Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2022.0613 du 20.09.2022
Impôt des sociétés · Apport d'une branche d'activité exonéré · Fusion fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Plus-values sur actions · Mesure anti-abus
TVA · Cession d’une branche d’activité · Cession d’une universalité de biens
Résumé
L’apport de l’activité de vente et de distribution par la SA A et la SA B dans la SA C, par lequel l’ensemble des actifs, des passifs et du personnel spécifiquement liés à cette activité sont transférés, peut être considéré comme un apport d’une branche d'activité au sens de l’article 46, § 1er, alinéa 1er, 2° du CIR92 en combinaison avec l’article 2, § 1er, 6°/2, b) et c) du CIR 92, et satisfait aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92, de sorte que les deux opérations d’apport puissent avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale tel que visé à l’article 46, § 1er alinéa 1er, 2° du CIR 92. Les opérations d’apport susmentionnées doivent se faire en application des articles 11 et 18, § 3 du CTVA.
La fusion par absorption de la SA D par la SA C, qui vise à rassembler les activités de vente et de distribution des deux des sociétés au sein d’une seule société, répond aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l’article 211, § 1er du CIR 92. La fusion susmentionnée doit avoir lieu en application des articles 11 et 18, § 3 du CTVA.
La plus-value que la SA A et la SA B réaliseront à l'occasion de la vente des actions de la SA C à une société du groupe (actionnaire principal actuel de la SA C) dans l'année suivant l'apport, relève du champ d'application de l'article 192, § 1er, alinéa 1er du CIR 92, étant donné le respect de la condition de détention d'au moins un an conformément à l'article 192, § 1er, alinéa 7 du CIR 92.
Le choix de l’ensemble des actes juridiques se justifie suffisamment par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 3 du CIR 92, et ne constitue par conséquent pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 1er du CIR 92.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
1.1. de voorgenomen inbrengen door de NV A respectievelijk de CVA B van de lokale verkoop- en distributieactiviteiten in de NV C kunnen worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van de artikelen 2, § 1, 6°/2, b) en c) juncto 46, § 1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en beantwoorden aan het bepaalde in de artikelen 46, § 1, derde lid, 3° en 183bis WIB 92, zodat deze inbrengen belastingneutraal kunnen plaatsvinden;
1.2. de eventuele meerwaarde die de NV A respectievelijk de CVA B zouden realiseren naar aanleiding van de verkoop van de aandelen van de NV C aan de BV E binnen het jaar na de voorgenomen inbrengen onder het toepassingsgebied van artikel 192, §1, eerste lid, WIB 92 valt, aangezien overeenkomstig artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92, aan de minimale houdperiode van één jaar is voldaan;
1.3. de voorgenomen fusie door overneming van de NV D door de NV C beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92, zodat de fusie belastingneutraal kan plaatsvinden;
1.4. de voorgenomen herstructurering geen fiscaal misbruik vormt vermits zij steunt op andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92;
1.5. de voormelde inbrengen en fusie onder de toepassing vallen van de artikelen 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. De groep A is een wereldspeler die is opgedeeld in 3 divisies, met name x, y en z. Deze groep is actief in België door middel van vier operationele vennootschappen, met name NV A, CVA B, NV C en NV D. De groep opereerde tot voor kort in alle landen waar zij actief was, onder een divisie gerichte organisatiestructuur.
3. De NV A is een operationele vennootschap die verantwoordelijk is voor (i) de productie van de x producten in haar portfolio op haar bedrijfssite evenals (ii) de verkoop en distributie van deze producten op de Belgische en één bepaalde buitenlandse markt.
4. De CVA B is een operationele vennootschap die verantwoordelijk is voor (i) de productie van de x producten in haar portfolio op haar bedrijfssite, evenals (ii) de verkoop en distributie van deze producten op de Belgische en een aantal buitenlandse markten.
5. De NV C is een operationele vennootschap die optreedt als distributeur voor de divisie z van de groep. Zij voert geen productieactiviteiten uit.
6. De NV D is een operationele vennootschap die optreedt als distributeur voor de divisie y van de groep. Zij voert geen productieactiviteiten uit.
7. De groep A lanceerde wereldwijd een project met het oog op de transformatie van een divisie gerichte organisatie (in 3 divisies) naar een lokaal, cross-categorie gerichte organisatie die de nadruk legt op het individueel land en de klantgerichtheid en waarbij er één managementteam per land bevoegd is voor de gehele organisatie binnen dat land.
8. Specifiek voor wat België betreft, zal de implementatie van dit project resulteren in de centralisatie van de lokale verkoop- en distributieactiviteiten van de verschillende Belgische operationele entiteiten op het niveau van één entiteit, met name NV C. De NV A en de CVA B zullen opereren als productievennootschappen voor de x producten in hun respectievelijke portefeuille, dewelke zij onder meer zullen verkopen enerzijds aan de NV C voor de verdere verkoop / distributie op de lokale markt (behelst de Belgische en één bepaald buitenlandse markt) en anderzijds aan de buitenlandse groepsentiteiten voor de verdere verkoop / distributie op de buitenlandse markt.
9. Onderstaande stappen zullen worden uitgevoerd ter verwezenlijking van het vooropgestelde nieuw juridisch en operationeel model:
9.1. Stap 1: inbreng door de NV A van haar lokale verkoop- en distributieactiviteit, inclusief alle daaraan verbonden (i) activa en passiva, (ii) rechten en verplichtingen en (iii) personeelsleden, in de NV C in ruil voor nieuw uitgereikte aandelen van de NV C;
9.2. Stap 2: inbreng door de CVA B van haar lokale verkoop- en distributieactiviteit, inclusief alle daaraan verbonden (i) activa en passiva, (ii) rechten en verplichtingen en (iii) personeelsleden, in de NV C in ruil voor nieuw uitgereikte aandelen van de NV C;
9.3. Stap 3: overdracht van de aandelen van de NV C, verkregen als vergoeding in stap 1, door de NV A aan de BV E;
9.4. Stap 4: overdracht van de aandelen van de NV C, verkregen als vergoeding voor stap 2, door de CVA B aan de BV E;
9.5. Stap 5: overdracht van de minderheidsparticipatie in de NV C door de BV F aan de BV E;
9.6. Stap 6: overdracht van de minderheidsparticipatie in de CVA B door de BV G aan SARL H; en
9.7. Stap 7: fusie waarbij de NV D zal worden overgenomen door de NV C.
III. Beslissing
III.A. Betreffende de toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° en 183bis WIB 92 op de inbrengverrichtingen (stappen 1 en 2)
10. Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.
11. Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:
b) Inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;
c) Bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: het geheel van de activa en passiva van een afdeling van een vennootschap dat uit organisatorisch oogpunt een onafhankelijke exploitatie vormt, dat wil zeggen een geheel dat op eigen kracht kan functioneren.
12. De productieactiviteiten van de NV A (uitgeoefend op de eigen fabriekssite) en de CVA B (uitgeoefend op de eigen fabriekssite) enerzijds en de verkoopactiviteiten van de NV A (uitgeoefend in een van derden gehuurd kantoorgebouw) en de CVA B (uitgeoefend in een van derden gehuurd kantoorgebouw) anderzijds worden elk op een andere locatie uitgeoefend en beschikken elk over eigen personeel.
13. De inbreng omvat alle activa, schulden, rechten en verplichtingen die specifiek betrekking hebben op de in te brengen lokale verkoop- en distributieactiviteit. Daarnaast zullen ook alle personeelsleden die specifiek worden ingezet voor deze activiteit, overgaan naar de NV C. Uit de gedetailleerde beschrijving van de ingebrachte bestanddelen in de aanvraag blijkt dat de inbreng van de lokale verkoop- en distributieactiviteit door de NV A en door de CVA B alle specifiek aan deze activiteit toewijsbare actief- en passiefbestanddelen bevat. Tevens worden de nodige contracten (huurcontracten van het kantoor, arbeidscontracten, klantencontracten voor de lokale markt,…) mee overgedragen. De aanvragers hebben bevestigd dat geen herbeleggingsactiva met het oog op de toepassing van artikel 47 WIB 92 of gesubsidieerde activa als bedoeld in artikel 362 WIB 92 deel uitmaken van de inbreng, aangezien deze activa geen verband houden met de in te brengen activiteit.
14. Uit het voormelde blijkt dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. De overgedragen activiteiten, bestanddelen en personeelsleden zullen NV C in staat stellen om autonoom en onafhankelijk de lokale verkoop- en distributieactiviteit voor de x producten verder te zetten. Ze zal hiertoe over alle daartoe benodigde middelen beschikken. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbrengen uitsluitend zullen worden vergoed in aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.
15. De geplande inbreng van de lokale verkoop- en distributieactiviteit door de NV A en door de CVA B in de NV C betreft derhalve een rechtshandeling die beantwoordt aan de definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), juncto artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.
16. De aanvragers hebben bevestigd dat alle werknemers van de NV A en de CVA B die vandaag actief zijn in de lokale verkoop- en distributieafdeling, na de verrichting zullen worden tewerkgesteld in de NV C. De werknemers die werkzaam zijn binnen de productieafdeling, blijven tewerkgesteld binnen de NV A en de CVA B. Hieruit blijkt dat zowel de overgedragen als behouden activiteiten bij voortduur zullen worden verder gezet.
17. De geplande herstructurering in het kader van het project is ingegeven door onderstaande motieven:
17.1. er zal een lichtere overkoepelende structuur tot stand komen met vereenvoudigde en gelokaliseerde besluitvormingsprocessen waarbij huidige overlappingen in overheadfunctie zullen worden geëlimineerd;
17.2. marktdynamieken zullen beter in kaart kunnen worden gebracht waardoor de groep A sneller zal kunnen inspelen op de (lokale) behoeften van de consumenten;
17.3. middelen zullen sneller kunnen worden toebedeeld / bewerkstelligd, wat eveneens het potentieel om groeimogelijkheden optimaal te benutten zal versterken;
17.4. kennis en expertise die voorheen waren gespreid over verschillende entiteiten, zullen nu worden gecentraliseerd en zullen op eenvoudige en doeltreffende wijze kunnen worden gedeeld, zodat synergiën op landenniveau zullen ontstaan en best practices zullen worden toegepast.
18. De aanvragers hebben aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de inbrengverrichtingen liggen:
18.1. NV A, CVA B en NV C zijn winstgevend en hebben geen fiscaal overgedragen aftrekbare bestanddelen. Volgens door de aanvragers verstrekte prognoses zullen de betrokken vennootschappen zich na de geplande verrichtingen in een winstgevende positie bevinden;
18.2. bij de verkrijgende vennootschap NV C zijn geen vrijgestelde reserves aanwezig waarvoor nog wederbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de inbrengverrichtingen er niet toe strekken om de ingevolge de inbrengen verkregen activa aan te duiden als wederbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie ten name van de verkrijgende vennootschap;
18.3. de aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van NV A, CVA B en NV C te vervreemden behoudens de verkopen zoals omschreven in stappen 3, 4, 5 en 6, die er enkel toe strekken om de aandelen van NV C en CVA B te centraliseren bij hun huidige respectievelijke meerderheidsaandeelhouder teneinde een eenvoudigere groepsstructuur te bekomen.
19. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de geplande inbrengen van de lokale verkoop- en distributieactiviteit door de NV A en door de CVA B in de NV C plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
20. De verkrijgende vennootschap NV C is een binnenlandse vennootschap.
21. Derhalve kunnen de inbrengverrichtingen plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.
III.B. Inzake de toepassing van artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92 op de verkoop van de aandelen (stappen 3 en 4)
22. Artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 bepaalt: “§ 1. De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken”.
23. Artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 stelt verder dat: “voor de toepassing van het eerste lid, de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, WIB 92, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92, worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.”
24. De Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 29 maart 2012, waarbij het zevende lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB, stelt: “Anderzijds wordt rekening gehouden met de periode voorafgaand aan de verrichting met het oog op het onderzoeken of de voorwaarde van behoud van tenminste één jaar al dan niet is vervuld, wanneer de aandelen verkregen zijn in het kader van een fiscaal neutrale verrichting, vermeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3 WIB 92 die beantwoorden, naargelang het geval, aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92.”
25. De Memorie van Toelichting bij de Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij het achtste lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB 92, stelt: “Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen.(..) De bijzondere toepassing die hierbij wordt ingesteld, bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek van Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel.” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, 26-27).
26. De circulaire Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) van 21 mei 2013 stelt: “[...] de toevoeging van het zevende en achtste lid aan art. 192, §1, WIB 92, voorzien, voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud, in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, [...] die worden verwezenlijkt overeenkomstig de art. 46, §1, eerste lid, 2° [...] WIB 92 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen”.
27. Gelet op het vermelde zal de inbreng van de verkoop- en distributieactiviteit door de NV A en door de CVA B in de NV C kunnen plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92, zodat in onderhavig geval de toepassing van artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92 aan de orde is.
28. De wetgever verwijst in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 uitdrukkelijk naar belastingneutrale verrichtingen als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. In overeenstemming met de fiscale neutraliteit zoals voorzien in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 dient als aanvangspunt voor de berekening van de minimale houdperiode van één jaar bij inbrengverrichtingen gekeken te worden naar de datum waarop de bedrijfsafdeling of de tak van werkzaamheid op een zelfstandige wijze operationeel is geworden. De aanvragers hebben bevestigd dat de ingebrachte bedrijfsafdeling reeds meerdere jaren fungeert als een op zich staand geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken binnen de NV A en de CVA B.
29. Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat de start van de berekening van de houdtermijn van één jaar, als voorwaarde voor de vrijstelling van de meerwaarde die de NV A respectievelijk de CVA B zouden realiseren naar aanleiding van de verkoop van hun aandelen van NV C die zij hebben verkregen naar aanleiding van stap 1 respectievelijk stap 2, bijgevolg meer dan één jaar in het verleden valt zodat de ononderbroken periode van volle eigendom wordt gerespecteerd.
30. Voor de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 zullen de NV A en de CVA B derhalve worden geacht de aandelen van de NV C op het ogenblik van de verkoop langer dan één jaar te hebben gehouden. Derhalve valt de meerwaarde onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, zodat de meerwaarde kan worden vrijgesteld voor zover uiteraard aan alle andere voorwaarden ter zake is voldaan.
III.C. Inzake de toepassing van de artikelen 183bis en 211, §1, WIB 92 op de fusie (stap 7)
31. De aanvragers wensen een fusie door te voeren waarbij de NV D zal worden overgenomen door de NV C tegen uitgifte van aandelen aan de aandeelhouder van de overgenomen vennootschap. Deze verrichting beantwoordt aan de definitie van een fusie door overneming zoals vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, a), WIB 92.
32. Deze fusie kadert in het Belgische luik van een wereldwijd project. Deze stap laat de centralisatie toe van de verkoop- en distributieactiviteiten met betrekking tot de divisie y op het niveau van de NV C, wat in lijn ligt met de (toekomstige) functionele rol van de NV C als cross-categorie verkoop- en distributievennootschap voor de lokale markt.
33. De aanvragers hebben aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de fusie liggen:
33.1. NV C en NV D zijn winstgevend en beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen zodat de voorgenomen fusie geen negatieve impact zal hebben op het belastbare resultaat;
33.2. bij de overnemende vennootschap NV C zijn geen vrijgestelde reserves aanwezig waarvoor nog wederbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de fusie er niet toe strekt om de ingevolge de fusie verkregen activa aan te duiden als wederbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie ten name van de overnemende vennootschap.
34. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusieverrichting plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
35. De overnemende vennootschap NV C is een binnenlandse vennootschap.
36. Derhalve kan de voorgenomen fusie door overneming van de NV D door de NV C belastingneutraal worden doorgevoerd in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.
III.D. Inzake de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92 op het geheel van de verrichtingen
37. Het geheel van bovenvermelde verrichtingen, bestaande uit de inbreng van de lokale verkoop- en distributieactiviteit door de NV A en door de CVA B in de NV C, gevolgd door de aandelenoverdrachten binnen de groep en de zusterfusie tussen de NV D en de NV C, kadert binnen een wereldwijde herstructurering van de groep A.
38. Een inbrengverrichting in combinatie met een daaropvolgende verkoop van de aandelen van de verkrijgende vennootschap (in casu NV C) met het oog op de overdracht van een deel van de activa (in casu de verkoop- en distributieactiviteit van de NV A en de CVA B), zou als een fiscaal misbruik kunnen worden aanzien in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 (omzetten van belastbare meerwaarden op activa in vrijgestelde meerwaarden op aandelen) indien de koper van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de verkopende partij. In casu zullen de aandelen van de NV C worden verkocht aan haar huidige meerderheidsaandeelhouder BV E die deel uitmaakt van de groep en dus niet kan worden beschouwd als een derde partij. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de NV A, de CVA B en de NV C over te dragen aan derden buiten de groep.
39. De aanvragers hebben bovendien de keuze van de opeenvolgende rechtshandelingen voldoende gemotiveerd in de aanvraag.
40. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen voldoende is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.
III.E. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW op de inbrengverrichtingen (stappen 1 en 2) en de fusie (stap 7)
41. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.
42. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
43. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
44. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines, heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
45. De artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
III.E.1. De inbrengen door de NV A en de CVA B in de NV C
46. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven bestanddelen van de inbrengen door de NV A en door de CVA B in de NV C dient vastgesteld te worden dat deze laatste de lokale verkoop- en distributieactiviteiten, zoals voorheen verricht door de inbrengende vennootschappen, zal kunnen voortzetten en dit in combinatie met haar eigen activiteit.
47. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbrenggenietende entiteit bovendien op autonome wijze de activiteit verderzet. Uit de aangereikte informatie blijkt dat de NV C aan deze voorwaarde voldoet. Zij zal - met het oog op haar rol als cross-categorie entiteit belast met de lokale verkoop - bovendien verantwoordelijk zijn voor de importactiviteiten gelinkt aan voormelde producten, die worden geproduceerd door andere buitenlandse groepsentiteiten en die verkocht worden op de lokale markt. Bovendien zal zij verantwoordelijk zijn voor het op zoek gaan en ontwikkelen van nieuwe strategische groeimogelijkheden in het productassortiment x over de verschillende productcategorieën heen.
48. Om voormelde redenen dient te worden besloten dat de NV C, als btw-plichtige met recht op aftrek, de ingebrachte activiteiten op autonome wijze zal voorzetten, zodat de inbrengen door de NV A en door de CVA B dienen plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.
III.E.2. De fusie tussen NV D en NV C
49. Naar aanleiding van de hierboven beschreven fusie worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan de NV D, overgedragen aan de NV C. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen. De bestaande economische activiteit van de NV D zal worden voortgezet door de NV C. De aanvragers verklaren dat de NV C een btw-belastingplichtige is die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.
50. De hierboven beschreven fusie dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.