Parcours procédural
2 étapes · 2 ans- Décision attaquéeCour d'appel de Gand31.10.2023
- Décision affichéeCour de cassation de Belgique20.11.2025
Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la cour de cassation du 20.12.2025
Finality 55174706/01 WF WF 714-15-20/036658
[ Arrêt favorable pour l’Etat belge ]
Taxe sur la valeur ajoutée – Taux – Taux de TVA réduit de 6% - Démolition et reconstruction de bâtiments
Dispositions légales
Article 1, AR n° 20 du 20 juillet 1970 - Rubrique XXXVII du Tableau A de l’arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970
Résumé de l’arrêt
1. Faits et antécédents de procédure
En vertu de l'article 44, § 2, CTVA, l’assujettie est exonérée pour ses prestations liées à la protection de la jeunesse en tant qu’organisme agréé. Elle est agréée par l’« Agentschap Jongerenwelzijn van de Vlaamse Overheid”.
L’assujettie a réalisé un projet de construction immobilière consistant en la démolition suivie de la reconstruction d'un bâtiment multifonctionnel destiné à des services administratifs et à d’autres activités et, d'autre part, la reconstruction d’un immeuble résidentiel destiné à l’hébergement permanent de jeunes.
L’assujettie a demandé à l'Administration de pouvoir appliquer, en ce qui concerne la démolition et la reconstruction de l’établissement d’hébergement, le taux réduit de TVA de 6 % en vertu de la rubrique XXXVII du tableau A à l’annexe de l’arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970.
L'Administration a rejeté la demande par voie de décision.
L’assujettie a déposé une requête contradictoire contre cette décision au greffe du tribunal de première instance de Flandre Occidentale, division Bruges.
Le juge siégeant en première instance a déclaré la demande de la partie adverse recevable mais non fondée. La partie adverse a interjeté appel contre ce jugement.
La cour d'appel a jugé que le taux normal de TVA étant de 21 %, il appartient à l'assujettie qui invoque le taux réduit de 6 % de prouver que l'établissement d'hébergement en question est un logement qui, après l'exécution des travaux, sera utilisé exclusivement ou principalement comme logement privé.
Malgré la fonction résidentielle indéniable du complexe d’habitation, on ne peut ignorer que sa mission principale consiste à organiser l'assistance aux enfants, aux adolescents et à leur famille se trouvant dans des situations d’éducation parentale problématiques. Même dans un cadre où un service résidentiel de longue durée est fourni, l’occupation du bâtiment d’habitation ne peut être dissociée des soins qui occupent une place centrale. L'hébergement des jeunes s'inscrit dans le processus centralisé d’aide et de protection et n'en est pas dissocié.
Par conséquent, l’assujettie ne prouve pas qu'il s'agit d'un usage exclusif ou à titre principal d'un logement privé destiné à la protection et à l’aide. Il s'agit plutôt d'un établissement de soins qui fait l’objet d’une occupation collective. L’assujettie ne prouve pas que, après les travaux de démolition et de reconstruction, l'établissement d'hébergement est utilisé exclusivement ou principalement comme logement privé au sens de la rubrique XXXVII du tableau A de l'annexe à l'AR TVA n° 20.
L’assujettie a formé un pourvoi en cassation contre cet arrêt.
2. L’arrêt de la Cour de cassation
Moyen unique
La demanderesse en cassation fait valoir dans une première branche que les juges d'appel ont jugé à tort que les maisons d’hébergement pour jeunes sont exclues de l'application de la rubrique XXXVII du tableau A de l'AR n° 20.
La Cour estime que les juges d'appel n'ont pas jugé que les maisons de protection de la jeunesse sont exclues de l'application de la rubrique XXXVII du tableau A de l'AR n° 20, mais bien que, dans le cas d'espèce, l'établissement d'hébergement concerné n'est pas utilisé exclusivement ni principalement comme logement privé au sens de la rubrique précitée. Le moyen, qui repose sur une lecture erronée de l'arrêt, manque en fait et n’est pas fondé.
En ce qui concerne la deuxième branche, la Cour considère qu’au regard de l'ensemble des dispositions contenues dans la rubrique XXXI, § 1, 1°, rubrique XXXI, § 1, 4° et rubrique XXXI, § 2, 3° du tableau A de l'AR n° 20, il n’apparaît pas que l'hébergement de mineurs par des maisons d'accueil agréées pour la protection de la jeunesse satisfait toujours à l'exigence d'une utilisation exclusive ou principale du bâtiment en question comme habitation privée.
Il reste nécessaire de vérifier que l'utilisation effective répond à l'exigence d'une utilisation exclusive ou principale comme logement privé au sens de la rubrique XXXI, § 1, 1° précitée.
Le pourvoi en cassation est rejeté.
Texte intégral:
L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale.
Corps de la décision
Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 20.11.2025
Nr. F.24.0062.N
X., met zetel te …, ingeschreven bij de KBO onder het nummer …,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiezen,
tegen
BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159,
verweerder,
vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 31 oktober 2023.
Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 22 oktober 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd.
Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. De appelrechters stellen vast en oordelen dat:
- De eiseres die aanspraak maakt op het uitzonderingsbtw-tarief van 6pct dient te bewijzen dat de verblijfsinrichting een woning betreft die, na uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend hetzij hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt in de zin van rubriek XXXVII, tweede lid, 1°, van tabel A van de bijlage bij het KB/BTW nr. 20;
- Deze bestemmingsvoorwaarde op een identieke wijze is geformuleerd in rubriek XXXI van voormelde tabel, die eveneens voorziet in een verlaagd btw-tarief voor werken met betrekking tot een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend hetzij hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt;
- De bijlage bij het KB/BTW nr. 20 evenwel een divers geheel aan verwante, of zelfs gelijklopende uitdrukkingen en criteria bevat die niet steeds consequent doorgetrokken worden, zodat de eiseres niet kan worden gevolgd in haar stelling van voor de toepassing van rubriek XXXVII, naar analogie met rubriek XXXI, de jeugdbeschermingshuizen automatisch voldoen aan de definitie van het uitsluitend of hoofdzakelijk gebruik als privéwoning, in dien en voor het zover het gebouw in kwestie gebruikt wordt voor daadwerkelijke huisvesting;
- De uitdrukking “gebruik als privéwoning” als dusdanig niet wordt gedefinieerd in de rubrieken noch elders in het KB, zodat het past terug te grijpen naar de gewoonlijke betekenis van de termen ervan;
- Vereist is dat het woongebouw na de uitvoering van de werken uitsluitend dan wel hoofdzakelijk wordt aangewend voor duurzame huisvesting in beslotenheid en eigenheid, waarbij ook collectieve vormen van bewoning een vorm van privébewoning kunnen uitmaken.
- Gelet op de gewoonlijke terminologische betekenis van de uitdrukking “uitsluitend of hoofdzakelijk gebruik als privéwoning”, alsook op de basisdoelstelling van rubriek XXXVII die niet bestaat in het creëren van een verlaagd btw-tarief voor werken in onroerende staat binnen het zorgaanbod, dient te worden nagegaan of de verblijfsinrichting van de eiseres uitsluitend of hoofdzakelijk aangewend wordt voor “duurzame huisvesting (mogelijks in collectieve vorm) in beslotenheid en eigenheid”, dan wel of het verblijf kadert in, en dus ondergeschikt is aan, het verlenen van zorg of het verstrekken van bijkomende diensten;
- Niettegenstaande de residentiële functie die het wooncomplex onmiskenbaar heeft, men niet eraan voorbij kan dat de kerntaak van de eiseres als erkende organisatie van bijzondere jeugdzorg erin bestaat om hulpverlening te organiseren voor kinderen en hun gezin bij problematische opvoedingssituaties;
- Zelfs, en misschien wel voornamelijk, in een langdurige residentiële setting binnen de wooninrichting van de eiseres, de bewoning niet losgekoppeld wordt of kan worden van de zorg die centraal staat; immers niet het verschaffen van bewoning centraal staat, maar wel het aanbieden van de nodige zorg op maat binnen een residentiele context;
- Een dergelijke ‘bewoning’ ook nooit privé kan zijn in die zin dat ze los zou kunnen komen of gezin worden van de inmenging van het overkoepelende zorgtraject dat eraan verbonden is.
- Hoewel het gegeven dat men collectief woont op zich niet uitsluit dat er uitsluitende of hoofdzakelijke privébewoning kan zijn, de eiseres niet bewijst dat de zorgverstrekking op enig ogenblik dermate beperkt is dat het wooncomplex beschouwd kan worden als uitsluitend of hoofdzakelijk gericht op een collectieve vorm van privébewoning onder begeleiding, binnen een eigen beslotenheid;
- De eiseres bijgevolg niet bewijst dat de betrokken wooninrichting, na het uitvoeren van de werken van afbraak en heropbouw, uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt wordt als privéwoning in de zin van rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het KB/BTW nr. 20.
2. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, oordelen de appelrechters niet dat de jeugdbeschermingstehuizen steeds uitgesloten zijn van de toepassing van de rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het KB/BTW nr. 20, maar wel dat de betrokken wooninrichting van de eiseres in casu niet uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt in de zin van voormelde rubriek.
Het onderdeel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag.
Tweede onderdeel
3. Rubriek XXXI, § 1, 1°, van tabel A van de bijlage bij het KB/BTW nr. 20, zoals van toepassing, bepaalt betreffende de renovatie van privéwoningen dat handelingen van omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud, onderworpen worden aan het verlaagd btw-tarief indien zij betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend hetzij hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt.
Rubriek XXXI, § 1, 4°, van voormelde tabel stelt als bijkomende voorwaarde dat de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindgebruiker.
Rubriek XXXI, § 2, 3°, van voormelde tabel merkt aan als “eindgebruiker” in de zin van deze bepaling, jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdzorg.
4. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt niet dat de huisvesting van minderjarigen door erkende jeugdbeschermingstehuizen steeds voldoet aan de vereiste van een uitsluitend of hoofdzakelijk gebruik van het kwestieuze gebouw als privéwoning. Vereist blijft dat het daadwerkelijke gebruik wordt getoetst aan de vereiste van een uitsluitend of hoofdzakelijk gebruik als privéwoning in de zin van de voormelde rubriek XXXI, § 1, 1°.
Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
Dispositif
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 221,36 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 20 november 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael.
Note du SPF Finances
Référence WF
Finality 55174706/01 WF WF 714-15-20/036658
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.