Impôt des non-résidents, Fusion par absorption fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.0966 11 décembre 2018

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des non-résidents, Fusion par absorption fiscalement neutreIMPÔT DES NON-RÉSIDENTS - Fusion par absorption fiscalement neutre - Etablissement belge - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - TVA - Cession d’une universalité de biens - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport d’une universalité de biens

https://juriel.be/fr/rulings/2018-0966-impot-non-residents-fusion-absorption-4883

Numéro
2018.0966
Date
11 décembre 2018

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

53 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.0966 du 11.12.2018

IMPÔT DES NON-RÉSIDENTS · Fusion par absorption fiscalement neutre · Etablissement belge · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

TVA · Cession d’une universalité de biens

DROITS D’ENREGISTREMENT · Apport d’une universalité de biens

Résumé

Le transfert d’un établissement stable belge à la suite d’une fusion transfrontalière, par lequel une société intra-européenne est reprise par une société belge en vue de pouvoir poursuivre les activités européennes du groupe sans interruption, peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale prévu à l’article 231, § 2, CIR 92.

La fusion relève du champ d’application de l’article 117, § 1er, C. enr. et doit avoir lieu en application des articles 11 et 18, § 3, C.TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat de grensoverschrijdende fusie door overneming van de intra-Europese vennootschap Y door de Belgische vennootschap X:

1.1 fiscaal neutraal zal zijn conform artikel 231, § 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2 valt onder de regeling van de artikelen 11 en 18, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw);

1.3 valt onder het toepassingsgebied van artikel 117, § 1, van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten (hierna W.Reg.).

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2. De groep Q oefent haar activiteiten binnen de EU uit middels vennootschappen gevestigd in land E, waaronder vennootschap Y die verschillende bijhuizen aanhoudt waaronder een Belgisch bijhuis.

3. In het licht van een gewijzigde internationale context heeft de groep beslist om haar structuur aan te passen.

4. De herstructurering omhelst verschillende stappen waaronder een grensoverschrijdende fusie waarbij vennootschap Y met haar verschillende buitenlandse bijhuizen zal worden overgenomen door de Belgische vennootschap X.

III. Beslissing

III.A. Inzake de toepassing van artikel 231, § 2, WIB 92

5. De overgenomen vennootschap Y kan worden aangemerkt als een intra-Europese vennootschap in de zin van artikel 2, § 1, 5°, b)bis, WIB 92. De overgenomen vennootschap Y is fiscaal inwoner van land E, heeft een rechtsvorm zoals vermeld in bijlage I, deel A, bij de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009 en is er onderworpen aan het normale regime van de vennootschapsbelasting zonder keuzemogelijkheid en zonder ervan te zijn vrijgesteld.

6. De overnemende vennootschap X, die recent werd opgericht, is een Belgische vennootschap.

7. Overeenkomstig artikel 231, § 2, eerste lid, WIB 92 dient de fusie plaats te vinden met toepassing in de staat van vestiging van de overgenomen vennootschap van de belastingvrijstelling bepaald door de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009. Aan deze voorwaarde gesteld in artikel 231, § 2, eerste lid, WIB 92 is in casu voldaan.

8. De aanvrager heeft bevestigd dat de activiteiten van de Belgische inrichting van vennootschap Y ongewijzigd zullen worden verder gezet door vennootschap X en dat de rechten en verplichtingen in het kader van de tewerkstellingscontracten van vennootschap Y zullen overgaan naar vennootschap X. Tevens werd bevestigd dat alle activa en passiva in boekhoudkundige continuïteit zullen overgaan naar vennootschap X.

9. De aanvrager heeft bevestigd dat de fusie zal worden uitgevoerd in overeenstemming met het W. Venn., waardoor tevens is voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 231, § 2, derde lid, 1°, WIB 92.

10. De fiscale gevolgen van de fusieverrichting kunnen als volgt worden samengevat:

10.1 er is geen impact op de belastbare basis in België: het belastbare resultaat dat voorheen werd verwezenlijkt door de Belgische inrichting van vennootschap Y in de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) zal voortaan tot stand worden gebracht door vennootschap X in de vennootschapsbelasting;

10.2 de Belgische inrichting van vennootschap Y beschikt niet over fiscaal overdraagbare bestanddelen. Aangezien vennootschap X pas recent is opgericht, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen.

11. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de overdracht van de Belgische inrichting ingevolge de fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92, waardoor tevens is voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 231, § 2, derde lid, 2°, WIB 92.

12. Derhalve kan worden besloten dat aan alle voorwaarden zoals gesteld in artikel 231, § 2, WIB 92 is voldaan, zodat de fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap X geen belastingheffing teweegbrengt ten name van de Belgische inrichting van vennootschap Y.

III.B. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw

13. Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

14. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

15. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

16. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

17. De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

18. Naar aanleiding van de hiervoor beschreven fusie, worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan de Belgische vaste inrichting van vennootschap Y geregistreerd onder het ondernemingsnummer van Y overgedragen aan vennootschap X. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen. De bestaande economische activiteiten van voormelde belastingplichtige zullen - overeenkomstig de verklaring van de aanvrager – door vennootschap X worden voortgezet.

19. Vennootschap X verklaart dat zij door de verderzetting van de overgenomen activiteit een belastingplichtige wordt die overeenkomstig artikel 45, § 1, 4°, W.Btw recht op aftrek van btw zal genieten. Zij verklaart bovendien dat zij niet zal worden onderworpen aan een afwijkend regime, dat haar recht op aftrek zou beïnvloeden. Partijen verklaren dat geen van de beide het voorwerp zijn van een individuele beslissing van de Belgische btw autoriteiten, wat direct of indirect effect zou kunnen hebben op het recht op aftrek van btw in hoofde van vennootschap X, indien deze btw verschuldigd zou zijn ingevolge de fusie.

20. Om voormelde redenen dient geconcludeerd dat de overdracht van de Belgische inrichting in het kader van de fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap X met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.Btw dient plaats te vinden.

III.C. Inzake de toepassing van artikel 117, § 1, W.Reg.

21. Volgens artikel 117, § 1, W.Reg. is het bij artikel 115 W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

22. Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

22.1 de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

22.2 eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

23. De inbreng zal worden gedaan door de vennootschap Y die de zetel van haar werkelijke leiding in land E heeft. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

24. Aangezien de beoogde verrichting een fusie door overneming betreft, heeft de inbreng betrekking op de universaliteit van de goederen van de over te nemen vennootschap.

25. De inbreng zal uitsluitend worden vergoed in aandelen en er zal geen opleg in geld worden betaald door de overnemende vennootschap X.

26. De uitzonderingsbepaling vervat in artikel 120, derde lid, W.Reg. is eveneens van toepassing op de inbrengen van de universaliteit van goederen of van een bedrijfstak die voldoen aan de in artikel 117, § 1, tweede lid, W.Reg. of de bij koninklijk besluit van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering van artikel 117, § 2, van het Wetboek gestelde voorwaarden, of het nu om een inbreng in een Belgische vennootschap of in een buitenlandse vennootschap gaat.

Textes cités

7