Preuve, mesure de contrôle · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Bruxelles 30 novembre 2000

Rechercher
Texte en néerlandais

Preuve, mesure de contrôleTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-cour-appel-bruxelles-2000-11-30-f420

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Bruxelles
Date
30 novembre 2000

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

61 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 30.11.2000

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

HOF van BEROEP te BRUSSEL, Zesde Fiscale kamer - Openbare terechtzitting van 30.11.2000

Nr. van de zaak : 1998/AR/345

IN ZAKE VAN :

De NV C. & CO, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

appelante,

vertegenwoordigd door Meester S. loco Meester G. H., advocaat te …, …

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Ontvanger van het BTW-kantoor te Leuven, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3000 Leuven, Strijdersstraat, 63/90,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Meester F. S., advocaat, …, …


Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :

Gelet op het dwangbevel inzake BTW d.d. 28/4/1992.

Gelet op het verzet d.d. 11/6/1992.

Gelet op het vonnis van de Rechtbank van 10 aanleg te Leuven van 7/10/1997, dat het verzet ongegrond verklaart.

R. 2000/6018 EINDARREST - Ontvankelijk ongegrond

Gelet op het verzoekschrift in hoger beroep op 4/11/1998 door de NV C. ingesteld; er wordt geen akte van betekening neergelegd; het verhaal is ontvankelijk.

Voorwerp van de betwisting

Er zijn twee twistpunten :

- het eerste heeft betrekking tot de verwerping van een BTW-aftrek van … F op een aangekochte nieuwbouw, te weten : een appartement gelegen te … dat volgens appellante het verlengstuk zou zijn van een door haar uitgebate taverne, en dat volgens de Staat geen verband heeft met de taverne en tot privé doeleinden aangewend wordt. (cfr. hierna : bespreking : a/)

- het tweede twistpunt heeft betrekking tot de toepassing vaneen BTW van … F berekend op een voordeel in natura voor het privé gebruik door de Heer C. van een personenwagen van appellante .(Cf hierna : bespreking : b/)

Bespreking

a/ betreffende de verworpen BTW aftrek van … F

De NV C. baatte in de jaren 1988/1992 een Taverne “H.” uit, te ….

De NV C. heeft een nieuw gebouwd appartement gekocht, gelegen in het gebouw “G. H.”, … te …, en heeft de BTW op de oprichting ervan in 1988-1989 afgetrokken, omdat, volgens appellante dit appartement gebruikt werd in het kader van de exploitatie van de Taverne H..

Volgens een vaststelling van het aangevochten vonnis dat door partijen niet betwist wordt, waren het appartement en de Taverne “wel in dezelfde appartementsblok gelegen” maar niet aangrenzend, lag het appartement “aan de andere zijde van het ruim 200-appartementen tellende gebouw”, en stond het “niet in verbinding met de taverne H.” (vonnis blz. 4).

Appellante beweert een recht op aftrek te hebben op de BTW op het nieuw gebouwd appartement om volgende redenen :

1/ Hoofdcontroleur T. zou een aftrek van 50 % aanvaard hebben

Appellante blijft in gebreke het bestaan van het ingeroepen akkoord aan te tonen.

2/ het proces-verbaal d.d. 11/2/1992 volgens hetwelk het appartement niet gebruikt wordt voor het verrichten van handelingen bedoeld door art. 45, zou niet bewijskrachtig zijn

Luidens de bepalingen van artikel 59, § 1 Wetboek BTW is een proces-verbaal bewijskrachtig wat betreft de vaststellingen die door de ambtenaar zelf gedaan werden.

3/ er is geen administratieve ruimte in de taverne, en het appartement, dat het verlengstuk is van de onderneming, wordt dan als administratieve vergaderzaal en kantoor gebruikt voor de taverne. In de garage en de kelder worden tafels en stoelen van het terras opgestapeld omdat de taverne een beperkte opslagruimte heeft

Deze bewering wordt tegengesproken door Mevrouw C. (de echtgenote van de zaakvoerder)·die aan de ambtenaar, die het proces verbaal van 11/2/1992 opstelde, zelf verklaard heeft dat een slaapkamer van het appartement voor jobstudenten bestemd was, dat de keuken niet gebruikt werd en dat de andere kamers door het gezin van de zaakvoerder C. gebruikt werden.

Er wordt geen plan voorgelegd van de taverne. Appellante toont zelfs niet aan dat de taverne een terras had.

Voormelde ambtenaar heeft zelf vastgesteld dat de garage en de kelder in werkelijkheid gebruikt werden om privé voorwerpen, zoals tuinmeubelen (ttz. voorwerpen van het appartement), op te slaan.

Bovendien, dient niet uit het oog verloren te worden dat het appartement aan de andere zijde van een ruim 200 appartementen tellende gebouw gelegen is, en geenszins in verbinding staat met de taverne.

4/ er zijn in het appartement “verschillende vergaderruimtes” die door de vennootschappen en organisaties NV C., CV H., CV C. D , VZW V. van H. en NV C. C°, gebruikt zijn

De administratie werpt terecht op dat die bewering onwaarschijnlijk lijkt gelet op het feit dat de vennootschappen H. en C. D vooral te … actief zijn (en dus niet te …), dat het werkterrein van de VZW “V. van H.” in het kasteel van H. ligt waar er vergaderruimte in overvloed is, en dat de NV C. en C° over kantoorruimte te … beschikt.

Appellante geeft toe dat zij geen vergoeding gevraagd heeft aan kwestieuze vennootschappen, wat er eveneens op duidt dat het appartement niet tot bedrijfsdoeleinden aangewend werd.

Volgens appelante zouden die vergoedingen "later" ttz. na het opstellen van het proces-verbaal van 1992, betaald worden. Ook deze bewering wordt door geen enkel bewijs van betaling tijdens die latere periode gestaafd.

De aftrek van de BTW op de nieuwbouw werd aldus terecht verworpen.

b/ betreffende de toepassing! van een BTW van … F berekend op een voordeel in natura voor het privé-gebruik door de Heer C. van een personenwagen van appellante

Die BTW is verschuldigd omdat de Heer C. zelf in de personenbelasting … F in 1989 en … F in 1990 als belastbare bedragen voor privé-gebruik van een personenwagen aangaf.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op art 24bis van de wet van 15 juni.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Gehoord in openbare terechtzitting de heer B. d. C., plaatsvervangend raadsheer, in zijn verslag;

Verklaart het verzoekschrift In hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Wijst appellante in haar eis af.

Bevestigt het vonnis in eerste aanleg.

Veroordeelt appellante tot de kosten, in graad van beroep begroot op … frs voor appelante en op … frs voor geïntimeerde.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de zesde fiscale kamer van het Hof van Beroep te Brussel, op 30-11-2000

alwaar aanwezig waren en zitting namen :

K. V. H., voorzitter;

Y. D. R., raadsheer;

B. d. C., plaatsvervangend raadsheer,

C. D. N., griffier.

C. D. N. B. d. C. Y. D. R. K. V. H.

Textes cités

1
CTVA art. 591 occurrence

Décisions similaires

8