Disposition pénale, amende administrative, remboursement de la taxe · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Bruxelles 25 avril 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrative, remboursement de la taxeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-remboursement-cour-appel-bruxelles-2003-04-25-4e64

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Bruxelles
Date
25 avril 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

103 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 25.04.2003

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

HOF van BEROEP te BRUSSEL, Zesde fiscale kamer

Nr. van de zaak : 1995/AR/1414

Openbare terechtzitting van 25.04.2003

IN ZAKE VAN :

BVBA V., met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

appellante,

vertegenwoordigd door Meester T. loco L., advocaat (…, …)

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor van Tienen, waarvan de burelen gevestigd zijn te Tienen, Rijksadministratief Centrum, Goossensvest, 3,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Meester M. V. A., advocaat, (…, …)


Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :

De Processtukken

Een verzoekschrift strekkend tot hoger beroep werd neergelegd ter griffie op 03.05.1995.

Het hoger beroep is gericht tegen de op tegenspraak gewezen beslissing van de 4de kamer van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven.

R. 2003/2694 EINDARREST – Ontvankelijk gedeeltelijk gegrond

Er wordt door de partijen geen akte van betekening neergelegd.

Het hoger beroep is ontvankelijk.

Geen van de in het geding betrokken partijen, betwist de regelmatigheid van de neergelegde conclusies.

Het voorwerp van het geschil voor de eerste rechter en diens beslissing

De eerste rechter heeft het verzet tegen het dwangbevel van 02 augustus 1991 uitgevaardigd door de rekenplichtige van het BTW­ontvangkantoor te Tienen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de hoofdcontroleur te Tienen op 07 augustus 1991 en betekend door gerechtsdeurwaarder L. V. op 21 augustus 1991, ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Waarschijnlijk bij vergissing heeft de eerste rechter, zonder desbetreffend zijn beslissing te motiveren geïntimeerde, oorspronkelijke verweerder, die voor het overige gelijk haalde over de hele lijn, veroordeeld tot de kosten van het geding.

Het hoger beroep

In beroep herhaalt appellante haar oorspronkelijke vordering erop gericht het dwangbevel te horen tenietdoen en te horen zeggen voor recht, dat zij de erin gevorderde BTW en geldboetes niet verschuldigd is.

Geïntimeerde heeft een incidenteel hoger beroep ingesteld, erop gericht appellante te horen veroordelen tot de kosten.

De feiten

Appellante beschikt over een schuldvordering van … Fr. op de NV Nieuwbouw W. V..

In vak 32 van de BTW-aangifte van het 4de kwartaal van 1989 vordert appellante een teruggaaf van de daarop betaalde BTW of … Fr. omdat de schuldvordering op deze gefailleerde vennootschap als volledig en onherroepelijk verloren mag beschouwd worden.

In het proces-verbaal van 10 januari 1991 wordt deze teruggaaf verworpen en wordt een boete toegepast van … Fr.

Daarop volgt het dwangbevel.

De schuldvordering wordt zonder betwisting opgenomen in het gewoon passief van de vennootschap en de curator heeft een eerste maal op 04 september 1991, een tweede maal op 17 september 1992 laten weten dat de schuldeisers opgenomen in het gewoon passief geen dividend kunnen verwachten. Hij verklaarde dit echter onder voorbehoud.

In de brief van 03 juni 1997 verklaarde hij echter dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid voor de gewone schuldeisers geen dividend zal kunnen uitgekeerd worden.

Daarenboven hecht de curator aan dit schrijven een afrekening van de verdeling van het actief, met daaraan gevoegd een attest, dat de schuldeisers moet toelaten hun schuldvordering als definitief onmogelijk invorderbaar af te boeken.

De discussie

De betwisting betreft de draagwijdte van artikel 77, § 1, 7° van het BTW-wetboek waarin wordt bepaald dat de belasting … tot beloop van het passend bedrag wordt teruggegeven wanneer de schuldvordering geheel of ten dele verloren is gegaan.

Dit houdt in dat om aanspraak te kunnen maken op de teruggaaf dient vast te staan dat deze schuldvordering in de mate dat zij aanleiding geeft tot teruggaaf onmogelijk kan herleven.

Het bewijs hiervan kan door alle middelen van recht geleverd worden belastingplichtige die de teruggaaf vordert. De eigen verklaring van de schuldeiser volstaat in de regel niet.

Wanneer een schuldvordering is opgenomen in de massa van de schuldvorderingen in een faillissement zal in de regel pas vaststaan in we mate de schuldvordering onherroepelijk verloren ging op het ogenblik van de verdeling.

De ondubbelzinnige verklaring van de curator met betrekking tot het te verwachten resultaat van deze verdeling kan echter het bewijs leveren waaruit blijkt dat, naar alle redelijkheid, de schuldvordering onherroepelijk verloren is gegaan.

De houding van een andere administratie, zoals deze van de directe belastingen kan eveneens bijdragen tot dit bewijs maar is op zichzelf niet noodzakelijk of doorslaggevend.

In deze zaak kon appellante op het ogenblik dat zij de teruggaaf vorderde niet aantonen, aan de hand van een coherent geheel van stukken, dat de vordering waarop de teruggaaf betrekking had, onherroepelijk verloren was gegaan.

Dit bewijs werd evenmin op een sluitende wijze geleverd door twee verklaringen van de curator, die weliswaar voorhield dat hij voorzag dat geen dividend beschikbaar zou zijn maar daarbij een zeer ruim voorbehoud maakte.

Het bewijs werd echter wel geleverd door de bijlage aan de brief van de curator verzonden op 09 juni 1997 waarbij deze de afrekening maakt van de verdeling van het actief van de NV nieuwbouw W. V. en uitdrukkelijk stelt dat dit stuk dient als attest dat de schuldeisers moet toelaten de schuldvordering desgevallend geheel of gedeeltelijk als, definitief onmogelijk invorderbaar, af te boeken.

Appellante, die niet in aanmerking komt voor enig dividend, kan bijgevolg op heden de teruggaaf vorderen van de BTW op de schuldvordering die volledig verloren is gegaan.


Appellante handelde volkomen te goeder trouw in de overtuiging dat zij, aan de hand van de stukken, die zij bezat over een schuldvordering, die zij kon laten gelden op een gelieerde vennootschap, kon aantonen dat deze schuldvordering zonder enige twijfel, volledig verloren was gegaan.

Dit bewijs werd echter pas sluitend geleverd op 09 juni 1997, zodat zij slechts vanaf die datum gerechtigd was om de BTW op de verloren schuldvordering waarvan zij aantoonde dat zij onherroepelijk verloren was gegaan, af te trekken.

In de lezing van artikel 70 van het BTW-wet boek, die conform is met de Grondwet1 heeft de rechter volle rechtsmacht over de BTW-boete.

______

1 Arbitragehof 24 februari 1933, Belgisch Staatsblad 15071

Appellante een boete opleggen is volledig ongepast vermits thans blijkt dat zij de toestand van haar vordering destijds juist heeft ingeschat maar dat dit slechts kwam vast te staan in de loop van het geding.

De vordering tot teruggaaf, werd alleen voorbarig ingesteld.


De eerste rechter heeft zich vergist bij de beoordeling over de kosten.

Vermits iedere partij gedeeltelijk gelijk haalt dienen de kosten verdeeld te worden bij helften.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op art 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Verklaart het incidenteel hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Doet de bestreden beslissing teniet.

Vernietigt het dwangbevel in de mate dat het een BTW-boete invordert.

Verdeelt de kosten bij helften, begroot in graad van hoger beroep op € … voor appellante en op € … voor geïntimeerde.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de zesde fiscale kamer van het hof van beroep te Brussel, op 25.04.2003

alwaar aanwezig waren en zitting namen :

- K. V., voorzitter,

- Y. D. R., raadsheer,

- M. R., raadsheer,

- C. D. N., griffier.

Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit arrest ten uitvoer zullen leggen;

Dat Onze Procureurs-generaal en Onze Procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;

Ten blijke waarvan dit arrest is ondertekend en gezegeld met het zegel van het hof.

Voor gelijkvormige expeditie afgeleverd aan de Belgische Staat.

(Goedgekeurd de doorhaling van … regel en woord ….)

Brussel, de 12/08/2003;

De griffier - hoofd van dienst

Chr. D. R.

Rol nr : 48.027

PVBA V., met zetel te …, …;

eiseres,

ter zitting vertegenwoordigd door meester M. loco meester L. advocaat te …;

tegen :

BELGISCHE STAAT, ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Tienen, met kantoren in het Rijksadministratief Centrum, Goossensvest 3;

verweerster,

ter zitting vertegenwoordigd door meester B., advocaat te …;

De Rechtbank spreekt het vonnis uit in deze zaak die ter zitting van 10.11.1994 in beraad werd genomen;

Gelet op de artikelen 2-9-34-36-37 en 41 der wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Gehoord partijen in hun middelen en gelet op hun besluiten en bewijsstukken;

Overwegende dat de vordering, ingeleid op verzoek van de PVBA V. bij geboekt exploot d.d. 29 augustus 1991 aan de Belgische Staat BTW te … betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder L. met standplaats te … ertoe strekt het verzet van aanlegster tegen een dwangbevel van verweerster gegrond te horen verklaren en het dwangbevel te horen opschorten en stuiten en voor recht te horen zeggen dat de aanspraken van verweerster in zake BTW, boetes, aankleven, intresten en kosten onverschuldigd zijn en verweerster te horen veroordelen in betaling van de gerechtskosten, dat alles bij vonnis voorlopig uitvoerbaar te verklaren;


De feiten

Verweerster stelt op 10 januari 1991 proces verbaal op lastens aanlegster waaruit blijkt dat in vak 32 van het 4de kwartaal 1989, …

Dat het niet ter zake dienend is of aanlegster al dan niet nadien een dergelijk attest heeft bekomen;

Dat het aan verweerster zal zijn het bijgebrachte attest al dan niet als voldoende te beschouwen en de uitvoering daaraan al dan niet aan te passen;

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak;

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond; Veroordeelt verweerster in betaling van de kosten van het geding eiseres begroot op … BF voor dagvaarding en een rechtsplegingsvergoeding van … BF en voor verweerster op een rechtsplegingsvergoeding van … BF;

Staat de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis toe;

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de vierde kamer der rechtbank van eerste aanleg zitting houdende te Leuven op donderdag acht december 1900 vierennegentig, waar zetelden :

mevrouw R. S., alleenzetelend Rechter en

de heer F. N., Griffier.

F. N. R. S.

Textes cités

1
CTVA art. 771 occurrence

Décisions similaires

8