Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 04.03.2011
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER B, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :
IN ZAKE A.R. nr. 05/682/A :
S. & Z. NV, KBO nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
Eiseres, vertegenwoordigd door mr. P. P. loco mr. D. G. W., advocaat te …, ….
Tegen :
DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.
ADMINISTRATIE VA N DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur a.i. van het tweede BTW-ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43.
Verweerder, vertegenwoordigd door mr. D. D. loco mr. R. F., advocaat te …, ….
EN IN ZAK E A.R. nr. 09/741/A :
S. & Z. NV, KBO nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
Eiseres in gemeenverklaring, vertegenwoordigd door mr. P. P. loco mr. D. G. W., advocaat te …, ….
tegen :
A. Ch., wonende te …, ….
Verweerder in gemeenverklaring, vertegenwoordigd door mr. K. E. loco mr. L. P., advocaat te …, ….
VOLGT HET VONNIS :
In zake AR nr. 05/682/A :
Gelet op :
- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 16.03.2005;
- de conclusies, aanvullende en syntheseconclusies, tweede aanvullende en syntheseconclusies, laatste synthesebesluiten van verweerder;
- de besluiten, tweede synthesebesluiten en stukken van eiseres.
En in zake AR nr. 09/741/A :
Gelet op :
- de dagvaarding in gemeenverklaring betekend door gerechtsdeurwaarder B Y. te … op 02.03.2009;
- de besluiten, synthesebesluiten van verweerder;
- de besluiten en stukken van eiseres.
I. DE VORDERINGEN
1. Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 16.03.2005 vordert eiseres de vordering van de Belgische Staat tot betaling van BTW ten belope van … euro in hoofdsom, … euro aan boete en vermeerderd met intresten, ongegrond te verklaren.
Dienvolgens de Belgische Staat te veroordelen tot teruggave aan eiseres van alle ten onrechte geïnde bedragen zowel in hoofdsom, boete, intresten en kosten, in casu tot teruggave van een bedrag van … euro, bedragen ingehouden op de BTWtegoeden uit rekening-courant, te vermeerderen met de moratoriumintresten.
Tevens de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.
Bij besluiten, neergelegd ter griffie op 02.08.2010, vordert eiseres ondergeschikt- in toepassing van art. 877, e.v. van het Ger.W. - de overlegging te bevelen van de "roze formulieren" van de in besluiten opgesomde voertuigen door de bevoegde diensten van de FOD Mobiliteit en Transport.
2. Hangende deze procedure bewerkstelligt eiseres bij dagvaarding van 02.03.2009 de gedwongen tussenkomst van de heer Ch. A..
Eiseres vordert het tussen te komen vonnis gemeen te horen verklaren aan de tussenkomende partij Ch. A. en hem tevens te verwijzen tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.
II. SAMENVOEGING
De hoofdvordering die door eiseres aanhangig werd gemaakt betreft het dossier met AR nr. 05/682/A. De vordering in gedwongen tussenkomst en gemeenverklaring verkreeg een nieuw rolnummer nl. AR nr. 09/741/A.
Ter wille van een goede rechtsbedeling dienen de twee zaken met AR nr. 05/682/A en AR nr. 09/741/A te worden samengevoegd.
III. FEITEN EN VOORGAANDEN
1. Eiseres is geregistreerd als BTW-belastingplichtige (BTW-nummer BE …) met als economische activiteit van groothandelaar groothandel in motorvoertuigen en is zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering ervan getroffen besluiten.
De heer M. S., inspecteur en de heer L. J., e.a. verificateur bij de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit en verbonden aan het controlecentrum Hasselt-Beringen" hebben op 15.01.2002 en 26.02.2002 een controle ter plaatse op de maatschappelijke zetel van eiseres doorgevoerd teneinde de toepassing van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten na te. gaan met betrekking tot de door eiseres uitgevoerde beroepswerkzaamheden voor de periode vanaf 01.01.1997 tot en met 31.12.2000.
De controle behelsde onder meer uitgaande handelingen van eiseres, meer bepaald de verkopen van diverse voertuigen aan de Luxemburgse firma S.A. M.-A-L..
Eiseres paste op deze verkoop de vrijstelling van de Belgische BTW wegens intracommunautaire leveringen toe (art. 39 bis W.BTW).
Bij de controle stelde de administratie dat de voorwaarden tot het bekomen van voornoemde vrijstelling niet waren voldaan, en meer bepaald de vereisten van artikel 1 en 3 van het KB nr. 52 van 29.12.1992. De controleambtenaren stelden dat er geen bewijs werd geleverd dat de goederen verzonden of vervoerd werden buiten België maar binnen de Gemeenschap. Er werden geen vervoerdocumenten voorgelegd, noch enig ander stuk dat dit zou kunnen aantonen.
Deze vaststellingen leidden tot een proces-verbaal van 22.08.2002 waarin gesteld werd dat eiseres de hierna volgende bedragen verschuldigd is :
- … euro aan BTW;
- … euro geldboete in toepassing van artikel 70, § 1 W.BTW verminderd en afgerond overeenkomstig art. 1 van KB nr. 41 van 30.01.1987;
- wettelijke intresten overeenkomstig artikel 91, § 1 van het W.BTW aan 0,8 % per maand vanaf 21.01.2001 over de som van … euro (zie bijlage verzoekschrift eiseres).
Lastens eiseres werd op 07.10.2002 een dwangbevel uitgevaardigd, gesteund op het proces-verbaal van 22.08.2002. Het dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 15.10.2002 (zie bijlage verzoekschrift eiseres).
In dit dwangbevel werden de hoger vermelde bedragen gevorderd alsook moratoire intresten over de nog verschuldigde geldboeten vanaf de eerste kennisgeving of betekening van het dwangbevel in toepassing van artikel 91, § 4 W.BTW alsmede de vervolgingskosten.
Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 16.03.2005, werd door eiseres bij deze rechtbank een vordering in rechte ingeleid
2. Verweerder in gemeenverklaring, de heer Ch. A., was de zaakvoerder van de firma S.A. M.-A-L., gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg.
Eiseres houdt voor dat zij bij aangetekend schrijven van 22.10.2004 aan de heer Ch. A. verzocht heeft om de noodzakelijke bewijsstukken over te maken waaruit blijkt dat de verkochte goederen werden vervoerd naar het Groothertogdom Luxemburg.
Tevens werd hij verzocht te willen bevestigen dat de goederen werden opgenomen in de boekhouding en dat de verschuldigde BTW werd betaald, alsook mee te delen aan wie de voertuigen werden verkocht.
Eiseres stelt dat de heer Ch. A. de facturen met betrekking tot de verkopen in kwestie heeft voorzien van een door hem ondertekende verklaring waarin hij bevestigt zich persoonlijk te belasten met het transport van de betreffende goederen naar Luxemburg.
Om die redenen wenst eiseres dat het vonnis dat zal worden uitgesproken gemeen wordt verklaard aan de heer Ch. A..
IV. ONTVANKELIJKHEID :
1. Inzake de hoofdvordering :
Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.
De vordering is dan ook ontvankelijk.
2. Inzake de vordering in gedwongen tussenkomst en gemeenverklaring :
Verweerder A. betwist enige persoonlijke verbintenis te zijn aangegaan zoals beweerd door eiseres.
Op bepaalde facturen werd immers vermeld "Ik, ondergetekende A., vertegenwoordiger van de vennootschap... en verklaar persoonlijk te zorgen voor het vervoer..." (vrij vertaald).
Eiseres bewijst niet dat de heer Ch. A. zich ten persoonlijke titel verbonden heeft.
De vordering is derhalve onontvankelijk.
V. TEN GRONDE
1. M.b.t. de intracommunautaire leveringen :
1. In toepassing van artikel 39 bis, eerste lid, 1° W.BTW draagt eiseres de bewijslast dat hij de voorwaarden vervulde om de geleverde goederen aan een afnemer gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg, te factureren met vrijstelling van Belgische BTW in het kader van intracommunautaire leveringen.
Artikel 39bis,eerste lid, 1° W.BTW stelt-immers dat van de belasting zijn vrijgesteld :
"de leveringen van goederen door de verkoper andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige, (….)."
Art. 39 bis, tweede lid W.BTW heeft aan de Koning opgelegd de beperkingen en voorwaarden te bepalen die voor de toepassing van deze vrijstelling moeten worden nageleefd, hetgeen Hij deed bij KB nr. 52 van 29.12.1992.
Overeenkomstig voornoemd KB nr. 52 is de vrijstelling van art. 39 bis, eerste lid, 1° WBTW afhankelijk van de volgende voorwaarden :
- de goederen moeten geleverd worden door de verkoper;
- het bewijs dient geleverd te worden dat de goederen verzonden of vervoerd zijn, buiten België maar binnen de Gemeenschap (artikel 1), en de verkoper, in casu eiseres, moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; die stukken zijn ondermeer de contracten, de bestelbons, de vervoersdocumenten en de betalingsstukken (artikel 3);
- het bewijs dient geleverd te worden dat de levering is geschied voor een belastingplichtige of voor een niet belastingplichtige rechtspersóón, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere lidstaat (artikel 2).
Eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, dient een dubbel bewijs te leveren, enerzijds dat de goederen die het voorwerp vormen van de beweerde intracommunautaire levering (ingevolge verkoop), het Belgische grondgebied hebben verlaten en aangekomen zijn op het grondgebied van een andere lidstaat, en anderzijds dat de levering is geschied voor een belastingplichtige die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere lidstaat.
2. Verweerder stelt in besluiten dat zij niet betwist dat de leveringen zijn geschied voor en belastingplichtige die voor de BTW is geïdentificeerd in een andere lidstaat. Het BTW-nummer van de Luxemburgse vennootschap M.-A-L. was geldig op het tijdstip van de leveringen.
3. Verweerder betwist wel dat aan de eerste bewijsvoorwaarde is voldaan, met name dat is aangetoond dat de goederen werkelijk door de afnemer of voor zijn rekening vanuit België zijn verzonden of vervoerd naar het Groothertogdom Luxemburg.
Krachtens artikel 3 van het KB nr. 52 van 29.12.1992 is de bewijsvoering vrij, in die zin dat alle nuttige documenten "waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer blijkt" voor de invulling van de bewijslast in aanmerking komen.
De BTW-administratie moet zich door middel van een sluitend geheel van bewijselementen kunnen vergewissen van het feit dat de goederen werkelijk het grondgebied hebben verlaten en zijn aangekomen in een andere lidstaat.
In het proces-verbaal van 22.08.2002 staat te lezen dat door de belastingplichtige op geen enkele manier aangetoond werd dat de in de hiernavolgende facturen vermelde goederen verzonden of vervoerd werden buiten België maar binnen de gemeenschap. Er werden geen vervoersdocumenten voorgelegd, noch enig ander stuk dat dit zou kunnen aantonen.
De loutere verklaringen op de facturen dat de goederen waarin een vertegenwoordiger van de firma M.-A-L. verklaart de goederen in ontvangst genomen te hebben en zich ermee belast met het vervoer van de goederen naar Luxemburg, bewijzen geenszins dat de voertuigen daadwerkelijk verzonden of vervoerd werden buiten België maar binnen de gemeenschap.
Een verklaring op zich is immers nog geen bewijs van vervoer.
Verder stelt de rechtbank vast dat de verklaringen iedere geloofwaardigheid missen. Het betreft een voorgedrukte standaardtekst die ondertekend zou zijn door een Ch. A. doch de handtekening van Ch. A. is telkens verschillend. Andere verklaringen op facturen zijn ondertekend door een zekere M. S., een enkele verklaring is getekend met M.-A-L. S.A.
Verder stelt de rechtbank vast dat op 3 verkopen na al de verkopen contant werden betaald"'. Deze drie verkopen werden betaald per cheque getrokken op een buitenlandse bankinstelling. Dit bewijst enkel dat de betalingen zijn gebeurd door bemiddeling van een Luxemburgse financiële instelling maar niet dat de goederen er ook naartoe verzonden zijn.
Ook het feit dat er geen vignetten 904 zijn afgeleverd voor de verkochte voertuigen, vervult de bewijslast van eiseres niet. Het vignet 904 dient maar afgeleverd te worden door de laatste handelaar die verkoopt aan een koper die het voertuig wil inschrijven, dit wil zeggen wanneer de SA M.-A-L. zelf de voertuigen had willen inschrijven bij het DIV. Gezien de koper zelf handelaar in voertuigen was dienden deze vignetten niet uitgereikt te worden.
Eiseres tracht het vervoer naar een andere lidstaat en het verlaten van het Belgisch grondgebied aan te tonen door gegevens verstrekt door het DIV. De loutere vaststelling dat een voertuig op een bepaald ogenblik niet meer in België ingeschreven is, levert echter niet het bewijs dat het voertuig door eiseres, door de koper of voor hun rekening naar een land buiten België maar binnen de gemeenschap werd vervoerd, in casu het Groothertogdom Luxemburg.
Bovendien blijkt uit het overzicht van de verkochte voertuigen waarnaar eiseres verwijst, dat vele voertuigen op relatief korte tijd na de levering werden ingeschreven bij het DIV, hetgeen het vermoeden versterkt dat deze voertuigen België nooit verlaten hebben.
Het laten overleggen van de zogenaamde "roze formulieren" acht de rechtbank dan ook geen nuttige maatregel.
De rechtbank is van oordeel dat de overlegde stukken geenszins kunnen beschouwd worden als een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken die aantonen dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap.
Eiseres faalt in de aan haar- opgelegde bewijslast.
Derhalve moet worden vastgesteld dat de door eiseres verrichte leveringen, leveringen op het grondgebied van België zijn, zodat verweerder terecht krachtens art. 15, § 2 W.BTW daarover de BTW heeft gevorderd en de door eiseres ingeroepen vrijstelling heeft verworpen.
De vordering van eiseres is op dit punt ongegrond.
2. M.b.t. de toepassing van de margeregeling :
In zijn laatste syntheseconclusies, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 13.10.2010, stelt verweerder dat de vordering m.b.t. de verkopen onder de margeregeling dient ingewilligd te worden indien eiseres heeft aangetoond dat de voorwaarden voor de toepassing ervan zijn voldaan.
Op de facturen 1504 van 1998, 1527 van 1998 en 1559 van 1998 werd (in het Frans) vermeld dat de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge van toepassing was.
De vordering is derhalve op dit punt gegrond zodat de BTW ten bedrage … euro en de verminderde geldboete ten bedrage van … euro niet verschuldigd zijn.
Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S. 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).
Partijen ter zake standpunt ingenomen.
- Wat de hoofdvordering betreft :
In casu wordt de wettigheid van de in het dwangbevel gestelde fiscale vordering betwist.
Deze vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om afte wijken van het basisbedrag.
- Wat de vordering in gedwongen tussenkomst en gemeenverklaring betreft :
Deze vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om afte wijken van het basisbedrag.
De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Dispositif
OM DEZE REDENEN :
De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak :
Voegt de dossiers met AR nr. 05/682/A en AR nr. 09/741/A samen :
Verklaart de vordering van eiseres in gedwongen tussenkomst en gemeenverklaring onontvankelijk.
Verklaart de hoofdvordering van eiseres ontvankelijk en in de volgende mate gegrond.
Zegt voor recht dat de BTW ten bedrage van … euro en de verminderde geldboete ten bedrage van … niet verschuldigd is wat betreft de facturen 1504 van 1998, 1527 van 1998 en 1559 van 1998.
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van alle ten onrechte geïnde of ingehouden bedragen, zowel in hoofdsom ten bedrage van … euro aan BTW, als … euro, geldboete, te vermeerderen met de wettelijke intresten.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, begroot aan de zijde van :
- verweerder op hoofdeis op 4/5 van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … euro:
- verweerder in gedwongen tussenkomst en gemeenverklaring op … euro.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer B, op het gerechtshof te Hasselt op 04.03.2011, alwaar aanwezig waren :
Mevrouw M. C., enige rechter, en
De heer L. P., griffier.
L. P. M. C.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.