Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2021.1015 du 08.02.2022
Tva · Article 1 quater, §1 AR nr. 20 · Démolition et reconstruction
Résumé
Le projet de construction présenté concernant la démolition et la reconstruction d’une maison unifamiliale entre en principe, à la suite de la nature des travaux, en considération pour l’application du taux réduit de TVA de 6 pour cent conformément à l’article 1quater, §1er, de l’AR n°20 concernant la facturation pour les prestataires de services des travaux envisagés.
L’application effective du taux réduit dépend en outre des conditions imposées à l’article 1quater, § 1, alinéa 2, § 4 et § 8 de l’AR n° 20, à savoir principalement la destination que l’acquéreur va donner au logement, la possession faisant potentiellement obstacle dans le chef de l’acquéreur, la limite de superficie et les formalités à remplir.
Le règlement relatif au taux réduit de 6 pour cent est de toute façon provisoire et n’est d’application que pour les travaux immobiliers envisagés pour lesquels la TVA sera exigible le 31 décembre 2022 au plus tard conformément aux articles 22 et 22bis, §1er, du CTVA.
Texte de la décision
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Beslissing
1. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.
2. De vraag betreft een gebouw gelegen te <…>. De geplande werken bestaan uit het volledig slopen van het gebouw met bijgebouw en daarmee gepaard de oprichting van een eengezinswoning
3. De aanvrager wenst zekerheid te verkrijgen over het feit dat deze werken in onroerende staat kunnen gefactureerd worden tegen het btw-tarief van 6 % en dit in toepassing van artikel 1quater, §1 KB nr. 20.
4. Het eerste lid van §1 luidt als volgt:
‘Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op het werk in onroerende staat en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, §3, 3° tot 6°, van tabel A van de bijlage bij dit besluit, die tot voorwerp hebben de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning bestemd voor bewoning door de bouwheer-natuurlijke persoon en gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, waarover de belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, §1, van het Wetboek tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022’.
5. In het tweede lid van §1 lezen we verder enkele voorwaarden die moeten worden vervuld. Punt 1° a) en b) heeft respectievelijk betrekking op de bestemming die de bouwheer aan het betreffende gebouw dient te geven (samen te lezen met §4) en de maximale bewoonbare oppervlakte (samen te lezen met §8). Punt 2° vermeldt formaliteiten dewelke de bouwheer dient na te leven. Punt 3° betreft het tijdskader en punt 4° de verplichtingen in hoofde van de dienstverrichter. In het derde lid van §1 worden de regels uitgelegd inzake het zogenaamd ‘verhinderend bezit’. Het vierde lid vermeldt de uitgesloten werken.
6. Opdat het bedoelde verlaagde btw-tarief van toepassing zou zijn, dienen bijgevolg een aantal materiële en formele voorwaarden vervuld te zijn.
I.A. Betekenisvolle afbraak ten opzichte van de nieuwe constructie
7. Het verlaagd btw-tarief is van toepassing wanneer het gesloopte goed een ‘gebouw’ betreft in de zin van artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek. De aanwending vóór de afbraak is van geen belang.
8. Zoals uit de rulingaanvraag blijkt heeft het bouwproject betrekking op de afbraak van een chalet en atelier van een totale oppervlakte van…m2. De af te breken constructies zijn opgetrokken uit duurzame materialen (hout en beton) en waren voorzien van de nodige nutsvoorzieningen (elektriciteit, water en verwarming). De septische put en een grote waterput maken de fundering uit van de chalet. Uit de door aanvragers overgemaakte foto’s blijkt dat de chalet is voorzien van badkamer, keuken en woonruimte. Voorts is het desbetreffende gebouw kadastraal gekend als vakantieverblijf.
9. Rekening houdende hiermee kan de DVB aanvaarden dat de af te breken constructie kwalificeert als een gebouw, in de zin van artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek.
10. Daarnaast dient de omvang van het afgebroken gebouw betekenisvol te zijn ten opzichte van de nieuwe constructies.
11. De heropbouw heeft in casu betrekking op de bouw van een eengezinswoning waarvan de aanvragers menen dat de bewoonbare oppervlakte volgens de plannen gevoegd bij de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning de maximum toegelaten oppervlakte van …m2 niet zal overschrijden. De aanvragers begroten op basis van desbetreffende plannen toegevoegd aan de aanvraag van de omgevingsvergunning de bewoonbare oppervlakte van de eengezinswoning op … m2.
12. Daar de btw-wetgeving de draagwijdte van het begrip ‘significant’ niet omschrijft, terwijl de administratie niet de bevoegdheid heeft om terzake normatieve criteria op te leggen kan de DVB enkel onderzoeken of een kennelijke wanhouding bestaat tussen de afgebroken constructies en de heropbouw.
13. De DVB is van oordeel dat in het voorliggende bouwproject geen dergelijke wanverhouding bestaat en de afbraak derhalve betekenisvol is ten opzichte van de heropbouw.
I.B. Afbraak en heropbouw door dezelfde belastingplichtige en op hetzelfde kadastrale perceel
14. Daarnaast is vereist dat de afbraak en heropbouw worden uitgevoerd door dezelfde belastingplichtige en de heropbouw gebeurt op hetzelfde kadastrale perceel als het gesloopte gebouw.
15. Uit het stedenbouwkundig attest van … en de aanvraag van de omgevingsvergunning van … blijkt dat de aanvragers die eigenaar zijn van huidige af te breken chalet en atelier optreden als bouwheer voor de afbraak en heropbouw ervan. Uit de het stedenbouwkundig attest, de aanvraag van de omgevingsvergunning blijkt eveneens dat de bouw van de nieuwe woning zal worden verricht op hetzelfde kadastraal perceel als waar de af te breken chalet en atelier staat.
Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel V beslist het College van de DVB in zitting van 8 februari 2022 dat:
16. het voorgelegde bouwproject inzake de afbraak en heropbouw van een eengezinswoning gelegen te…, ingevolge de aard van de werken in principe in aanmerking komt voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 procent overeenkomstig artikel 1 quater, §1 van KB nr. 20 met betrekking tot de facturatie door de dienstverrichters van de voorgenomen werken;
17. de effectieve toepassing van het verlaagd tarief verder afhankelijk is van de in artikel 1 quater, §1, lid 2, §4 en §8 van KB nr. 20 opgelegde voorwaarden (waarover deze beslissing zich niet uitspreekt), zijnde in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de bouwheer, de oppervlaktegrens en de te vervullen formaliteiten;
18. deze regeling inzake het verlaagd tarief van 6 procent hoe dan ook tijdelijk is en maar van toepassing is op de voorgenomen werken in onroerende staat waarvoor de btw opeisbaar zal worden overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, §1 W.Btw uiterlijk op 31 december 2022; en het voorafgaand karakter van deze beslissing wordt slechts gerespecteerd wanneer er voor dit project nog geen werken in onroerende staat zijn verricht waarvoor btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 22 en 22bis, §1 W.Btw vóór de datum van deze beslissing.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.