Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance 14 janvier 2008

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instanceTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-tribunal-2008-01-14-7538

Juridiction
Tribunal de première instance
Date
14 janvier 2008

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

54 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 14.01.2008

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT – ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 14 JANUARI 2008

Algemene rol nummer : 04/3980/A

In de zaak van :

N.V. R., met zetel te …, …, als BTW-plichtige geïdentificeerd onder het nummer BE … (ondernemingsnummer …)

eiseres, voor wie optreedt meester D. V. B., advocaat te …, …,

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, BTW-Ontvangkantoor te Zottegem, met kantoren te Zottegem, G. Schockaertstraat 4;

verweerder, voor wie optreed, meester C. P., advocaat te …, …, opvolging van meester W. D. V.;

vonnist de rechtbank als volgt :

1. PROCEDURE

Partijen werden gehoord op de openbare terechtzitting van 17.12.2007: waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging werd ingezien, in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift neergelegd op 27.10.2004 en de conclusies van de partijen.

2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt tot :

- de nietigverklaring van het dwangbevel R.C.I.V. nr. …, Reg. …, uitgevaardigd op 13.07.2004 door de rekenplichtige, mevrouw M. M., eerstaanwezend Inspecteur, Ontvanger a.i. van het BTW-Ontvangkantoor te Zottegem, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer J. V., eerstaanwezend Inspecteur te Zottegem aangewezen door de Gewestelijk directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Gent, betekend aan eiseres per aangetekend schrijven op 27.07.2004 en ertoe strekt eiseres te horen ontslaan van betaling van de erin gevorderde bedragen;

- verweerder te horen veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen die ten onrechte werden betaald of ingehouden en toegerekend op de sommen vermeld in het dwangbevel, waarvan de vernietiging wordt gevorderd, en dit vermeerderd met moratoire interesten overeenkomstig artikel 91 W.BTW.

Ter terechtzitting van 17.12.2007 verklaart eiseres dat de betwisting van het dwangbevel zich thans beperkt tot de door verweerder opgelegde geldboete van 50 %, zijnde een bedrag van … EUR

3. FEITEN EN GESCHIL

Gelet op de door partijen ter terechtzitting van 17.12.2007 meegedeelde standpunt dat er geen betwisting meer is wat betreft de grond van de zaak, doch het geschil zich thans beperkt tot de omvang van de boete, beperkt de rechtbank zich tot het onderzoek van de opgelegde geldboete van 50 %.

In het dwangbevel van 13.07.2004 werd lastens eiseres een geldboete opgelegd ten belope van 200 %, meer bepaald … euro. Tijdens de informele willige administratieve fase heeft de Administratie deze boete van 200 % teruggebracht naar 50 %. De betwiste boete werd aldus terug gebracht naar een bedrag van … EUR. De beslissing van de Administratie tot vermindering van de geldboete was gesteund op artikel 9 van het Regentschapsbesluit van 18.03.1831. Ook met deze geldboete van 50 % kan eiseres zich niet akkoord verklaren.

In het K.B. nr. 41 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt duidelijk vastgelegd dat de geldboeten van toepassing voor overtreding beoogd in artikel 70, § 1bis W.BTW als volgt worden verminderd :

"Ten onrechte afgetrokken belasting.

het bedrag van de verkeerdelijk in aftrek gebrachte belasting voor een controleperiode van één jaar (1) is :

- meer dan … EUR: 10 pct. van de verkeerdelijk in aftrek genomen belasting" :

Eiseres voert aan dat om die reden een geldboete van 50 % geenszins worden opgelegd. De geldboete dient volgens eiseres minstens te worden kwijtgescholden tot 10 % van de verschuldigde belasting. Volgens eiseres heeft de rechtbank in dit kader een volledige beoordelingsbevoegdheid.

4. BESPREKING

Krachtens artikel 70, § 1, eerste lid van het BTW-Wetboek wordt voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet-tijdig betaalde belasting.

Krachtens artikel 84 van het BTW-Wetboek wordt, binnen de door de wet gestelde grenzen, het bedrag van de proportionele fiscale boeten bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.

Krachtens artikel 1, laatste lid van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten zijn de schalen voor vermindering van de proportionele fiscale geldboete niet van toepassing ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

De rechter aan wie gevraagd wordt de sanctie opgelegd op grond van het genoemde artikel 70 van het BTW-Wetboek, te toetsen, mag de wettelijkheid daarvan onderzoeken en in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het intern recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat hij mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang.

De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie.

Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de belastingschuldige of om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.

Ingevolge het door de Administratie rechtmatig uitgevoerde onderzoek is gebleken dat door eiseres gedurende meerdere jaren BTW in mindering werd gebracht op grond van facturen uitgaande van drie dubieuze leveranciers, waaromtrent geen enkel bijkomend stuk kon worden voorgelegd en gedurende meerdere jaren zonder activiteit of in faling waren.

De Administratie voert terecht aan dat door eiseres een overtreding werd gepleegd met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken, waardoor de schalen voor vermindering van de proportionele fiscale geldboete niet van toepassing zijn. De rechtbank stelt tenslotte enkel vast dat de aanvankelijk opgelegde geldboete van 200 % door de Administratie naar aanleiding van een minnelijke administratieve overleg verminderd werd tot 50 % op grond van het Regentbesluit van 18.03.1831 (stuk 8 eisers).

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd,

Alle andere en strijdige conclusies als niet dienend afwijzend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, tot dusver begroot als volgt :

- aan de zijde van eiseres :

rechtsplegingsvergoeding : … €

- aan de zijde van verweerder :

rechtsplegingsvergoeding : … €

Aldus gewezen en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent veertien januari tweeduizend en acht, waar aanwezig waren :

de heer S. R., alleenzetelend rechter,

mevrouw G. L., griffier.

G. L. S. R.

Textes cités

3
CTVA art. 702 occurrences
AR no 41 art. 11 occurrence
CTVA art. 841 occurrence

Décisions similaires

8