Champ d'application, acquisition intracommunautaire de biens, disposition pénale · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Hasselt 11 mars 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Champ d'application, acquisition intracommunautaire de biens, disposition pénaleTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-acquisition-intracommunautaire-biens-tribunal-hasselt-2010-03-11-a007

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Hasselt
Date
11 mars 2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

72 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 11.03.2010

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

IN ZAKE A.R. nr. 08/2767/A

E. K. T., geboren te … (…) op 11.03.1969, wonende te …, ….

eiser,

vertegenwoordigd door mr. O. S. loco mr. B. K., advocaat te …, ….

tegen :

ADMINISTRATIE VAN DE BTW-REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 47.

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. D. D. loco mr. R. F., advocaat te …, ….

VOLGT HET VONNIS :

Gelet op :

- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd door eiser ter griffie van deze rechtbank op 14.11.2008;

- de conclusies, syntheseconclusie en stukken van verweerder;

- de besluiten en stukken van eiser.

I. FEITEN EN VOORGAANDEN

1. Eiser kocht op 02.06.2006 een personenwagen BMW 330D met chassisnummer WBA … aan bij dhr. G. Y. wonende in ….

Eiser heeft dit voertuig aangekocht in een bedrijf te … (…) waar dhr. G. dit voertuig kwam verkopen.

De eerst ingebruikname was op 12.01.2006.

2. Op 06.06.2006 heeft eiser zich aangeboden op het douanekantoor te …. Eiser beweert dat hij zich daar kwam informeren over te vervullen formaliteiten.

Verweerder beweert dat eiser zich effectief aanbood ter vervulling van de formaliteiten.

3. Aangezien het om een voertuig ging dat bij aankoop minder dan 6 maanden oud was, werd het voertuig als fiscaal "nieuw" aanzien.

Eiser moest daarom voor deze intracommunautaire verwerving een bijzondere BTW-aangifte indienen en de verschuldigde BTW voldoen overeenkomstig de bepalingen van KB nr. 46 van 29.12.1992.

Vermits eiser verzuimde deze bijzonder BTW-aangifte in te dienen, werd er op 16.10.2007 een proces-verbaal opgesteld door B. D., adjunct fiscaal deskundige bij de FOD Financiën, administratie der Douane en Accijnzen.

Op basis van die vaststellingen werd nadien op 04.08.2008 door P. K., waarnemend eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën, administratie van BTW, registratie en domeinen verbonden aan het BTW-kantoor te …, een proces-verbaal opgesteld.

Op 28.10.2008 werd een dwangbevel uitgevaardigd, dat geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard door de waarnemend eerstaanwezend inspecteuur van het BTW-controlekantoor te Maaseik op 03.11.2008 en dat samen met het PV van 04.08.2008 aan eiser werd betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot van 12.11.2008.

Uit dat exploot blijkt dat eiser de volgende bedragen verschuldigd is :

- … euro als BTW;

- … euro als wettelijke geldboete (art. 70, § 1 BTW-wetboek, proportioneel verminderd conform het KB nr. 41);

- de wettelijke interesten (art. 91, § 1 BTW-wetboek);

- de moratoire interesten over de geldboeten vanaf de betekening van het dwangbevel;

- de vervolgingskosten.

4. Eiser argumenteert in essentie :

- dat er van intracommunautaire verwerving met toepassing van BTW geen sprake kan zijn, aangezien de aankoop in Nederland gebeurde en niet in België;

- dat de voorwaarden zoals omschreven in het BTW-wetboek niet vervuld zijn, aangezien hij het voertuig in België niet heeft aangekocht, en nooit in België heeft gebruikt als eigenaar.

5. Bij tegensprekelijk verzoekschrift van 14.11.2008 heeft eiser een vordering in rechte ingeleid.

II. BEOORDELING

1. 0ntvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

2. Ten gronde

1. De rechtbank dient aan de hand van de feitelijke gegevens na te gaan of eiser een intracommunautaire verwerving heeft gedaan van een nieuw vervoermiddel in België .

Ten gronde stelt eiser dat de BTW-administratie geen afdoend bewijs bijbrengt dat er inderdaad een intracommunautaire verwerving plaatsvond in België die aanleiding gaf tot het heffen van de BTW.

Krachtens art. 25ter, § 1, 2° en § 2 W.BTW zijn aan de BTW onderworpen, wanneer ze in België plaats vinden, de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen onder bezwarende titel door een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

Een intracommunautaire verwerving vereist dat "het recht om over het goed als eigenaar te beschikken" wordt overgedragen én dat het goed wordt overgebracht van een EG-lidstaat naar een andere.

Het is echter niet vereist dat het goed ook volgens zijn bestemming gebruikt wordt in het land waarnaar het wordt overgebracht. De BTW op de aankoop van een voertuig is verschuldigd, ook indien het voertuig niet in het verkeer is gebracht (zie Antwerpen, 11 februari 2003, rolnr. …, nt. gepubl.).

Eiser kan derhalve voorhouden dat er in België geen BTW verschuldigd is wanneer het voertuig werkelijk nooit naar dit land werd overgebracht.

De rechtbank stelt vast dat :

- eiser heeft zich op 06.06.2006 aangeboden te … i.v.m.de communautaire verwerving van een personenwagen BMW 330 D, chassisnummer …, eerste gebruik in Duitsland op 12.01.2006;

- er geen betwisting is over het feit dat het een nieuw vervoermiddel betreft;

- uit het "Kaufvertrag für ein gebrauchtes kraftfahrzeug" van 02.06.2006 blijkt dat eiser de wagen heeft aangekocht van de heer G. voor de prijs van … euro; het betreft derhalve een levering onder bezwarende titel;

- eiser heeft verklaard : "Ik heb de wagen niet ingevoerd en tegen de douaneambtenaar gezegd dat ik hem thuis zal laten staan totdat hij zes maanden oud is en hem daarna in te voeren of door te voeren";

- volgens de gegevens van het rijksregister woont eiser op dat ogenblik te …, …;

- de raadsman van eiser heeft aan de administratie meegedeeld dat eiser met Duitse transitplaten heeft rondgereden in België (zie stuk 6, bundel verweerder);

- eiser houdt voor dat voertuig in Nederland is gebleven maar overlegt geen enkel document waaruit zou blijken dat hij de situatie in Nederland heeft geregulariseerd en een intracommunautaire verwerving in Nederland zou hebben gedaan.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser het voertuig heeft aangekocht met de bedoeling het over te brengen naar België en dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.

De vordering van eiser is dan ook ongegrond.


Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten vaneen advocaat (B.S., 31.05.2007) en de onmiddeIlijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).

De vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om af te wijken van het basisbedrag.


De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.


Dispositif

OM DEZE REDENEN :

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk doch ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding en begroot deze in hoofde van verweerder op … euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer A, op het gerechtshof te Hasselt op 11.03.2010, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw M. C., enige rechter, en

De heer L. P., griffier.

L. P. M. C.

Textes cités

2
CTVA art. 701 occurrence
CTVA art. 911 occurrence

Décisions similaires

8