Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2019.0803 du 12.11.2019
TVA; · taux; · Rubrique XXXI & XXXIII tableau A de l’annexe Arrêté royal n°20 du 20 juillet 1970
Résumé
Le taux réduit de TVA de 6% peut être appliqué aux factures adressées au demandeur pour la conversion d'un site agricole en résidences privées et en institution pour handicapés, en appliquant les rubriques respectives XXXI et XXXIII du tableau A de l'annexe de l'arrêté royal n° 20.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
Beslissing
1. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.
2. De aanvrager, X bvba, is eigenaar van een onroerend goed gelegen <…>. Het betreft een beschermde historische <…> met verschillende bijgebouwen gekend onder de naam <…>, met de kadastrale identificatie:<…>.
3. De aanvrager wenst deze site te renoveren en een nieuwe bestemming te geven. Bouwtechnisch onderscheidt de aanvrager zeven verschillende gebouwen op de site. De gebouwen 1, 3, 4, 5, en deels 7 krijgen als bestemming privé-bewoning (via <…> en voor gebouw 5 via de vzw <…>). Gebouw 2 en deels gebouw 7 zal als instelling voor gehandicapten worden uitgebaat (door de vzw <…>). Voor de noodzakelijke werken aan deze gebouwen wordt de vraag gesteld naar de toepasselijkheid van het verlaagd btw-tarief ad 6% op de door de aannemers aan de aanvrager uit te reiken facturen en dit op basis van de respectievelijke rubrieken XXXI en XXXIII van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20. De werken aan gebouw 6 zullen plaatsvinden aan het standaard btw-tarief ad 21% en maken niet het voorwerp uit van onderhavige ruling.
Rubriek XXXIII
De tekst van rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 luidt als volgt:
‘Instellingen voor gehandicapten
§ 1. Mits voldaan is aan de hierna gestelde voorwaarden, is het verlaagd tarief van toepassing op de werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en op de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°:
1°de handelingen moeten worden verricht aan woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor huisvesting van gehandicapten;
2°de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een instelling beheert die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, personen met een handicap huisvest en die om deze reden een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend;
3°de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.
§ 2. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:
1°werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;
2°werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.
§ 3.Het verlaagd tarief is eveneens van toepassing op de leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook op de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die gebouwen bestemd zijn om als woningcomplex te worden gebruikt voor de huisvesting van gehandicapten en ze worden geleverd en gefactureerd aan een in paragraaf 1, 2° bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon.
§ 4. Het verlaagd tarief is eveneens van toepassing op de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en op de onroerende verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van gehandicapten, wanneer de afnemer een in § 1, 2°, genoemde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon is.’
4. In casu wordt gebouw 2 op de site (de vroegere <…>) omgevormd en uitgebreid tot een instelling voor personen met een handicap. Meer specifiek wordt voorzien in een woonfunctie voor twee leefgroepen van telkens <…> personen.
5. Het is niet de aanvrager/bouwheer zelf die de exploitatie zal verrichten. In principe is dus niet voldaan aan punt 2 van §1 van de hierboven geciteerde rubriek XXXIII. De administratie aanvaardt echter dat het verlaagd tarief tevens wordt toegepast voor de bouwheer die, zonder zelf exploitant te zijn, het goed via huur ter beschikking stelt aan de eigenlijk exploitant (cf. Aanschrijving nr. 12 dd. 10.10.1984, randnummer 20 in fine). Dit laatste blijkt in de voorgelegde zaak het geval te zijn daar de aanvrager verklaart dat er tussen hem en de eigenlijk exploitant, de vzw <…>, een notariële huurovereenkomst zal worden opgesteld met een minimumduur van <…> jaar met mogelijkheid tot verlenging. De vzw <…> zal op haar beurt de personen met een beperking huisvesten. De aanvrager verklaart dat de vzw <…> sinds <…> is erkend door de bevoegde overheid, Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, onder het nummer <…>, met subsidie-eenheidnummer <…> en staat vermeld op de lijst met vergunde zorgaanbieders onder het VAPH, lijn <…>. Inzake de uiteindelijk te huisvesten personen verklaart de aanvrager het volgende (pagina 53 van de aanvraag):
‘Om te kunnen beroepen op niet-rechtstreekse zorg dient de persoon met een beperking bijgevolg recht te hebben op een persoonsvolgend budget (PVB), in de vorm van cash of in de vorm van een voucher en aldus erkend te zijn bij het VAPH. Dit impliceert dat de persoon met een beperking een zekere zorgzwaarte dient te hebben vooraleer men in aanmerking kan komen voor het PVB dewelke via een inschalingsinstrument vastligt. Vermits vzw <…> erkend is als vergunde zorgaanbieder, vallen alle cliënten onder de erkenning van het VAPH teneinde men in het andere geval geen beroep zou kunnen maken op de zorgverstrekking van vzw <…>.
Daarnaast zijn de cliënten allen erkend door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid; directie-generaal personen met een handicap; teneinde een vervangingsinkomen te genieten waarmee men de woon- en leefkosten dient te betalen. Het PVB, uitgekeerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) is dan op zijn beurt bedoeld voor het inkopen van zorg (bv. de slapende nacht).
In de lijn van bovenstaande zullen de cliënten bijgevolg met het vervangingsinkomen de huisvesting betalen en met het PVB de zorg, in de vorm van dagbesteding, slapende nacht, therapie, etc., dewelke beide op de site georganiseerd en geïnstalleerd worden.’
6. Verder merken we op dat de aanvrager in zijn tekst veel aandacht besteedt aan de uitbreiding van het bestaande bouwvolume van gebouw 2. We kunnen hierbij enkel opmerken dat dit voor een toepassing van rubriek XXXIII niet aan de orde is vermits de toepassing hiervan zowel geldt voor verbouwingen als voor nieuwbouw en we gaan hier verder dan ook niet op in.
7. Op te merken is wel het gegeven dat ook voor de verbouwing van een deel van gebouw 7 de toepassing van rubriek XXXIII wordt gevraagd. Dit gebouw wordt getransformeerd naar enerzijds een woning (verdieping 1 en 2, toepassing van rubriek XXXI cf. infra) en anderzijds een lokaal op het gelijkvloers dat voor dagactiviteiten zal aangewend worden voor de bewoners van gebouw 2. Het is voor dit deel op het gelijkvloers dat de toepassing van rubriek XXXIII gevraagd wordt. In de mate dat dit lokaal een organisatorisch geheel vormt met gebouw 2, enkel door de bewoners van gebouw 2 gebruikt wordt en mee deel uitmaakt van de huurovereenkomst tussen de aanvrager en de vzw <…>, kan op het gelijkvloers van gebouw 7 hetzelfde btw-regime van gebouw 2 toegepast worden.
8. Op basis van de in de aanvraag naar voor gebrachte informatie en de hierboven uitgelichte elementen kan de DVB bevestigen dat het verlaagd btw-tarief ad 6% kan toegepast worden op de aan de aanvrager gerichte facturen voor de verbouwing/bouw van gebouw 2 en deel van gebouw 7 (gelijkvloers) en dit alles conform de bepalingen van rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20.
Rubriek XXXI
9. De tekst van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 luidt als volgt:
‘Werk in onroerende staat met betrekking tot privé-woningen
(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, rubriek XXXI, § 1, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2013 (Art. 24, KB 30.04.2013, B.S. 08.05.2013))
[historiek]
§ 1. Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3 worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;
2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning wordt gebruikt;
3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, § 1 of artikel 22bis van het Wetboek;
4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker […];
5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.
§ 2. Worden aangemerkt als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen omschreven in § 3, met betrekking tot de woningen daadwerkelijk gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:
1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;
2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;
3° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand;
4° opvangtehuizen die in dag- en nachtverblijf thuislozen en personen in moeilijkheden huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid.
5°psychiatrische verzorgingstehuizen die op een duurzame wijze in dag- en nachtverblijf personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of mentaal gehandicapten huisvesten en die door de bevoegde overheid erkend zijn;
6° gebouwen waar, ten titel van een initiatief van beschut wonen erkend door de bevoegde overheid, het op een duurzame wijze huisvesten in dag- en nachtverblijf en het begeleiden van psychiatrische patiënten plaatsheeft.
§ 3. Worden beoogd:
1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;
2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;
3° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw:
a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;
b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;
c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;
d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;
e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;
f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;
4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;
5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven;
6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.
§ 4. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:
1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;
2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.’
10. In casu worden de gebouwen 1, 3, 4, 5 en deels 7 omgevormd en (deels) uitgebreid tot woningen. In gebouw 1, 3, 4 en deels 7 worden respectievelijk 5, 3, 4 en 1 klassieke wooneenhe(i)d(en) gecreëerd binnen de bestaande bouwschil (met marginale uitbreidingen voor gebouw 3 en 4). Gebouw 5 is vandaag een cluster van verschillende bouwvolumes die, met een substantiële uitbreiding, wordt omgevormd tot één gebouw met als doel toeristisch verblijf. Voor al deze werken wordt de toepassing gevraagd van rubriek XXXI.
11. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de vraag of we alsnog met een verbouwing te maken hebben dan wel dat de werken zodanig ingrijpend zijn dat we over een nieuwbouw moeten spreken.
12. Uit de overgemaakte stukken blijkt vooreerst voldoende dat er geen twijfel over kan bestaan dat al de betrokken gebouwen reeds meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. De site heeft tevens een erfgoedwaarde en is in die zin sinds <…> een beschermd monument.
13. Dit laatste heeft onder meer als gevolg dat de bouwheer beperkt is inzake mogelijke veranderingen en op de bij de aanvraag gevoegde plannen is vast te stellen dat de bestaande gebouwen behouden (moeten) worden. De wezenlijke structuurelementen blijven met andere woorden bewaard. Zoals gezegd is er voor de gebouwen 1 en 7 geen uitbreiding qua oppervlakte en blijft deze voor gebouw 3 en 4 uitermate beperkt en is er in deze twee laatste gebouwen per wooneenheid bekeken slechts sprake van een marginale uitbreiding. Voor gebouw 5 is er wel een substantiële uitbreiding maar kunnen we op basis van de aangeleverde cijfers (uitbreiding ad <…> m² op een totale oppervlakte ad <…> m²) nog nipt stellen dat de oppervlakte van het oude gebouw (<…> m²) groter is dan de helft van de totale oppervlakte van het gebouw na uitvoering van de werken. Hoe dan ook vormt de uitbreiding samen met het oude gedeelte één geheel dat in haar totaliteit zal aangewend worden als vakantieverblijf.
14. Inzake de bestemming als privéwoning noteren we dat de bouwheer de 13 klassieke wooneenheden in de gebouwen 1, 3, 4 en 7 op basis van één notariële akte zal verhuren aan de <…> Huisvestingsdienst (entiteit van het OCMW <…>) voor een termijn van 18 jaar, mogelijks verlengbaar tot 27 jaar. Deze laatste zal ze op haar beurt doorverhuren aan gezinnen of alleenstaanden. Op deze manier wordt voldaan aan de voorwaarde dat de woningen voor privé-bewoning moeten aangewend worden. Ook kan men stellen dat er aan een ‘eindverbruiker’ wordt gefactureerd op basis van de visie verwoord in Aanschrijving 86/006 dd. 22.08.1986, randnummer 76 in fine.
15. Gebouw 5 heeft een toeristische bestemming gericht op jeugd- en schoolgroepen, al dan niet met bijzondere noden. De bouwheer zal dit gebouw verhuren voor een minimumtermijn van 20 jaar aan de vzw <…>. Deze vzw zal gebouw 5 vervolgens verhuren (voor ‘kortverblijf’) aan de uiteindelijke gebruikers.
16. Een vraag die hierbij gesteld moet worden is of de overeenkomst tussen de vzw en de uiteindelijke residenten niet moet worden gecatalogeerd als een btw-belaste dienst conform artikel 18, §1, lid 2, 10° W.Btw. Het aftoetsen van deze vraag is relevant vermits een positief antwoord hierop tot gevolg heeft dat het verlaagd btw-tarief ad 6% niet van toepassing is op een woning die op deze wijze wordt geëxploiteerd (cf. Btw-beslissing nr. E.T.96.878 dd. 5 april 2001). In deze context verklaart de aanvrager het volgende (cf. aanvraag p. 43):
‘In toepassing van voorliggende case worden geen bijkomende diensten voorzien. Er is sprake van een passief onthaal. De personen die hun intrek nemen in het verblijf zijn zelf verantwoordelijk voor het poetsen, onderhoud, zelfkook, etc. Dit wordt ook zo mee opgenomen in het huishoudelijk reglement. Concreet impliceert dit dat wanneer men bv. ontbijt of maaltijden wenst, men zich zelf dient te begeven naar de plaatselijke bakker of winkel en de maaltijden zelf bereid in de voorziene keuken. Zo ook worden kosten inzake water en verwarming, rechtstreeks gemeten aan de hand van meters, de gebruikers apart aangerekend. Onder de vzw wordt geen personeel aangeworven noch worden diensten geleverd. De boekingen, registratie en betalingen gebeuren rechtstreeks en automatisch via de website waarbij een digitale sleutel ontvangt waarmee men het verblijf kan betreden.’
17. Voor alle duidelijkheid wijzen we erop dat we deze passage in de aanvraag lezen in de zin dat naast de terbeschikkingstelling van het gebouw en meubilair op zich er geen bijkomende diensten worden verstrekt, onder andere geen regelmatig onderhoud en schoonmaken van de kamers en gemeenschappelijke delen tijdens het verblijf (de groep is zelf verantwoordelijk voor het schoonmaken en netjes houden van het materiaal, het sanitair, de keuken en de rest van gebouw 5), geen verschaffen van huishoudlinnen gedurende het verblijf (handdoeken en linnen mee te brengen door huurder), geen verschaffen van ontbijt of andere maaltijden, … met andere woorden een volledig ‘zelfverzorgende groep’. Onder dergelijke modaliteiten kunnen we stellen dat de terbeschikkingstelling van gebouw 5 door de vzw aan de jeugd- en schoolgroepen geen btw-belaste dienst is in de zin van artikel 18, §1, lid 2, 10° W.Btw. De voor gebouw 5 voorziene bestemming belet op zich dan ook geen toepassing van het verlaagd btw-tarief ad 6% conform rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20.
18. Op basis van de in de aanvraag naar voorgebrachte informatie en de hierboven uitgelichte elementen kan de DVB bevestigen dat het verlaagd btw-tarief ad 6% kan toegepast worden op de aan de aanvrager gerichte facturen voor de verbouwing van gebouw 1, 3, 4, 5 en deel van gebouw 7 (wooneenheid op verdieping 1 en 2) en dit alles conform de bepalingen van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.