Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 16.04.2002
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, zitting van 16/04/2002
Dwangbevel
Recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :
In zake : 1998/AR/2933
NV M., persexploitatiemaatschappij, HR te … nr. …, met maatschappelijke zetel te …, …;
appellante,
tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 29 september 1998;
vertegenwoordigd door Meester K. L. loco Meester B. C., advocaat te …, …;
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijke Directeur van de BTW registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de ontvanger-rekenplichtige van het eerste BTWOntvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Meester A. v. L. d. J., advocaat te …, …;
Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 29 september 1998, dat niet werd betekend, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 2 november 1998 waarbij een naar vorm en termijn tijdig, regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld;
Overwegende dat de vordering van appellante ertoe strekt het eerste vonnis te horen vernietigen en derhalve het dwangbevel Reg. Nr. … d.d. 5 februari 1993 van nul en generlei waarde te horen verklaren en appellante te ontslaan van alle in dit dwangbevel gevorderde sommen en terugbetaling te bevelen van de door appellante reeds betaalde bedragen en de door geïntimeerde ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten in de zin van art. 91 W.BTW.
Overwegende dat de eerste rechter de vordering van appellante ontvankelijk, doch ongegrond verklaarde;
Betreffende de feitelijke omstandigheden
Overwegende dat uit het proces-verbaal opgesteld door de ambtenaar van de Administratie van de BBI van 2 februari 1993 blijkt dat deze inzage heeft genomen van het strafdossier ten laste van de heer S. en consoorten;
Overwegende dat de ambtenaar op 1 februari 1993 een controle heeft verricht bij de NV P., thans de NV M., waar hij te woord werd gestaan door de heer W. M., directeur-generaal, K. en G., accountants;
Overwegende dat vastgesteld werd dat de NV R. S. PUBLIC RELATIONS EN ORGANISATIEBUREAU, 17 facturen heeft uitgereikt tijdens de jaren 1988, 1989 en 1990 aan de NV P.; dat deze facturen allemaal expliciet worden opgesomd in het proces-verbaal;
Dat in het proces-verbaal eveneens geacteerd werd dat uit de verklaringen afgelegd in voormeld strafdossier door R. S. blijkt dat deze 27 facturen fictief zijn en dat voor deze facturen geen werkelijke prestaties werden geleverd; dat de bedragen (exclusief BTW) aan de op deze facturen vermelde klant werden terugbetaald onder aftrek van 10 %;
Overwegende dat geïntimeerde vaststelde dat de aan appellante aangerekende BTW op de aankoopfacturen ten onrechte door appellante in aftrek werden gebracht omdat op grond van art. 45 W.BTW een belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is ter zake van de door hem verrichte leveringen en diensten, slechts de belasting in aftrek mag brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verrichte diensten, dat gelet op het voorgaande het hier fictieve facturen betrof, namelijk facturen voor niet-verrichte prestaties;
Overwegende dat alle facturen naar vorm en inhoud onregelmatig bleken te zijn (inbreuk op art. 3, § 1 van het KB nr. 3) waardoor aan de voorwaarden om de voorbelasting te recupereren niet werd voldaan;
Dat de BTW-wetgeving immers stelt dat de uitreiking van onregelmatige facturen gelijk staat met de niet-uitreiking ervan;
Overwegende dat gelet op de inbreuken op de BTW-wetgeving de totaliteit van alle BTW-bedragen vermeld op deze 27 onderscheiden facturen wegens onrechtmatig uitgeoefende aftrek als verschuldigde BTW opgenomen werd in het proces-verbaal;
Overwegende dat voor deze overtredingen de boete gevorderd werd van art. 70, § 1 (oud) W.BTW., namelijk een bedrag gelijk aan het dubbel van de ten onrechte in aftrek gebrachte BTW; waarop geen vermindering overeenkomstig het barema van het KB nr. 41 kan worden toegepast;
Dat bijgevolg in het proces-verbaal werd vastgesteld dat eiseres volgende bedragen verschuldigd was :
- als BTW … BF
- als boete … BF
Overwegende dat op grond van het proces-verbaal van 1 februari 1993 op 5 februari 1993 een dwangbevel werd uitgevaardigd dat aangetekend ter kennis van eiseres werd gebracht op 11 februari 1993;
Dat eiseres overging tot betaling van de BTW-boete, bedrag dat zij op grond van de beweerde nietigheid van het dwangbevel, terugvordert;
Betreffende de gebrekkige motivering van het Proces-verbaal
Overwegende dat het proces-verbaal van 2 februari 1993, alle juridische en feitelijke overwegingen die aan de beslissing tot navordering van de BTW ten grondslag liggen, vermeldt, zodat bezwaarlijk kan worden volgehouden dat de wet Cerexhe niet zou zijn nageleefd omwille van niet-motivering van het proces-verbaal.
Overwegende dat het proces-verbaal uitdrukkelijk vermeldt dat voor wat alle daarin vermelde facturen betreft vastgesteld moet worden dat aan de vormvoorwaarden zoals gesteld in het art. 2 van het KB nr. 1 van 23 juli 1969 niet werd voldaan, inzonderheid wat de op deze facturen vermelde omschrijving betreft van de gewone benaming van de geleverde goederen en/of de verstrekte diensten;
Overwegende dat met betrekking tot de opgelegde boete verwezen wordt naar art. 70, § 1bis en art. 70, § 2 W.BTW, alsmede naar art. 1, laatste lid van het KB nr. 41 van 30 januari 1987, waarin gesteld wordt dat geen vermindering van de vermelde geldboete kan worden toegestaan aangezien uit de aard en de omvang van de vastgestelde overtredingen duidelijk blijkt dat zij werden begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken;
Overwegende dat het proces-verbaal bijzondere bewijskracht heeft in verband met de erin opgenomen vaststellingen dat de facturen niet regelmatig werden opgesteld en niet werden opgemaakt voor geleverde goederen en verleende diensten;
Overwegende dat deze vaststellingen niet werden tegengesproken door de directeur en de accountants van het bedrijf tijdens het plaatsbezoek van 1 februari 1993;
Overwegende dat eiseres dan ook ten onrechte stelt dat er schending zou zijn van art. 59 W.BTW.
Dat om die redenen het recht op aftrek van de BTW dus ten onrechte door eiseres werd uitgeoefend en de BTW dan ook verschuldigd blijft;
Overwegende dat de nietigheid van het dwangbevel dan ook niet kan worden weerhouden;
Betreffende het strafrechtelijk karakter van de opgelegde administratieve geldboete
Overwegende dat de door partijen geciteerde rechtspraak inmiddels ruim achterhaald is, aangezien het Hof van Cassatie in een arrest van 24 januari 2002 zich diende uit te spreken over een voorziening door de Belgische Staat tegen een arrest van het Hot van Beroep te Antwerpen, waarbij het bestreden arrest de geldboete had verminderd;
Overwegende dat het Hof van Cassatie overweegt dat de rechter aan wie wordt gevraagd een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van art. 6 EVRM, de wettelijkheid van die sanctie mag onderzoeken en de verzoenbaarheid met o.m. de algemene rechtsbeginselen;
Dat het toetsingsrecht aan de rechter moet toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk; dat dit echter niet inhoudt dat de rechter om loutere redenen van opportuniteit en tegen de wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen;
(Cassatie, 24 januari 2002, nr. RC0201).
Overwegende dat ondanks het feit dat de betwisting omtrent de volheid van de bevoegdheid van de rechterlijke macht inzake de beoordeling van de opportuniteit van de administratieve beslissingen blijft bestaan, aangezien het Hof van Cassatie nog steeds stelt dat het algemeen rechtmatigheidstoezicht geen opportuniteitsbeoordeling toestaat, het toch duidelijk is, zoals blijkt uit de rechtspraak van het Arbitragehof en het Europees Hof van Justitie, dat indien de wetgever van oordeel is dat de administratie de mogelijkheid moet hebben om de omvang van de sanctie te moduleren, niets wat onder de beoordeling van de administratie valt aan de controle van de rechter kan ontsnappen;
(Arbitragehof 24 februari 1999, RW, 1998-1999, 1349)
Overwegende dat overeenkomstig het KB nr. 41 van 30 januari 1987 (art. 1) de schaal voor de vermindering van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde bepaald is :
3° in tabel C van de bijlage bij dit besluit, ten aanzien van overtredingen beoogd in artikel 70, § 2, van hetzelfde Wetboek;
Overwegende dat de administratieve boete 100 % is van de op de handelingen verschuldigde BTW, ingeval de facturen onjuistheden bevatten in de vermeldingen aan te brengen op de facturen;
Overwegende dat het Hof vaststelt dat de administratie niet voldoet aan haar bewijslast, om een boete van 200 % te kunnen opleggen, enkel wanneer duidelijk blijkt dat de overtreding werd begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking mogelijk te maken;
Overwegende dat de heer S. die valselijk de facturen had opgesteld weliswaar werd veroordeeld bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen, doch dat de strafvervolging vervallen was wegens overlijden ten laste van de heer N., afgevaardigd bestuurder van de NV P., waarvan de administratie erkent dat hij de spilfiguur was in het opzet om ten onrechte BTW af te trekken;
Overwegende dat bovendien uit het dossier van de BBI blijkt dat geen andere onregelmatigheden in het bedrijf werden vastgesteld;
Overwegende dat het opleggen van een administratieve sanctie van 200 % dan ook onevenredig is met de gepleegde inbreuk en het opzet om belastingen te ontduiken onvoldoende bewezen is;
Overwegende dat het Hof de opgelegde geldboete dan ook herleidt tot 100 % van de ontdoken belasting;
Overwegende dat deze boete wel evenredig is ten opzichte van de ernst van de feiten en ten opzichte van de repressieve en preventieve doelstelling die met de administratieve sanctie wordt beoogd;
Overwegende dat het Hof daarbij rekening houdt met het feit dat de facturen gedurende verschillende jaren werden opgenomen in de boekhouding, waarbij telkens de balans door de algemene vergadering werd goedgekeurd en décharge verleend aan de bestuurders;
Dat gelet op het groot aantal onregelmatige facturen, die gedurende verschillende jaren in aanmerking werden genomen voor aftrek, de opgelegde boete verantwoord is;
Overwegende dat om deze redenen, het hoger beroep van appellante gedeeltelijk gegrond is.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
HET HOF,
Recht doende op tegenspraak;
Gekt op art. 24 van de wet van 15 juni 1935.
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond;
Hervormt het bestreden vonnis en vernietigt het dwangbevel van 5 februari 1993 in de mate dat daarin een geldboete hoger dan … EUR wordt nagevorderd.
Ontslaat appellante van de in dit dwangbevel gevorderde geldboete, hoger dan … EUR, en veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle op grond van voormeld dwangbevel ten onrechte geinde bedragen;
Verwijst appellante en geïntimeerde ieder in de ½ van in de gedingkosten in hoger beroep aan de zijde van appellante begroot op … EURO rechtsplegingsvergoeding, volgens opgave in conclusie, en aan de zijde van geïntimeerde begroot op … rechtsplegingsvergoeding, volgens opgave in conclusie.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van ZESTIEN APRIL TWEEDUIZEND EN TWEE.
waar aanwezig waren :
R. T., Voorzitter;
D. W. en M. D., Raadsheren;
A. v. L., Griffier.
A. V. L. M. D. D. W. R. T.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.