Preuve, mesure de contrôle, disposition pénale, amende administrative · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance 21 décembre 2000

Rechercher
Texte en néerlandais

Preuve, mesure de contrôle, disposition pénale, amende administrativeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-disposition-penale-tribunal-dendermonde-2000-12-21-5016

Juridiction
Tribunal de première instance
Date
21 décembre 2000

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

53 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Termonde du 21.12.2000

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

ZITTING VAN : 21 DECEMBER 2000 9e Kamer-B.Z.

A.R. : 97/708/A

In de zaak van :

…, aannemer, wonende en gehuisvest te …, (…),

Eiser, niet verschijnende noch iemand in zijn naam.

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Wetteren, met burelen gevestigd te 9230 Wetteren, Gentsesteenweg 93.

Verweerster, verschijnende door Mr. W. J.-P., advocaat te …, ….

Werd op de openbare terechtzitting van 30 november 2000 verweerster gehoord in haar middelen en conclusies, de debatten gesloten en werd de zaak in beraad genomen.

De overgelegde stavingsstukken en het gerechtsdossier werden ingezien, inzonderheid de inleidende dagvaarding betekend door het ambt van A.

V. D. S., gerechtsdeurwaarder in vervanging van A. V., gerechtsdeurwaarder met standplaats te Wetteren op 26 februari 1997.

Overwegende dat aanlegger niet is verschenen alhoewel behoorlijk opgeroepen in toepassing van art. 751, Ger. W. op het in het rechtsplegingsdossier vermelde adres.

De rechtbank verleent volgend vonnis :

1. Wat betreft de vordering

De vordering van eiser strekt er toe, bij een bij voorraad uitvoerbaar vonnis, niettegenstaande alle verhaal en zonder mogelijkheid tot borgstelling noch kantonnement de uitvoering van het dwangbevel d.d. 24 januari 1997 te horen verbieden, te horen zeggen voor recht dat verzoeker de in het dwangbevel gevorderde sommen niet verschuldigd is, zowel wat de BTW betreft als wat de boeten, kosten en intresten betreft, verweerster tevens te veroordelen tot de kosten van het geding, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding.

2. Wat betreft de feitelijke gegevens

Overwegende dat door de administratie van de BBI, 3° inspectie van Brugge een BTW-controle werd gedaan lastens de PVBA S. & zonen en haar afnemers.

Deze PVBA was geregistreerd als BTW-plichtige onder het nr. ….

Overwegende dat alsdan bleek dat de PVBA S. & zonen te …, facturen zou hebben uitgereikt nadat haar BTW-registratienummer ambtshalve werd doorgehaald op 1 november 1986 door het bevoegde BTW-controlekantoor te … bij gebrek aan ingediende BTW­aangiften en om reden dat er op de aangeduide adressen geen spoor meer van de vennootschap of van een door haar verrichtte belastbare activiteit te bekennen viel.

Over de jaren 1992, 1993, en 1994 betrof het hier om een totaal bedrag van … fr. als maatstaf van heffing en … fr. BTW; de verschuldigde BTW vermeldt op deze facturen werd nooit doorgestort aan verweerster.

Tevens bleek uit het onderzoek dat voormelde kwestieuze facturen eigenlijk werden opgemaakt en uitgereikt door …, huidige aanlegger, welke werknemer was bij de PVBA S. & zonen.

Overwegende dat hoofdens voormelde vaststellingen en inbreuken op de BTW-wetgeving proces-verbaal werd opgesteld op 29 oktober 1996, waarbij door aanlegger aan de Belgische Staat verschuldigd was een bedrag van … fr. aan BTW meer … fr., fiscale boete in toepassing van art. 70, § 1 BTW-wetboek en … fr. fiscale geldboeten op art. 70, § 4 wetboek BTW meer de intresten.

Overwegende dat voormelde bedragen niet werden betaald zodat op 24 januari 1997 een dwangbevel werd uitgevaardigd, welke op 4 februari 1997 geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard door de heer M. M., e.a. inspecteur BTW te Gent.

Bij deurwaardersexploot d.d. 11 februari 1997 werd het dwangbevel betekend samen met het proces-verbaal, waarna aanlegger huidige verzetprocedure startte.

Overwegende dat aanlegger van oordeel is dat :

- indien verweerster de stukken die aan de grondslag liggen van haar vordering niet kan voorleggen. bewijst de rechtmatigheid van het dwangbevel niet,

- eiser geen BTW-plichtige is en enkel is opgetreden als tussenpersoon tussen de PVBA S. & zonen en de desbetreffende firma's en dat hij als dusdanig geen zelfstandige economische bedrijvigheid uitoefenen dat onderworpen is aan de BTW-wetgeving, hij diende dan ook geen aangifte van werkzaamheid te doen,

- hij enkel de facturen heeft overhandigd en nooit een bedrag als BTW heeft aangerekend,

- voor de toepassing van de boete bewijst verweerster de fiscale inbreuken niet en is deze hoge boete in strijd met art. 6 EVRM

3. Beoordeling

Overwegende. dat in toepassing van art. 69, § 1 en art. 64, § 1 wetboek van BTW de feiten, vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal leveren het bewijs ervan zolang het tegendeel niet is bewezen.

Overwegende dat eiser, welke ter zitting niet is verschenen, geenszins het tegendeel bewijst van de feiten en vaststellingen door verweerster opgenomen in het proces-verbaal d.d. 29 oktober 1996.

Overwegende dat uit het proces-verbaal d.d. 29 oktober 1996 duidelijk blijkt dat er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens zijn om te besluiten dat eiser in de periode van 30 maart 1992 tot 30 september 1994 facturen heeft uitgereikt op naam van de PVBA S. & zonen, dat deze facturatie in realiteit een dekmantel is voor het verrichten van belastbare handelingen en daardoor dan ook de hoedanigheid had van BTW-plichtige en zich niet gehouden heeft aan de verplichtingen voorzien in de BTW-wetgeving.

Dat uit het voormelde tevens duidelijk de wil om belastingen te ontduiken blijkt.

Overwegende dat eiser geen enkel element aanhaalt, waaruit zou moeten blijken dat de fiscale boeten in toepassing van art 70, § 1 en art. 64 BTW­wetboek op niet wettelijke wijze zou zijn opgelegd.

Overwegende dat gelet op het voormelde de vordering ongegrond voorkomt.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende bij verstek doch vonnis. dat geacht wordt op tegenspraak ze zijn gewezen in toepassing van art. 751 Ger.W.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Alle andersluidende en/of tegenstrijdige middelen en besluiten van de hand wijzend als niet terzake en/of overbodig.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt aanlegger in de kosten van het geding.

Begroot deze kodten aan de zijde van verweerster tot heden op de som van … frank, ongerekend de rechten van registratie op minuut, de kosten van uitgifte van onderhavig vonnis en van verdere uitvoering.

Aldus gewezen en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van EENENTWINTIG DECEMBER TWEEDUIZEND, van de negende kamer zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.

Aanwezig :

S. D., ondervoorzitter, voorzitter van de negende kamer;

K. W., e.a. adj-griffier.

K. W. S. D.

Textes cités

2
CTVA art. 642 occurrences
CTVA art. 702 occurrences

Décisions similaires

8