Droit de déduction, Révisions · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Hasselt 14 août 2025

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit de déduction, Révisions

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revisions-tva-amont-tribunal-hasselt-2025-08-14-83ee

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Hasselt
Date
14 août 2025

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF
Sens lu par le SPF
favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

121 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance du Limbourg, division Hasselt d.d. 14.08.2025

WF 711-15-22/007536 - Finality 5475592901

[Favorable à l’Etat belge]

Taxe sur la valeur ajoutée – Droit de déduction – Révisions

Dispositions légales

Articles 45, § 1, 48, § 2 CTVA

Article 9 de l’arrêté royal n°3 du 10 décembre 1969

Résumé

1. Faits et antécédents de procédure

La requérante est enregistrée comme assujettie à la TVA pour l'activité de « cabinets de conseil en relations publiques et communication ». Lors d'un contrôle portant sur les années 2018 et 2019, des infractions au régime de déduction ont été constatées et il a été relevé qu'aucune révision n'avait été appliquée aux actifs de l'entreprise. Les infractions ont été consignées dans un procès-verbal contre lequel un recours administratif a été introduit. Après la présentation de plusieurs pièces, le recours a été partiellement accueilli. Pour les infractions restantes, la requérante a introduit un recours en justice.

2. Décision

Le tribunal estime que la requérante ne démontre pas qu'elle a droit à une déduction de 100 % des frais liés au bâtiment où se trouve son siège social. Une partie de celui-ci est en effet louée en application de l'exonération prévue à l'article 44, § 3, 2°.

En outre, les deux chambres d'hôtes qui se trouvent également dans ce bâtiment ne sont plus louées et les révisions des frais liés à ces chambres ont été effectuées à juste titre par l'administration.

Texte du jugement

Le jugement est publié uniquement dans la langue originale

Corps de la décision

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg LIMBURG, Afdeling Hasselt, sectie burgerlijk

Datum van uitspraak 14.08.2025

Rolnummer 23/1815/A

IN ZAKE :

H.B. BV, KBO …, met zetel te … Eiseres, vertegenwoordigd door mr. Ignace VERMEERSCH, advocaat te 3540 Herk-de-Stad.

tegen:

DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën (ondernemingsnummer Belgische staat 0252.796.351 en ondernemingsnummer FOD Financiën 0308.357.159), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal centrumdirecteur van het KMO Centrum Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, postbus 106.

Verweerder, vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigden mevr. … en dhr. …, beide attaché bij een fiscaal bestuur, verbonden aan het KMO-Centrum Hasselt

VOLGT HET VONNIS

Gelet op:

- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 17.10.2023;

- de beschikking overeenkomstig art. 747, § 1 Ger.W. van 09.11.2023;

- de syntheseconclusies en stukken van verweerder;

- de eerste besluiten en stukken van eiseres.

1. FEITEN EN VOORGAAN DEN:

Eiseres is geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het regime van Indiener van kwartaalaangiften met als btw-nummer BE… voor de activiteit van "adviesbureaus op het gebied van public relations en communicatie". De BV H.B. is voor BTW-doeleinden geregistreerd op het adres ….

Er vond bij eiseres een BTW-controle plaats met betrekking tot de periode 01.01.2018 tot en met 31.12.2019.

Tijdens deze controle werden er volgens de administratie inbreuken op de BTW-wetgeving vastgesteld.

De door de administratie weerhouden overtredingen werden opgenomen in het proces-verbaal van regularisatie van 18.11.2021. Uit het proces-verbaal bleek dat de belastingplichtige volgende bedragen verschuldigd is:

1. 28.108,55 euro aan BTW, te weten:

- rubriek I: inbreuken op de aftrekregeling en aanzien van handelingen die de belastingplichtige niet gebruikt voor het verrichten van in art. 45, § 1 WBTW bedoelde handelingen voor een bedrag van 27.716,69 euro

- rubriek II: inbreuken op de opgelegde verplichting de aftrek te herzien van de BTW geheven op de bedrijfsmiddelen voor een bedrag van 3.391,86 euro

2. 2.810,00 euro aan proportionele geldboete ingevolge art. 70 § 1 bis WBTW en het KB nr. 41 van 30.01.1987

3. de op grond van artikel 91 § 1 WBTW van rechtswege verschuldigde intresten aan 0,8 % per maand te rekenen vanaf 21.01.2020 over de som van 28.100,00 euro.

(zie stuk 1, bundel administratie).

Op 28.12.2021 werd een innings- en invorderingsregister met nummer 500….46 opgemaakt en uitvoerbaar verklaard op 29.12.2021.

Op 27.01.2022 heeft de raadsman van eiseres een bezwaar ingediend.

Op 24.10.2022 heeft de raadsman van eiseres bijkomende stukken overlegd.

Op 10.08.2023 werd het bezwaarschrift gedeeltelijk Ingewilligd.

De vordering met schuldnummer 500….46 opgenomen in het innings- en invordering register, opgesteld op basis van het proces-verbaal van 18.11.2021, werd dan ook op deze manier aangepast. Het totaal van de ten onrechte afgetrokken BTW bedraagt aldus: 27.440,79 euro. Tot slot wordt de administratieve boete van 10% aangerekend op dit bedrag aan verschuldigde belasting aangepast naar 2.740,00 euro.

Bij verzoekschrift op tegenspraak, ter griffie neergelegd door eiseres op 17.10.2023 stelde eiseres een vordering in rechte in.

II. BEOORDELING:

1. Ontvankelijkheid:

Er worden door verweerder geen middelen van ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

2. Ten gronde:

2.1. Vaststellingen uit de BTW-controle

Eiseres is voor BTW-doeleinden geregistreerd op het adres …. De zaakvoerster van eiseres is J.H..

Uit de boekhouding van eiseres blijkt dat de BTW op alle aankoopfacturen m.b.t. het gebouw, de tuin, bestrating en nutsvoorzieningen van de maatschappelijke zetel op het adres … voor 100 % in aftrek is genomen.

Er worden inkomsten gegenereerd uit verhuur, in dit verband werden twee verhuurcontracten voorgelegd:

- Eén huurovereenkomst met huurder S. BV voor een gedeelte van de woning. In het contract wordt verwezen naar een bijlage waarin de verhuurde oppervlakten worden aangeduid; deze bijlage werd niet bezorgd aan de administratie. De huurprijs bedraagt 150,00 euro en is inclusief water, huisbrandolie, elektriciteit, telefoon, tv en internet Deze overeenkomst wordt door eiseres op grond van artikel 44 WBTVV vrijgesteld van BTW. De zaakvoerster van S. BV is J.F..

- Een tweede huurovereenkomst niet huurder C.T.S. BV voor een gedeelte van de woning, In het contract wordt verwezen naar een bijlage waarin de verhuurde oppervlakten worden aangeduid; deze bijlage werd niet bezorgd aan administratie. De huurprijs bedraagt 150,00 euro en is inclusief water, huisbrandolie, elektriciteit, telefoon, tv en internet. Deze overeenkomst wordt door eiseres op grond van artikel 44 WBTW vrijgesteld van BTW. De zaakvoerster van C.T.S. BV is J.H..

De verhuur werd door eiseres niet aangegeven in rooster 00 van de periodieke BTW-aangiften in de gecontroleerde periode. Uit de boekhouding blijkt dat er geen beperking op de BTW-aftrek wordt toegepast voor kosten die te maken hebben met de ruimtes die worden verhuurd onder art. 44 WBTW. Krachtens art. 45, § 1 WBTW is de BTW op de kosten die betrekking hebben op deze ruimtes niet aftrekbaar.

Verder zijn er ook nog inkomsten uit het gastenhuis "E.H.". Er zijn twee kamers ter beschikking: Vinum et Musica en Carpe Diem. in 2018 worden deze kamers samen voor 15 nachten verhuurd. In 2019 worden deze kamers samen voor 19 nachten verhuurd.

2.2. Huidig standpunt administratie:

De bedragen opgenomen in artikelnummer 500….46 en geconcretiseerd in het innings- en invorderingsregister van 28.12.2021 werden aangepast:

- naar aanleiding van de beslissing In bezwaar van 10.08.2023 met 667,76 euro;

- in de aanvullende conclusies van 18.07.2024 met 1999,39 euro zodat de totaal verschuldigde BTW 25.441.40 euro bedroeg.

Over deze verschuldigde BTW is een boete van 10 % van toepassing, na afronding bedraagt deze 2540,00 euro.

2.3. Inbreuken op de aftrekregeling: art. 45, § 1 WBTW

1. Krachtens het op huidig geschil van toepassing zijnde art. 45, § 1 WBTW waarin het beginsel van het recht op aftrek is vastgelegd, mag de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten.

De belastingplichtige dient dus enerzijds aan te tonen dat de levering van het goed of de aan hem verleende dienst werkelijk heeft plaatsgevonden en anderzijds dat deze levering of dienst werd gebruikt in het kader van het verrichten van een in artikel 45, §1, 1° t/m 5° van het WBTW bedoelde handeling.

De bewijslast ligt bij de belastingplichtige.

2. In casu werd vastgesteld dat de BTW op alle aankoopfacturen m.b.t. het gebouw, de tuin, bestrating en nutsvoorzieningen van de maatschappelijke zetel op het adres … voor 100 % in aftrek is genomen.

Terecht stelt de administratie dat eiseres dient aan te tonen dat dit onroerend goed gebruikt wordt voor handelingen die recht op aftrek verlenen.

Samen met de administratie dient de rechtbank vast te stellen dat eiseres geen adequate stukken overlegt die aantonen dat het onroerend goed gebruikt wordt voor de activiteiten van de onderneming. Het louter aantonen dat er een onderneming is gevestigd nl. dat de maatschappelijke zetel op dit adres is gevestigd, toont geenszins aan dat dit pand volledig gebruikt wordt voor de activiteit van de vennootschap.

De administratie baseert zich hiervoor op het feit dat:

- er een gebrek aan bewijstukken is van eiseres (bewijslast ligt bij eiseres);

- de zaakvoerster, mevrouw J.H., tot 2010 gedomicilieerd was op dit adres en dat haar beide kinderen woonachtig zijn geweest op dit adres;

- een gedeelte van de woning wordt verhuurd aan andere vennootschappen;

- het niet wordt aangetoond dat dit woonhuis als kantoor wordt gebruik;

- er niets van communicatie of enig ander stuk is voorgelegd waaruit blijkt dat mevrouw J.H. effectief op de maatschappelijke zetel diensten verricht voor T.S.H. BV. Geen mails niet afspraken, geen bewijzen van bezoeken door klanten of vertegenwoordigers of boekhouders, geen namen van personen die daar ontvangen zijn in het kader van deze diensten;

- er investeringen voor een badkamer werd gedaan;

- het buurmeisje verklaard heeft dat mevr. J.H. woont op het adres …;

- de facturen voor de nutsvoorzieningen voor het appartement van mevr. J.H. in de …straat … alwaar zij gedomicilieerd is, zeer laag zijn;

- zij een vraag om inlichtingen heeft gericht aan de klanten van het Guesthouse;

- de brandverzekering van AG Insurance voorziet dat het om een woonhuis gaat;

- enz.

De rechtbank benadrukt nogmaals dat de administratie in deze niet dient aan te tonen dat er privé-gebruik is; eiseres dient het beroepsmatig gebruik aan te tonen.

Eiseres haalt aan dat de administratie ook een taak in de bewijsvoering heeft en verwijst dienaangaande naar art. 8 nieuw BW.

De bepaling van art 8.4 nieuw BW betekent niet dat het aan de administratie is om aan te tonen dat het recht op aftrek niet verantwoord is, de bewijslast aangaande de correcte berekening van het uitgeoefende recht op aftrek blijft bij de belastingplichtige die de aftrek uitoefent in zijn periodieke aangifte.

Het neutraliteitsbeginsel van de BTW impliceert evenmin dat een BTW-plichtige in principe voor alles recht op aftrek heeft tenzij aangetoond wordt dat dit niet zo is.

Eiseres heeft recht op aftrek voor bewezen kosten gerelateerd aan de verhuur van de gastenkamers, alsook voor de bewezen kosten die worden gemaakt met betrekking tot de managementprestaties die worden gefactureerd aan de verbonden onderneming T.S.H. BV.

Eiseres heeft geen recht op aftrek op de kosten gemaakt voor de verhuur die werd vrijgesteld door art, 44 § 3,2° WBTW aan S. BV en C.T.S. BV.

Eiseres haalt aan dat de administratie vergeet dat het gebouw al 10 jaar door haar wordt gebruikt als kantoorgebouw en dat de administratie doet alsof door de investering in de badkamer de ganse woning moet worden opgedeeld in privé en BTW-plichtige activiteit terwijl de investeringen het BTW-plichtige gebruik daarentegen bevestigen. De reden waarom de administratie een gedeelte van de aftrek verwerpt is enkel en alleen omdat er geen voldoende bewijzen worden voorgelegd.

De administratie hield rekening met de stukken die tijdens het bezwaar werden overlegd en die na het inleiden van de zaak voor de rechtbank werden bijgebracht. De rechtbank stelt vast dat de stukken die thans worden overlegd (in de ringmap) o.m. facturen, foto's van de garage en de tuin en de plannen van de woning betreffen.

Eiseres houdt voor dat de volledige woning wordt gebruikt voor de management prestaties en dat zodoende de BTW-aftrek dient aanvaard te worden. Evenwel bewijst eiseres dit niet. Zo worden er bijvoorbeeld enkel foto's van de garage overlegd en geen foto's van het binnen aanzicht van de woning.

In haar besluiten op p. 18 t.e.m. 21 heeft de administratie op gemotiveerde wijze, punt per punt, uitgelegd waarom bepaalde kosten verworpen werden.

De rechtbank onderschrijft deze argumentatie.

Wederom wordt door de administratie geduid dat er zich een bewijsprobleem stelt en dat het bewijs dient geleverd te worden door eiseres.

De vordering van eiseres is dan ook ongegrond.

2.4. M.b.t. de herziening.;

Art. 48, § 2 WBTW en art. 9, § 1, van het KB nr. 3 van 10.12.1969, bepaalt dat ten aanzien van de belasting geheven van bedrijfsmiddelen, de aftrek die oorspronkelijk door de belastingplichtige werd verricht onderworpen is aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin de bedrijfsmiddelen in gebruik werden genomen.

Wanneer er zich na uitoefening van de aftrek gebeurtenissen voordoen die de aftrek niet langer verantwoorden, moet een correctie plaatsvinden zoals de wijziging in de economische activiteit.

De administratie stelt dat tijdens het nazicht ter plaatse op 14.10.2021 de zaakvoerster verklaarde dat er de laatste jaren geen gasten meer waren en dat er op dit moment ook geen boekingen konden gemaakt worden.

Op het tijdstip van opmaak van het proces-verbaal op 18.11.2021 stelde de verbaliserende ambtenaar vast dat de gastenkamers niet meer verhuurd werden en dat sinds oktober 2019. Er kon geen reservatie meer worden gemaakt voor de gastenkamers.

Derhalve ging de administratie er terecht over tot herziening.

In tegenstelling tot hetgeen eiseres voorhoudt is de herziening gebeurd op basis van hetgeen werd vastgesteld en zoals weergegeven in het proces-verbaal, en niet op basis van toekomstige gebeurtenissen.

Ook op dit punt is de vordering ongegrond.

2.5. Besluit

De vordering van eiseres is behoudens de aanpassingen zoals vermeld onder punt 2.2. ongegrond.

* *

Eiseres als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij dient de gerechtskosten te dragen.

* *

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Dispositif

OM DEZE REDENEN:

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in deze mate gegrond,

Zegt voor recht dat de gevorderde sommen zoals gekend onder RCIV nr. 500…46, geconcretiseerd in het innings- en invorderingsregister opgemaakt op 28.12.2021 en uitvoerbaar verklaard op 29.12.2021 herleid worden als volgt en verschuldigd zijn door eiseres:

- 25,441,40 BTW;

- 2.540,00 als geldboete.

Zegt voor recht dat de aldus ten onrechte betaalde bedragen moeten worden terugbetaald aan eiseres, te verhogen met de moratoriuminteresten overeenkomstig artikel 91 WBTW,

Veroordeelt eiseres tot de kosten en begroot deze kosten aan de zijde van verweerder op 0,00 euro rechtsplegingsvergoeding bij gebreke aan vertegenwoordiging door een advocaat en 24,00 euro bijdrage voor het Fonds voor Kosteloze Rechtsbijstand.

Aldus gevonnist en uitgesproken In openbare terechtzitting van de 11A kamer, op het gerechtshof te Hasselt, op 14 augustus 2025 alwaar zetelden:

Mevrouw M. COENEGRACHTS, alleenzetelend rechter,

Mevrouw G. BRUSSKAERS, griffier.

Textes cités

6
CTVA art. 456 occurrences
AR no 3 art. 93 occurrences
CTVA art. 483 occurrences
CTVA art. 442 occurrences
CTVA art. 912 occurrences
CTVA art. 701 occurrence

Décisions similaires

8