Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2019.0056 du 26.02.2019
Impôt des sociétés · Fusion par absorption · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Précompte mobilier · Exonération
TVA · Cession d’une universalité de biens
Résumé
Une fusion par absorption transfrontalière dans le cas où une société nationale est acquise par une société intra-européenne et où tous les éléments de la société nationale sont conservés dans l'établissement belge de la société intra-européenne, répond aux dispositions de l'article 183bis du CIR92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale conformément à l’article 211, § 1er, du CIR92.
La fusion susmentionnée doit avoir lieu en application des articles 11 et 18, § 3 du C.TVA.
Les intérêts que l'établissement belge versera à une société de groupe intra-européenne peuvent être exonérés du précompte mobilier belge sur la base de l'article 266, premier alinéa du CIR92 et de l'article 107, § 6, AR/CIR92.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:
1.1. De fusie door overneming, waarbij de NV X zal worden overgenomen door de buitenlandse vennootschap Y, voor de toepassing van de vennootschapsbelasting als fiscaal neutraal kan worden beschouwd aangezien de verrichting voldoet aan de voorwaarden van artikel 211, §1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en artikel 183bis WIB 92;
1.2. De fusie door overneming op grond van de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW) als fiscaal neutraal kan worden beschouwd;
1.3. Het Belgische bijkantoor in aanmerking komt voor de vrijstelling van roerende voorheffing op interesten betaald ingevolge de van de buitenlandse vennootschap Z verkregen lening in overeenstemming met artikel 266 WIB 92 en artikel 107, § 6 van het Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92);
1.4. De overgedragen aftrek voor risicokapitaal van de NV X, overeenkomstig het bepaalde in artikel 229, §4, vijfde lid, WIB 92, zal overgaan op het Belgisch bijkantoor van de overnemende vennootschap Y.
II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager
2. De betrokken vennootschappen behoren tot een internationale groep. In de juridische groepsstructuur zijn de NV X en Y zustervennootschappen en oefenen ze gelijkaardige activiteiten uit. Vennootschap Y is gevestigd in land H.
3. De groep overweegt vanuit strategisch perspectief de doeltreffendheid van zijn exploitatieactiviteiten nog verder te verbeteren door de NV X te integreren in de buitenlandse vennootschap Y, zij het met behoud van een officieel bijhuis in België.
4. Deze herstructurering zal worden verwezenlijkt door middel van de grensoverschrijdende fusie waarbij de buitenlandse vennootschap Y de NV X zal overnemen en waarbij alle activa en passiva van de NV X behouden blijven in een Belgisch bijhuis.
5. De groep acht het belangrijk dat ook de balans van het Belgisch bijkantoor voorafgaand aan de fusie aansluit bij de balans van de NV X (bv. een vergelijkbare verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen op het niveau van het bijkantoor vergeleken met de NV X nu). In deze optiek zal de vordering die Y momenteel op de NV X heeft, voorafgaand aan de fusie worden overgedragen aan de buitenlandse moedervennootschap Z, teneinde volledige boekhoudkundige neutraliteit te bereiken. Immers, ingeval de vordering niet zou worden overgedragen, zou de vordering van Y op de NV X worden afgewikkeld als een gevolg van de fusie resulterend in een aanzienlijke wijziging in de schuld/eigenvermogenspositie van het Belgisch bijkantoor. Met deze overdracht zal de algemene verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen in hoofde van het bijkantoor overeenstemmen met de huidige verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen in hoofde van de NV X.
III. Beslissing
III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, §1, WIB 92 op de grensoverschrijdende fusie
6. De overnemende vennootschap Y is een intra-Europese vennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, b) bis, WIB 92.
7. De aanvrager heeft verklaard dat de fusieverrichting zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en gelijkaardige vennootschapsrechtelijke bepalingen in land H.
8. De grensoverschrijdende fusie waarbij de NV X zal worden overgenomen door Y, strekt ertoe om de exploitatieactiviteiten van beide vennootschappen te centraliseren zodat een sterkere vennootschap zal ontstaan.
9. Na de verrichting zullen de beschikbare middelen efficiënter kunnen worden ingezet voor hetzij de Belgische activiteiten en hetzij de buitenlandse activiteiten, zonder dat daarvoor een dividend hoeft te worden uitgekeerd of een kapitaalverhoging dient te worden doorgevoerd.
10. De aanvrager heeft aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de verrichting liggen:
10.1. Uit de verstrekte cijfergegevens blijkt dat de NV X winstgevend is en uit de verkregen prognose voor de volgende drie boekjaren blijkt dat de Belgische inrichting na de fusie eveneens winstgevend zal zijn;
10.2. De aanvrager heeft bevestigd dat de NV X geen fiscaal overdraagbare bestanddelen heeft behalve een overgedragen aftrek voor risicokapitaal; Y zal slechts kort vóór de fusie een Belgische inrichting oprichten, zodat deze niet over in België aftrekbare bestanddelen zal beschikken;
10.3. De grensoverschrijdende fusie zal geen impact hebben op het belastbaar resultaat in België en zal enkel tot gevolg hebben dat het belastbaar resultaat niet langer aan de vennootschapsbelasting maar voortaan aan de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) zal worden onderworpen.
11. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de fusie door overneming van de NV X door Y zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
12. De aanvrager heeft bevestigd dat, in overeenstemming met artikel 211, §1, vijfde lid, eerste gedachtestreepje, WIB 92, alle ingevolge de fusieverrichting verkregen bestanddelen die verbonden zijn met de activiteiten van de NV X, zullen behouden blijven binnen de Belgische inrichting van Y en zullen bijdragen tot de totstandkoming van de resultaten van deze inrichting die in toepassing van artikel 233, WIB 92 in aanmerking worden genomen voor de belastinggrondslag. Er werd uitdrukkelijk bevestigd dat de activiteiten van de NV X ook in de toekomst zullen worden uitgevoerd door de Belgische inrichting van Y. Tevens werd bevestigd dat alle personeelsleden die in België zijn tewerkgesteld bij de NV X, na de grensoverschrijdende fusie verder tewerkgesteld zullen blijven binnen de Belgische inrichting van Y.
13. Met betrekking tot artikel 211, §1, vijfde lid, tweede gedachtestreepje, WIB 92 heeft de aanvrager bevestigd dat de NV X niet over vrijgestelde reserves beschikt.
14. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde en vijfde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de fusieverrichting kan worden verricht onder het belastingneutrale regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.
III.B. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW
15. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
16. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
17. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
18. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
19. Vaststellende dat de aanvrager verklaart dat:
19.1. Y voorafgaand aan de fusie juridisch een Belgisch bijkantoor zal oprichten dat alsdan een vaste inrichting vormt met een afzonderlijk Belgisch ondernemingsnummer;
19.2. De activa en passiva verbonden met de momenteel door de NV X uitgeoefende activiteiten, over zullen gaan naar het Belgisch bijkantoor van Y en derhalve integraal in België blijven;
19.3. Het huidige Belgische team in dienst blijft van de Belgische vestiging om de continuïteit van de Belgische activiteiten te verzekeren;
19.4. De bestaande activiteit toegewezen blijft aan het Belgisch bijkantoor. De activiteiten kwalificeren als btw-belastbare transacties, die door het Belgisch filiaal rechtstreeks in rekening worden gebracht aan vennootschap Z, het hoofdkwartier van de groep;
19.5. De Belgische vaste inrichting van Y een btw-belastingplichtige wordt die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, gedeeltelijk recht op btw-aftrek zou hebben.
20. Derhalve kan worden besloten dat de fusie, waarbij alle huidige Belgische activiteiten overgaan naar het Belgisch bijkantoor van Y, met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW dient te gebeuren.
III.C. Inzake de vrijstelling van roerende voorheffing
21. Uit de aanvraag blijkt dat de exploitatieactiviteiten van de NV X zullen worden geïntegreerd in Y, zodat alle gelijkaardige activiteiten in dezelfde entiteit zullen worden ondergebracht.
22. De activiteiten van de NV X zullen na de fusie verder vanuit België, via een Belgisch bijkantoor, worden uitgeoefend. Voor de aanvrager is het van belang dat de balans van het Belgisch bijkantoor overeenstemt met de balans van de NV X vóór de fusie.
23. Momenteel heeft Y een vordering op de NV X. Om te voorkomen dat naar aanleiding van de fusie deze vordering en schuld geneutraliseerd zouden worden (waardoor er een aanzienlijke wijziging in de schuld/eigenvermogenspositie van het Belgisch bijkantoor zou ontstaan), zal Y haar vordering op de NV X voorafgaand aan de fusie overdragen aan Z, de buitenlandse moedervennootschap van Y.
24. De aanvrager wenst de bevestiging te verkrijgen dat de intresten die het Belgisch bijkantoor van de NV X (voor zover ze aan het Belgisch bijkantoor kunnen worden toegerekend) aan Z zal betalen, van Belgische roerende voorheffing zijn vrijgesteld op basis van artikel 266 WIB 92 en artikel 107, §6, KB/WIB 92.
25. Op basis van artikel 266, eerste lid, WIB 92 kan geheel of ten dele worden afgezien van de inning van de roerende voorheffing. Artikel 107, §6, KB/WIB 92 bepaalt de voorwaarden inzake de vrijstelling van roerende voorheffing. Uit de aanvraag blijkt dat aan de voorwaarden zal worden voldaan:
25.1. Z zal gedurende een periode van meer dan één jaar een participatie van ten minste 25% in Y hebben;
25.2. Y en Z hebben een rechtsvorm zoals omschreven in de richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 (2003/49/EG) betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten.
26. De aanvrager stelt bovendien dat zowel Y als Z normaal belaste vennootschappen zijn. Bovendien zal de vordering van Z toegewezen worden aan het Belgisch bijkantoor van Y. Z zal deze vordering niet aan een buitenlands bijkantoor toewijzen.
III.D. Inzake de overgedragen aftrek voor risicokapitaal
27. Artikel 229, §4, vijfde lid, WIB 92 bepaalt o.m. dat bij een grensoverschrijdende fusie bedoeld in artikel 211 WIB 92 waarbij de overnemende vennootschap een intra-Europese vennootschap is, de afschrijvingen, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, aftrekken voor risicokapitaal, kapitaalsubsidies, minderwaarden of meerwaarden die bij de overnemende of verkrijgende vennootschappen met betrekking tot de binnen een inrichting verkregen bestanddelen in aanmerking worden genomen, worden bepaald alsof de fusie niet had plaatsgevonden.
28. Bijgevolg kan de overgedragen aftrek voor risicokapitaal van de NV X worden overgedragen aan de Belgische inrichting van Y.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.