Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2022.0784 du 22.11.2022
TVA · Taux · Travaux immobiliers (travaux de rénovation et de transformation) effectués à un complexe résidentiel · Articles 37 et 38 du C.TVA · Rubrique XXXI du tableau A de l’annexe de l’AR n° 20 (nouvelle version entrée en vigueur le 03.11.2022)
Résumé
À la satisfaction du SDA, le demandeur démontre que :
(i) les travaux limités de l’aile B continuent à s’appuyer de manière pertinente sur les anciens murs porteurs et plus généralement sur les éléments essentiels de la structure du bâtiment à rénover, et ;
(ii) après l’extension limitée, suite à la démolition des ailes A et C, la surface « ancienne » reste importante par rapport à la surface totale après travaux et que ;
(iii) la nouvelle partie (c.-à-d. l’aile qui remplace les ailes A et C) ne peut pas fonctionner indépendamment de l’ancienne partie.
Le SDA est d’avis que le taux réduit de TVA de 6 % conformément à la rubrique XXXI du Tableau A de l’annexe à l’AR/TVA n° 20 (tel qu’entré en vigueur le 03.11.2022), en exécution de l’article 37 du CTVA, est applicable aux travaux de rénovation et de transformation prévus (travaux d’extension/remplacement, le cas échéant) effectués sur le complexe de logements du site, considérant :
(i) le fait que les travaux de rénovation de l’aile B ne sont pas si substantiels (radicaux) que le bâtiment subisse des modifications structurelles ;
(ii) la liaison de l’extension/le remplacement prévu à l’infrastructure déjà existante comme un tout fonctionnel, et ;
(iii) le fait que la superficie de l’ancienne partie reste supérieure à la superficie totale après la réalisation des travaux d’extension/remplacement.
Texte de la décision
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van X, een vereniging zonder winstoogmerk met maatschappelijke zetel in Vlaanderen.
2. X heeft als belangeloos doel initiatieven te nemen of te ondersteunen voor personen met een zorgvraag.
3. X is de eigenaar van de onderhavige projectsite.
I.A. Situering en beschrijving van het project
4. Deze aanvraag heeft betrekking op een woonzorgcentrum gelegen te L (hierna “het WZC” genoemd) en met als kadastrale omschrijving ko (hierna “de site” genoemd).
5. Het is de bedoeling van X om in de nabije toekomst omvormings- en renovatiewerken uit te voeren op de site, met name over te gaan tot (i) de gedeeltelijke vervanging van het WZC door middel van de afbraak van de A- en C-vleugel en de oprichting van een vervangende vleugel die zal aansluiten aan het bestaande WZC en (ii) de beperkte renovatie van de B-vleugel (cf. infra).
6. Voor de geplande omvormingswerken werd in jaar x een bouwaanvraag ingediend die later in jaar x werd goedgekeurd.
7. Voornoemde afbraak zal worden gevolgd door de oprichting van een vervangende vleugel. De aanvang van de bouwwerken is voorzien voor het najaar van jaar x+1. De bouwwerken zullen in meerdere fasen verlopen. De verwachte ingebruikname van de eerste kamers is voorzien in het eerste kwartaal van jaar x+3. Voor de laatste kamers is de ingebruikname voorzien in het tweede kwartaal van jaar x+4.
8. Zoals reeds gesteld, bestaan de geplande werken uit:
• de renovatie van de B-vleugel waarbij:
o het bestaande schuin dak zal worden omgevormd naar een plat dak waarbij er op de tweede verdieping een bruikbare ruimte wordt gecreëerd die als berging zal worden ingericht;
o de zuidelijke gevel zal worden vernieuwd als gevolg van de afbraak van de A- en C-vleugel en het verhogen van het bestaande schuin dak;
o enkele binnenwanden zullen worden afgebroken en de bestaande oppervlakte zal worden heringedeeld zonder dat er sprake is van de creatie van nieuwe oppervlakte.
Beperkte werken zullen worden verricht op het gelijkvloers van de B-vleugel:
- de interne wijzigingen beperken zich tot het verplaatsen van een deuropening, het voorzien van enkele bijkomende WC’s en het voorzien van een inkomsas (zuid B-vleugel). In de overige delen van de B-vleugel worden geen werken uitgevoerd;
- de afbraak van de A-en de C-vleugel heeft ook tot gevolg dat (een deel van) de buitengevel van de B-vleugel opnieuw moet worden gebouwd.
De werken op de eerste verdieping van de B-vleugel beperken zich tot de herindeling van enkele ruimtes in het zuiden van de B-vleugel en het afbreken van enkele muurtjes.
De tweede verdieping betreft op heden een berging met schuin dak. Deze ruimte wordt an sich niet verbouwd, maar het dak – dat momenteel dus schuin is – wordt een plat dak. Als gevolg van deze werken ontstaat er echter geen extra ruimte/oppervlakte
• verder is er nog de gedeeltelijke vervanging van het WZC
waarbij:
o de bestaande A- en C-vleugel zullen worden afgebroken met als doel een vervangende vleugel te bouwen die ter hoogte van de bestaande westgevel van de B-vleugel wordt aangebouwd en die ook bouwtechnisch wordt verbonden met de R-vleugel.
Met het voorzien in een nieuwe vleugel ter vervanging van de bestaande A- en C-vleugel, zal het aantal kamers in het WZC worden teruggebracht. Daartegenover staat wel dat het aantal vierkante meters (beperkt) zal toenemen in vergelijking met de huidige situatie. Dit is vooral het gevolg van het feit dat de huidige normering meer vierkante meters per kamer voorschrijft, wat natuurlijk ook het comfort van de bewoners ten goede komt.
De nieuw aangebouwde vleugel zal zowel technisch als organisatorisch afhankelijk zijn van het bestaande gebouw. Dit kan worden vastgesteld op basis van de aan de rulingdienst voorgelegde plannen waaruit bijvoorbeeld duidelijk blijkt dat er slechts één enkele centrale technische ruimte aanwezig is in het WZC.
De organisatorische onafhankelijkheid blijkt daarnaast onder andere uit het feit dat de nieuwe vleugel (voornamelijk) kamers voor de bejaarde bewoners zal bevatten. De overige (gemeenschappelijke, administratieve, en andere) ruimtes die men verwacht/vereist in een woonzorgcentrum (waaronder de centrale keuken en de cafetaria), bevinden zich overwegend in de al bestaande vleugels.
I.B. Historische werken aan het WZC
9. In dit kader wordt opgemerkt dat ook in het verleden al renovatiewerken werden uitgevoerd in/aan het WZC:
• Jaar x-5 – uitbreiding van het WZC
In jaar x-5 werd de D-vleugel bijgebouwd aan het WZC, dit naar aanleiding van een stedenbouwkundige vergunning die in jaar x-5 werd goedgekeurd. Op basis van deze vergunning mocht het WZC overgaan tot uitbreiding van het WZC met een nieuw volume, bestemd voor een bepaald kamers, een bepaald aantal assistentiewoningen en aanverwante ruimtes.
Daarnaast vergunde deze stedenbouwkundige vergunning ook de renovatie en uitbreiding van de A-vleugel. Deze werken werden echter nooit uitgevoerd wegens economisch niet zinvol en praktisch niet haalbaar onder meer in het kader van de huidige regelgeving voor verluchtings- en isolatienormen.
Gelet op het feit dat met de uitbreiding van het WZC door de D-vleugel de ‘oude’ oppervlakte van het WZC betekenisvol is gebleven ten aanzien van de totale oppervlakte na de uitbreiding met vleugel D (cf. infra), zijn deze werken verricht met toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVIII van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20.
• Jaar x-2 – werken B-vleugel en regularisatie dak D-vleugel
In jaar x-2 werden nog enkele beperkte werken vergund en uitgevoerd, met name de regularisatie van het dakvolume van de D-vleugel als gevolg van het niet-realiseren van de kelder en – in de B-vleugel – het creëren van een nieuwe raamopening in de cafetaria, het verbouwen van de inkomsas en het bouwen van een luifel om de inkom van het WZC te accentueren en een samenhang te creëren tussen de inkomzone, het terras en het ingesloten plein.
Ook deze werken werden verricht met toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVIII van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20.
• Jaar x-1 – herinrichting gebouw K
Tot slot werd in jaar x-1 het gelijkvloers van het gebouw K – na vergunning - heringericht naar een administratieve ruimte, met toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVIII van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20.
Al deze historische werken (i) staan los van elkaar, zoals blijkt uit de verschillende vergunningstrajecten die moesten worden doorlopen om deze werken te kunnen realiseren en (ii) staan ook volledig los van de werken die in deze aanvraag worden beschreven, zoals in het bijzonder blijkt uit de stedenbouwkundige vergunning voor de werken in jaar x-5 waar nog de renovatie van de A-vleugel vooropgesteld was, daar waar men nu 6 jaar later beslist om deze vleugel volledig af te breken.
Volgens de verklaringen van de aanvrager zou men dan ook geen stedenbouwkundige vergunning hebben aangevraagd voor de renovatie van een deel van een gebouw, als men toen al had geweten dat deze vleugel enkele jaren later zou worden afgebroken.
II. Vraagstelling
10. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen dat het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVIII van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van toepassing is op de in jaar x+1 geplande onroerende werken aan de hierna bedoelde B-vleugel enerzijds en de afbraak van de hierna bedoelde A- en C-vleugel gevolgd door de oprichting van de nieuwe vleugel anderzijds, uitgevoerd aan het WZC.
III. Beslissing
Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.
11. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
III.A. Werk in onroerende staat (renovatie- en omvormingswerken) met betrekking tot woningen en wooncomplexen (tabel A, rubriek XXXI, Btw-KB nr. 20, zoals in voege getreden op 03.11.2022)
III.A.1. Toepassingsvoorwaarden
12. Als gevolg van de Wet van 16.10.2022 houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde (BS 24.10.2022, 2de editie) werden de beide bestaande regelingen (i.e. rubriek XXXI en rubriek XXXVIII van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20) geconsolideerd voor woningen/wooncomplexen die minstens 10 jaar oud zijn.
Voornoemde wet van 16.10.2022 consolideert de beide bestaande regelingen en turnt ze om in een enige regeling overeenkomstig voornoemde rubriek XXXI (voornoemde rubriek XXXVIII werd opgeheven) voor woningen/woningcomplexen die minstens 10 jaar oud zijn, zonder dat nog een uitsluiting geldt voor materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de verstrekte dienst of voor verwarmingsketels in appartementsgebouwen of voor de installatie van alle of een deel van de onderdelen van een liftsysteem (1).
[(1) In rubriek XXXI, § 1, eerste lid van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, worden de woorden “vijftien jaar” telkens vervangen door de woorden “tien jaar”. Rubriek XXXVIII van tabel A van de bijlage bij hetzelfde uitvoeringsbesluit, werd opgeheven.]
Deze maatregel is in werking getreden op 03.11.2022 (10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad).
13. Het werk in onroerende staat (in de zin van artikel 19, § 2, derde lid W.BTW) en de in § 3 van rubriek XXXI genoemde daarmee gelijkgestelde handelingen worden onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, voor zover de volgende voorwaarden gezamenlijk zijn vervuld:
• de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben (2).
[(2) Sinds 03.11.2022 is het renovatietarief van 6% in casu ook van toepassing voor de installatie van alle of een deel van de onderdelen van een liftsysteem als de handelingen overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 worden verricht aan een woning of wooncomplex waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste 10 jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken.]
De bouw- of heropbouwwerken worden dus niet rechtstreeks door deze bepaling bedoeld. De aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986 bepaalt dat de werken in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die de bouw of heropbouw van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben, impliciet uitgesloten zijn van het voordeel van het verlaagd tarief en verduidelijkt hierbij hoe dergelijke werken van andere werken kunnen worden onderscheiden;
• de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning wordt gebruikt;
• de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste 10 jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken;
• de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker.
Onder eindverbruiker moet worden begrepen de persoon die een zakelijk recht (eigendom, vruchtgebruik, enzovoort) of een recht van genot (inzonderheid als huurder) bezit op de woning die hij geheel of gedeeltelijk als privéwoning gebruikt. Het werk in onroerende staat kan dus zowel verricht worden in opdracht van de eigenaar als in opdracht van de huurder van het onroerend goed.
• de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten wettelijk verplicht (3) de vereiste uitgebreide standaardverklaring bevatten. Als de afnemer het btw-tarief niet schriftelijk betwist binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de bedoelde factuur, is de dienstverrichter ontlast van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief (behalve in geval van samenspanning tussen de partijen).
[(3) Deze standaardverklaring is wettelijk verplicht sinds 01.07.2022 (in voege getreden sinds 01.01.2022 ingevolge de Wet van 27.12.2021 houdende diverse bepalingen inzake btw (BS 31.12.2021)).]
Eindverbruiker
14. Het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 geldt ook voor de onroerende werken met betrekking tot wooncomplexen, voor zover aan de toepassingsvoorwaarden van voornoemde rubriek XXXI wordt voldaan.
Zo geldt dit 6%-tarief voor wooncomplexen die worden uitgebaat als erkende verblijfsinrichting voor bejaarden. Deze verblijfsinrichting voor bejaarden wordt in het kader van de toepassing van dit 6%-tarief gelijkgesteld met een eindverbruiker.
Omvorming en verbouwing (renovatie)
15. Overeenkomstig § 1, 1° van voornoemde rubriek XXXI is het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing op werken in onroerende staat die de omvorming, de renovatie, de rehabilitatie, verbetering, de herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning, tot voorwerp hebben.
16. De gehanteerde begrippen veronderstellen een ingrijpen dat niet zo ver gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw wordt overgegaan. De wetgeving geeft echter geen omschrijving van wat onder ‘omvorming’ of ‘renovatie’ moet worden verstaan. Verder wordt ook niet gepreciseerd vanaf wanneer er geen sprake meer is van ‘omvorming’ of ‘renovatie’, maar wel van ‘nieuwbouw’.
17. In wezen is de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% voor omvormingswerken van een bestaand oud gebouw onderworpen aan één of meerdere van de drie volgende administratieve criteria:
a) het criterium van het wezenlijk behoud van de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw;
b) het oppervlaktecriterium, en;
c) het criterium van niet-autonome (woon)eenheid of afhankelijkheidscriterium (concept afhankelijkheid van het oude gedeelte van het gebouw).
In principe moeten deze drie criteria los van elkaar worden onderzocht, waarbij het verlaagde btw-tarief van 6% niet van toepassing is van zodra aan één van de criteria niet is voldaan.
Voor de uitbreidings- of vergrotingswerken van een bestaand gebouw moeten het oppervlaktecriterium en het criterium niet-autonome (woon)eenheid tegelijk worden onderzocht, aangezien die twee laatstbedoelde criteria over het algemeen met elkaar verbonden zijn.
18. De btw-administratie heeft in een aanschrijving van 22.08.1986 een omschrijving gegeven van wat volgens haar onder ‘omvorming’ moet worden verstaan.
Meer concreet gaat het om “de verbouwing zowel aan de buitenkant (en inzonderheid de rehabilitatie) als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken en de uitbreiding van bestaande vertrekken” (4).
[(4) Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986, punten 29 t.e.m. 31.]
Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing door de btw-administratie niet bekritiseerd wanneer de omvormingswerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw (5). Een ingrijpende wijziging van de oude structuren is dus uitgesloten. Het gaat om een feitenkwestie die geval per geval moet worden beoordeeld.
[(5) Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986, punt 30; Parl. Vr. nr. 1350 VISEUR van 29.06.2006, Vr. en Antw. Kamer, 2005-2006, nr. 133, 26247-26250; Parl. Vr. nr. 531 VAN DER MAELEN van 24.03.2010, Vr. en Antw. Kamer, 2009-2010.]
19. De btw-administratie aanvaardt dat de uitbreiding van een bestaand gebouw als een omvorming (of een verbouwing) ervan wordt beschouwd als de volgende twee voorwaarden vervuld zijn (6):
[(6) Beslissing nr. E.T. 106.933 van 01.09.1994; Informaties en Mededelingen, Btw-Revue, 1994, nr. 110, 1103-1104; Parl. Vr. nr. 1117 LETERME van 09.10.2002, Vr. en Antw. Kamer, 2002-2003, nr. 153, 19612; zie ook Beslissing nr. E.T. 106.933/2 van 29.03.2006; Btw-Commentaar, editie 01.11.2021, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 4, punt 8, titel C, subtitel a.]
• de oppervlakte van het oude gedeelte blijft betekenisvol in vergelijking met het nieuwe gedeelte. De btw-administratie vindt dat dit het geval is als de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van het wooncomplex na de uitvoering van de werken. Met andere woorden, de uitbreidingswerken mogen er niet toe leiden dat de vóór de aanvang van de werken bestaande oppervlakte wordt verdubbeld of nog meer wordt uitgebreid (oppervlaktecriterium).
Onder “oppervlakte van het oude gedeelte dat na de uitvoering van de werken blijft voortbestaan” moeten uiteraard de oude als zodanig bewoonbare en bruikbare oppervlaktes worden verstaan. Bijgevolg moet er voor de berekening van de oude oppervlakten geen rekening worden gehouden met de oude gedeelten van de woning die niet als dusdanig werden bewaard (meer bepaald omdat deze werden afgebroken). De oude gedeelten van de woning die volledig werden afgebroken maar op diezelfde oppervlakte opnieuw werden opgetrokken, maken echter deel uit van de berekening van de nieuwe oppervlakten;
• het nieuwe gedeelte kan niet onafhankelijk van het oude gedeelte functioneren maar vult het oude gedeelte aan en vormt er dus wat het gebruik van het gebouw betreft een coherent en complementair geheel mee (afhankelijkheidscriterium betreffende het oude voortbestaande gebouw). Het nieuwe gedeelte moet met andere woorden een bijkomstig karakter bewaren en mag zelf niet over een ‘eigen identiteit’ beschikken. Het nieuwe gedeelte hoeft zich daarentegen niet onder hetzelfde dak als het oude gedeelte te bevinden.
III.A.2. Uitsluitingen van de toepassing van het verlaagde Btw-tarief
20. Het verlaagde btw-tarief van 6% is overeenkomstig § 1, 1° en § 4, 1° en 2° van voornoemde rubriek XXXI enkel van toepassing wanneer de bedoelde werken in onroerende staat of gelijkgestelde handelingen betrekking hebben op de eigenlijke woning. Bijgevolg is dit 6%-renovatietarief in geen geval van toepassing op:
• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen;
• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, minigolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties, en,
• de gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.
III.B. Toepassing in casu
21. De vraag is of het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXI toepasselijk is op de geplande onroerende werken aan de hiervoor bedoelde B-vleugel enerzijds en de afbraak van de hiervoor bedoelde A- en C-vleugel gevolgd door de oprichting van de nieuwe vleugel anderzijds, uitgevoerd door de aanvrager aan het WZC op de site.
III.B.1. Naleving van de toepassingsvoorwaarden
22. Zowel voor omvormings- als voor renovatiewerken, kan het verlaagde btw-tarief van 6% worden genoten op grond van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, vermits in casu de volgende grondvoorwaarden zijn vervuld.
• De woning/het wooncomplex waaraan de werken worden verricht, moet minstens 10 jaar oud zijn.
Het btw-tarief van 6% is slechts van toepassing voor zover de bedoelde handelingen worden verricht aan een woning/wooncomplex waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste 10 jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken.
Dat de eerste ingebruikneming van het WZC ten minste 10 jaar voorafgaand aan de geplande werken is gebeurd, blijkt onder andere uit het feit dat er in casu al in jaar x-38 een stedenbouwkundige vergunning werd uitgereikt voor de bouw van het WZC (7).
[(7) Ook enkele nieuwsartikelen bevestigen dat het WZC voldoet aan de ouderdomsvereiste.]
Het gegeven dat het WZC sindsdien al verschillende renovaties heeft ondergaan (in het bijzonder de hiervoor opgesomde werken in jaar x-5, jaar x-2 en jaar x-1) doet hieraan geen afbreuk, nu deze werken (en in het bijzonder de uitbreiding door toevoeging van de D-vleugel) er nooit toe hebben geleid dat het WZC ‘nieuw’ is geworden voor btw-doeleinden (cf. infra).
• De woning/het wooncomplex moet na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning/woonzorgcentrum/groep van assistentiewoningen worden gebruikt.
Het WZC fungeert in casu op heden – en zal na de werken ook blijven fungeren – als duurzame verblijfsinrichting voor bejaarden. Zo komen in de nieuwe vleugel in hoofdzaak kamers/woningen voor bejaarde bewoners.
• De werken moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker.
Als eindgebruiker worden ook aangemerkt, verblijfsinrichtingen voor bejaarden op voorwaarde dat:
• “de persoon die de inrichting beheert aan zijn kostgangers tegelijkertijd huisvesting en gehele of gedeeltelijke huishoudelijke en gezinsverzorging, die ze nodig hebben, biedt;
• de kostgangers 60 jaar zijn of ouder;
• deze kostgangers in de inrichting op duurzame wijze verblijven;
• de inrichting erkend is door de bevoegde Minister. (8)”
[(8) Btw-Commentaar, editie 01.11.2021, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 4, punt 8, titel B., subtitel b.; Aanschrijving nr. 12/1984 van 10 oktober 1984, randnr. 28 e.v.]
Dat een woonzorgcentrum ook als eindverbruiker kan worden aangemerkt, blijkt niet alleen uit de hiervoor geciteerde administratieve richtlijnen, maar ook uit de vaste rulingpraktijk.
In casu heeft X als belangeloos doel initiatieven te nemen of te ondersteunen voor personen met een zorgvraag, waaronder zorg voor bejaarden, in de breedste zin van het woord, en is het WZC erkend.
• De werken dienen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, tot voorwerp te hebben van een woning.
Opdat het renovatietarief van 6% toepassing kan vinden, is het met andere woorden van belang dat de werken niet zo ver gaan dat in wezen tot nieuwbouw wordt overgegaan.
Dit is volgens de administratieve richtlijnen aan de orde in de volgende twee gevallen:
- de omvormingswerken blijven op een relevante wijze steunen op de oude dragende muren en meer algemeen op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw.
Hieraan is volgens de administratieve richtlijnen voldaan als meer dan de helft van de oude dragende muren, in het bijzonder van de dragende buitenmuren, na uitvoering van de werken wordt behouden.
De oude dragende muren die worden afgebroken en heropgebouwd, worden hierbij aangemerkt als nieuwe dragende muren.
Het gegeven dat op sommige plaatsen nieuwe openingen (voor ramen) worden gemaakt in bestaande gevels en muren en het gegeven dat het dak wordt vernieuwd, doet hieraan volgens de rulingdienst geen afbreuk.
- in de mate waarin er sprake is van een uitbreiding, kunnen de werken bovendien slechts worden aangemerkt als een omvorming (en niet als nieuwbouw) wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte.
Verder mag het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte functioneren, maar dient deze nieuwe ruimte het oude gedeelte aan te vullen en dient deze er dus - wat het gebruik van het gebouw betreft - een coherent en complementair geheel mee te vormen. Het nieuwe gedeelte hoeft zich daarentegen evenwel niet onder hetzelfde dak te bevinden als het oude gedeelte.
23. Tot voldoening van de rulingdienst wordt, zoals hierna genoegzaam zal blijken (cf. infra, zie respectievelijk afdeling III.B.2 en afdeling III.B.3.), door de aanvrager aangetoond dat:
• de beperkte werken aan de B-vleugel op relevante wijze blijven steunen op de oude dragende muren en meer algemeen op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw;
• na de beperkte uitbreiding, ingevolge de afbraak van de vleugels A en C, de ‘oude’ oppervlakte betekenisvol blijft ten aanzien van de totale oppervlakte na de werken én dat het nieuwe gedeelte (i.e. de vleugel ter vervanging van de A- en C-vleugel) niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren.
III.B.2. Werken aan de B-vleugel
24. De voorziene werken beperken zich tot de renovatie van (een deel van) de bestaande oppervlakte - er wordt met andere woorden geen nieuwe oppervlakte gecreëerd – en de werken zijn niet van die aard dat zij een ingrijpende wijziging betekenen in de wezenlijke elementen van het WZC.
25. Zij hebben integendeel slechts betrekking op een deel van de B-vleugel van het WZC (voor meer details met betrekking tot de geplande renovatiewerken, wordt verwezen naar randnummers 4 tot en met 8 supra), met name:
• het bestaande schuin dak zal worden omgevormd naar een plat dak waarbij er op de tweede verdieping een bruikbare ruimte wordt gecreëerd die als berging zal worden ingericht; deze oppervlakte is niet als nieuw aan te merken, mede gelet op het standpunt van de btw-administratie (cf. supra);
• de zuidelijke gevel zal worden vernieuwd als gevolg van de afbraak van de A- en C-vleugel en het verhogen van het bestaande schuin dak, maar met behoud van meer dan de helft van de oude dragende muren;
• enkele binnenwanden zullen worden afgebroken en de bestaande oppervlakte zal worden heringedeeld (zie bijvoorbeeld de herindeling op de eerste verdieping), echter zonder dat er sprake is van de creatie van nieuwe oppervlakte.
26. Op grond van wat voorafgaat kan het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 naar het oordeel van de rulingdienst worden toegepast op de renovatiewerken aan de B-vleugel van het WZC.
III.B.3. Afbraak van de A- en C-vleugel en oprichting van de nieuwe vleugel
27. Opdat een uitbreiding van een bestaand gebouw (in casu het WZC) als een omvorming wordt aangemerkt, mogen de ingrepen niet zo ver gaan dat men met de werken in wezen tot nieuwbouw overgaat. Hierbij is het echter niet vereist dat het nieuwe gedeelte (de uitbreiding) zich onder hetzelfde dak bevindt als het oude gedeelte. De btw-administratie verwijst hiervoor expliciet naar de situatie waarbij een wooncomplex (bejaardentehuis) wordt uitgebreid met een nieuwe vleugel (9).
[(9) Beslissing nr. E.T.106.933/2 van 29.03.2006; Beslissing E.T.106.933 van 01.09.1994.]
28. In geval van uitbreiding van een bestaand gebouw, kunnen de werken dan worden aangemerkt als een omvorming van dat gebouw voor zover:
• de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol blijft ten aanzien van het nieuwe gedeelte (oppervlaktecriterium) (10);
[(10) Parl. Vr. nr. 846 VAN BIESEN van 16.06.2005, Vr. en Antw. Kamer, 2005-2006, nr. 51-097, 17453.]
• het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren (afhankelijkheidscriterium).
Oppervlaktecriterium
29. De oppervlakte van het oude gedeelte moet betekenisvol blijven ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Volgens de btw-administratie mag men ervan uitgaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter blijft dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het wooncomplex na de uitvoering van de werken (11).
[(11) Beslissing nr. E.T. 106.933 van 01.09.1994]
30. Als leidraad bij de berekening van de te vergelijken oppervlaktes, geeft de btw-administratie enkele richtlijnen mee (12).
[(12) Zie o.a. Parl. Vr. nr. 1117 LETERME van 09.10.2002, Vr. en Antw. Kamer, 2002-2003, nr. 153, 19612.]
Zo moet:
• er gemeten worden vanaf en tot de buitenkanten van de opgaande muren;
• er rekening worden gehouden met de totale oppervlakte van ieder vlak gedeelte (draagvloer) van de woning/het wooncomplex, inclusief dus verloren oppervlakte, zoals onder een schuin dak;
• er rekening worden gehouden met de oppervlakte van bergruimte, kelder, zolder en in- of aangebouwde garage;
• de oppervlakte van de gedempte kelder worden weggelaten bij de berekening van de oppervlakte van het oude gedeelte dat overblijft na de werken.
31. In casu betekent dit ten eerste dat de omvang van de huidige geplande werken moet worden afgezet ten aanzien van de ‘oude’ oppervlakte van het WZC - na uitvoering van de laatste renovatiewerken in jaar x-1 en inclusief vleugel D.
32. De historische verbouwingswerken zoals beschreven in randnummer 9 supra hebben immers nooit afbreuk gedaan aan de kwalificatie van het WZC als ‘oud’ gebouw (minstens 10 jaar oud) én deze werken zijn volledig losstaand van de huidige geplande werken, zoals blijkt uit de opeenvolgende stedenbouwkundige vergunningen, zoals voorgelegd aan de rulingdienst.
Gelet op de afwezigheid van eenheid van opzet (afwezigheid die tot voldoening van de rulingdienst werd aangetoond), deelt de rulingdienst in de gegeven omstandigheden de visie van de aanvrager.
33. De rulingdienst aanvaardt dat:
(i) de voorheen doorgevoerde - en van de uitbreiding in jaar x+1 losstaande - uitbreidingen door aanbouw van een nieuwbouw (zoals in casu door aanbouw van vleugel D versus de afbraak en heropbouw van vleugels A en C), er niet toe hebben geleid dat het WZC als ‘nieuw’ aan te merken was voor btw-doeleinden, én dat;
(ii) de voorheen doorgevoerde uitbreidingen ten aanzien van de uitbreiding in jaar x+1 als ‘oude’ oppervlakte aan te merken zijn.
Bovendien zullen ook de geplande renovatiewerken aan vleugel B niet tot gevolg hebben dat er sprake is van een nieuwe vleugel B, noch van nieuwe oppervlakte (cf. supra).
34. In casu betekent dit dan dat de oude oppervlakte van blokken B, gebouw K, gebouw T, gebouwen G, D en R dient te worden afgezet tegen de huidige uitbreidings-/vervangingswerken na afbraak van de A- en C-vleugel en dat deze oude oppervlakte dan meer dan 50% moet bedragen van de volledige oppervlakte, na uitvoering van de uitbreidings-/vervangingswerken.
Op basis van de door de aanvrager aangereikte gegevens blijkt dat deze voorwaarde onbetwistbaar wordt vervuld omdat de oppervlakte van het oude gedeelte (in totaal w m2) groter blijft dan de helft van de totale oppervlakte (z m2/2 = z’ m2) na uitvoering van de uitbreidings-/vervangingswerken, hierbij rekening houdend met:
• een oude – te behouden – oppervlakte (blokken B, gebouw K, gebouw T, gebouwen G, D en R) van w m2;
• een af te breken oppervlakte (vleugels A en C) van x m2;
• een uitbreiding (nieuwe vleugel) van y m2;
• een totale nieuwe oppervlakte van w-x+y = z m2.
35. Op grond van het voorgaande is de rulingdienst van oordeel dat aan het oppervlaktecriterium is voldaan.
Afhankelijkheidscriterium
36. Het nieuwe gedeelte moet het oude/bestaande gedeelte aanvullen en er dus inzake (fysische en/of functionele) aanwending van het gebouw één geheel mee vormen. Het is echter niet vereist is dat het nieuwe gedeelte zich onder hetzelfde dak bevindt als het oude gedeelte.
37. In casu heeft de uitbreiding betrekking op de vervanging van de A- en C-vleugel van het bestaande WZC en zal ook deze vleugel worden bestemd als woonzorgcentrum (met hoofdzakelijk kamers voor bejaarde bewoners) om één geheel te vormen met de al bestaande vleugels van het WZC.
De vervanging/uitbreiding (met name de nieuwe vleugel) zal verder ook afhankelijk van het bestaande WZC functioneren, met noodzakelijke technische en gemeenschappelijke ruimtes (zoals de keuken en administratieve gedeelten) in het ‘oude’ gedeelte van het WZC en waarvan ook de bewoners van de uitbreiding gebruik zullen kunnen/moeten maken.
Er is dus zowel technisch als organisatorisch geen mogelijkheid voorzien om de uitbreiding als onafhankelijk van de bestaande vleugels te laten functioneren.
38. Op grond van het voorgaande is naar het oordeel van de rulingdienst dan ook aan het afhankelijkheidscriterium voldaan.
III.B.3. Conclusie
39. De rulingdienst is van oordeel dat het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXI van toepassing is op de hiervoor bedoelde geplande renovatie- en omvormingswerken (c.q. uitbreidings-/vervangingswerken) uitgevoerd aan het WZC op de site, gelet op:
(i) het feit dat de renovatiewerken aan de B-vleugel niet dermate ingrijpend (radicaal) zijn dat het gebouw structurele wijzigingen ondergaat;
(ii) de koppeling van de voorziene uitbreiding/vervanging aan de al bestaande infrastructuur als één functioneel geheel, en;
(iii) het feit dat de oppervlakte van het oude gedeelte groter blijft dan de totale oppervlakte na uitvoering van de uitbreidings-/vervangingswerken.
III.C. Eindconclusie
40. In de gegeven feitelijke omstandigheden (zie spec. randnrs. 24 t.e.m. 38 supra) is het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 (zoals in voege getreden op 03.11.2022), in uitvoering van artikel 37 W.BTW, van toepassing (onder de in rubriek XXXI gestelde voorwaarden en met uitsluiting uiteraard van de reinigingswerken vermeld in § 1, 1° en van de handelingen vermeld in § 4, 1° en 2° van rubriek XXXI) op de in het najaar van jaar x+1 geplande renovatie- en omvormingswerken (c.q. uitbreidings-/vervangingswerken), enerzijds, op de werken aan de hiervoor bedoelde B-vleugel en, anderzijds, op de afbraak van de hiervoor bedoelde A- en C-vleugel gevolgd door de oprichting van de nieuwe vleugel, uitgevoerd aan het WZC, een woonzorgcentrum gelegen te L en met als kadastrale omschrijving ko.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.