Parcours procédural
2 étapes · 1 an 1 mois- Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers18.12.2006
- Décision sur appelCour d'appel d'Anvers05.02.2008
Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 18.12.2006
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op achttien december tweeduizend en zes in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., griffier.
Inzake : A.R. Nr. 03/5914/A
D. F. C.,
bestuurder, wonende te …, …, ….
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester G. G. loco meester L. D. B., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
A. Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie der Domeinen, in de persoon van de met Invordering belast ambtenaar van het Derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen waarvan de kantoren gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,
B. Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Minister van Financiën, met kantoor gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester A. V. d. V. loco meester M. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder F. J. te … op 12 september 2003 voor wat betreft verwerende partij sub A en betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder R. R. in vervanging van gerechtsdeurwaarder Ph. S. te … op 12 september 2003 voor wat betreft verwerende partij sub B,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 24 mei 2006,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 27 november 2006.
Ambtenaren van AOIF hebben in augustus 1999, na aankondiging, controle verricht ter zake BTW over 1 oktober 1995 tot en met 31 december 1997 ten aanzien van B. V.B.A. T. H..
Zij beschikten bij hun komst ook over inlichtingen uit Zweden en Finland.
Gebleken was dat in de loop van het derde kwartaal 1996 aankopen waren gedaan in Finland onder opgave van het BTW-nummer van vermelde vennootschap.
Hetzelfde was het geval voor aankopen in de loop van het tweede en vierde kwartaal 1996 en in de loop van het vierde kwartaal 1997, telkens in Zweden, ook onder opgave van het BTW-nummer van deze vennootschap.
Deze aankopen konden niet worden aangetroffen in haar boekhouding.
Huidig eiser, die zaakvoerder is van vermelde vennootschap, verklaarde bij de controle dat hij de aankopen had gedaan voor persoonlijk gebruik (klein materiaal in Finland naast paarden in Zweden), onder opgave, aan de diverse leveranciers, van het BTW-nummer der vennootschap "omdat zij naar een BTW-nummer vroegen".
De belastingdienst formuleerde navordering ten laste van huidig eiser persoonlijk, uit oorzaak van niet weerlegd vermoeden van art. 15, § 7 Wetboek BTW ter zake levering in België.
De navordering behelst de rechten, volle proportionele wettelijke boete van 200 %, verder ook forfaitaire boete per niet verrichte aangifte, tenslotte intrest op de rechten (conform art. 91, § 1) vanaf 1 januari 1998.
Uit het dossier blijkt dat na vermelde controle eerst een correctieopgave werd gestuurd, en dat gevolmachtigde van de B.V.B.A. daarop heeft gereageerd met melding dat ze niets te maken had met de aankopen van huidig eiser ten behoeve van zijn privé-patrimonium.
Op 5 april 2000 werd proces-verbaal opgesteld.
Ontvanger BTW Antwerpen 3 vaardigde op 30 januari 2001 dwangbevel uit tot invordering, en dit dwangbevel werd op 1 februari 2001 uitvoerbaar verklaard en middels exploot van 13 maart 2001 betekend aan eiser, met bevel tot betalen.
Onafhankelijk van voormelde betwisting in rechte, verzocht de raadsman voor eiseres met schrijven van 20 augustus 2003 aan de minister van Financiën om kwijtschelding minstens gevoelige vermindering der boete op grond van het Regentbesluit van 18 maart 1831.
De minister heeft, onder verwijzing naar het hangende geding, gesteld dat het hem daardoor onmogelijk was geworden over dat verzoek te beslissen.
In het geding loopt geen betwisting ter zake toelaatbaarheid van de rechtsvordering, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.
Ten gronde :
1. Factuur 12 april 1996 door K. T. (vennootschap naar Zweeds recht, gevestigd in Zweden).
Eiser betwist niet dat hij toen een paard aankocht voor loutere privé-doeleinden.
Hij stelt evenwel dat hij daarop de inclusieve Zweedse BTW betaalde aan de verkoper en dat die BTW daardoor 'logischerwijze' werd afgedragen aan de Zweedse staat.
De Zweedse verkoper blijkt voorts alvast op de factuur zelf geen verwijzing te hebben gedaan naar enige vrijstelling voor intracommunautaire levering, vanuit diens standpunt.
De factuur vermeldt wel dat het gekochte paard dadelijk zal worden uitgevoerd door die koper, en op diens kosten.
Eiser kan niet ernstig worden genomen waar hij stelt dat de koopprijs inclusief BTW zo zijn bepaald.
Hij onderbouwt deze stelling niet met enig tastbaar gegeven dat er in Zweden facturatie kan geschieden 'inclusief BTW', zelfs aan particulieren (vgl. art.22 der Zesde Richtlijn waarbij te dezen ook niet uit het oog mag worden verloren dat eiser bewijst een BTW-nummer opgaf dat de verkoper moest doen geloven dat de bestemmeling wel BTW-belastingplichtig was.
Zijn stelling van Zweedse binnenlandse levering wordt bovendien tegengesproken door niet alleen de factuurvermelding dat hij de zorg moest dragen voor onmiddellijke export (met de vervoerkost te zijnen laste), maar ook door de latere opgave door de Zweedse verkoper (aan dan de Zweedse Staat) als intracommunautaire levering.
Terecht stelt verweerder dat de aan eiser opgelegde plicht tot onmiddellijke export (lees hier : overbrenging naar het buitenland binnen de EG) op eigen kosten, zinloos ware geweest indien het in Zweden louter had gegaan om een binnenlandse levering.
Helemaal ten overvloede blijkt de factuur te zijn opgesteld te Brussel, nog op de dag van de betaling.
Er dient te worden besloten dat het in realiteit niet ging om een intracommunautaire levering door de Zweedse leverancier aan een Belgisch BTW-belastingplichtige, maar om een levering aan een Belgisch particulier, waarop krachtens art.15, § 7 Wetboek BTW een vermoeden van bepaaldelijk levering in België blijft gelden bij gebrek aan tegenbewijs.
2. De andere facturen (Zweden en Finland)
Eiser stelt dat hij persoonlijk met deze aankopen niets te maken heeft, maar dat ze wel door de vennootschap zijn gebeurd; en dat het door deze laatste niet opnemen daarvan zou berusten op een materiële vergissing.
Zulke materiële vergissing wordt enkel beweerd, maar niet onderbouwd met gegevens.
Aldus blijkt dat het enige aanknopingspunt met de vennootschap is gelegen in de opgave door huidig eiser, maar dan in hoedanigheid van zaakvoerder van de vennootschap, van haar BTW-nummer aan de Zweedse respectievelijk Finse leveranciers, die uit die oorzaak die leveringen hebben beschouwd als intracommunautaire leveringen aan de immers BTW-belastingplichtige vennootschap.
Louter ten overvloede heeft de gevolmachtigde van de vennootschap eerder verklaard dat het wel degelijk ging om privé-aankopen door huidig eiser.
3. De (evenredige) boete
3A. Motivering tot de boete
Te dezen is de specifieke wet van 4 augustus 1986, art.109, van toepassing.
Eiser werpt op dat daaraan niet is voldaan in het proces-verbaal dat basis vormt tot de la tere invordering bij dwangbevel.
De motivering dient uitdrukkelijk te zijn en te beantwoorden aan de vereisten van vermeld art. 109, zelfs al bepaalt art.70, § 1 Wetboek BTW dat de boete tegen 200 % van rechtswege wordt opgelopen.
Het proces-verbaal omschrijft de feiten die de overtreding opleveren, verwijst naar art.70, § 1 Wetboek BTW ter toepassing van de volle boete, geeft voorts ook de motieven op die hebben gediend om het bedrag van de boete vast te stellen.
De opgegeven motieven bestaan in opgave door de leveranciers in hun respectieve landen als intracommunautaire leveringen uit oorzaak van het door eiser via het opgeven van het BTW-nummer van de vennootschap doen geloven dat het daarbij ging om aankopen door een BTW-belastingplichtige.
Het proces-verbaal omschrijft deze handelwijze van eiser als misbruik van vrijstelling inzake intracommunautaire leveringen en verwervingen, vermits zij bestemd waren voor particuliere doeleinden.
3B. Hoogte van de boete
Ten gronde blijkt dat eiser, gebruik makend van zowel zijn hoedanigheid van privé-persoon als zijn hoedanigheid van zaakvoerder, verwarring heeft veroorzaakt tussen hemzelf en 'zijn' vennootschap, en aldus de leveranciers heeft gemanipuleerd ter ontduiking door hem van de betaling van BTW terzake zijn privé-aankopen (waarvoor hij aldus geen recht op aftrek bezit).
De rechtbank oordeelt dan ook in het kader van haar volle rechtsmacht dat de volle boete terecht werd toegepast conform art. 1 laatste lid van KB nr.41 inzake BTW, waarnaar het proces-verbaal ook met zoveel woorden verwijst.
4. De forfaitaire boetes wegens niet aangiftes
Hierover afzonderlijk en of in combinatie met de evenredige boete blijkt geen betwisting te lopen.
Dispositif
OM DIE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend. Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,
Veroordeelt eiser tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op … EUR geactualiseerde rechtsplegingvergoeding.
N. D. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.