Article 37 du C.TVA, l’AR n° 20, tableau A, Rubrique XXXVII · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2022.1012 9 mai 2023

Rechercher
Texte en néerlandais

Article 37 du C.TVA, l’AR no 20, tableau A, Rubrique XXXVIITVA - Article 37 du C.TVA, l’AR no 20, tableau A, Rubrique XXXVII - Demolition et la reconstruction conjointe d’un bâtiment d’habitation

https://juriel.be/fr/rulings/2022-1012-article-37-tva-tableau-rubrique-6f35

Numéro
2022.1012
Date
9 mai 2023

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

55 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2022.1012 du 09.05.2023

TVA · Article 37 du C.TVA, l’AR n° 20, tableau A, Rubrique XXXVII · Demolition et la reconstruction conjointe d’un bâtiment d’habitation

Résumé

Le projet de construction soumis ayant pour objet la démolition et la reconstruction, entre en principe, conformément à la nature des travaux, partiellement en considération pour l’application du taux de TVA réduit de 6 % conformément à l’article 37 de l’AR n° 20, tableau A, rubrique XXXVII.

Le taux réduit de TVA de 6% ne peut pas être appliqué pour l’ensemble du projet. La destination du bâtiment est d'une part, la location en tant que cabinet vétérinaire et d’autre part, la location de quatre appartements.

Pour la tarification TVA, une distinction est faite entre les étages qui seront destinés, après l’exécution des travaux, à l'habitation et la partie destinée à l’usage professionnel.

Pour les parties et espaces communs du bâtiment, comme entre autres l’ascenseur, la cave, etc., le demandeur souhaite appliquer une clé de répartition sur les travaux, basée sur les superficies au sol.

Les demandeurs souhaitent aussi savoir si la parcelle entièrement enclavée peut être considérée comme un tout aux fins du taux réduit de 6 %.

Les demandeurs possèdent deux parcelles, dont l’une bâtie avec une habitation et avec un terrain situé en zone urbaine. La parcelle bâtie est entièrement entourée d’une parcelle non bâtie, cette dernière n’étant utilisée que pour accéder à la parcelle bâtie. La parcelle bâtie ne communique pas directement avec la voie publique.

Le nouveau bâtiment sera totalement érigé au même endroit que celui où l’habitation à démolir est situé. La parcelle sur laquelle se trouve « l’ancienne » habitation est presque entièrement recouverte par le nouveau bâtiment à construire.

Deux parcelles peuvent être considérées comme une seule parcelle par regroupement de parcelles. Pour le taux de TVA de 6%, seuls les appartements et dépendances destinés à l’habitation privée peuvent bénéficier du taux réduit et n’est donc pas applicable aux autres espaces (location d’un cabinet vétérinaire).

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Beslissing

1. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.

2. Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden (rubriek XXXVII, tweede paragraaf):

2.1. de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;

2.2. de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid;

2.3. opgeheven bij art. 7 van het K.B. van 02.06.2010;

2.4. de bouwheer moet:

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen. Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van:

i. de bouwvergunning;

ii. het (de) aannemingscontract(en).

b) aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder a) overhandigen.

2.5. het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, moet zich voordoen uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming van het gebouw;

2.6. de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van het afschrift bedoeld onder punt 9.4°, b), hiervoor, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

3. Het verlaagde tarief is in geen geval van toepassing op:

3.1. werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

3.2. werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna’s, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties

3.3. gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.

4. Vaststellende dat de te slopen opstal en de nieuw op te richten gebouwen zich situeren op een perceel gelegen te X waar het verlaagde btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak en heropbouw (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII - toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007).

5. Het gegeven dat de nieuwe woningen niet worden opgericht op exact dezelfde plaats van het oude gebouw is geen beletsel voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% in hoofde van de aanvragers cf. Parlementaire vraag nr. 13883 (Mondelinge vraag) dd. 23.06.2009 van de heer Arens: “Minister Didier Reynders (Frans): De bestemming die het gebouw voor de afbraak had, heeft geen invloed; wél is van belang dat het gebouw een uit zijn aard onroerend goed is, en dat het een significante omvang heeft en met het oog op duurzaamheid werd opgetrokken. De administratie aanvaardt dat het woonhuis niet op exact dezelfde plaats staat als het afgebroken gebouw, voor zover het op hetzelfde perceel wordt gebouwd.”

6. Voldoet aan de voorwaarden ingesteld middels een administratieve toegeving opgenomen onder nummer 3.3 van de circulaire 2021/C/18 en in het bijzonder wat betreft de samenvoeging van één bebouwde met een onbebouwd perceel;

7. Betrekking heeft op de afbraak van een gebouw als beoogd in artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek, waarbij het afgebroken gebouw betekenisvol is ten opzichte van de nieuw opgetrokken woningen;

8. De verhuur voor privédoeleinden van Y appartementen sluit Rubriek XXXVII KB nr. 20 niet uit.

• De werken in onroerende staat hebben betrekking op Y appartementen die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privéwoning zullen worden gebruikt;

• De werken hebben betrekking op woningen die gelegen zijn X. X is één van de 32 gebieden waarin de bijzondere regeling inzake afbraak en heropbouw toegepast kan worden;

• De nieuwe appartementen worden opgericht op hetzelfde kadastraal perceel als de afgebroken gebouwen;

• De aanvrager verklaart dat de overige voorwaarden en formaliteiten bedoeld in rubriek XXXVII, tweede lid, 4° tot 6° zullen worden nageleefd.

9. Het gelijkvloers van het gebouw zal niet gebruikt worden voor bewoning, vermits zij na uitvoering van de werken als dierenartspraktijk zal hebben

Aangezien niet voldaan is aan de voorwaarde van de voorwaarde als bestemming van privéwoning, zullen de werken die betrekking hebben op deze verdiepingen (inclusief werken m.b.t. de plaatsing van de lift in het professioneel gedeelte) als gemeenschappelijke ruimtes die vallen onder beroepsgebruik worden onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%

10. Er zal aan de aannemers worden gevraagd om zoveel mogelijk facturen gedetailleerd op te maken zodat werken kunnen worden toegewezen aan de appartementen, ofwel aan de praktijkruimte.

11. Voor facturen waar de werken niet toegewezen kunnen worden en betrekking zullen hebben op de appartementen met bijhorende ruimtes incl. overdekte fietsenstalling alsook gemeenschappelijke ruimtes de aanvrager het percentage mag toepassen bekomen door de volgende breuk: “De verhouding vloeroppervlakte van de appartementen ten opzichte van de totale oppervlakte."

I.A. Samenvoeging van percelen

12. De circulaire 2021/C/18 onder randnummer 3.3 bepaalt dat de administratie uit pragmatische overwegingen aanvaardt dat indien het nieuwe gebouw, na afbraak van de oude bestaande gebouwen, voor ten minste voor 50% gelegen is op de vroegere bebouwde kadastrale percelen, het ganse gebouw principieel in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 1 quater §3 KB. nr 20.

13. Het gesloopte goed moet wel een gebouw zijn voor de toepassing van de btw, hierbij refererend naar artikel 1, §9, 1° btw-wetboek. Waarbij in voormelde circulaire bovendien gesteld wordt dat in het kader van deze regeling (artikel 1 quater KB nr 20) als gebouw aangemerkt wordt: “alle gebouwde onroerende goederen uit hun aard waaraan een kadastraal inkomen van gebouwd onroerend goed kan worden toegekend.”

14. Uit de voorgelegde omgevingsvergunning, wordt geconcludeerd dat de percelen A en B als één perceel dienen aangemerkt te worden, om reden dat perceel A enkel en louter de omtrek van het gebouw volgt en bovendien volledig ingesloten is door een ander perceel B (toegangsweg tot de ingesloten woning) en beide percelen eveneens toebehoorden aan dezelfde eigenaars – natuurlijke personen die ze destijds gelijktijdig verworven hadden.

Het woonhuis (perceel nr. A) met bijhorende kadastraal perceel (perceel nr. B) vormde voor de overdracht aan de huidige aanvragers twee afzonderlijke percelen. Echter uit uitzonderlijke omstandigheid waarbij een woning zonder toegangsmogelijkheid in het kadaster werd opgenomen als een apart perceel mag ertoe niet leiden dat het onbebouwd perceel (nr. DB) aangemerkt moet worden als een apart perceel. Dit onbebouwd perceel is een losstaand tuin en is vereist om de zelf woning te bereiken en dient aangemerkt te worden als ééngemaakt perceel

15. De omgevingsvergunning stelt duidelijk de afbraak van het woonhuis voor de nieuwbouw van X appartementen en X praktijkruimte.

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 9 mei 2023 dat:

16. Het verlaagde btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak van één opstal gevolgd door de heropbouw van X appartementen gelegen op navolgende perceel ten kadaster gekend afdeling 5 sectie D nrs. A en C (vervangen door B) gelegen in het stadsgebied X, één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII – toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007);

17. De werken die slaan op het geheel van de gebouwen/of op het gans project, voor de toepassing van het correcte btw-tarief, mogen opgesplitst worden volgens de voorgestelde verdeelsleutels mits de kosten niet toegewezen kunnen worden.

18. De praktijkruimte niet kan genieten van het verlaagde tarief en volgt het standaard btw-tarief van 21%.

Textes cités

5
CTVA art. 12 occurrences
CTVA art. 222 occurrences
AR no 20 art. 371 occurrence
CTVA art. 371 occurrence