Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Gand 4 décembre 2012

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-gand-2012-12-04-4d87

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Gand
Date
4 décembre 2012

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

46 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 04.12.2012

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Hof van beroep te Gent, 5e kamer, terechtzitting van 04-12-2012

BELASTINGEN

Akkoordarrest

Nr. 2011/AR/1000

in de zaak van :

B. I. NV, met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

appellante,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. V. H. F., advocaat te …, …

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor, wiens kantoren gevestigd zijn te 9050 LEDEBERG (GENT), Gaston Crommenlaan 6/107-108,

geïntimeerde,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. V. loco mr. D. C., advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 12.10.1999 dagvaardde de appellante de geïntimeerde voor de rechtbank van eerste aanleg te Gent teneinde uitspraak te horen doen over haar verzet tegen het dwangbevel (RCIV-nummer …) te haren laste uitgevaardigd door de eerstaanwezend inspecteur a.i. van het tweede BTW-ontvangkantoor te Gent op 26.8.1999, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 1.9.1999 door de e.a. inspecteur­diensthoofd bij een fiscaal bestuur, daartoe gemachtigd door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Gent.

In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de appellante: een bedrag van … BEF (… EUR) aan BTW, een administratieve geldboete (artikel 70, § 1 BTW-wetboek) van … BEF (… EUR), intresten vanaf 21.2.1996.

Bij vonnis van 3.1.2011 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, zesde kamer, werd de vordering van de appellante ontvankelijk en gegrond verklaard in de mate dat de boete werd herleid tot een bedrag van … EUR, en voor zoveel als nodig de terugbetaling werd bevolen van het door de geïntimeerde reeds te veel geïnde bedrag van de boete, desgevallend verhoogd met moratoriumintresten overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 91, § 4 BTW-wetboek, De appellante werd veroordeeld tot 2/3 van de kosten van het geding en de geïntimeerde tot 1/3 van die kosten.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Gent op 1.4.2011 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het voormelde vonnis.

Bij akkoordconclusie neergelegd ter openbare terechtzitting van de vijfde kamer van het hof van beroep te Gent op 6.11.2012 vorderen de partijen :

"

Na samenvoeging van de beide zaken met AR. nr. 2011/AR/999 en AR. nr. 2011/AR/1000,

Het hoger beroep in beide zaken ontvankelijk te verklaren,

bijgevolg appellante als schuldenaar aan te wijzen van :

het gevorderde BTW-bedrag van € … (dwangbevel met RCIV-nummer …) en € … (dwangbevel met RCIV-nummer …), zijnde in totaal € …;

De wettelijke geldboete verminderd tot 40 %;

De intresten bij toepassing van artikel 91, § 1 en § 4 van het BTW-wetboek.

Iedere partij te verwijzen en haar kosten."

Het akkoord van de partijen dient te worden bekrachtigd zoals hierna.

Dispositif

OP DEZE GRONDEN,

HET HOF, rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Ontvangt het hoger beroep en verklaart het deels gegrond;

Doet het bestreden vonnis teniet, behalve in zoverre dit de oorspronkelijke vordering van de appellante ontvankelijk verklaart;

Opnieuw wijzende,

Bekrachtigt het akkoord tussen de partijen;

Vernietigt het dwangbevel (RCIV-nummer …) ten laste van de appellante uitgevaardigd door de eerstaanwezend inspecteur a.i. van het tweede BTW-ontvangkantoor te Gent op 26.8.1999, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 1.9.1999 door de e.a. inspecteur-diensthoofd bij een fiscaal bestuur, daartoe gemachtigd door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, in zoverre in dit dwangbevel een hoger bedrag aan BTW is opgenomen dan … BEF (… EUR), een hogere boete is opgenomen dan … BEF (… EUR), en meer intrest in het dwangbevel opgenomen is dan de intrest op deze bedragen verschuldigd krachtens de artikelen 91, § 1 en § 4 BTW-wetboek;

Verwijst elk van de partijen in haar eigen kosten, om deze reden niet te begroten.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op VIER DECEMBER TWEEDUIZEND EN TWAALF.

Aanwezig de Heren :

A. D. M., Kamervoorzitter, Voorzitter,

G. T. en D. V., Raadsheren,

M. V., griffier.

M. V. D. V. G. T. A. D. M.

Textes cités

2
CTVA art. 913 occurrences
CTVA art. 701 occurrence

Décisions similaires

8