Article 37 du C.TVA, l’AR n° 20, tableau A, Rubrique XXXVII · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2023.0082 9 mai 2023

Rechercher
Texte en néerlandais

Article 37 du C.TVA, l’AR no 20, tableau A, Rubrique XXXVIITVA - Article 37 du C.TVA, l’AR no 20, tableau A, Rubrique XXXVII - Demolition et la reconstruction conjointe d’un bâtiment d’habitation

https://juriel.be/fr/rulings/2023-0082-article-37-tva-tableau-rubrique-4df8

Numéro
2023.0082
Date
9 mai 2023

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

38 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2023.0082 du 09.05.2023

TVA · Article 37 du C.TVA, l’AR n° 20, tableau A, Rubrique XXXVII · Demolition et la reconstruction conjointe d’un bâtiment d’habitation

Résumé

Le projet de construction soumis ayant pour objet la démolition et la reconstruction, entre en principe, conformément à la nature des travaux, intégralement en considération pour l’application du taux de TVA réduit de 6 % conformément à l’article 37 de l’AR n° 20, tableau A, rubrique XXXVII.

Un garage est démoli et peut être qualifié de « bâtiment » au sens de l’article 1er, §9, 1° du Code de la TVA. Ce garage est construit en matériaux durables et était déjà présent lors de la signature de l’acte d’achat.

En outre, la taille du bâtiment démoli est importante par rapport à la nouvelle construction. Il n’y a pas non plus de jugement de disproportion de la démolition du garage.

Le taux réduit de TVA de 6 % s’applique à la démolition d’un garage suivie de la reconstruction d’une maison unifamiliale avec garage.

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Beslissing

1. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.

2. Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden (rubriek XXXVII, tweede paragraaf):

2.1. de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;

2.2. de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid;

2.3. opgeheven bij art. 7 van het K.B. van 02.06.2010;

2.4. de bouwheer moet:

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen. Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van:

i. de bouwvergunning;

ii. het (de) aannemingscontract(en).

b) aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder a) overhandigen.

2.5. het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, moet zich voordoen uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming van het gebouw;

2.6. de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van het afschrift bedoeld onder punt 9.4°, b), hiervoor, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

3. Het verlaagde tarief is in geen geval van toepassing op:

3.1. werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

3.2. werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna’s, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties

3.3. gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.

4. Vaststellende dat de te slopen opstal en de nieuw op te richten gebouwen zich situeren op een perceel gelegen te X waar het verlaagde btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak en heropbouw (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII - toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007).

5. Het verlaagd btw-tarief is van toepassing wanneer het gesloopte goed een ‘gebouw’ betreft in de zin van artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek. De aanwending vóór de afbraak is van geen belang, zodat het gebouw geen woning hoeft te zijn.

6. In casu wordt een garage afgebroken. Volgens de verklaringen van de aanvrager werd deze garage al opgericht en was ze aanwezig bij het ondertekenen van de aankoopakte. Deze garage is opgetrokken uit duurzame materialen, nl. bakstenen en een betonnen ondergrond.

7. Rekening houdende met de voorgaande punten kan de DVB aanvaarden dat de desbetreffende afgebroken garage, gelegen te X, een duurzame constructie betreft en hierdoor kwalificeert als een gebouw, in de zin van artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek.

8. Daarnaast dient de omvang van het afgebroken gebouw betekenisvol te zijn ten opzichte van de nieuwe constructies.

9. Na de afbraak van de garage zal op dit perceel een eengezinswoning met garage worden opgericht.

10. De DVB is van oordeel dat in het voorliggende bouwproject geen dergelijke wanverhouding bestaat en de afbraak van de garage derhalve betekenisvol is ten opzichte van de heropbouw van de eengezinswoning.

11. De eengezinswoning zal worden opgericht binnen de grenzen van het kadastraal perceel waarop de afgebroken garage zich bevond.

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 9 mei 2023 dat:

12. het verlaagde btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak van een garage gevolgd door de heropbouw van een ééngezinswoning met garage gelegen op navolgende perceel ten kadaster gekend afdeling sectie nr. A gelegen in het stadsgebied X , één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII – toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007);

Textes cités

4
CTVA art. 13 occurrences
CTVA art. 222 occurrences
AR no 20 art. 371 occurrence
CTVA art. 371 occurrence