Impôt des non-résidents, Fusion par absorption fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.1121 15 janvier 2019

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des non-résidents, Fusion par absorption fiscalement neutreImpôt des non-résidents - Fusion par absorption fiscalement neutre - Etablissement belge - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - TVA - Cession d’une universalité de biens

https://juriel.be/fr/rulings/2018-1121-impot-non-residents-fusion-absorption-7219

Numéro
2018.1121
Date
15 janvier 2019

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

45 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.1121 du 15.01.2019

Impôt des non-résidents · Fusion par absorption fiscalement neutre · Etablissement belge · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

TVA · Cession d’une universalité de biens

Résumé

La cession d’un établissement belge à l’occasion d’une fusion transfrontalière, par laquelle une société intra-européenne est reprise par une autre société intra-européenne, peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l'article 231, § 2 du CIR 92.

Les pertes fiscales transférables de l’établissement belge peuvent être cédées conformément à l'article 240bis, § 1er, 2° du CIR 92.

La cession susmentionnée de l’établissement belge doit avoir lieu en application des articles 11 et 18, § 3 du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de overdracht van de Belgische inrichting van de intra-Europese vennootschap X aan de intra-Europese vennootschap Y naar aanleiding van de fusie door overneming van X door Y zal kwalificeren als fiscaal neutraal voor de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) conform artikel 231, §2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2. de overgedragen verliezen van de Belgische inrichting van vennootschap X zullen overgaan naar de Belgische inrichting van vennootschap Y overeenkomstig artikel 240bis, §1, 2°, WIB 92;

1.3. de voormelde overdracht niet zal worden onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde conform de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2. De groep Q oefent haar activiteiten binnen de EU uit middels een vennootschap gevestigd in land E, meer bepaald vennootschap X die verschillende bijhuizen aanhoudt waaronder een Belgisch bijhuis.

3. In het licht van een gewijzigde internationale context heeft de groep beslist om haar structuur aan te passen.

4. De herstructurering omhelst verschillende stappen waaronder een grensoverschrijdende fusie waarbij de vennootschap X met haar verschillende buitenlandse bijhuizen zal worden overgenomen door de vennootschap Y die gevestigd is in een andere lidstaat van de EU (land F).

III. Beslissing

III.A. Inzake de toepassing van artikel 231, §2, WIB 92

5. De overgenomen vennootschap X kan worden aangemerkt als een intra-Europese vennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, b) bis, WIB 92. Deze vennootschap is fiscaal inwoner van land E, heeft een rechtsvorm zoals vermeld in bijlage I, deel A, bij de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009 en is in land E onderworpen aan het normale regime van de vennootschapsbelasting zonder keuzemogelijkheid en zonder ervan te zijn vrijgesteld.

6. De overnemende vennootschap Y kan worden aangemerkt als een intra-Europese vennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, b) bis, WIB 92. Deze vennootschap is fiscaal inwoner van land F, heeft een rechtsvorm zoals vermeld in bijlage I, deel A, bij de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009 en is in land F onderworpen aan het normale regime van de vennootschapsbelasting zonder keuzemogelijkheid en zonder ervan te zijn vrijgesteld.

7. Overeenkomstig artikel 231, §2, eerste lid, WIB 92 dient de fusie plaats te vinden met toepassing in de staat van vestiging van de overgenomen vennootschap van de belastingvrijstelling bepaald door de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009. Op basis van de argumentatie van de aanvrager kan worden aangenomen dat aan deze voorwaarde zoals gesteld in artikel 231, § 2, eerste lid, WIB 92 is voldaan.

8. De aanvrager heeft bevestigd dat de activiteiten van de Belgische inrichting van vennootschap X ongewijzigd zullen worden verder gezet door vennootschap Y. Tevens werd bevestigd dat alle activa en passiva alsook het personeel zullen overgaan naar vennootschap Y. De verrichting vindt plaats in boekhoudkundige continuïteit. De verkregen bestanddelen die bijdragen tot de totstandkoming van de resultaten van de Belgische inrichting van vennootschap Y, zullen in toepassing van artikel 233 WIB 92 in aanmerking worden genomen voor de belastinggrondslag, waardoor tevens is voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 231, § 2, tweede lid, WIB 92.

9. De aanvrager heeft bevestigd dat de fusie zal worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en conform de van toepassing zijnde vennootschapsrechtelijke bepalingen in het land F. Deze bepalingen zijn gelijkaardig aan de Belgische bepalingen ter zake daar zij gebaseerd zijn op de Richtlijn 2005/56/EG inzake grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (zoals daarna vervangen door de Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht), waardoor tevens is voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 231, § 2, derde lid, 1°, WIB 92.

10. De fusie heeft geen impact op de belastbare basis in België. Het belastbare resultaat dat voorheen werd verwezenlijkt door de Belgische inrichting van vennootschap X in de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) zal voortaan tot stand worden gebracht door de Belgische inrichting van vennootschap Y.

11. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de overdracht van de Belgische inrichting ingevolge de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap Y plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92, waardoor tevens is voldaan aan de voorwaarde zoals gesteld in artikel 231, § 2, derde lid, 2°, WIB 92.

12. Derhalve kan worden besloten dat aan alle voorwaarden zoals gesteld in artikel 231, §2, WIB 92 is voldaan, zodat de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap Y geen belastingheffing teweegbrengt ten name van de Belgische inrichting van vennootschap X.

III.B. Inzake de toepassing van artikel 240bis, § 1, 2°, WIB 92

13. De Belgische inrichting van vennootschap X beschikt over fiscaal overdraagbare verliezen. De Belgische inrichting van vennootschap Y werd pas recent opgericht en beschikt niet over fiscaal overdraagbare verliezen.

14. De fiscaal overdraagbare verliezen van de Belgische inrichting van vennootschap X zullen overeenkomstig artikel 240bis, §1, 2°, WIB 92 na de verrichting verder aftrekbaar blijven ten name van de Belgische inrichting van vennootschap Y naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde vóór de verrichting van de naar aanleiding van de verrichting binnen de inrichting overgenomen bestanddelen in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de verrichting, van de vóór de verrichting aanwezige Belgische inrichting van de overnemende vennootschap Y en van de naar aanleiding van de verrichting binnen de inrichting overgenomen bestanddelen.

III.C. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

15. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

16. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

17. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

18. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

19. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

20. In casu dient gesteld dat alle activa en passiva die verbonden zijn aan de Belgische inrichting van vennootschap X overgaan op de Belgische inrichting van vennootschap Y en dat de bestaande economische activiteit zal worden voortgezet door de Belgische inrichting van vennootschap Y. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen in hoofde van de betrokken vaste inrichting.

21. De vennootschap Y is een belastbare persoon die gedeeltelijk recht op aftrek geniet van de btw, indien deze verschuldigd zou zijn ingevolge de overdracht.

22. De overdracht van alle activa en passiva, rechten en verplichtingen van het Belgisch bijhuis van vennootschap X aan het Belgisch bijhuis van vennootschap Y ingevolge de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap Y, dient om voormelde redenen aangemerkt te worden als een overdracht beoogd door de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW en wordt derhalve niet beschouwd als een levering van goederen of als een dienstverrichting.

23. De hierboven beschreven overdracht dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.BTW te gebeuren.

Textes cités

7