Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 13.06.2001
Résué non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
HOF VAN BEROEP BRUSSEL, Toegevoegde kamer "F" (wet van 9 juli 1997)
Nr. van de zaak : 1996/AR/3478
INZAKE VAN :
De heer A. M., wonende te …, …,
appellant,
vertegenwoordigd door Meester K. loco Mter. H. V., advocaat (…, …)
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangstkantoor te Tienen, Goossensvest, 3 te 3300 Tienen,
vertegenwoordigd door Meester L. V. H., advocaat, (…, …)
Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :
De feiten en de procedure
Appellant is bakker; inzake BTW maakt hij gebruik van de forfaitaire omzetberekening voor brood- en banketbakkers; de aan te geven omzet wordt aldus berekend op grond van de aankopen bloem en andere ingrediënten.
Volgens de administraties van de BTW en van de directe belastingen, blijkt uit een gerechtelijk onderzoek lastens de NV C. dat appellant bij deze leverancier o.a. gedurende de jaren 1985 en 1986 respectievelijk 25.390 kg en 14.770 kg bloem zonder factuur heeft aangekocht, die maakt dat dank zij de verkoop van het
R. 2001/3906 EINDARREST - Ontvankelijk ongegrond.
397
brood dat met die «zwarte bloem» gemaakt werden, de omzet van appellant in 1985 met … F, en in 1986 met … F. verhoogd moest worden,
Volgens proces-verbaal van 9 april 19901, heeft Mevrouw B., controleur bij de administratie van de BTW, de belasting op de hierboven vermelde supplementaire omzet gevorderd, te weten : voor 1985, (… F x 6 % =) … F en voor 1986, (… F x 6 % =) … F.
Totaal : … F, vermeerderd met een geldboete van 200 % (… F).
Mevrouw B. heeft op 30 augustus 1990 een «aanvullend bijvoeglijk proces-verbaal» opgesteld2 , met als bijlage kopie van het procesverbaal op 20 juli 1990 opgesteld door de Heer Hoofdcontroleur U. van de Administratie der BTW, die inzage genomen had van het Gerechtelijk dossier ten laste van de NV C. en die een reeks vaststellingen gedaan had, in dit dossier, betreffende appellant.
Een dwangbevel inzake BTW werd op 17 april 1990 aan appellant betekend, die op 15 mei 1990 hiertegen verzet aantekende.
Dit verzet werd ongegrond verklaard door een vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 18 oktober 19963, o.m. omdat de administratie der BTW «een zodanig omstandig geheel van feiten, stukken, beweringen, vaststellingen, zelfs veroordelingen bijbrengt, dat er absoluut niet kan getwijfeld worden aan de feiten zoals weergegeven» (vonnis blz.2 laatste lid).
Het dossier bevat geen bewijs van betekening van dit vonnis.
Appellant heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, op 12 november 19964.
1 stuk nr. 1 van het dossier van de administratie der BTW.
2 eerste deel van stuk nr.5 van het dossier van de administratie der BTW.
3 stuk nr. 13 van het dossier van de administratie der BTW.
4 stuk nr. 14 van het dossier van de administratie der BTW.
Op 19 februari 1998 werden op grond van artikel 747, § 2 G.W. termijnen bepaald om conclusies te nemen; partijen werpen niet op dat die termijnen niet eerbiedigd zouden geweest zijn.
Discussie
In dit dossier rijst de vraag te weten of de administratie der BTW terecht beslist heeft dat appellant in 1985, 25.390 kg en in 1986, 14.770 kg «zwarte bloem» gekocht heeft van de NV C., dat zij haar omzet, excl. BTW, met … F in 1985 en met … F in 1986 verhoogd heeft dat zij de verkoop van brood die met die «zwarte bloem» gemaakt werd, en dat appellant een BTW van 6 % op die supplementaire omzet verschuldigd is.
De administratie der BTW vestigt in dit verband de aandacht van het Hof op het feit dat :
* op 19 december 1989, de administratie der directe belastingen, na kennis genomen te hebben van het gerechtelijk dossier ten laste van de NV C. waarin de aantal door appellant in het zwarte gekochte kilo's bloem (25.390 kg in 1985 en 14. 770 kg in 1986) vermeld stond, aan deze laatste berichten van wijziging gestuurd heeft voor de jaren 1982 tot 1987, waarin o.a. de kwestieuze supplementaire omzet van 1985 (… F) en 1986 (… F) vermeld stond.
* appellant de directe belastingen, die op die berichten van wijziging van aangifte gevestigd werden, voor de Gewestelijke Directeur en daarna voor deze kamer van het Hof, door een fiscaal beroep, betwist heeft.
* deze kamer van het Hof op 13 maart 1998 dit fiscaal beroep ongegrond verklaard heeft (zaak 1994/FR/21), inzonderheid wat betreft de jaren 1985 en 1986.
Het arrest van 13 maart 1998 heeft het fiscaal beroep ongegrond verklaard o.a. omdat «het stilzitten van verzoeker (thans : appellant) ten opzichte van zijn leverancier (te weten : de NV C.) nadat hem de fraude werd ten laste gelegd een ernstig vermoeden is dat de juistheid van de overige vermoedens ten zeerste ondersteunt» (arrest blz 5 lid 1 ), omdat «de vergelijking van de verschillende lijsten laat toe met zekerheid vast te stellen dat wel degelijk de naam van verzoeker werd vermeld en dat door de boekhouder wel degelijk de naam «M.» werd geschreven» (arrest blz. 5 laatste lid) en omdat «in de stukken LV 69 tot 74 staat telkens onderaan de blz. vermeld : deze afrekening werd op een bericht van wijziging verstuurd op 19/12/1989 (...). Bovenaan iedere berekening staat telkens vermeld : voor dit jaar werd de winstafrekening gemaakt op basis van de bijkomende aankopen bloem bij de NV C.. Alles werd toegeschreven aan de broodsector» (arrest blz.2 lid 6 en 8).
Het arrest van 13 maart 1998 betreft dezelfde partijen (de NV C., appellant, een fiscale administratie die een niet aangegeven omzet bepaald heeft), dezelfde feiten (de aankoop van 25.390 kg en 14.770 kg bloem zonder facturen, en de verkoop van brood die met die bloem gemaakt was geweest) en dezelfde jaren (1985 en 1986).
Door dit arrest, dat gezag van gewijsde heeft, en door de motieven die het beschikkend gedeelte ervan verrechtvaardigen, hebben al de hierboven vermelde feiten definitief de hoedanigheid van «bekende feiten» verworven.
De administratie der BTW heeft op grond van die bekende feiten terecht afgeleid dat de BTW van 6 % op de meeromzet van … F en van … F verschuldigd was, en de betaling ervan geëist.
Het hoger beroep is bijgevolg ongegrond.
Ten overvloede wenst het Hof nog op de volgende vier grieven van appellant te antwoorden :
1. Appellant beweert dat de processen-verbaal die terzake door de administratie der BTW opgesteld werden geen enkele waarde hebben omdat zij geen enkele nuttige vaststelling betreffende de aankoop, de levering en het verbruik van bloem zonder factuur betreffende appellant zouden bevatten.
De administratie toont integendeel aan dat in het proces-verbaal van de Heer U. integraal weergegeven wordt wat in het gerechtsdossier werd vastgesteld, zowel wat betreft de feiten zoals deze tijdens het gerechtelijk onderzoek zijn gebleken, als hetgeen betrekking heeft op aanlegger zelf. Het proces-verbaal van de Heer U. - en dus ook het proces-verbaal van Mevrouw B.- steunt op pro justitia's, ttz. op feiten en vaststellingen.
Krachtens art. 59, § 1 van het BTW-Wetboek leveren de processenverbaal van de ambtenaren van het Ministerie van Financiën - in de mate o.a. dat ze zoals terzake op feiten (zoals pro justitia's) rusten - bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.
Het arrest van deze kamer van het Hof d.d.13 maart 1998, dat uitspraak gedaan heeft over juist dezelfde feiten als deze van dit geschil, en dat het gezag van gewijsde heeft, heeft definitief beslist o.a. welke hoeveelheden bloem appellant zonder facturen bij de NV C. tijdens kwestieuze jaren gekocht had. Deze beslissing stemt overeen met wat in de processen-verbalen van de BTW die aan appellant betekend werden, vermeld staat.
2. Appellant verwijt de administratie der BTW de hoeveelheden zonder facturen aangekochte bloem bepaald te hebben zonder voorafgaandelijk haar boekhouding verworpen te hebben.
De verwerping van de boekhouding is een impliciet maar noodzakelijk motief van de beslissing van de administratie der BTW, die beschouwt dat er aankopen gedaan werden zonder facturen.
In het arrest van 13 maart 1998 van deze kamer van het Hof werd eveneens - in dezelfde omstandigheden als het geschil ter zake - noodzakelijkerwijs definitief vastgesteld dat de boekhouding van appellant niet bewijskrachtig was.
3. Appellant betreurt dat de administratie der BTW - bij de berekening van de meeromzet ten gevolge van het aankopen van zwarte kilo's bloem - enkel de forfaitaire berekening van de broodsector toepast, en niet gedeeltelijk ook de forfaitaire berekening van de fijn bakkerij toepast.
Gezien de winstmarge van de fijn bakkerij hoger ligt dan deze van de broodsector, is de weerhouden berekeningsmethode gunstiger voor appellant, die dus desbetreffend geen grief kan laten gelden.
4. In tegenstelling tot wat appellant beweert bestaat er -gelet op wat voorafgaat - terzake geen twijfel dat de door de administratie der BTW berekende supplementaire belastingen verschuldigd zijn.
De regel «in dubio contra fiscum» mag dus hier zeker niet toegepast worden.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,
Gelet op art 24bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Gehoord in openbare terechtzitting de heer K. V. H., voorzitter, in zijn verslag;
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.
Veroordeelt appellant tot de kosten van beide instantiën, en begroot de beroepskosten op … F voor de Staat; appellant heeft zijn kosten niet aangeduid zodat deze niet kunnen begroot worden.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de toegevoegde kamer "F" van het hof van beroep te Brussel, op 13.06.2001
alwaar aanwezig waren en zitting namen :
K. V. H., voorzitter,
B. d. C., plaatsvervangend raadsheer,
JP N. d. B., plaatsvervangend raadsheer,
C. D. N., griffier.
C. D. N. JP N. d. B. B. d. C. K. V. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.