Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2020.1944 du 27.10.2020
Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Mesure anti-abus
TVA · Cession d’une branche d’activité
Résumé
La scission partielle de la société d’exploitation X, par laquelle une activité distincte est transférée à une société belge Y récemment constituée et qui s’inscrit dans le cadre d’une décision stratégique du groupe visant à séparer mondialement l’activité concernée en vue d’une introduction en bourse séparée, répond aux dispositions de l’article 183bis du CIR92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l'article 211, § 1er du CIR92.
La scission partielle susmentionnée doit avoir lieu en application des articles 11 et 18, § 3, du CTVA.
Le choix de l’ensemble des actes juridiques (scission partielle suivie du déplacement des actions ou parts de la société Y dans une nouvelle structure de groupe) se justifiait suffisamment par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 3 du CIR92, et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 1er du CIR92
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:
1.1. De voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X, waarbij alle activa en passiva verbonden aan activiteit A worden overgedragen aan vennootschap Y, niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en derhalve in aanmerking komt voor de toepassing van het belastingneutraal regime zoals voorzien in artikel 211, §1, WIB 92;
1.2. De bestanddelen van het eigen vermogen van vennootschap X overeenkomstig artikel 213 WIB 92 zullen worden overgedragen aan vennootschap Y naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarden van de overnemende/verkrijgende en gesplitste vennootschap;
1.3. De voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X buiten de toepassingssfeer van de btw valt overeenkomstig de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);
1.4. De andere stappen waarbij volgend op de partiële splitsing onder meer de aandelen van vennootschap Y worden ingebracht in een andere groepsvennootschap in ruil voor extra gestort kapitaal, met de daaropvolgende aandelenverhangingen in het buitenland, geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, §1, WIB 92.
II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers
2. Vennootschap X is een operationele Belgische vennootschap die deel uitmaakt van de internationale groep Z. De aandelen van deze vennootschap zijn op één na in het bezit van de buitenlandse groepsvennootschap P. Het andere aandeel wordt aangehouden door een andere buitenlandse groepsvennootschap Q.
3. Vennootschap Y werd recent opgericht met het oog op het afzonderen van activiteit A en heeft momenteel geen activiteiten noch personeel. De aandelen van deze vennootschap worden aangehouden door de buitenlandse groepsvennootschap P.
4. De geplande verrichting betreft een partiële splitsing van vennootschap X waarbij alle activa en passiva die betrekking hebben op activiteit A, zullen worden overgedragen aan vennootschap Y. De activiteit B zal behouden blijven binnen vennootschap X. Voorafgaand aan deze verrichting zal vennootschap P het overige aandeel van vennootschap X overnemen van vennootschap Q, zodat zij op het ogenblik van de partiële splitsing alle aandelen van vennootschap X zal bezitten. De voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, §1, 6°/1, g), WIB 92.
5. De geplande partiële splitsing zal worden gevolgd door een verhanging van de aandelen van vennootschap Y en de andere entiteiten met activiteit A, waarbij het uiteindelijk de bedoeling is dat elke aandeelhouder van de beursgenoteerde topvennootschap van groep Z door middel van een dividenduitkering in natura aandelen van de topvennootschap van de nieuwe groep met activiteit A zal ontvangen.
III. Beslissing
III.A. Betreffende de toepassing van de artikel 211, §1, WIB 92 op de partiële splitsing
6. De vooropgestelde partiële splitsing van vennootschap X kadert binnen een strategische beslissing van groep Z om enkel te focussen op activiteit B en om activiteit A in een afzonderlijke groepsstructuur onder te brengen. Op deze wijze wenst groep Z het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarvoor zij als belangrijke speler in de sector met activiteit B staat. Ook de nieuwe groep met activiteit A zal zich kunnen focussen op de eigen activiteiten en de aangepaste ondersteuning kunnen bieden om de commerciële opportuniteiten beter te laten renderen en de marktpositie te versterken.
7. Aangezien vennootschap X binnen deze verschillende domeinen actief is, dient zij over te gaan tot een partiële splitsing waarbij alle activa en passiva van activiteit A zullen worden overgedragen aan vennootschap Y. Ook in andere landen waar deze activiteiten gecombineerd worden uitgeoefend in éénzelfde juridische entiteit, staan verrichtingen gepland om activiteit A in een afzonderlijke entiteit onder te brengen.
8. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling. Een deel van de personeelsleden van vennootschap X zal mee overgaan naar vennootschap Y.
9. Vennootschap X is winstgevend en beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap een recent opgerichte vennootschap is die pas actief zal worden nadat de partiële splitsing heeft plaatsgevonden, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen.
10. De geplande partiële splitsing zal worden gevolgd door een verhanging van de aandelen van vennootschap Y en de andere entiteiten met activiteit A, waarbij het uiteindelijk de bedoeling is dat elke aandeelhouder van de beursgenoteerde topvennootschap van groep Z door middel van een dividenduitkering in natura aandelen van de topvennootschap van de nieuwe groep met activiteit A zal ontvangen. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap X te vervreemden.
11. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
12. De verkrijgende vennootschap Y is een binnenlandse vennootschap.
13. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van vennootschap X kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.
III.B. Inzake de toepassing van artikel 213 WIB 92 op de partiële splitsing
14. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. Dit houdt in dat de drie componenten van het fiscaal eigen vermogen (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) elk afzonderlijk moeten worden verdeeld in verhouding tot het gedeelte van de fiscale nettowaarden dat aan elk van de vennootschappen wordt toebedeeld (zie ook arrest van het Hof van Beroep te Gent van 1 maart 2011 inzake Villa 2000 CVA).
15. De aanvragers hebben de toepassing van artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar ter zake bevestigd.
16. Vennootschap X heeft geen andere vrijgestelde reserve dan een fusiegoodwill die werd uitgedrukt naar aanleiding van een eerdere fusie. Deze fusiegoodwill, die evenwel niet in de fiscale nettowaarde vervat zit, heeft geen betrekking op activiteit A en zal bijgevolg niet worden overgedragen.
17. Uit de overgemaakte splitsingsstaat blijkt dat de wijze van toebedeling van de verschillende bestanddelen van het fiscaal eigen vermogen (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) aan de partieel gesplitste vennootschap X enerzijds en aan de recent opgerichte vennootschap Y anderzijds, in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar ter zake, met dien verstande evenwel dat de DVB zich niet uitspreekt omtrent de bedragen van de gehanteerde fiscale nettowaarden.
III.C. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW op de partiële splitsing
18. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
19. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
20. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
21. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
22. De aanvragers verklaren dat omwille van de aard van de activiteiten van vennootschap X er slechts een beperkt aantal boekhoudkundig uitgedrukte activa of passiva verbonden zijn aan activiteit A. Aangezien vennootschap X enkel een verkoopactiviteit heeft als limited risk distributor, houdt deze vennootschap evenmin voorraad aan.
23. Gelet op het feit dat vennootschap X volgende activa en passiva met betrekking tot activiteit A zal overdragen:
23.1. De goodwill (contracten, dossiers en marketingvergunningen welke diensten vormen in de zin van artikel 18, §1, eerste lid, W.BTW en artikel 18, §1, tweede lid, 5°, W.BTW);
23.2. Een gedeelte van het eigen vermogen (kapitaal, reserves en overgedragen winst);
23.3. Werknemers die binnen vennootschap X werkzaam zijn voor activiteit A;
23.4. De iPhones en iPads van de werknemers die overgaan naar vennootschap Y (goederen in de zin van artikel 10, §1, W.BTW);
23.5. Passiva (payrollschulden) verbonden aan de werknemers die overgaan naar vennootschap Y;
23.6. De leasingcontracten en bijhorende verzekeringspolissen voor de bedrijfswagens van de werknemers die overgaan naar vennootschap Y;
dient besloten dat de overdracht betrekking heeft op een bedrijfsafdeling, waarbij vennootschap Y in staat wordt gesteld om activiteit A verder te zetten.
24. Naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing worden de activa en passiva die verbonden zijn aan activiteit A, overgedragen aan vennootschap Y. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfsafdeling. Deze activiteit zal door vennootschap Y kunnen worden voortgezet.
25. De aanvragers verklaren dat vennootschap Y een belastingplichtige is die voor btw-doeleinden is geregistreerd.
26. De hierboven beschreven partiële splitsing dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW te gebeuren.
III.D. Betreffende de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92 op het geheel van de rechtshandelingen
27. De partiële splitsing zal worden gevolgd door een verhanging van de aandelen van vennootschap Y en de andere entiteiten met activiteit A, waarbij het uiteindelijk de bedoeling is dat elke aandeelhouder van de beursgenoteerde topvennootschap van groep Z door middel van een dividenduitkering in natura aandelen van de topvennootschap van de nieuwe groep met activiteit A zal ontvangen.
28. Het geheel van de voorgenoemde verrichtingen kadert binnen een strategische beslissing om activiteit A af te zonderen van de overige activiteiten die binnen groep Z behouden blijven. Teneinde de gewenste opdeling in België te bekomen, is de geplande partiële splitsing van vennootschap X hiervoor een aangewezen middel vermits zij een overdracht van rechtswege toelaat van alle activa, passiva, rechten en verplichtingen verbonden aan activiteit A zonder de continuïteit van de betrokken activiteit in het gedrang te brengen.
29. Aangezien groep Z op geen enkel moment een vergoeding zal ontvangen als tegenprestatie voor het afstoten van activiteit A, kunnen deze opeenvolgende transacties niet worden gelijkgesteld met een verkoop van deze activiteit door groep Z aan derde partijen. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap X te vervreemden.
30. Gelet op het voorgaande is de DVB van mening dat de keuze voor het geheel van de opeenvolgende rechtshandelingen door andere motieven is verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, §1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, §1, eerste lid, WIB 92.
31. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummers 10 en 29, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, enz. …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van vennootschap X. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing betreffende de vennootschapsbelasting niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.