zegt dat partijen overeenkomstig artikel 775 Ger.W. zullen verschijnen voor deze kamer van de rechtbank, zetelend in het Gerechtsgebouw te 2000 Antwerpen, Bolivarplaats 20, op de zitting van zeventien juni tweeduizend en elf van 11:30 uur tot 12:00 uur (zaal A4).
Houdt de uitspraak met betrekking tot de kosten aan.
N. V. P. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.