Preuve, mesure de contrôle, poursuite · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 10 mai 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Preuve, mesure de contrôle, poursuiteTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-poursuite-tribunal-anvers-2010-05-10-5a96

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
10 mai 2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

60 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 10.05.2010

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw, te Antwerpen, op tien mei tweeduizend en tien in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L.·B., alleenzetelend rechter,

N. D., griffier.

In zake : A.R. Nr. 09/241/A

V. S., A. R. zonder beroep, geboren te … (…) op 22 oktober 1961, wonende te …, …, …, keuze van woonst gedaan hebbend op het kantoor van meester M. G., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester T. B. loco meester M. G., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 13 januari 2009,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 20 februari 2009,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 12 april 2010.


Eiser is 'interieurarchitect'.

Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar stelde vast dat eiser over het tweede kwartaal 2008 een aangifte had ingediend met een aan de Staat verschuldigd bedrag, hoewel hij bij registratie per 1 april 2008 als belastingplichtige op eigen aangeven onderworpen was aan de vrijstelling van kleine onderneming.

Hierover werd op 3 november 2008 proces-verbaal opgemaakt.

Ontvanger BTW Antwerpen 1 verzocht reeds vóór opmaak van het proces-verbaal met bericht van 4 augustus 2008 om betaling.

Bij niet voldoening vaardigde hij op 5 november 2008 dwangbevel uit dat dan op 5 november 2008 uitvoerbaar werd verklaard.

Een andere ter zake BTW bevoegd ambtenaar vernam uit een schrijven van een collega dat uit gegevens van een klant van eiser bleek dat eiser over 2002 tot en met het eerste kwartaal 2008 prestaties had geleverd aan deze klant, zonder ook maar enige BTW-aangifte in te dienen.

Vermelde ambtenaar maakte hierover op 20 oktober 2008 proces-verbaal op.

Daarbij werd (voor een gedeelte) toepassing gemaakt van de vorderingstermijn van 7 jaar van art. 81bis, § 1 van het BTW-Wetboek, specifiek het onderdeel 'bewijskrachtige gegevens'.

Ter navordering werd overgegaan tot berekening van de rechten, opgave van (onverminderde) boete ad 200 %, opgave van het lopen van intrest vanaf 21 april 2008.

Ontvanger BTW Antwerpen 1 verzocht met bericht van 27 oktober 2008 om betaling.

Bij niet voldoening vaardigde hij op 3 november 2008 dwangbevel uit dat dan op 4 november 2008 uitvoerbaar werd verklaard.

Beide hoger vermelde dwangbevelen werd met exploot van 28 november betekend aan eiser, onder bevel tot betalen.

Raadsman legde op 13 januari 2009 ter griffie verzoekschrift op tegen spraak neer.

Daaraan zijn afschriften gehecht van de dwangbevelen.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Ten gronde

Het is te dezen niet relevant of eiser in de betrokken periode een registratie voor de BTW had.

Vastgesteld werd immers dat hij effectief een BTW-werkzaamheid uitoefende.

Voorts bleek eiser naar eigen opgave zijn 'boekhouding te hebben weggesmeten'.

Het PV heeft hierover wettelijke bewijskracht krachtens art. 59, § 1 in fine Wetboek BTW en er wordt te dezen geen tegenbewijs geleverd.

Het latere PV van 19 mei 2009 vormt slechts loutere bevestiging op dit punt.

Tenslotte vormen de bij de afnemer bevonden gegevens volop bewijskrachtige gegevens in de zin van art. 81bis, 1ste lid Wetboek BTW.

De vordering van eiser kan dan ook in genen dele worden bijgetreden, mist zelfs ernst in het kader van de feiten.

Bij dit alles is er duidelijk ontduikingsinzicht door :

- in de periode tot en met het eerste kwartaal 2008 geen registratie aan te vragen, ondanks registratie voor een vroegere periode, en ook geen aangiften in te dienen

- in die periode toch werkzaamheden uit te oefenen onder verzwijging ervan

- geen boekhouding te voeren, minstens ze niet te bewaren ('weg te smijten').

De boete werd conform het Wetboek en conform KB 41 dan ook terecht behouden op de volle wettelijke 200 %.

De inschrijving van eiser in Amsterdam op bepaaldelijk 31 juli 2003 brengt bij dit alles het voorliggende geschil niet het minste relevante element bij.

Partijen namen, elk voor zich, standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op … (…) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Textes cités

2
CTVA art. 591 occurrence
CTVA art. 81bis1 occurrence

Décisions similaires

8