Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, disposition pénale · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance 2 avril 2001

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, disposition pénaleTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-kortrijk-2001-04-02-78b3

Juridiction
Tribunal de première instance
Date
2 avril 2001

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

55 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Courtrai du 02.04.2001

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARR0NDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, TWEEDE KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN BURGERLIJKE ZAKEN :

In de zaak : 96/58463/A

- met vennootschapszetel te …, …;

- ingeschreven in het handelsregister te Brugge onder nummer …;

eiseres,

vertegenwoordigd door en pleitend Meester A. B., advocaat te …, …;

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

- in de persoon van dhr Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen;

- op vervolging van de heer Ontvanger van het BTW-ontvangkantoor Roeselare, wiens burelen gevestigd zijn te 8800 Roeselare, Rondekomstraat, 22;

- woonst kiezende bij zijn ambtsgenoot te 8800 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat, 4;

verweerder,

vertegenwoordigd door en pleitend Meester F. W., advocaat te …, …;

De respectieve raadslieden van partijen hebben de zaak uiteengezet in openbare terechtzitting.

De besluiten en stukken werden ingezien.

Bij dagvaarding (verzetsdagvaarding genoemd) betekend op 20 maart 1995 door gerechtsdeurwaarder E. V. met standplaats te Brugge, heeft eiseres verzet aangetekend tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 10 februari 1995 door J. V., Ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Roeselare, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 15 februari 1995 door J. P., inspecteur te Brugge en betekend bij exploot van het …. Van gerechtsdeurwaarder P. D. S. met standplaats Brugge op 21 februari 1995.

Het dwangbevel in kwestie vordert :

- … fr. aan BTW;

- … fr. (of het dubbel aan boete in toepassing van artikel 70, § 1 en 70, § 1bis BTW-Wetboek;

- een interest krachtens artikel 91, § 1 BTW-Wetboek van … € per maand over de niet-tijdig betaalde BTW, te rekenen vanaf 21 januari 1993.

Eiseres is geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer … voor het uitbaten van een kleinhandel in brood en banket.

Na lezing van het dossier en vooral de stukkenbundels van partijen stelt de rechtbank zich nog volgende vragen, ter beantwoording waarvan zich een ambtshalve heropening der debatten opdringt (artikel 774 Ger.W.) :

a) Er werd herhaaldelijk reeds beslist …… op basis van gegevens aangetroffen bij een derde (vb. een leverancier) er geen meeromzet en dus ook geen meertaxatie aan BTW kan worden weerhouden.

Deze gegevens dienen minstens vergezeld te gaan van andere overeenstemmende, bepaalde en gewichtige vermoedens.

Door de Procureur-generaal van het Hof van Beroep te Gent werd op 13 mei 1991 aan de gewestelijke directeur van de BBI Administratie-Directie A, St. Lazaruslaan, 10 bus 3-4 te Brussel, de toelating verleend tot inzage en afschrift van de stukken van het strafdossier ten laste van H. R. en anderen (notitienummer … van het parket te Brugge).

Het gaat hier om het strafdossier waar de leverancier L. van eiseres is in betrokken.

Uit het strafdossier legt verweerder 2 processen-verbaal voor waarop hij zich beroept.

Eiseres van haar kant wijst er op dat de commissienota's waarover verweerder het heeft, telkens corresponderen met een officiële, in de boekhouding opgenomen factuur voor een hoger bedrag; dat de commissienota vervat moet zijn in de ruimere factuur die zeker betrekking heeft of moet hebben op dezelfde goederen, zo stelt eiseres.

De rechtbank stelt vast uit de voorgelegde processen-verbaal dat zij niet kan uitmaken of er een vast zwartcircuit-systeem bestond bij de roomijsleverancier L., hoe dit werkte en valt te weerhouden uit het strafdossier.

Welke andere gegevens of vermoedens zijn er die lijken te ondersteunen dat eiseres in dit zwartcircuit zat en leveringen ontving die ze niet opnam in haar boekhouding ?

Wat is het strafrechtelijk gevolg gegeven aan het strafdossier in kwestie (wat de hoofdtenoren in de fraudezaak betreft - veroordeling met kracht van gewijsde) ?

b) Wat de leverancier N. M. G. en B. betreft.

De documenten die verweerder desbetreffend naar voor brengt zijn veelal niet leesbare stukken.

Kadert ook dit in een strafdossier, zo ja, dan rijzen hier dezelfde vragen terzake als onder a) (andere vermoedens - fraudesysteem - strafrechtelijk gevolg).

Waar werden de vervoerdocumenten en corresponderende facturen aangetroffen - in de boekhouding van eiseres of na inzage in een strafdossier - toelating tot inzage ?

De vervoerdocumenten bevatten wel de vermelding "- 500, silo vol, 1460 niet gelost, silo vol.".

Hoe komt verweerder er toe te stellen dat deze 500 kg en 1460 kg niet officieel zijn geleverd geweest ?

c) De rechtbank neemt er akte van dat eiseres de post II op blz. 6 van het proces-verbaal niet betwist doch zou graag vernemen welke specifieke opmerkingen en verweer eiseres te maken heeft bij hetgeen wordt vermeld onder post I op blz. 4 van het proces-verbaal (uit de leverancierslistings heeft verweerder blijkbaar vastgesteld dat een aantal bedragen niet werden geboekt. door eiseres, noch in 1992, noch in 1993).

d) Partijen gelieven eveneens te motiveren omtrent de boete voor het dubbele van de rechten.

Dispositif

0M DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gelet op de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de taalwet van 15 juni 1935.

Wijzende op tegenspraak.

Alvorens in enige mate recht te doen, beveelt de ambtshalve heropening der debatten (artikel 774 Ger. W.) opdat partijen vooreerst gevolg zouden geven aan de door de Rechtbank onder de overtredingen a), b), c) en d) van net vonnis gestelde vragen, met recht van weerwoord voor de tegenpartij.

Stelt de. zaak daartoe op de terechtzitting van MAANDAG 3 SEPTEMBER 2001 te 10.30 uur, tweede kamer flscaal, zetelend in het Gerechtsgebouw te 8500 Kortrijk, Bgm. Nolfstraat, 10 A, zaal 102, tweede verdieping vooraan.

Kosten aangehouden.

Aldus gevonnist en uitgesproken in het Gerechtsgebouw te Kortrijk in openbare terechtzitting op TWEE APRIL TWEEZUIZEND EN EEN.

Aanwezig :

M. B., alleenzetelend rechter,

G. H., griffier.

G. H. M. B.

Textes cités

2
CTVA art. 702 occurrences
CTVA art. 911 occurrence

Décisions similaires

8