Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 27.06.2011
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 33ste Kamer
A.R. 2006/9715/A
In zake van :
De VZW V. KAMER VAN KOOPHANDEL HALLE-VILVOORDE (hierna : V.). met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in de KBO onder het nummer …,
Eisende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. J. H. loco Mr. D. S., advocaat te …, …, … C C / 419 (ref. : /),
Tegen :
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector BTW, op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het Ontvangkantoor Vilvoorde waarvan de kantoren zijn gevestigd te Vilvoorde, Groenstraat 51
Verwerende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. A. D., advocaat te …, … (ref.: …),
Na beraad op 30 mei 2011 spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :
Gelet op :
• het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek uitgaande van eisende partij en neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 31/8/2006
• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747 § 2 van het Gerechtelijk Wetboek van 6/9/2006,
• de conclusie van verweerder, neergelegd ter griffie respectievelijk op 23/3/2007, 18/8/2009 en 28/2/2011,
• de conclusie van eiseres, neergelegd ter griffie respectievelijk op 23/9/2008 en 3/9/2010,
• de stukkenbundel van eiseres, neergelegd ter griffie op 23/9/2008,
• de stukkenbundel van verweerder, neergelegd ter zitting van 30 mei 2011.
Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 30 mei 2011, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.
Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
I. FEITEN
1. Eiseres is als Btw-belastingplichtige geregistreerd sedert 1 maart 1984 en onderworpen aan de bepalingen van het Btw-Wetboek en de uitvoeringsbesluiten.
Op 5 juli 2005, 7 juli 2005 en 10 oktober 2005 werd bij eiseres een controle uitgevoerd over de juiste toepassing van de BTW-wetgeving over de periode 1 januari 2002 tot 31 december 2003.
Naar aanleiding van deze controle werden overtredingen vastgesteld. Deze werden opgenomen in een proces-verbaal van 17 februari 2006. Deze inbreuken betroffen met name inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en diensten die niet worden gebruikt voor het verrichten van de handelingen, opgesomd in artikel 45, §1, 1° tot 5° Btw-Wetboek.
Door V. werden verschillende projecten opgezet die werden gefinancierd door overheidssubsidies en waarbij dienstprestaties werden geleverd aan derden, zonder dat hierbij van deze derden een tegenprestatie werd gevraagd. Bij gevolg zou het gaan om handelingen die om niet of niet onder bezwarende titel werden verricht. Voor die handelingen is het recht op aftrek uitgesloten. Eiseres zou derhalve te aanzien zijn als een gedeeltelijke belastingplichtige en daaraan gekoppeld een gedeeltelijke belastingplicht.
De BTW op gemaakte kosten voor een aantal projecten werd volgens de Belgische Staat ten onrechte in aftrek gebracht :
- S.I.S.: gratis ter beschikken stellen van een stagedatabank via het Internet na gratis registratie voor scholen, studenten en bedrijven;
- Projecten Plato : Begeleiden van het democratiseringsproces in polen via samenwerking en oriëntatie van het bedrijfsleven, het gezond maken en verstevigen van de economische basis, overdracht van knowhow voor het opstarten van peterschapsprojecten voor KMO's, dit alles door trainingssessies meestal in Polen. Er is voorzien dat geen andere gelden mogen worden ontvangen.
- Project Kinderopvang : opzetten van kinderopvang voor personeel in bedrijven, waarbij de VZW enkel het project stuurt en doet zelf niet aan kinderopvang. Er zijn derhalve geen andere inkomsten dan de subsidies.
Uit hetgeen voorafgaat wordt besloten dat eiseres aan de Belgische Staat is verschuldigd :
- Als BTW : … EUR
- Als boete : … EUR
- Als intresten : 0,8% per maand vanaf 21/1/2004
Eiseres betaalde de door haar verschuldigde bedragen op 20 maart 2006. In haar begeleidende brief van 20 maart 2006 gaf eiseres te kennen dat haar betaling voorwaardelijk was zonder enige nadelige erkenning met betrekking tot de grond van de zaak en met het enkele doel om de berekening van de intresten te stoppen.
2. Op 31 augustus 2006 heeft eiseres een verzoekschrift neergelegd ter griffie van deze rechtbank.
2. VOORWERP VAN DE VORDERING
3. De vordering van eiseres strekt ertoe "de vordering zoals gesteld door de btw-administratie in hoofdsom, intresten en boeten in zijn geheel af te wijzen als ongegrond en bijgevolg het pv integraal te vernietigen, te zeggen voor recht dat de btw-aftrek van de in het proces-verbaal gevorderde bedragen met betrekking tot de projecten S.I.S. Plato en Kinderopvang dient te worden toegestaan, de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding (...)".
Verweerder besluit tot de ongegrondheid van de vordering.
3. BEOORDELING
3.1. Ontvankelijkheid
4. Partijen werpen geen specifieke gronden van niet-ontvankelijkheid van de vordering op. De rechtbank ziet evenmin redenen om ambtshalve te besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering. Deze is ontvankelijk.
3.2. Gegrondheid
5. Eiseres stelt dat zij zich in een bijzondere situatie bevindt aangezien de kosten m.b.t. de betreffende projecten gedeeltelijk worden gedekt door overheidssubsidies. Volgens eiseres is rekening te houden met het bestemmingsbeginsel, i.e. in welke mate heeft de belastingplichtige de intentie om met de betreffende kosten een Btw belaste activiteit op te bouwen. Indien een voorgenomen activiteit ten bezwarende titel niet wordt ontwikkeld, omdat het betreffende project niet rendabel blijkt te zijn, kan men niet zomaar concluderen dat het recht op aftrek geannuleerd moet worden. Bepalend is in hoeverre de gemaakte kosten rechtstreeks of onrechtstreeks zijn verbonden met een economische belaste activiteit. Het is van geen belang of de gemaakte kosten rechtstreeks hebben geleid tot een Btw belaste output.
Het feit dat het project gratis wordt gevoerd heeft niet automatisch tot gevolg dat de kosten verbonden aan dit project niet gelinkt kunnen worden met de Btw belaste activiteiten van eiseres die ten bezwarende titel worden gesteld. De kosten met betrekking tot deze gratis activiteiten kunnen immers als algemene kosten beschouwd worden, waarvoor een recht op aftrek bestaat.
Eiseres betoogt verder dat het feit dat de betreffende kosten in eerste instantie worden gedekt door subsidies aan de gestelde principes geen afbreuk kan doen. Toegekende subsidies/werkingstoelagen die geen deel uitmaken van de maatstaf van heffing van Btw belaste handelingen hebben geen effect op het recht op aftrek van de BTW van een Btw-belastingplichtige.
Op basis van een analyse van de feitelijke elementen meent eiseres te kunnen aantonen dat de gesubsidieerde projecten het rechtstreekse en noodzakelijk verlengstuk zijn van de Btw belaste activiteiten en dat deze projecten verbonden zijn met handelingen ten bezwarende titel. De kosten gemaakt voor de betreffende handelingen hangen wel degelijk rechtstreeks samen met de Btw belaste activiteit.
Verweerder handhaaft de in het proces-verbaal uitgedrukte stellingname.
Principes
6. Het recht op aftrek waarin de artikelen 17 tot en met 20 van de Zesde richtlijn voorzien, zijn een integrerend deel van de Btw-regeling is en kan in beginsel niet kan worden beperkt. Dit recht wordt onmiddellijk uitgeoefend voor alle belastingen die op de in de eerdere stadia verrichte handelingen hebben gedrukt (zie H.J.E.U., 29 oktober 2009, AB SKF, C-29/08, ov. 55 e.v.).
De aftrekregeling heeft immers tot doel de ondernemer geheel te ontlasten van de in het kader van al zijn economische activiteiten verschuldigde of voldane Btw. Het gemeenschappelijke Btw-stelsel waarborgt aldus de neutraliteit van de belastingdruk op alle economische activiteiten, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die activiteiten, mits zij in beginsel zelf aan Btw-heffing zijn onderworpen (zie met name H.J.E.U., 29 april 2004, Faxworld, C-137/02, Jurispr. blz. 1, 5547, punt 37).
Opdat de belastingplichtige recht op aftrek van de voorbelasting kan hebben en de omvang van dat recht kan worden bepaald, dient er in beginsel een rechtstreeks en onmiddellijk verband te bestaan tussen een bepaalde handeling in een eerder stadium en een of meer handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat (zie met name H.J.E.U., 8 juni 2000, Midland Bank, C-98/98, Jurispr. blz. 1, 4177, punt 24). Het recht op aftrek van de BTW die op het betrekken van goederen of diensten drukt, vooronderstelt dat de voor de verwerving gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de belaste handelingen m een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat.
De belastingplichtige heeft niettemin eveneens recht op aftrek, ook al bestaat er geen rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen een bepaalde handeling in een eerder stadium en een of meer handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat, wanneer de kosten voor de betrokken diensten deel uitmaken van diens algemene kosten en als zodanig zijn opgenomen in de prijs van de door hem geleverde goederen of verrichte diensten. Er is immers een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen dergelijke kosten en de gehele economische activiteit van de belastingplichtige.
Wanneer door een belastingplichtige ontvangen goederen of diensten daarentegen verband houden met vrijgestelde handelingen of handelingen die niet binnen de werkingssfeer van de BTW vallen, kan er geen sprake zijn van heffing van belasting in een later stadium noch van aftrek van voorbelasting (zie in die zin H.J.EU., 30 maart 2006, Uudenkaupungin kaupunki, C-184/04, Jurispr. blz. 1, 3039, punt 24; H.J.EU., 12 februari 2009, Vereniging Noordelijke Land- en Tuinbouw Organisatie, C-515/07, punt 28).
Of er sprake is van recht op aftrek, hangt dus af van de handelingen in een later stadium ten behoeve waarvan de handelingen in een eerder stadium worden gebruikt. Zo bestaat dat recht wanneer de aan BTW onderworpen handeling in een eerder stadium rechtstreeks en onmiddellijk verband houdt met een of meer in een later stadium verrichte handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat. Indien dit niet het geval is, moet worden nagegaan of de kosten voor het betrekken van goederen en diensten in een eerder stadium deel uitmaken van de algemene kosten van de economische activiteit van de belastingplichtige in haar geheel. Voor het bestaan van een rechtstreeks en onmiddellijk verband moeten in beide gevallen de kosten van de diensten in een eerder stadium zijn opgenomen in de prijs van de bijzondere handelingen in een later stadium of in de prijs van de door de belastingplichtige in het kader van zijn economische activiteit geleverde goederen of verrichte diensten.
Toepassing in casu
7. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt dat de vraag die moet worden beantwoord is te weten of de aan BTW onderworpen handeling in een eerder stadium rechtstreeks en onmiddellijk verband houdt met een of meer in een later stadium verrichte handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat dan wel of de kosten voor het betrekken van goederen en diensten in een eerder stadium deel uitmaken van de algemene kosten van de economische activiteit van de belastingplichtige in haar geheel.
Anders gesteld geven de buiten het toepassingsgebied van de BTW vallende handelingen geen aanspraak op aftrek, doch enkel wanneer de in een eerder stadium betrokken goederen of diensten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de in een later stadium gestelde handelingen die buiten het toepassingsgebied van de BTW vallen (Vgl. H.J.E.U., AB SKF, ov. 71).
Bijgevolg moet worden nagegaan of aan de gestelde voorwaarden is voldaan, met name of de gedane uitgaven zijn genomen in de prijs van de uitgaande (niet onder de BTW vallende) handelingen, dan wel of zij uitsluitend deel uitmaken van de bestanddelen van de prijs van de producten en diensten van eiseres of deel uitmaken van de algemene kosten van de economische activiteit van de belastingplichtige in haar geheel.
Standpunt van eiseres
8. Eiseres stelt dat de kosten van de betrokken goederen en diensten in een eerder stadium in casu deel uitmaken van de algemene kosten van de economische activiteit van de eiseres in haar geheel. In concreto stelt eiseres dat zij gezien de steeds wijzigende omstandigheden voortdurend moet inspelen op nieuwe opportuniteiten voor het bedrijfsleven of nieuwe maatschappelijke trends. Vanuit die optiek realiseert eiseres diverse experimenten die zeer kostelijk zijn en waarvoor soms subsidies worden aangevraagd. De projecten worden in de eerste plaats opgezet in het belang van de leden, waarbij deze projecten deel uitmaken van de dienstverlening waarvoor de leden bijdragen betalen. Sommige projecten bieden uitgebreide mogelijkheden van netwerking, anderen brengen een rechtstreeks voor deel mee.
Het feit dat bepaalde projecten niet beperkt zijn tot de aangesloten leden betekent niet dat deze niet kaderen binnen het doel en de missie van eiseres. Eiseres tracht via deze projecten meer representatief te zijn en zich in de markt te plaatsen met het oog op het aantrekken van nieuwe leden. Deze nieuwe leden zorgen voor een toename van de geldmiddelen, meer impact op het regionale ondernemerslandschap, een grotere afzetmarkt voor toekomstige dienstenprestaties en de verwerving van bijkomende know-how.
Vervolgens bespreekt eiseres de individuele projecten, die werden opgesomd in het proces-verbaal.
Standpunt van verweerder
9. Verweerder is van oordeel dat eiseres is aan te merken als een gedeeltelijke belastingplichtige en dat de voorbelasting op de kosten met betrekking tot die projecten terecht werden verworpen,
Verweerder ment verder dat geen onmiddellijk en rechtstreeks verband kan worden aangetoond tussen de gedane uitgaven in het kader van de projecten en in een later stadium gestelde handelingen, die recht geven op aftrek of de algemene economische activiteit van eiseres.
Beoordeling
10. Wanneer een belastingplichtige zowel economische - belaste of vrijgestelde - activiteiten verricht als niet-economische activiteiten, die buiten de werkingssfeer vallen van de BTW, is de belasting over de toegevoegde waarde over de kosten verbonden aan handelingen verricht in een eerder stadium slechts aftrekbaar voor zover deze kosten kunnen worden toegerekend aan de economische activiteit van de belastingplichtige in de zin van artikel 2, lid 1, van deze richtlijn (H.J.E.U., Securenta, C437/06).
In de eerste plaats moet derhalve worden nagegaan of eiseres als gedeeltelijk belastingplichtige moet worden aangemerkt, met name of eiseres ook activiteiten heeft uitgevoerd die buiten het toepassingsgebied van de BTW vallen. Voor elk van de weerhouden projecten van eiseres moet aldus worden nagegaan of diensten werden geleverd ten bezwarende titel. Indien op deze vraag (geheel of ten dele) ontkennend zou moeten worden geantwoord, dan moet eiseres worden aangemerkt als een gedeeltelijke belastingplichtige.
SIS-Databank
10.1 SIS-databank is/was een stagedatabank op het internet m.b.t. stageplaatsen in bedrijven.
Eiseres houdt vol dat de dienstverlening in het kader van deze databank een onderdeel uitmaakte van de tegenprestatie van het lidgeld dat door de leden moet worden betaald en dat het project het aan eiseres mogelijk heeft gemaakt om rechtstreeks (betalende adviesverlening inzake arbeidsrechtelijke aspecten) en onrechtstreeks (erkenning als vacaturekanaal en de daaruit voortvloeiende zichtbaarheid en naamsbekendheid) haar doelstellingen te realiseren en btw belaste omzet te realiseren.
Nu de databank, zoals verweerder terecht stelt, toegankelijk was voor scholen, bedrijven en studenten na (gratis) registratie, kan niet worden aangenomen dat de door eiseres geleverde diensten een tegenprestatie uitmaken voor de betaling van het lidgeld. Het lidmaatschap was kennelijk geen noodzakelijke voorwaarde om gebruik te maken van deze diensten, zodat het lidgeld op zich niet kan geacht worden de tegenprestatie uit te maken.
Bijgevolg moet worden aangenomen dat eiseres deze diensten om niet en niet ten bezwarende titel heeft verricht.
Project kinderopvang
10.2 Het doel van dit project was om de bedrijven van bepaalde industrieterreinen in staat te stellen om voor hun huidige of toekomstige werknemers de combinatie van werk-gezin te vergemakkelijken via de organisatie van een gezamenlijke bedrijfsoverstijgende kinderopvang. Eiseres speelde de rol van tussenpersoon. Er werd een tool met een flow chart en enquête ontwikkeld voor de bedrijven waaruit zij het nut/onnut van gezamenlijke kinderopvang. Deze kostte … euro + BTW per bedrijf. Individuele consultancy /begeleiding van bedrijven werd gefactureerd aan … euro/uur + BTW. De kinderopvang zelf gebeurde door twee externe kinderdagverblijven.
Uit het stuk 12 van eiseres, waarnaar zij verwijst om aan te tonen dat de diensten niet gratis werden verstrekt, blijkt niet dat een vergoeding diende betaald te worden aan eiseres, zoals zij beweert. Het document betreft de specifieke situatie van de VDAB en vermeldt nergens de door eiseres geciteerde vergoedingen. Er is enkel sprake van een reserveringskost van … €, doch het is allerminst duidelijk dat deze vergoeding diende te worden betaald aan eiseres. Indien daadwerkelijk vergoedingen werden gefactureerd aan bedrijven of deelnemende instellingen, is het verwonderlijk dat de opsteller van het proces-verbaal (waarvan mag worden verwacht dat hij de boekhouding van eiseres grondig heeft nagekeken) geen uitgaande facturen verbonden met dit project heeft opgemerkt. Eiseres laat na om zelf (voorbeelden) van uitgaande facturen voor te leggen in dit verband.
Het lidmaatschap was kennelijk geen voldoende voorwaarde om gebruik te maken van deze diensten, zodat het lidgeld op zich niet kan geacht worden de tegenprestatie uit te maken.
Bijgevolg moet worden aangenomen dat eiseres dat eiseres deze diensten om niet en niet ten bezwarende titel heeft verricht.
De Plato projecten
10.3 Deze betreffen in wezen trainingssessies voor KMO's, waarbij Belgische ondernemingen via een peterschap instaan voor de overdracht van know-how naar Polen.
In tegenstelling tot verweerder is eiseres van oordeel dat deze projecten niet gratis zijn. Daartoe verwijst eiseres naar de "framework agreements". Eiseres benadrukt dat niet alle kosten werden gedekt door subsidies (stukken 21-24 bundel eiseres).
Afgezien van het feit dat eiseres enkel ontwerpen van overeenkomsten voorlegt, die niet zijn ondertekend, noch gedagtekend, is op te merken dat in punt 6 van de voorstellen van overeenkomst wordt gestipuleerd dat "om praktische redenen de kosten en deelnemingsvergoedingen worden gecentraliseerd in het CCI". De vergoeding die derhalve aan de deelnemers werd gevraagd werd betaald aan de CCI (Chamber of Commerce and Industry). Derhalve kunnen de betaalde bijdragen niet in aanmerking komen als vergoeding voor de door eiseres geleverde diensten. Zij kunnen derhalve niet worden aangemerkt als zijn de ten bezwarende titel geleverd.
11. Eiseres moet derhalve worden aangemerkt als een gedeeltelijke belastingplichtige. Zij stelt immers naast handelingen die binnen het toepassingsgebied vallen van de BTW ook handelingen die geen economische activiteit uitmaken en derhalve buiten dit toepassingsgebied vallen. De diensten die door eiseres worden of werden verleend in het kader van projecten die zijn opgesomd in het proces-verbaal van 17 februari 2006 werden niet ten bezwarende titel geleverd.
Dienvolgens is de belasting over de toegevoegde waarde over de kosten verbonden aan de uitgifte van aandelen en atypische stille deelnemingen slechts aftrekbaar voor zover deze kosten kunnen worden toegerekend aan de economische activiteit van de belastingplichtige in de zin van artikel 2, lid 1, van deze richtlijn (H.J.E.U., Securenta, C437/06).
12. Aldus moet worden nagegaan of er een rechtsreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de handelingen van eiseres in een eerder stadium en een of meer handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat, dan wel of de kosten voor de betrokken diensten deel uitmaken van diens algemene kosten en als zodanig zijn opgenomen in de prijs van de door hem geleverde goederen of verrichte diensten en er aldus een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen dergelijke kosten en de gehele economische activiteit van de belastingplichtige.
In casu kan niet worden aangenomen dat er geen rechtstreeks en onmiddellijk verband zou bestaan tussen de in het kader van deze projecten gemaakte kosten en de diensten die uiteindelijk werden verstrekt aan leden en in voorkomend geval niet-leden van eiseres. Het kan immers niet worden ontkend dat deze uitgaven uitsluitend zijn toe te rekenen aan de buiten het toepassingsgebied van de BTW vallende activiteiten die in een later stadium zijn verricht. Het bestaan van een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de gedane uitgaven en activiteiten die buiten het Btw-toepassingsgebied vallen sluit het bestaan van een recht op aftrek uit (H.J.E.U., Securenta, C-437/06).
Er kan ten overvloede ook niet worden aangenomen dat de kosten voor de betrokken diensten deel uitmaken van de algemene kosten van eiseres en dat er alsdusdanig een rechtstreeks en onmiddellijk verband zou bestaan tussen deze kosten en de gehele economische activiteit van eiseres. Het toepasselijke criterium is immers of deze kosten als zodanig zijn opgenomen in de prijs van de door eiseres ten bezwarende titel geleverde goederen of verrichte diensten. Het verband tussen de door eiseres voor bepaalde diensten aangerekende prijs of de door haar leden betaalde lidgelden en de verrichte uitgaven in het kader van de bedoelde projecten blijft onbewezen. Dit blijkt ook niet uit de stukken van eiseres en wordt door haar niet aangetoond. Het loutere feit dat er een verband bestaat tussen de ontwikkeling en organisatie van deze projecten en het maatschappelijk doel van eiseres toont op zich niet aan dat er een rechtstreeks en onmiddellijk verband zou bestaan met de gehele economische activiteit. Wat rechtspersonen betreft, zullen de door deze rechtspersoon verrichte activiteiten immers in beginsel steeds verband houden met het nagestreefde maatschappelijk doel van de rechtspersoon. Tenslotte wordt evenmin aangetoond dat er een rechtstreeks en onmiddellijk verband zou bestaan tussen de door eiseres in het kader van de in het proces verbaal vermelde projecten en een of meer handelingen in een later stadium, waarvoor recht op aftrek bestaat.
SIS-databank
12.1 Eiseres houdt vol dat de dienstverlening in het kader van deze databank een onderdeel uitmaakte van de tegenprestatie van het lidgeld dat door de leden moet worden betaald en dat het project het aan eiseres mogelijk heeft gemaakt om rechtstreeks (betalende adviesverlening inzake arbeidsrechtelijke aspecten) en onrechtstreeks (erkenning als vacaturekanaal en de daaruit voortvloeiende zichtbaarheid en naamsbekendheid) haar doelstellingen te realiseren en btw belaste omzet te realiseren.
Ook hier geldt evenwel dat niet naar eis van recht wordt aangetoond dat er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de door eiseres in het kader van de SIS databank verrichte uitgaven en door haar geleverde diensten in een later stadium, waarvoor recht op aftrek bestaat. Nergens wordt aangetoond dat de voor de verwerving gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de belaste handelingen (adviesverlening of lidmaatschap) in een later stadium, waarvoor recht op aftrek bestaat. Verweerder stelt terecht dat het bij loutere beweringen van eiseres blijft. Het vereiste bewijs wordt niet geleverd door het feit dat eiseres haar leden actief op de hoogte houdt van nieuwe mogelijkheden op het vlak van vacaturekanalen en de SIS databank. Daarmee wordt immers niet aangetoond dat de uitgaven in het kader van de SIS-databank tot BTW belastbare handelingen hebben geleid.
Evenmin is aangetoond dat het de bedoeling was om deze diensten ten bezwarende titel aan te bieden.
Project Kinderopvang
12.2 Eiseres stelt dat zij de rol van tussenpersoon verzorgde en dat dit experimenteel project kaderde in het objectief om expertise inzake "parkmanagement" op te doen met als doel know-how op te bouwen om betalende dienstverlening te ontwikkelen als tussenpersoon. De opgedane ervaring zou hebben geleid tot twee andere parkmanagement activiteiten : 1) een studieproject "Parkmanagement en facility services" en 2) het project Havi-GiBO.
Ook hier geldt evenwel dat niet naar eis van recht wordt aangetoond dat er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de door eiseres in het kader van het project Kinderopvang verrichte uitgaven en door eiseres geleverde diensten in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat. Nergens wordt aangetoond wat het verband is tussen de hiervoor aangeduide projecten (waarvan overigens niet blijkt dat het gaat om Btw belaste, uitgaande handelingen) en het project kinderopvang of dat de voor de verwerving gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de belaste handelingen (parkmanagement) in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat. De bewering dat er know-how werd opgedaan is vaag en blijft onbewezen.
Evenmin is aangetoond dat het de bedoeling was om deze diensten ten bezwarende titel aan te bieden.
Plato project
12.3 Volgens eiseres zijn de Plato projecten rechtstreeks verbonden met Btw belaste dienstverlening van eiseres:
- Dankzij deze projecten kon het ledenaantal van eiseres worden uitgebreid;
- De Plato projecten zijn cruciaal voor de uitbouw van netwerken en informatiebronnen in het kader van de door eiseres ingerichte Centraal- en Oost-Europa desk van het Euro Info Centrum. Eiseres bood in het verleden bedrijven de mogelijkheid via deze desk vragen te stellen over zaken doen in centraal en Oost-Europa. Deze activiteit werd overgenomen door de overheid;
- De opbouw van het Plato netwerk heeft eiseres ook in staat gesteld om mede het matchmaking event "Futuralia" te organiseren;
- Er worden maandelijkse samenkomsten georganiseerd en jaarlijkse happenings;
- Eiseres is erin geslaagd een jaarlijkse International Networking Event voor Plato te organiseren;
- Eiseres werd in staat gesteld een nieuw product aan te bieden: Globus landenclubs, voor een intensieve leer- en ervaringsclub om actief te worden op buitenlandse markten zoals Polen.
Opdat een recht op aftrek zou bestaan, is evenwel niet enkel vereist dat er enig verband bestaat tussen de in eerder stadium gedane uitgaven en in een later stadium verrichte handelingen, die recht geven op aftrek. Dit verband moet daarenboven rechtstreeks en onmiddellijk zijn in die zin dat de voor de verwerving gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de belaste handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat, dan wel dat de kosten voor de betrokken diensten deel uitmaken van de algemene kosten en als zodanig zijn opgenomen in de prijs van de geleverde goederen of verrichte diensten.
Voor geen van deze handelingen wordt evenwel aangetoond een dergelijk rechtstreeks en onmiddellijk verband aangetoond. Er is daarentegen een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de gedane uitgaven en de in het kader van dit project verleende diensten.
13. Eiseres verwijst nog naar het arrest van het Hof van Justitie inzake G. C. T.. In dit arrest oordeelde het Hof dat een belastingplichtige de belasting over de toegevoegde waarde mag aftrekken die hij verschuldigd is voor goederen of diensten die hem zijn geleverd, respectievelijk verstrekt voor investeringswerken welke bestemd zijn om te worden gebruikt in het kader van belaste handelingen. Het recht op aftrek blijft verworven, wanneer de belastingplichtige wegens omstandigheden buiten zijn wil deze goederen en diensten nooit heeft gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.
Dit veronderstelt evenwel dat er een intentie bestond om de gedane investeringen te gebruiken in het kader van belaste handelingen. Deze intentie is in casu in hoofde van eiseres niet aangetoond. Uit geen enkel stuk blijkt dat eiseres de bedoeling heeft gehad om in het kader van deze projecten belaste handelingen te stellen. Het standpunt van eiseres bevestigt overigens dat de gedane uitgaven in het kader van deze projecten toe te rekenen zijn aan de in een later stadium gestelde handelingen die niet ten bezwarende titel werden verricht en om die reden zijn uitgesloten uit het toepassingsgebied van de BTW.
14. Partijen zijn het oneens over de vraag of de toekenning van subsidies- werkingstoelagen een impact heeft op het recht op aftrek.
Deze vraag moet niet worden beantwoord, vermits hoger werd aangenomen dat er een rechtstreeks en onmiddellijke verband bestaat tussen de in het kader van de projecten gedane uitgaven en de handelingen die om niet werden gesteld in een later stadium. Bijgevolg bestaat er in elk geval geen recht op aftrek van de voorbelasting voor deze uitgaven, zelfs al zou geen rekening worden gehouden met de toegekende subsidies of werkingstoelagen.
15. De vordering is ongegrond.
4. WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING
16. Aangezien de vordering van eiseres ongegrond is, worden de kosten van het geding, in overeenstemming met artikel 1017 van het Gerechtelijk Wetboek, ten laste gelegd van eiseres.
De waarde van de vordering situeert zich tussen € … en € ….
Op grond van de waarde van het geschil kan deze vergoeding overeenkomstig de bedragen opgenomen in het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007, zoals aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (artikel 8), begroot worden op € ….
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,
Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,
Verklaart de vordering van eiseres toelaatbaar, doch ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot betaling van de gedingkosten, in hoofde van verweerder begroot op € … rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 27 juni 2011.
Waar aanwezig waren en zitting namen :
De heer M. B. : toegevoegd rechter
Mevrouw I. D. : griffier.
I.D. M. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.