Impôt des non-résidents, Apport d’un établissement belge, Mesure anti-abus · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2019.0041 19 février 2019

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des non-résidents, Apport d’un établissement belge, Mesure anti-abusImpôt des non-résidents - Apport d’un établissement belge - Mesure anti-abus - TVA - Cession d’une universalité de biens

https://juriel.be/fr/rulings/2019-0041-impot-non-residents-apport-etablissement-0149

Numéro
2019.0041
Date
19 février 2019

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

44 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2019.0041 du 19.02.2019

Impôt des non-résidents · Apport d’un établissement belge · Mesure anti-abus

TVA · Cession d’une universalité de biens

Résumé

L’apport par une société étrangère A de son établissement belge dans une société résidente récemment constituée, à savoir la société B, relève du champ d’application de l’article 231, § 3 du CIR92.

Le choix de l’ensemble des actes juridiques (apport de l’établissement belge dans la société B suivi de la cession des actions ou parts de société B dans le groupe) se justifie suffisamment par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 3 du CIR92, et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 1er du CIR92.

L’apport par une société étrangère A de son établissement belge dans une société résidente récemment constituée, à savoir la société B, relève du champ d’application des articles 11 et 18, § 3, C.TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

1.1. De inbreng door de buitenlandse vennootschap A van haar Belgisch bijkantoor in de Belgische vennootschap B vrijgesteld is van de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) overeenkomstig artikel 231, §3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);

1.2. Artikel 344, §1, WIB 92 geen toepassing vindt op de voormelde inbreng gevolgd door de uitkering van de aandelen van de Belgische vennootschap B door vennootschap A aan haar buitenlandse moedervennootschap C;

1.3. De overdracht van de activiteiten van het Belgisch bijkantoor van de buitenlandse vennootschap A aan de Belgische vennootschap B kwalificeert als een overdracht van een algemeenheid van goederen en buiten het toepassingsgebied van de belasting over de toegevoegde waarde valt overeenkomstig de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2. De groep X is internationaal actief. In België is de groep actief middels een Belgisch bijkantoor van de buitenlandse vennootschap A.

3. De groep X wenst een herstructurering door te voeren die erop gericht is de groep om te vormen tot een groep die klaar is voor de toekomst. De beoogde stappen kunnen als volgt worden beschreven:

3.1. Inbreng door de buitenlandse vennootschap A van haar Belgisch bijkantoor in de recent opgerichte binnenlandse vennootschap B;

3.2. Uitkering van de aandelen van vennootschap B door vennootschap A aan haar buitenlandse moedervennootschap C.

III. Beslissing

III.A. Inzake de toepassing van artikel 231, §3, WIB 92

4. De activiteiten van de buitenlandse vennootschap A in België worden uitgeoefend via een Belgisch bijkantoor. Dit Belgisch bijkantoor kan op basis van artikel 229, §1, WIB 92 worden beschouwd als een Belgische inrichting en dient jaarlijks een aangifte in de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) in.

5. De buitenlandse vennootschap A wenst haar juridische structuur aan te passen in het licht van een gewijzigde internationale context. Daarom wenst men alle activiteiten in België onder te brengen in een afzonderlijke juridische entiteit. Gelijkaardige verrichtingen zullen tevens in andere landen worden doorgevoerd.

6. In België zal de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A worden ingebracht in een recent opgerichte Belgische vennootschap B. Alle activa en passiva verbonden aan de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A zullen worden overgedragen in ruil voor nieuw uitgegeven aandelen door de Belgische vennootschap B aan de buitenlandse vennootschap A zonder enige opleg in geld. De aanvrager heeft tevens bevestigd dat ook het personeel van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A zal overgaan naar de vennootschap B. Na de inbreng zal het Belgisch bijkantoor van de buitenlandse vennootschap A worden gesloten.

7. De aanvrager heeft bevestigd dat de overdracht van alle activa en passiva in boekhoudkundige continuïteit zal gebeuren. Het fiscaal gestort kapitaal dat ten name van de Belgische vennootschap B ontstaat door de inbreng, wordt bepaald overeenkomstig artikel 184bis, §2, WIB 92.

8. De Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A is winstgevend en heeft een belastbare basis. Zij beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de Belgische vennootschap B pas recent is opgericht, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen.

9. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de voorgenomen inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A in de Belgische vennootschap B beantwoordt aan alle in artikel 231, §3, WIB 92, gestelde voorwaarden.

III.B. Inzake de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92

10. Na de inbreng zullen de aandelen van de Belgische vennootschap B door de buitenlandse vennootschap A door middel van een dividenduitkering worden overgedragen aan haar moedervennootschap C.

11. Deze uitkering kadert binnen de strategische beslissing van de groep om alle nieuwe vennootschappen, die in verschillende landen worden opgericht in het kader van de huidige herstructurering, naast de buitenlandse vennootschap A te hangen (als zustervennootschappen) met de buitenlandse vennootschap C als moedervennootschap.

12. De combinatie van een inbreng gevolgd door een overdracht van de aandelen van de inbrengverkrijgende vennootschap door de inbrengende vennootschap met het oog op de overdracht van een deel van haar activa zou desgevallend als een fiscaal misbruik kunnen worden aanzien in de zin van artikel 344, §1, eerste lid, WIB 92 (omzetten van meerwaarden op activa in meerwaarden op aandelen) indien de verkrijger van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de overdragende partij. In casu zullen de aandelen van de Belgische vennootschap B worden uitgekeerd aan een vennootschap (met name de huidige moedervennootschap C van de buitenlandse vennootschap A) die deel uitmaakt van de groep en dus niet kan worden beschouwd als een derde partij.

13. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de Belgische vennootschap B over te dragen aan een derde partij.

14. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen (bestaande uit de inbreng door de buitenlandse vennootschap A gevolgd door de overdracht van de aandelen van de Belgische vennootschap B aan de buitenlandse vennootschap C) voldoende is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, §1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, §1, eerste lid, WIB 92.

15. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager werden vermeld. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 13, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de vennootschap B aan derden.

III.C. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW

16. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

17. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

18. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

19. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend. Daaronder valt evenwel niet de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

20. Uit de hierboven beschreven herstructurering van de buitenlandse vennootschap A blijkt dat alle activa en passiva verbonden aan het Belgisch bijkantoor als een algemeenheid van goederen zullen worden ingebracht in een nieuw opgerichte Belgische vennootschap B. Deze overdracht omvat alle activa en passiva die zijn gealloceerd aan de activiteiten die momenteel worden uitgevoerd door het Belgisch bijkantoor van de buitenlandse vennootschap A, waaronder de klantencontracten, de financiële en vaste activa van het bijkantoor en de personeelsleden. Deze bestanddelen laten derhalve de overnemer toe om de economische activiteit van het Belgisch bijkantoor van de buitenlandse vennootschap A verder te zetten.

21. Na de overdracht zal de Belgische vennootschap zowel btw-belaste als btw-vrijgestelde activiteiten verrichten en derhalve een gedeeltelijk recht op btw-aftrek genieten.

22. Op basis van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW valt deze overdracht derhalve buiten het toepassingsgebied van de btw.

Textes cités

7