Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2020.1342 du 23.06.2020
Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Transfert location-financement immobilier · Unité TVA
Résumé
La scission partielle d'une société d'exploitation, par laquelle le contrat de leasing (hors bilan) et le contrat de bail avec une société du groupe, les frais d'aménagement du bâtiment, les liquidités excédentaires et les créances intragroupes sont transférés à la société immobilière du groupe, est conforme aux dispositions de l'article 183bis, CIR 92, comme l'exige l'article 211, § 1, quatrième alinéa, 3°, CIR 92.
La cession du contrat de leasing dans le cadre de la scission partielle, dans laquelle les deux parties font partie de la même unité de TVA, n'a pas pour effet d'exclure ce contrat du champ d'application de l'article 44, § 3, 2°, b du Code (TVA).
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
1.1. de voorgenomen partiële splitsing van de vennootschap BV A, waarbij zij haar onroerend leasecontract en overschot aan gelden en/of vorderingen overdraagt aan de bestaande vennootschap BV B, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;
1.2. de overdracht van het leasingcontract dat BV A heeft afgesloten met de financiële instelling en dat in het kader van de partiële splitsing zal worden overgedragen aan BV B, niet tot gevolg heeft dat die overeenkomst buiten het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek valt (BTW).
II. Omschrijving van de verrichting
2. BV B is opgericht als patrimoniumvennootschap van de heer x en dit voornamelijk met het oog op het uitbouwen van een onroerend patrimonium dat in eerste plaats ter beschikking zal worden gesteld van de werkmaatschappijen van de heer x waaronder BV A en de BV C.
3. De partiële splitsing van BV A strekt ertoe het leasingcontract (off balance) met de financiële instelling en de huurovereenkomst met BV C, de inrichtingskosten van het gebouw, de overtollige liquiditeiten alsook de intercompany vorderingen over te dragen naar de groepsvennootschap BV B. Er worden geen handelsvorderingen overgedragen. Er zijn geen schulden verbonden aan de af te splitsen activa. BV A zal een marktconforme huur betalen aan BV B voor het gebruik van de onroerende goederen.
4. Deze partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van verrichtingen gelijkgesteld met een splitsing zoals vermeld in art. 2, § 1, 6°/1, WIB 92.
III. Beslissing
III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, §1 WIB 92
5. De partiële splitsing is inzonderheid ingegeven door volgende motieven:
5.1. BV V wenst een nieuw industrieel gebouw op te richten op een deel van het terrein dat haar in eigendom toebehoort. Dit terrein is gedeeltelijk belast met een erfpachtrecht in het voordeel van de financiële instelling. Deze financiële instelling heeft op dit gedeelte van het terrein een gebouw opgericht dat thans wordt geleasd door BV A. Het is de bedoeling om op het gedeelte van het terrein dat nog onbebouwd is gebleven, en niet langer belast is met een erfpachtrecht in het voordeel van de financiële instelling nieuwe gebouwen op te richten. Deze gebouwen zullen na de oprichting verhuurd worden aan de groepsvennootschappen;
5.2. alle bestaande en toekomstige onroerende bezittingen en rechten binnen de groep van vennootschappen van de heer x te concentreren in hoofde van BV B. Dit zal een meer transparante situatie creëren voor externe financierders (banken en kredietinstellingen) voor mogelijke nog andere nieuwe (bouw)projecten naar de toekomst;
5.3. met deze verrichting wenst de aanvrager een onderscheiden groepsstructuur te verwezenlijken met een duidelijk onderscheid tussen de exploitatievennootschappen en de vastgoedvennootschap teneinde een opdeling van het ondernemingsrisico van de verschillende activiteiten te verwezenlijken en de onroerende goederen te vrijwaren van de risico’s verbonden aan de exploitatie.
6. De geplande verrichting heeft geen impact op de tewerkstelling daar er geen personeel aanwezig is binnen BV A.
7. De aanvrager heeft bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen worden verdeeld conform artikel 213 WIB 92.
8. De aanvrager heeft aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de partiële splitsing liggen:
8.1. BV A is winstgevend en heeft geen fiscaal overdraagbare bestanddelen.
8.2. BV B heeft enkel een beperkt bedrag aan fiscaal overdraagbare verliezen, ze beschikt over geen andere fiscaal overdraagbare bestanddelen. In toepassing van artikel 206, §2, WIB 92 zullen deze beperkt worden. De aanvrager heeft dit correct toegepast;
8.3. de aanvrager heeft bevestigd dat BV B een marktconforme huur zal aanrekenen aan de groepsvennootschappen voor het gebruik van het onroerend goed;
8.4. de verkrijgende vennootschap BV B heeft geen vrijgestelde reserves waarvoor eventuele herbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om de ingevolge de partiële splitsing verkregen activa aan te duiden als herbeleggingsactief ten name van de verkrijgende vennootschap;
8.5. de aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van BV A en/of BV B na de partiële splitsing te vervreemden.
9. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van BV A niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
10. De verkrijgende vennootschap BV B is een binnenlandse vennootschap.
11. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van BV A kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
12. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 8.5 van deze beslissing, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van BV A en/of BV B. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing zoals vermeld in randnummers 11 niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.
III.B. Inzake de btw
13. Er dient vastgesteld dat :
13.1. de aanvrager verklaart dat hij als leasingnemer, de onroerende financieringshuurovereenkomst met de financiële instelling overnam van de initiële leasingnemer;
13.2. daaropvolgend de aanvrager als leasingnemer een huurovereenkomst afsloot betreffende een deel van het gebouw, voorwerp van voormelde leasingovereenkomst, met BV C, zijnde een zusteronderneming, waarbij met ingang van xx/xx/xx de aanvrager als BV C toetraden tot eenzelfde btw-eenheid;
13.3. de DVB geen onderzoek verricht heeft naar de conformiteit van de onroerende financieringshuurovereenkomst met K.B. nr. 30, noch betreffende de overdracht als deze ingevolge de toetreding van de aanvrager tot de btw-eenheid, waartoe hij vandaag behoort. Maar dat huidig onderzoek zich beperkt tot het vaststellen van de gevolgen van de weder overdracht van de betreffende leasingovereenkomst door de aanvrager aan BV B die per xx/x/xx toetrad tot dezelfde btw-eenheid waartoe de aanvrager behoort.
14. Vaststellende dat voor de voorliggende onroerende financieringshuurovereenkomst de financiële instelling als leasinggever optreedt en de aanvrager als leasingnemer deze overeenkomst wenst over te dragen aan BV B.
15. Wat de overdracht van leasingovereenkomsten beoogd door K.B. nr 30 betreft, stelt de administratie dat een overeenkomst beoogd door artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek, aan een aantal voorwaarden dient te voldoen. Om binnen het toepassingsgebied van deze bepaling te blijven, is het noodzakelijk dat de essentiële bedingen van de leasingovereenkomst blijven beantwoorden aan bedoelde voorwaarden tot bij het beëindigen van die overeenkomst.
16. In de mate dat de wijzigingen aangebracht aan een leasingovereenkomst die, ab initio beoogd door artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek, geen misbruiken inhouden en niet in overtreding zijn met de basisvoorwaarden bepaald in het koninklijk besluit nr. 30, inzonderheid wat de wedersamenstelling van het geïnvesteerde kapitaal binnen de voorziene termijn betreft, verzet niets zich tegen deze wijzigingen.
17. In deze optiek stelt de administratie dat de overdracht van de overeenkomst door de leasingnemer niet tot gevolg heeft dat die overeenkomst buiten het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek valt, op voorwaarde dat :
17.1. de leasingnemer het geheel van zijn rechten overdraagt;
17.2. de overnemer wordt gesubrogeerd in al de verplichtingen van de oorspronkelijke leasingnemer;
17.3. de overnemer het gebouw in de uitoefening van zijn economische activiteit als belastingplichtige gebruikt.
18. Daar de huidige leasingnemer als de overnemende BV B, beide lid zijn van dezelfde btw-eenheid die btw-technisch als éénzelfde belastingplichtige aangemerkt wordt bij toepassing van artikel 4, §2 van het btw-wetboek, dient onderhavige overdracht in het kader van de btw-eenheid onderzocht te worden.
19. Verwijzend naar de circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T.111.702) dd. 09.11.2007 waarin de administratie stelt dat de btw-eenheid aangemerkt wordt als één belastingplichtige voor de goederen en de diensten bekomen van derden en voor de prestaties verstrekt aan die derden, volgt dat :
19.1. de leveringen van goederen en de diensten verricht tussen de leden van een btw-eenheid (hierna "interne handelingen " genoemd) niet binnen de werkingssfeer van de btw vallen;
19.2. de leveringen van goederen en de diensten verricht door derden voor elk lid, voor de toepassing van de btw verricht worden voor de btw-eenheid;
Dient vastgesteld dat de overdracht van de overeenkomst door het ene lid van de btw-eenheid aan het andere lid van de btw-eenheid als een interne handeling aangemerkt moet worden die niet binnen de werkingssfeer van de btw valt.
20. Anderzijds mag voormeld mechanisme de leden van een btw-eenheid niet benadelen, waardoor gesteld wordt dat indien een leasingnemer als bedoeld in het koninklijk besluit nr. 30 van 29.12.1992 met betrekking tot de toepassing van de belasting over toegevoegde waarde op de onroerende financieringshuur, lid is van een btw-eenheid, deze onroerende financieringshuur geacht moet worden te zijn afgesloten door de btw-eenheid. Dit betekent dat de voorwaarden van artikel 1 van voornoemd koninklijk besluit nr. 30 beoordeeld moeten worden in hoofde van de btw-eenheid.
21. Wat de voorwaarden van artikel 1 van voornoemd K.B. betreft, mag men voor bestaande en reeds lopende overeenkomsten ervan uitgaan dat in de mate deze aan de voorwaarden voldoen als opgenomen in artikel 1, 2° tot en met 4°, men in hoofde van de btw-eenheid enkel de toetsing betreffende de aanwending voor economische activiteiten dient te onderzoeken.
22. Vaststellende dat het gebouw met het bijhorend terrein door de btw-eenheid aangewend wordt in het kader van haar economische activiteit en de aanwending in hoofde van de btw-eenheid niet wijzigt, dient geconcludeerd dat de onroerende financieringshuur, in de mate zij voldeed aan de voorwaarden gesteld in K.B. nr. 30 daaraan blijft voldoen en de huidige juridische – doch btw-technische niet te weerhouden - overdracht zonder gevolgen blijft op btw-technisch vlak, mede gezien het gebouw en terrein in hoofde van de btw-eenheid niet als een bedrijfsmiddel aangemerkt moet worden daar het een off-balance lease betreft. Derhalve dat evenmin de artikelen 12 en 19 van het btw-wetboek uitwerking krijgen.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.