Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Décision anticipée n° 2025.0425 du 01.07.2025
Impôt des sociétés
Scission partielle fiscalement neutre
Motifs économiques valables
Fraude ou évasion fiscal
Mesure anti-abus
TVA
Cession d’une branche d’activité
Résume
La scission partielle par laquelle une division distincte est cédée à une société récemment constituée et qui s‘inscrit dans le cadre de la décision stratégique visant à placer cette division mondiale d’un groupe international dans un groupe distinct coté en bourse, répond aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l’article 211, § 1er, du CIR 92.
L’ensemble des actes juridiques (scission partielle, déplacement d’actions ou de parts au sein du groupe et distribution d’actions ou de parts en vue d’une cotation distincte en bourse) se justifie par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 3, du CIR 92, et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 1er, du CIR 92.
La scission partielle susmentionnée doit avoir lieu en application des articles 11 et 18, § 3, du CTVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:
1.1. de partiële splitsing van NV A, waarbij de x-divisie wordt overgedragen aan de recent opgerichte vennootschap NV B beantwoordt aan de voorwaarde zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid, 3° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;
1.2. de keuze voor het geheel van verrichtingen zoals hierna beschreven geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, §1, WIB 92, aangezien de voorgenomen verrichtingen worden verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelasting;
1.3. de partiële splitsing kan plaatsvinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. De NV A maakt deel uit van een internationale groep C met aan het hoofd de buitenlandse beursgenoteerde vennootschap C. Deze groep heeft diverse bedrijfsdivisies w, x, y en z.
3. De NV A is de Belgische verkoopvennootschap van de groep die producten aanbiedt met betrekking tot de bedrijfsdivisies w, x, y en z. De aandelen van de NV A worden thans voor 100% aangehouden door de buitenlandse vennootschap D.
4. De beoogde verrichting betreft de partiële splitsing van de NV A waarbij haar x-divisie zal worden overgedragen aan de recent opgericht vennootschap NV B tegen uitreiking van aandelen aan de aandeelhouder van de NV A. Na de partiële splitsing behoudt de NV A de resterende activa en passiva met betrekking tot de bedrijfsdivisies w, y en z. Deze verrichting beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1) WIB 92.
5. De partiële splitsing van de NV A zal nog worden gevolgd door volgende verrichtingen:.
5.1. de verkoop van de aandelen van de NV B binnen de groep aan een nieuw opgerichte vennootschap in de structuur onder een buitenlandse HoldCo X met het oog op het creëren van een afzonderlijke holdingstructuur voor de x-divisie;
5.2. inbreng van de aandelen van de buitenlandse HoldCo X aan een nieuw opgerichte (toekomstig afzonderlijk beursgenoteerde) buitenlandse holdingvennootschap TopHoldCo X door vennootschap C, waarna vennootschap C de meerderheid van de aandelen van TopHoldCo X in natura zal uitkeren aan haar aandeelhouders.
6. De groep C behoudt na deze verrichtingen nog een minderheidsbelang in TopHoldCo X. Het is mogelijk dat dit minderheidsbelang in de toekomst zal worden verkocht, maar hieromtrent bestaan nog geen concrete plannen.
III. Beslissing
III.A. Inzake de toepassingen van de artikelen 183bis en 211 , § 1 , WIB 92 op de partiële splitsing
7. De partiële splitsing van de NV A kadert in een groter geheel van de globale reorganisatie van de groep, die o.a. ingegeven is door onderstaande motieven:
7.1. het creëren van een internationale afzonderlijke holdingstructuur voor de x-divisie;
7.2. het creëren van een eigen financieel profiel, strategie en bedrijfsmodel waarbij de x-divisie zal functioneren als een zelfstandige onderneming die beter kan inspelen op de dynamiek van de markt, het optimaliseren van de kapitaalstructuur, rekening houdend met de kapitaalintensieve behoeften van de x-divisie, de bijbehorende toeleveringsketen en de seizoensinvloeden;
7.3. een eigen beursnotering en hoofdkantoor voor de x-divisie, TopHoldCo X, tot stand brengen om beter aan haar specifieke behoeften te voldoen;
7.4. het creëren van een waardevermeerderend effect voor zowel de groep C als de groep X.
8. De aanvragers bevestigen dat verschillende personeelsleden zullen overgaan naar de NV B om vandaar uit de x-activiteit verder te zetten. Wat betreft de personeelsleden werkzaam in de bedrijfsdivisies w, y en z binnen de NV A blijft de situatie ongewijzigd. Hieruit blijkt dat zowel de behouden als overgedragen activiteiten ook bij voortduur zullen worden verder gezet bij de partieel gesplitste/verkrijgende vennootschap. De aanvragers hebben verklaard dat de geplande verrichting geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling.
9. De aanvragers bevestigen dat de eigenvermogensbestanddelen van de NV A zullen worden verdeeld in overeenstemming met artikel 213 WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie terzake. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat. De aanvragers bevestigen dat NV A niet beschikt over vrijgestelde reserves waarvoor een herbeleggingsverplichting geldt.
10. De NV A is winstgevend en heeft een belastbare basis. Ze beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap een recent opgericht vennootschap is, beschikt deze evenmin over dergelijke bestanddelen.
11. Uit de door de aanvragers verstrekte prognoses blijkt dat beide vennootschappen na de partiële splitsing financieel leefbaar zullen zijn.
12. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de NV A na de partiële splitsing te vervreemden. De aandelen van NV B zullen evenwel na de partiële splitsing worden verkocht aan een nieuw opgerichte groepsvennootschap in de structuur onder HoldCo X, dit teneinde de wereldwijde afsplitsing van de x-divisie te kunnen doorvoeren. Verder zullen de aandelen van de nieuw opgerichte HoldCo X via een reeks stappen worden ingebracht in TopHoldCo X. De meerderheid van de aandelen van TopHoldCo X zal door de beursgenoteerde vennootschap C worden uitgekeerd aan haar aandeelhouders. De groep C zal nog een minderheidsbelang in TopHoldCo X behouden.
13. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
14. De verkrijgende vennootschap NV B is een binnenlandse vennootschap.
15. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van de NV A kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
III.B. Inzake de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92 op het geheel van de verrichtingen
16. Het geheel van de verrichtingen, bestaande uit de partiële splitsing van NV A, de interne verhanging van aandelen en de beursgang van TopHoldCo X met het behoud van een minderheidsbelang in TopHoldCo X door groep C die mogelijks in de toekomst zal worden verkocht, kaderen in de wereldwijde afzondering van de x-divisie met het oog op het creëren van een afzonderlijke holdingstructuur voor deze divisie met een eigen beursnotering. Op deze wijze kan de NV A en bij uitbreiding de ganse groep C zich meer concentreren op haar resterende activiteiten, nl. w, y en z. Deze doelstelling kan niet worden bereikt in de huidige constellatie.
17. De combinatie van een partiële splitsing gevolgd door een verkoop van de aandelen van de overdragende of verkrijgende vennootschap met het oog op de overdracht van een deel van haar activa zou desgevallend kunnen worden aanzien als een fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92, indien de verkrijger van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de overdragende partij, waarbij meerwaarden op activa worden omgezet in meerwaarden op aandelen en waarbij de belastingplichtige zich buiten het toepassingsgebied van artikel 24 WIB 92 tracht te plaatsen.
18. De aanvragers hebben verklaard dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de NV A te vervreemden. De aandelen van NV B daartegen zullen na de partiële splitsing intern worden verhangen. In dit verband wordt door de aanvragers verklaard dat de vordering van de vennootschap D voortvloeiend uit de verkoop van aandelen van de NV B vervolgens door middel van een dividend of kapitaalvermindering zal worden uitgekeerd doorheen de structuur van groep C boven de vennootschap D en vervolgens worden ingebracht in de holdingstructuur voor de x-divisie via TopHoldCo X. Na de interne separatie via juridische afsplitsingen zal een externe separatie plaatsvinden. Hierbij zal de meerderheid van de aandelen van TopHoldCo X in natura worden uitgekeerd aan de bestaande aandeelhouders van vennootschap C. De groep C zal een minderheidsbelang in TopHoldCo X behouden, dat niet aan de huidige aandeelhouders zal worden uitgekeerd. De aanvragers hebben de keuze voor het geheel van deze rechtshandelingen alsook voor het behoud van het minderheidsbelang in TopHoldCo X in hun aanvraag grondig gemotiveerd aan de hand van zakelijke motieven.
19. Alhoewel de groep C en de groep X voortaan als van elkaar onderscheiden groepen en dus als derden ten opzichte van elkaar kunnen worden beschouwd, blijkt uit de bovenvermelde herstructureringsstappen dat de groep C geen enkele compensatie in liquiditeiten zal ontvangen voor de overdracht van de wereldwijde x-divisie aan de nieuwe groep X (1). Indien in de toekomst de groep C het nog resterende minderheidsbelang in TopHoldCo X (geheel of gedeeltelijk) zou verkopen, verbinden de aanvragers zich ertoe om op dat moment zich terug te wenden tot de DVB om de gevolgen hiervan te bespreken op de beslissing middels een avenant.
[(1) Dit vormt een bindende voorwaarde voor de beslissing.]
20. Derhalve kan worden gesteld dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen voldoende is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 met betrekking tot de toepassing van artikel 24 WIB 92.
21. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummers 12 en 18 van deze beslissing, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de NV A en/of van de resterende aandelen van TopHoldCo X (waaronder NV B ressorteert). Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.
III.C. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW op de partiële splitsing
22. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
23. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
24. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
25. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
26. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de verkrijgende entiteit op autonome wijze de activiteit verderzet.
27. Verwijzend naar de overdracht door de NV A van de x-divisie aan de recent opgerichte vennootschap NV B dient vastgesteld te worden dat deze laatste de activiteit, zoals voorheen verricht door de overdragende vennootschap, zal kunnen voortzetten.
28. Naar aanleiding van de overdracht zullen alle essentiële activa- en passivabestanddelen (al dan niet boekhoudkundig uitgedrukt), alsook de werknemers die verbonden zijn aan de x-activiteiten, worden overgedragen aan de recent opgericht vennootschap NV B.
29. De overnemer NV B zal verder gebruik kunnen maken van het door de NV A gehuurde kantoorgebouw middels een onderverhuurovereenkomst in afwachting van een verhuis naar een eigen locatie.
30. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft de overdracht door de NV A van de x-divisie bij wijze van partiële splitsing aan de recent opgerichte vennootschap NV B derhalve betrekking op een bedrijfsafdeling.
31. Er kan bijgevolg worden geconcludeerd dat de overdracht van de bovenvermelde activa en passiva alsook het personeel verbonden aan de x-activiteit de overnemer zullen toelaten om een zelfstandige economische activiteit uit te oefenen.
32. De over te dragen x-activiteit wordt aangemerkt als een met btw-belaste activiteit die voor de overnemer minstens een gedeeltelijk recht op aftrek doet ontstaan.
33. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dan ook dat de door de NV A overgedragen x-activiteit op grond van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW noch als een levering van goederen, noch als een levering van diensten wordt beschouwd, aangezien:
- de overnemer recht op aftrek geniet;
- de overnemer de activiteiten van de overdrager voortzet; en
- het een overdracht van een bedrijfsafdeling betreft.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.