Acquisition intracommunautaire, Lieu de livraison, livraison intracommunautaire · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruxelles 24 novembre 2025

Rechercher
Texte en néerlandais

Acquisition intracommunautaire, Lieu de livraison, livraison intracommunautaire

https://juriel.be/fr/jurisprudence/acquisition-intracommunautaire-lieu-livraison-taux-tribunal-bruxelles-2025-11-24-3f54

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruxelles
Date
24 novembre 2025

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

229 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance de Bruxelles du 24.11.2025

WF 707-15-24/001557 - Finaliti 54953508

[ Jugement partiellement favorable ]

Taxe sur la valeur ajoutée – Acquisition intracommunautaire – Lieu de livraison – Taux

Dispositions légales

Art 25quinquies, §2 et §3, premier alinéa

AR n° 20 Tableau A

Résumé du jugement

1. Faits et antécédents de procédure

La requérante est enregistrée comme assujettie à la TVA pour l'exploitation d'un cabinet dentaire. L'activité de dentiste relève de l'exonération prévue à l'article 44, §1, du Code de la TVA.

Selon les données obtenues par l'administration auprès du système d'échange d'informations sur la TVA (VIES), la requérante a acheté des biens aux Pays-Bas en utilisant son numéro de TVA belge, mais la TVA n'a pas été acquittée. L'Administration a procédé à l’application de la TVA belge à ces acquisitions intracommunautaires. La requérante conteste la dette fiscale et le taux de la TVA appliquée.

2. Décision

Le tribunal relève que la requérante ne conteste pas les achats intracommunautaires, mais qu'elle ne démontre pas non plus que la TVA néerlandaise a été acquittée sur ces acquisitions. L'administration a, à juste titre, soumis les acquisitions intracommunautaires à la TVA belge. Dans ses conclusions, la requérante a produit des pièces attestant qu'une partie des acquisitions peut bénéficier du taux réduit de 6 % (dents artificielles et accessoires). Les deux parties sont d'accord sur ce point. Lors de l'audience, la requérante a produit des pièces supplémentaires afin de démontrer qu'une autre partie des acquisitions pourrait bénéficier du taux réduit. Le tribunal estime ne pas pouvoir tenir compte de ces pièces supplémentaires, étant donné que le défendeur n'a pas pu se défendre à leur sujet.

Texte intégral

Corps de la décision

Cette jugement est publié uniquement dans la langue originale.

Vonnis van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel dd. 24.11.2025

24/3984/A

Inzake:

X.,

met maatschappelijke zetel te …, KBO: …,

eiseres

- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. SNOECKX ZEGER loco Mr. RENIER PHILIPPE te 3500

HASSELT, Casterstraat 70 bus 1,

TEGEN:

DE BELGISCHE STAAT,

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Antwerpen, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4, KBO: 0308.357.159,

verweerder

- vertegenwoordigd ter zitting door E.A., in hoedanigheid van

rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 10 oktober 2024, ingeschreven ter griffie op 11

oktober 2024;

- de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 15 november 2024,

waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

- de besluiten van verwerende partij.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden, op 27 oktober 2025.

1. Procedurele voorgaanden en vorderingen van partijen

Eiseres is als btw-belastingplichtige geregistreerd voor de exploitatie van een tandartsenpraktijk. De activiteit van tandarts valt onder de vrijstelling van art. 44, §1 WBTW.

De administratie maakte gebruik van gegevens van het VAT Information Exchange System (VIES) om tot het besluit te komen dat door eiseres de btw over een aantal intracommunautaire verwervingen van leveringen en diensten niet werd betaald.

Er werden ter regularisatie van deze toestand drie processen-verbaal van taxatie opgemaakt op 17 juni 2024 die op diezelfde datum ter kennisgeving werden overgemaakt aan eiseres (stukken 1, 2, en 3 verweerder). De processen-verbaal hebben betrekking op de volgende tijdvakken : 01.01.2023 — 31.03.2023, 01.04.2023 — 30.06.2023 en 01.07.2023- 30.09.2023.

Er werden drie schuldartikels ingeschreven en voor elke schuld werd een innings- en invorderingsbericht opgemaakt (zie stukken 4, 5 en 6 verweerder), met name .

1.het innings- en invorderingsbericht van 1 augustus 2024 m.b.t. artikelnummer 500.2933.62227 (eerste kwartaal 2023) (stuk 4 verweerder);

2.het innings- en invorderingsbericht van 1 augustus 2024 m.b.t. artikelnummer 500.2933.62328 (tweede kwartaal 2023) (stuk 5 verweerder);

3.het innings- en invorderingsbericht van 1 augustus 2024 m.b.t. artikelnummer 500.2933.62631 (derde kwartaal 2023) (stuk 6 verweerder)

Eiseres diende op 9 oktober 2024 een bezwaarschrift in voor de artikelnummers 500.2933.62227, 500293362328 en 500293362631 (stuk 10 verweerder).

Zonder de beslissing af te wachten over dit administratief beroep, diende eiseres op 10 oktober 2024 een verzoekschrift op tegenspraak in tegen de voornoemde artikelnummers.

2. Vorderingen van partijen

- Eiseres legt geen conclusie neer en verzoekt de rechtbank in haar verzoekschrift in rechte: te zeggen voor recht dat de processen-verbaal inzake btw van 17 juni 2024 en de innings- en invorderingsberichten inzake btw met artikelnummers 500.2933.62227,

- 500.2933.62328 en 500.2933.62631, nietig zijn, minstens geen rechtsgevolgen hebben, minstens moeten worden ontheven, dan wel geen aanleiding kunnen geven tot de verschuldigdheid van de gevorderde btw, geldboeten en/of interesten; de Belgische Staat teruggaaf te bevelen van de onterechte geïnde sommen op grond van de vernietigde c.q. ontheven aanslagen, vermeerderd met de moratoriuminteresten;

•de Belgische Staat te veroordelen tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, thans begroot op 1.650 euro cf. artikel 1022 Ger.W. juncto KB 26 oktober 2007 (basisbedrag voor in geld waardeerbare vorderingen).

Verweerder verzoekt de rechtbank voor recht te zeggen:

de vordering van eiseres ontvankelijk te verklaren;

de vordering van eiseres voor nietigverklaring van het Innings- en Invorderingsregister

met artikelnummer 202407NL026 gegrond te verklaren ten belope van:

 Wat de hoofdsom (btw) betreft:

- Art. 500.2933.62227: het aangerekende bedrag dat 7.013,13 euro te boven gaat;

 Art. 500.2933.62328: het aangerekende bedrag dat 2.733,66 euro te boven gaat;

 Art. 500.2933.62631: het aangerekende bedrag dat 2.282,33 euro te boven gaat;

 Wat de boete betreft:

- Art. 500.2933.62227: het aangerekende bedrag dat 1.400,00 euro te boven gaat;

- Art. 500.2933.62328: het aangerekende bedrag dat 540,00 euro te boven gaat;

- Art. 500.2933.62631: het aangerekende bedrag dat 450,00 euro te boven gaat;

 Wat de interesten betreft:

- Art. 500.2933.62227: alle interesten aangerekend over een hogere basis dan 7.010,00

euro (pro memorie)

- Art. 500.2933.62328: alle interesten aangerekend over een hogere basis dan 2.730,00

euro (pro memorie)

- Art. 500.2933.62631: alle interesten aangerekend over een hogere basis dan 2.280,00

euro (pro memorie)

In concreto is de vordering van eiseres gegrond ten belope van:

 btw: 437,74 euro (128,55 euro + 151,95 euro + 157,24 euro te veel aangerekend)

 boete: 80,00 euro (20,00 euro + 30,00 euro + 30,00 euro te veel aangerekend)

 de interesten voor zover zij aangerekend werden over bedragen boven 7.010,00 euro m.b.t. artikel 500.2933.62227 (eerste kwartaal), boven 2.730,00 euro m.b.t. artikel 500.2933.62328 (tweede kwartaal) en boven 2.280,00 euro m.b.t. artikel 500.2933.62631 (derde kwartaal): (pro memorie)

voor het overige de eis tot nietigverklaring van het Innings- en Invorderingsregister

met artikelnummer 202407NL026 als ongegrond af te wijzen.

de rechtsplegingsvergoeding te bepalen op 1.726,74 euro.

3. Ontvankelijkheid

Verweerder betwist de ontvankelijkheid van de vordering van eiseres niet. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiseres ontvankelijk is.

4. Beoordeling

4.1. Is er Belgische btw verschuldigd over de intracommunautaire verwervingen?

In deze procedure betwist eiseres enkel de btw over de intracommunautaire verwervingen (het bestaan van deze schuld en het toepasselijk tarief)

Eiseres stelt dat in de onderzochte periodes haar activiteit werd uitgeoefend vanuit Breda (Nederland). De praktijk in België was toen in aanbouw en zal pas nadien actief zijn. De consultaties met Belgische patiënten vonden wel plaats in België, maar aangezien de Belgische praktijk nog niet beschikte over materialen (tandartsstoel etc.) vonden de effectieve behandelingen plaats in Nederland. Ter uitoefening van haar activiteit in Nederland kocht eiseres goederen aan in Nederland en deed zij tevens beroep op Nederlandse dienstverleners. Wat betreft de aangekochte goederen die specifiek gebruikt werden voor de tandartsactiviteit (handschoenen, implantaten, protheses,...) hebben deze goederen volgens eiseres, Nederland nooit verlaten. Ze werden aangekocht voor de activiteit in Nederland en werden door de Nederlandse leveranciers dan ook verstuurd naar de praktijk in Nederland.

De rechtbank stelt vast dat de verweerder de informatie die zij aanwendde voor de belasting van de intracommunautaire aankopen, bekwam via het VAT Information Exchange System (VIES).

De informatie bekomen van VIES betreft aankopen van leveringen en diensten die door eiseres onder haar Belgisch btw-nummer werden gedaan.

Artikel 25 quinquies, §2 en §3, eerste lid WBTW luidt als volgt:

"52. Als plaats van een intracommunautaire verwerving van goederen wordt aangemerkt de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer.

§3. Onverminderd het bepaalde in § 2 wordt de plaats van een intracommunautaire verwerving van goederen als bedoeld in artikel 25ter, 51, evenwel geacht zich te bevinden op het grondgebied van de Lid-Staat die het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de afnemer deze verwerving heeft verricht, voor zover de afnemer niet aantoont dat de belasting op deze verwerving is geheven overeenkomstig §2."

Eiseres betwist niet dat betreffende aankopen hebben plaatsgevonden.

De bepaling van artikel 25quinquies §3 WBTW houdt in dat de plaats van verwerving van aankopen, gedaan op een Belgisch btw-nummer, vermoed wordt in België te zijn gedaan.

Nu eiseres niet aantoont dat de Nederlandse btw werd voldaan over de betwiste leveringen, ging de administratie terecht over tot de onderwerping aan Belgische btw van de intracommunautaire verwervingen.

Dit onderdeel van de vordering van eiseres is ongegrond.

4.2. Wat is het toepasselijk tarief voor deze intracommunautaire verwervingen?

Eiseres stelt dat het correcte tarief dient te worden toegepast aangezien de aankopen betrekking hebben op implantaten en dergelijke meer.

In het kader van het administratieve beroep, werd door eiseres aankoopfacturen bijgebracht die volgens verweerder aantonen dat het deels aankopen van goederen betreffen die vallen onder Tabel A van het KB nr. 20 (6 %).

Aangezien in de betwiste inschrijvingen in de innings- en invorderingsregisters de belasting van de intracommunautaire verwerving van de in onderstaande tabel opgenomen goederen gebeurde tegen het tarief van 21 % (i.p.v. 6 %) is verweerder bereid volgende correcties door te voeren in het voordeel van eiseres:

LeverancierAankoopfactuurGoederenMaatstaf van heffingTariefVerschuldigde btw
ICX Dental23/01/2023Abutments623,00 euro6 %37,38 euro
ICX Dental25/01/2023Abutments78,00 euro6 %4,68 euro
ICX Dental08/02/2023Abutments156,00 euro6 %9,36 euro
Totaal 1e kwartaal857,00 euro51,42 euro
ICX Dental12/04/2023Afdekschroef, implantaat, abutment256,00 euro6 %15,36 euro
ICX Dental17/04/2023Implantaat, abutments261,00 euro6%15,66 euro
ICX Dental19/04/2023Scanbasis234,00 euro6 %14,04 euro
ICX Dental24/05/2023Abutment107,00 euro6 %6,42 euro
ICX Dental03/06/2023Abutments155,00 euro6 %9,30 euro
Totaal 2rkwartaal1.013,(X)euro60,78 euro
ICX Dental10/07/2023Basic Impla- netic set49,85 euro6 %2,99 euro
ICX Dental10/07/2023Basic Impla- netic set175,40 euro6 %10,52 euro
ICX Dental11/07/2023Implantaten, abutments186,00 euro6 %11,16 euro
ICX Dental12/07/2023Implantaten474,00 euro6 %28,44 euro
ICX Dental29/09/2023Abutments163,00 euro6 %9,78 euro
Totaal 3ekwartaal1.048,25euro62,89 euro

Eiseres betwist op zich niet de juistheid van deze berekening, maar stelt dat tevens rekening dient te worden gehouden met nieuwe stukken, bijgebracht tijdens de terechtzitting van 27 oktober 2025, waaruit blijkt dat een bijkomende correctie dient te gebeuren in het voordeel van eiseres.

Aangezien verweerder zich niet heeft kunnen verdedigen over deze nieuwe stukken, volgt de rechtbank het standpunt van verweerder dat de rechtbank geen rekening mag houden met de op de zitting neergelegde nieuwe stukken bij de beoordeling van de grond van de zaak.

De rechtbank is van oordeel dat de voorgelegde correcties, doorgevoerd door verweerder m.b.t. de betwiste artikelnummers, wettelijk en correct zijn.

De vordering van eiseres is op dit punt gedeeltelijk gegrond.

5. Kosten van het geding

Eiseres koos ervoor de beslissing over het bezwaar van 9 oktober 2024 niet af te wachten en onmiddellijk een procedure voor de rechtbank in te stellen.

Eiseres, hoewel zij gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, dient te worden veroordeeld tot te de kosten van het geding nu het bezwaarschrift van 9 oktober 2024 dezelfde grieven bevatte als het tegensprekelijke verzoekschrift neergelegd op 10 oktober 2024.

Gelet op het feit dat verweerder niet wordt vertegenwoordigd of wordt bijgestaan door een raadsman, is er geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en als volgt gegrond:

Wat de hoofdsom (btw) betreft:

- Art. 500.2933.62227: het aangerekende bedrag dat 7.013,13 euro te boven gaat;

- Art. 500.2933.62328: het aangerekende bedrag dat 2.733,66 euro te boven gaat;

- Art. 500.2933.62631: het aangerekende bedrag dat 2.282,33 euro te boven gaat;

Wat de boete betreft:

- Art. 500.2933.62227: het aangerekende bedrag dat 1.400,00 euro te boven gaat;

- Art. 500.2933.62328: het aangerekende bedrag dat 540,00 euro te boven gaat;

- Art. 500.2933.62631: het aangerekende bedrag dat 450,00 euro te boven gaat;

Wat de interesten betreft:

- Art. 500.2933.62227: alle interesten aangerekend over een hogere basis dan 7.010,00

euro

- Art. 500.2933.62328: alle interesten aangerekend over een hogere basis dan 2.730,00

euro

- Art. 500.2933.62631: alle interesten aangerekend over een hogere basis dan 2.280,00

euro.

Verklaart in die mate de innings- en invorderingsberichten inzake btw met artikelnummers 500.2933.62227, 500.2933.62328 en 500.2933.62631, nietig.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en welke door de rechtbank vereffend worden op 0,00 euro.

Dit vonnis werd uitgesproken op vierentwintig november tweeduizend vijfentwintig in openbare zitting van de Kamer AFil, die samengesteld was uit:

J. Vanden branden, rechter

C. Lemmens, griffier

Note du SPF Finances

Référence WF

WF 707-15-24/001557 - Finaliti 54953508

Textes cités

3

Décisions similaires

8