Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2024.1072 27 janvier 2025

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutreImpôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Impôt des personnes physiques - Revenus divers - Plus-value sur actions - Gestion normale du patrimoine privé - Mesure anti-abus - TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2024-1072-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-9eba

Numéro
2024.1072
Date
27 janvier 2025

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

77 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2024.1072 du 27.01.2025

Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Impôt des personnes physiques · Revenus divers · Plus-value sur actions · Gestion normale du patrimoine privé · Mesure anti-abus

TVA · Cession d’une branche d’activité

Résumé

La scission partielle de la société A, par laquelle l'activité d’exploitation est transférée à une NewCo et les biens immobiliers sont conservés par la société A, de sorte que l'activité d’exploitation peut être transférée à un tiers et que le prix de vente est investi dans l'extension de l'activité immobilière et contribue ainsi à une réorientation des activités de la société A, est conforme aux dispositions de l'article 183bis du CIR 92 et peut être fiscalement neutre conformément à l'article 211, § 1er, du CIR 92.

La vente par des actionnaires-personnes physiques des actions ou parts de la Newco à un tiers peut être considérée comme une opération de gestion normale d’un patrimoine privé, de sorte que la plus-value ne sera pas taxée sur la base de l’article 90, alinéa 1er, 1° et 9°, premier tiret, du CIR 92.

Le choix de l’ensemble des actes juridiques (scission partielle suivie de la vente d’actions ou parts) se justifie par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 3, du CIR 92, et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 1er, du CIR 92.

Les apports par voie de scission partielle de la société X dans la société Y tombent dans le champ d'application des articles 11 et 18, § 3, du CTVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

1.1. de partiële splitsing van de vennootschap A waarbij de exploitatie activiteiten worden overgedragen aan NewCo kwalificeert als een fiscaal neutrale partiële splitsing in de zin van artikel 211 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna ‘WIB 92’);

1.2. de eventuele meerwaarde op aandelen van NewCo n.a.v. de daaropvolgende verkoop aan een derde zal beschouwd worden als te zijn gerealiseerd in de uitoefening van het normaal beheer van privévermogen, en niet belastbaar zal zijn in de personenbelasting als divers inkomen overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreep, WIB 92 of een beroepsinkomen in de zin van artikel 23, WIB 92;

1.3. het geheel van de verrichtingen, met name de partiële splitsing van de vennootschap A via een inbreng in NewCo, gevolgd door een verkoop van de aandelen van NewCo aan een derde, niet kwalificeert als fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92;

1.4. de operationele activiteiten kwalificeren als een bedrijfstak, zodat de overdracht vrijgesteld is van btw overeenkomstig art. 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna ‘W.BTW’).

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. De vennootschap A heeft een exploitatieactiviteit en heeft de laatste jaren ook een vastgoedactiviteit uitgebouwd. De vennootschap bezit verschillende onroerende goederen die deels worden aangewend voor de eigen exploitatieactiviteit, maar voornamelijk worden verhuurd aan derden. De aandelen zijn in handen van natuurlijke personen.

3. Er zal een partiële splitsing van de vennootschap A worden doorgevoerd waarbij de exploitatieactiviteit en alle ermee verband houdende activa en passiva alsook het personeel worden overgedragen aan een nieuwe vennootschap (‘NewCo’). De onroerende goederen blijven behouden bij de vennootschap A. Na de partiële splitsing zullen de aandelen van NewCo worden verkocht aan een derde partij en de verkregen verkoopprijs zal worden geherinvesteerd in de vastgoedactiviteit van de vennootschap A of een andere vennootschap (zie randnr. 11).

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92 inzake de partiële splitsing

4. De aanvragers wensen de vastgoedactiviteit van de vennootschap A verder uit te breiden. Dit vraagt een dermate grote inzet waardoor de combinatie met de exploitatieactiviteit niet langer haalbaar is. Een derde partij is geïnteresseerd in de overname van de exploitatieactiviteit en er werd reeds een intentieovereenkomst voor de overname van de aandelen van NewCo ondertekend. De partiële splitsing wordt doorgevoerd teneinde de overdracht van de exploitatieactiviteit mogelijk te maken; de herinvestering van de verkregen verkoopprijs in de vastgoedactiviteit van de vennootschap A of een andere vennootschap (zie randnr. 11) zal bijdragen aan een heroriëntering van de activiteiten van de aanvragers.

5. Het gedeelte van het gebouw dat momenteel gebruikt wordt voor de exploitatieactiviteiten zal na de partiële splitsing worden verhuurd aan NewCo.

6. Al het personeel van de vennootschap A zal overgaan naar NewCo waaruit blijkt dat de overgedragen activiteit bij voortduur zal worden verdergezet bij de verkrijgende vennootschap.

7. De voorgenomen partiële splitsing van de vennootschap A beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.

8. De vennootschap A is een winstgevende vennootschap met een belastbare basis en beschikt niet over overgedragen fiscale aftrekken. Aangezien NewCo een nieuw op te richten vennootschap is, heeft ze evenmin dergelijke aftrekken.

9. Uit de door de aanvragers aangeleverde prognoses blijkt dat de vennootschap A na de partiële splitsing financieel leefbaar zal zijn.

10. De aanvragers hebben bevestigd dat de verdeling van de eigenvermogensbestanddelen van de vennootschap A zal gebeuren met toepassing van artikel 213 WIB 92. Dit blijkt ook uit het bij de aanvraag gevoegde ontwerp van splitsingsstaat. De vennootschap A heeft geen vrijgestelde reserves.

11. De aandelen van NewCo zullen na de partiële splitsing worden verkocht aan een derde partij. In een eerste fase zullen de aandeelhouders een deel van de aandelen van NewCo overdragen; de resterende aandelen zullen gespreid over de daaropvolgende jaren worden overgedragen. De aanvragers hebben bevestigd dat ze verkoopprijs die ze bij de verkoop van het eerste deel van de aandelen ontvangen, zullen herinvesteren in de activiteit van de vennootschap A, dan wel een andere, desgevallend nieuw op te richten vennootschap. Ze zullen de verkoopprijs daartoe inbrengen in de vennootschap A of een andere, desgevallend nieuw op te richten vennootschap via een kapitaalverhoging binnen een termijn van 3 maanden na ontvangst van de verkoopprijs van de aandelen NewCo en de vennootschap zal deze gelden duurzaam herinvesteren in (materiële) vaste vaste activa tegen uiterlijk 31/12/2027. De aanvragers hebben tevens bevestigd dat ze een overzicht van de gedane investeringen tegen uiterlijk 31/12/2027 zullen overmaken aan de bevoegde controledienst vennootschapsbelasting van de vennootschap A. De aanvragers hebben eveneens bevestigd dat de uitgestelde betaling van de verkoopprijs van de resterende aandelen binnen de drie maanden na ontvangst ervan telkenmale zal ingebracht worden via een kapitaalverhoging in de vennootschap A of een andere vennootschap en deze vennootschap binnen de twee jaar na ontvangst van de verkoopprijs, deze zal herbeleggen in duurzame investeringen in (materiële) vaste activa. Een overzicht van de gedane herinvesteringen zal binnen deze termijn van twee jaar worden overgemaakt aan de bevoegde controledienst vennootschapsbelasting van de vennootschap A.

12. De natuurlijke personen – aanvragers hebben bevestigd dat ze geen intentie hebben om de aandelen van de vennootschap A na de partiële splitsing te verkopen of over te dragen

13. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de voorgenomen partiële splitsing van de vennootschap A plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

14. De verkrijgende vennootschap, NewCo, zal een binnenlandse vennootschap zijn.

15. Derhalve kan de voorgenomen partiële splitsing van de vennootschap A belastingneutraal worden doorgevoerd in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

III.B. Betreffende de toepassing van artikel 23, WIB 92

16. De aanvragers-natuurlijke personen hebben bevestigd dat de aandelen van de vennootschap A behoren tot hun privé-vermogen. Ingevolge de voorgenomen partiële splitsing van de vennootschap A zullen de nieuw uitgegeven aandelen van NewCo worden toegekend aan de aandeelhouders van de vennootschap A, zijnde de aanvragers-natuurlijke personen. Bijgevolg zullen deze aandelen van NewCo eveneens tot hun privé-vermogen behoren. De meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van de aandelen van NewCo valt derhalve niet onder het toepassingsgebied van artikel 23, WIB 92.

III.C. Betreffende de toepassing van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste streepje, WIB 92 inzake de verkoop van aandelen

17. De (gefaseerde) overdracht door de aanvragers-natuurlijke personen van hun aandelen van NewCo aan een derde vormt een overdracht onder bezwarende titel zoals bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92.

18. De aandelen behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

19. Genoemde aandelenoverdracht door de aanvragers-natuurlijke personen, kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van een privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92:

19.1. de aanvragers-natuurlijke personen zijn in het bezit gekomen van de aandelen van de vennootschap A bij de oprichting, hetzij via schenking;

19.2. het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

19.3. door de (gefaseerde) overdracht van de aandelen van NewCo aan een derde na de afsplitsing van de exploitatieactiviteiten van de vennootschap A naar NewCo, blijft enkel de vastgoedactiviteit behouden in de vennootschap A en kunnen de aanvragers-natuurlijke personen zich ten volle toeleggen op de verdere uitbouw ervan. NewCo wordt overgedragen aan een vennootschap met complementaire activiteiten. Aldus draagt de overdracht van NewCo bij aan de continuïteit en de verdere groei van de onderscheiden activiteiten;

19.4. aangezien er bij de partiële splitsing van de vennootschap A geen liquide middelen worden overgedragen aan NewCo, zullen er geen overtollige liquide middelen aanwezig zijn binnen NewCo bij de overdracht van haar aandelen;

19.5. sommige aanvragers-natuurlijke personen zullen na de verkoop van de aandelen van NewCo diensten blijven presteren voor NewCo middels een dienstverleningsovereenkomst en tegen een marktconforme vergoeding en/of zullen een onbezoldigd mandaat van bestuurder in NewCo uitoefenen;

19.6. de verkoopprijs van de aandelen van NewCo kan als marktconform worden beschouwd, aangezien ze verkocht worden aan een derde partij;

19.7. de meerwaarde die bij de verkoopverrichting wordt gerealiseerd, is, gelet op de bezitsduur van de aandelen en de afwezigheid van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92.

20. De beslissing zoals vermeld in randnr. 19 blijft slechts geldig voor zover de verkoop van het eerste deel van de aandelen plaatsvindt binnen het jaar volgend op de datum van deze beslissing.

III.D. Betreffende de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 op het geheel van de verrichtingen

21. De aandelen van NewCo, verkrijgende vennootschap bij de partiële splitsing van de vennootschap A, worden na de partiële splitsing verkocht aan een derde partij. Een intentieovereenkomst daartoe werd reeds ondertekend. In eerste instantie wordt een deel van de aandelen verkocht; het resterend deel zal gespreid over een aantal daaropvolgende jaren worden verkocht.

22. Een partiële splitsing in combinatie met een verkoop van alle aandelen van één van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen met het oog op de overdracht van een deel van de activa, zou als een fiscaal misbruik kunnen worden aanzien in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 ten name van de overdragende vennootschap en haar aandeelhouders (omzetten van belastbare meerwaarden op activa gevolgd door de uitkering van een belastbaar dividend in vrijgestelde meerwaarden op aandelen waardoor de toepassing van de artikelen 24 en 261, WIB 92 zou kunnen worden gefrustreerd).

23. De partiële splitsing van de vennootschap A is erop gericht de exploitatieactiviteit van de vennootschap A af te zonderen in een aparte vennootschap zodat enkel de vastgoedactiviteit behouden blijft binnen de vennootschap A en de exploitatieactiviteit kan worden overgedragen aan een geïnteresseerde derde partij met activiteiten, complementair aan de exploitatieactiviteiten. De aandeelhouders-natuurlijke personen van de vennootschap A zullen de vastgoedactiviteit verder uitbreiden en de verkregen verkoopprijs van de aandelen van NewCo hierin investeren, hetgeen bijdraagt aan de heroriëntering van de activiteiten van de aanvragers (zie randnr. 11).

24. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen (partiële splitsing van de vennootschap A en de overdracht van de aandelen van de verkrijgende vennootschap, NewCo) voldoende werd verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 met betrekking tot de toepassing van de artikelen 24 en 261, WIB 92.

III.E. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

25. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

26. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

27. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

28. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een economische activiteit kan worden verder gezet.

29. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbrenggenietende entiteit op autonome wijze de activiteit verderzet.

30. De in de aanvraag opgenomen transactie betreft de partiële splitsing van de vennootschap A van de operationele activiteiten naar een NewCo.

Vervolgens zullen de aandeelhouders van de vennootschap A de aandelen in NewCo overdragen aan een derde partij.

31. De aanvragers verklaren dat de vennootschap A alle activa exclusief onroerend patrimonium (installaties, machines en uitrustingen, alsook het meubilair en rollend materieel), passiva, rechten, verplichtingen, alsook de handelsnaam die betrekking hebben op de operationele activiteiten aan NewCo zal overdragen.

Al het personeel dat werkzaam is bij de vennootschap A zal ook overgaan naar NewCo.

32. Het onroerend patrimonium en alle bijhorende activa en passiva blijven behouden bij de vennootschap A. Het gedeelte van het gebouw dat momenteel gebruikt wordt voor de operationele activiteiten zal na de partiële splitsing verhuurd worden aan Newco.

De verhuur van het gebouw zal onderworpen zijn aan btw, overeenkomstig art. 44, § 3, 2°, d, W.BTW., aangezien het pand voor meer dan 50% gebruikt voor de opslag van goederen (en de vennootschap A geen verkoopsruimte heeft).

33. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven overdracht dient vastgesteld te worden dat de exploitatieactiviteiten, zoals voorheen verricht door de inbrengende vennootschap, zal kunnen worden voortgezet.

34. Rekening houdend met de aangebrachte elementen in de aanvraag kan worden vastgesteld dat activiteiten op autonome wijze verder zullen worden gezet.

35. Tot slot wordt vastgesteld dat de vennootschap A handelt als btw-plichtige met recht op aftrek. Bovendien zal NewCo over de hoedanigheid van btw-belastingplichtige met recht op aftrek beschikken.

36. Derhalve dient geconcludeerd te worden dat de in de aanvraag opgenomen inbrengen ressorteren onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

37. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers werden vermeld. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnr. 12, in deze beslissing tenslotte niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de vennootschap A. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

Textes cités

7