Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.0661 24 juillet 2018

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutreIMPÔT DES SOCIÉTÉS - Fusion par absorption fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Pertes antérieures - Déduction pour investissement - Dividendes - Déduction RDT - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport d’une universalité de biens - TVA - Cession d’une universalité de biens

https://juriel.be/fr/rulings/2018-0661-impot-societes-fusion-absorption-fiscalement-4494

Numéro
2018.0661
Date
24 juillet 2018

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

98 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.0661 du 24.07.2018

IMPÔT DES SOCIÉTÉS · Fusion par absorption fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Pertes antérieures · Déduction pour investissement · Dividendes · Déduction RDT

DROITS D’ENREGISTREMENT · Apport d’une universalité de biens

TVA · Cession d’une universalité de biens

Résumé

Les fusions silencieuses envisagées de plusieurs sociétés visant à simplifier la structure du groupe et à centraliser toutes les activités similaires dans une seule société de sorte à rendre sa gestion plus efficace, répondent aux dispositions de l’article 183bis CIR 92 et peuvent avoir lieu de manière fiscalement neutre en application de l'article 344, § 1er, CIR 92.

Les pertes fiscales reportées de la société absorbante et des sociétés absorbées resteront partiellement déductibles conformément à l'article 206, § 2, CIR 92.

La déduction pour investissement reportée dont dispose la société absorbante peut être maintenue intégralement après les fusions.

Le résultat fiscal positif de la fusion sur les actions annulées de la société absorbée, peut être considéré, au nom de la société absorbante, comme un dividende sur lequel la déduction RDT est d’application conformément aux articles 202, § 1er, 2° et 204 CIR 92.

Les fusions relèvent du champ d’application de l’article 117, § 1er, C. enr. fédéral.

Les fusions doivent se faire en application des articles 11 et 18, § 3, C.TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de fusies door overneming van de vennootschappen NV B, NV C, NV D, NV E, NV F, NV G en NV H door de vennootschap NV A beantwoorden aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92 zodat de voorgenomen verrichtingen aldus belastingneutraal kunnen geschieden overeenkomstig artikel 211, § 1, WIB 92;

1.2. de fiscaal overgedragen verliezen van de NV A, alsook de fiscaal overgedragen verliezen van de NV B, de NV F en de NV H na de fusie gedeeltelijk aftrekbaar zullen blijven overeenkomstig de pro rata voorzien in het artikel 206, § 2, WIB 92;

1.3. de overgedragen investeringsaftrek van de NV A overeenkomstig artikel 212, eerste lid, WIB 92 niet zal worden beperkt ingevolge de voorziene fusies;

1.4. enige fiscale fusiemeerwaarde (“fusiebadwill”) gerealiseerd op het niveau van de NV A ten gevolge van de geruisloze fusies beschouwd zal worden als een ontvangen dividend, hetgeen conform artikel 204, WIB 92 volledig kan worden vrijgesteld;

1.5. de boekhoudkundige retroactiviteit van de voormelde fusies tegenstelbaar zal zijn aan de fiscale administratie;

1.6. de voormelde fusies onder de toepassing vallen van artikel 117, § 1, federaal W. Reg.;

1.7. de fusies door overneming van de vennootschappen NV C, NV D, NV E, NV G en NV H door de vennootschap NV A (1) kunnen genieten van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.


[(1) NV F en NV B zijn niet opgenomen in deze vraag m.b.t. de belasting over de toegevoegde waarde bij gebreke aan BTW-belastbare handelingen.]

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2. De groep X is een internationale groep. Recent werd de Belgische tak van de groep uitgebreid met de overnames via de NV A van een aantal vennootschappen. De NV A verwierf meer bepaald alle aandelen, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks van de NV B, NV C, NV D, NV E en NV F. Tenslotte verwierf ze ook nog een deel van de aandelen in de NV P. De NV A houdt reeds langer quasi alle aandelen aan van de vennootschappen NV G en NV H en een minderheid van de aandelen van de NV Q.

3. Naast haar holdingfunctie heeft de NV A zelf ook operationele activiteiten. Haar dochtervennootschappen, met uitzondering van de holdingvennootschap NV B, oefenen dezelfde activiteiten uit. De NV F heeft geen activiteiten meer.

4. De aanvragers willen een aantal fusies doorvoeren worden waarbij de NV A haar dochtervennootschappen, NV B, NV C, NV D, NV E, NV F, NV G en NV H, overneemt. De NV P en de NV Q zullen niet worden gefuseerd gelet op het feit dat een deel van de aandelen worden aangehouden door derden of door een groepsvennootschap.

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van de artikelen 183bis, WIB 92 en 211, § 1, WIB 92

5. De aanvragers willen de Belgische structuur vereenvoudigen en alle activiteiten van de dochtervennootschappen van de NV A (met uitzondering van de NV P en de NV Q) centraliseren in de NV A, hetgeen in lijn ligt met de herstructureringen die in andere landen worden doorgevoerd. De integratie van de onderscheiden vennootschappen zal leiden tot een efficiënter beheer van de activiteiten en een vermindering van de kosten.

6. De aanvragers hebben bevestigd dat de voorgenomen fusies geen negatieve impact zullen hebben op de tewerkstelling.

7. Uit de fiscale analyse van voorliggende casus is gebleken dat de voorgenomen fusies niet zijn ingegeven door fiscale overwegingen:

7.1. De NV A beschikt over overgedragen verliezen, evenals de overgenomen vennootschappen NV B, NV H en NV F. In toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 zal evenwel een aanzienlijk deel van de overgedragen verliezen niet meer aftrekbaar zijn na de fusies. De NV B, NV H en NV F beschikken niet over andere overgedragen fiscale bestanddelen (geen DBI-overschotten, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of investeringsaftrek). De NV A heeft nog een overdraagbare investeringsaftrek, maar heeft verder geen overgedragen fiscale bestanddelen (geen DBI-overschotten of overgedragen aftrek voor risicokapitaal). De overige overgenomen vennootschappen NV D, NV E en NV C hebben geen overgedragen fiscale bestanddelen (geen DBI-overschotten, overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of investeringsaftrek). De NV G heeft enkel een zeer beperkt bedrag aan overgedragen aftrek voor risicokapitaal;

7.2. De NV A is de laatste jaren winstgevend en volgens de prognoses van de aanvragers zou dit ook voor de toekomst het geval zijn. De NV A zou bijgevolg haar overgedragen fiscale verliezen en investeringsaftrek ook zonder de fusies in mindering kunnen brengen van haar eigen resultaat. De fusies hebben enkel tot gevolg dat deze overgedragen bestanddelen aan een sneller tempo zullen kunnen worden aangewend (2 jaar in plaats van 5 jaar);

7.3. De overgedragen verliezen van de NV B, NV H en NV F NV zijn ontstaan in het laatste boekjaar en zijn te wijten, voor wat betreft NV B en NV F, aan het feit dat hun inkomsten vanaf dat boekjaar worden gegenereerd door de NV A of de NV H, aangezien zij hun dienstverlening hebben overgenomen. Hun verlies betreft derhalve geen verlies van de groep omwille van externe factoren. Het verlies van de NV H is te wijten aan externe factoren, maar er werden actieplannen opgesteld om de activiteiten opnieuw winstgevend te maken. Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat de fusies er niet op zijn gericht om de overgedragen verliezen van de moedervennootschap aan te rekenen op de winsten van de dochtervennootschappen of omgekeerd en evenmin om de overgedragen verliezen van bepaalde dochtervennootschappen in mindering te brengen van de winsten van andere dochtervennootschappen;

7.4. De NV A beschikt niet over vrijgestelde reserves waarop nog een herinvesteringsverplichting rust, zodat de fusieverrichtingen geenszins als doel hebben om activa van de overgenomen vennootschappen aan te duiden als herbelegging ten name van de overnemende vennootschap;

7.5. De NV A heeft schulden met betrekking tot de verwerving van de participaties in haar dochtervennootschappen waarvan een deel een vendor loan betreft, die in 2018 zal worden terugbetaald. Het resterende bedrag betreft een schuld aan de topholdingvennootschap van de groep. Gelet op de winstgevendheid van de NV A, die zelf ook operationele activiteiten uitoefent, kan worden gesteld dat de fusies er niet op zijn gericht om haar intrestlasten ten laste te leggen van de winsten van de overgenomen vennootschappen;

7.6. Gelet op de aard van de activa (aandelen, vorderingen en liquide middelen), de afwezigheid van vrijgestelde reserves en de aandeelhoudersstructuur, kan worden aangenomen dat de fusies niet tot doel hebben de belasting (vennootschapsbelasting en roerende voorheffing op liquidatieboni) te ontwijken die in geval van een belastbare invereffeningsstelling van de niet-actieve vennootschappen NV F en NV B zou verschuldigd zijn.

8. De overnemende vennootschap NV A is een Belgische vennootschap. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusies conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zullen verlopen.

9. Bijgevolg kunnen de fusies door overneming van de vennootschappen NV B, NV C, NV D, NV E, NV F, NV G en NV H door de vennootschap NV A plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

III.B. Betreffende de toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92

10. Artikel 206, § 2, eerste lid, WIB 92 bepaalt het volgende: ‘Wanneer een vennootschap de inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen heeft verkregen of een andere vennootschap door fusie, splitsing of ermee gelijkgestelde verrichting geheel of gedeeltelijk heeft overgenomen met toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° en derde lid, of van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen en de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór die inbreng of die overneming nog niet heeft kunnen aftrekken slechts definitief aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden van die vennootschap en van de ingebrachte of overgenomen bestanddelen, eveneens vóór de verrichting. Geen vorig beroepsverlies kan worden verrekend indien de fiscale nettowaarde van de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór de verrichting gelijk is aan nul.’

11. Artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 stelt: ‘In geval van fusie met toepassing van artikel 211, § 1, zijn de beroepsverliezen en de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten die een overgenomen vennootschap vóór die fusie nog niet heeft kunnen aftrekken bij de overnemende vennootschap bij voortduur aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen van de eerstgenoemde vennootschap vóór de fusie in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de fusie, van de overnemende vennootschap en van de overgenomen bestanddelen. In geval van splitsing met toepassing van artikel 211, § 1, geldt de vorenstaande regel op het gedeelte van het bedoelde beroepsverlies dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap.’

12. De overgedragen verliezen van de overnemende vennootschap NV A zullen bij elke fusie, in toepassing van artikel 206, § 2, eerste lid, WIB 92, beperkt worden volgens de fiscale nettowaarde van de NV A vóór de betrokken fusie in verhouding tot het totaal van de fiscale nettowaarden van de NV A en de overgenomen vennootschap, allebei vóór de fusie. Gelet op de opeenvolgende fusies wordt opgemerkt dat de fiscale nettowaarde van de NV A vóór de fusie de boekhoudkundige fusieresultaten omvat die werden gerealiseerd bij alle voorgaande fusies.

13. De overgedragen verliezen van de overgenomen vennootschappen, in casu NV B, NV F en NV H zullen worden beperkt overeenkomstig artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92. Voor de beperking van de overgedragen verliezen van de overgenomen vennootschappen, geldt evenzeer de opmerking dat de fiscale nettowaarde van de NV A vóór de fusie alle boekhoudkundige fusieresultaten omvat die werden gerealiseerd bij voorafgaande fusies. Het aldus beperkte bedrag aan overgedragen verliezen van de overgenomen vennootschap wordt aan de overgedragen verliezen van de NV A gevoegd. De som vormt dan het bedrag aan overgedragen verliezen van de overnemende vennootschap NV A, dat bij de volgende fusie dient beperkt te worden overeenkomstig artikel 206, § 2, eerste lid, WIB 92.

14. Een berekening van de overgedragen verliezen die na de voorgenomen fusies nog zullen aftrekbaar zijn ten name van de NV A werd in bijlage bij de aanvraag gevoegd. De toegepaste methodiek stemt overeen met de bepalingen van artikel 206, § 2, WIB 92. De fiscale nettowaarden en de hoegrootheid van de overgedragen verliezen zijn in deze simulatie evenwel indicatief.

III.C. Betreffende de toepassing van artikel 212, eerste lid, WIB 92

15. Artikel 212, eerste lid, WIB 92 bepaalt: ‘In gevallen als vermeld in artikel 211 worden de afschrijvingen, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, aftrekken voor risicokapitaal, kapitaalsubsidies, minderwaarden of meerwaarden die bij de overnemende of verkrijgende vennootschapppen met betrekking tot de bij hen ingebrachte bestanddelen in aanmerking worden genomen en het gestorte kapitaal bepaald alsof de fusie of de splitsing niet had plaatsgevonden’.

16. De NV A beschikt over een overgedragen investeringsaftrek. De NV A fungeert bij de fusies als overnemende vennootschap en zal bijgevolg in toepassing van artikel 212, eerste lid, WIB 92, de overgedragen investeringsaftrek na de fusies verder in mindering kunnen brengen.

III.D. Betreffende de toepassing van artikel 204, WIB 92

17. Artikel 202, § 1, 2°, WIB 92 stelt dat van de winst van het belastbare tijdperk mede worden afgetrokken in zover ze erin voorkomen: ‘in zover het een dividend betreft waarop de artikelen 186, 187 of 209 of gelijkaardige bepalingen naar buitenlands recht zijn toegepast, het positieve verschil tussen de verkregen sommen of de waarde van de ontvangen bestanddelen en de aanschaffings- of beleggingsprijs van de aandelen die worden verkregen, terugbetaald of geruild door de vennootschap die ze had uitgegeven, eventueel verhoogd met de desbetreffende voorheen uitgedrukte en niet vrijgestelde meerwaarden’.

18. Artikel 204, WIB 92 bepaalt het volgende : ‘De ingevolge artikel 202, § 1, aftrekbare inkomsten worden geacht in de winst van het belastbare tijdperk voor te komen ten belope van het geïnde of verkregen bedrag eventueel vermeerderd met de roerende voorheffing of de fictieve roerende voorheffing’.

19. Artikel 209, eerste lid, WIB 92 bepaalt: ‘wanneer het maatschappelijk vermogen van een vennootschap wordt verdeeld ten gevolge van ontbinding of om enige andere reden, wordt als een uitgekeerd dividend aangemerkt het positieve verschil tussen de uitkeringen in geld, in effecten of in enige andere vorm, en de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal’.

20. Artikel 210, § 1, 1°, WIB 92 stelt : ‘De artikelen 208 en 209 zijn mede van toepassing bij fusie door overneming, bij fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap, bij splitsing door overneming, bij splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen, bij gemengde splitsing of bij met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting’;

21. Artikel 211, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 stelt : ‘Ingeval van fusie, splitsing of met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210, § 1, 1°, en ingeval van met splitsing gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210, § 1, 1°bis blijft belastingheffing ingevolge artikel 209 voor het overige achterwege in de mate dat de inbrengen worden vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven, of in de mate dat, in de in § 2, derde lid, bedoelde gevallen, de overnemende of verkrijgende vennootschap de vóór de verrichting bij de overgenomen of gesplitste vennootschap aanwezige vrijgestelde reserves, die niet zijn verbonden aan een buitenlandse inrichting van deze vennootschap gelegen in een Staat waarmee België een overeenkomst ter vermijding van de dubbele belasting heeft ondertekend, overneemt’

22. Hieruit volgt dat, in de mate dat de inbrengen niet worden vergoed met nieuw uitgegeven aandelen, de bepalingen van artikel 209 WIB 92 van toepassing zijn en bijgevolg ten name van de aandeelhouder-vennootschap in voorkomend geval een belastbaar dividend ontstaat dat overeenkomstig de artikelen 202, § 1, 2° en 204 WIB 92 in aanmerking komt voor de DBI-aftrek.

23. Bij een fusie zal de inbreng door de overgenomen vennootschap die wordt vertegenwoordigd door de aandelen die voorafgaand aan de fusie worden aangehouden door de overnemende vennootschap, niet worden vergoed met nieuwe aandelen, maar zullen de voorgaandelijk aangehouden aandelen van de overgenomen vennootschap worden ingetrokken. Het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap dat wordt vertegenwoordigd door de ingetrokken aandelen zal verdwijnen. Als gevolg hiervan zal er een positief of negatief boekhoudkundig resultaat op de ingetrokken aandelen worden gerealiseerd.

24. In casu bezit de NV A voorafgaand aan de voorgenomen fusies alle aandelen van de overgenomen vennootschappen. Bijgevolg zal bij geen enkele van de voorgenomen fusies de door de overgenomen vennootschappen gedane inbreng worden vergoed met nieuwe aandelen en zal het eigen vermogen van de overgenomen vennootschappen volledig verdwijnen. Bijgevolg zal bij elke fusie een positief of negatief boekhoudkundig resultaat worden gerealiseerd dat gelijk is aan het verschil tussen de netto boekwaarde van de overgenomen vennootschap en de boekwaarde van de aandelen van de overgenomen vennootschap ten name van de NV A.

25. Op fiscaal vlak zal de NV A desgevallend een dividend ontvangen gelijk aan het positieve verschil tussen de gecorrigeerde fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap en de fiscale waarde van de aandelen van deze vennootschap ten name van de NV A. Onder de gecorrigeerde fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap wordt verstaan, de fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap verminderd met de vóór de verrichting bij de overgenomen vennootschap aanwezige vrijgestelde reserves die door de overnemende vennootschap worden overgenomen en dus buiten de fiscale uitkering worden gehouden in toepassing van artikel 211, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. In casu werd bevestigd dat de vrijgestelde reserves van de overgenomen vennootschappen zullen worden overgenomen door de NV A. Het aldus bekomen (positief) resultaat kan van de belastbare winst van de NV A worden afgetrokken in toepassing van artikel 202, § 1, 2°, WIB 92. Overeenkomstig artikel 204, WIB 92 zal het bedrag van het dividend voor 100% aftrekbaar zijn.

26. De aandacht wordt er nog op gevestigd dat in voorkomend geval het boekhoudkundig fusieresultaat zal worden geneutraliseerd enerzijds door de negatieve belaste reserve ingevolge de heraanleg van de vrijgestelde reserves van de overgenomen vennootschappen en anderzijds door voormelde DBI-aftrek ten belope van het fiscale fusieresultaat.

III.E. Betreffende de boekhoudkundige retroactiviteit inzake de vennootschapsbelasting

27. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inz. t.a.v. het boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule :

27.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode : in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt ;

27.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

28. Omwille van contractuele verplichtingen zullen de fusies mogelijks pas doorgevoerd worden na 31 juli 2018, doch uiterlijk op 31 augustus 2018, met behoud van voormelde retroactiviteit. In dit geval zou de retroactiviteitsperiode maximum 8 maanden bedragen.

29. In het kader van de in randnummer 27.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op de maximale overdracht van de fiscaal overgedragen verliezen of DBI door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De aanvragers hebben bevestigd dat tijdens de retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke transacties zullen plaatsvinden die een wezenlijke impact zullen hebben op de fiscale nettowaarden van de bij de fusies betrokken vennootschappen.

30. Gelet op het voorgaande kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteitsclausule op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

III.F. Betreffende de toepassing van artikel 117, § 1, W. Reg.

31. Volgens artikel 117, § 1, W. Reg. is het bij de artikelen 115 en 115bis bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in één of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

32. Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat :

32.1. de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

32.2. eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

33. In het kader van de voorgenomen reorganisatie vinden er zeven geruisloze fusies plaats waarbij de overnemende vennootschap NV A de volgende vennootschappen zal overnemen: NV B, NV C, NV D, NV E, NV F, NV G, NV H.

34. Bij al deze verrichtingen zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng gedaan wordt door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

35. Elk van de zeven fusies door overneming gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de respectievelijk over te nemen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, federaal W. Reg., en er bijgevolg genoten kan worden van de vrijstelling.

36. Er zal geen opleg in geld worden betaald in het kader van deze zeven fusies.

37. Aangezien op het ogenblik van de fusie alle aandelen van elk van de zeven over te nemen vennootschappen in het bezit zullen zijn van de overnemende vennootschap NV A, gaat het hier telkens om een geruisloze fusie.

38. Het feit dat in geval van een geruisloze fusie geen nieuwe aandelen van de overnemende vennootschap zullen worden uitgegeven, is geen bezwaar voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, federaal W. Reg., gezien het Hof van Cassatie in zijn arrest van 9 maart 2006 (Rep. RJ R 117, § 1/10-01) heeft beslist dat een geruisloze fusie kan genieten van de vrijstelling voorzien in artikel 117,§ 1, W. Reg.

39. Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

40. Alle fusieakten zullen worden verleden voor een in België gevestigd notaris.

III.G. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

41. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

42. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

43. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

44. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

45. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

46. Naar aanleiding van de voorgenomen fusies, worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan NV C, NV D, NV E, NV G en NV H overgedragen aan NV A. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen. De bestaande economische activiteiten van NV C, NV D, NV E, NV G en NV H zal worden voortgezet door de NV A.

47. De aanvrager verklaart dat de NV A een btw-belastingplichtige is die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.

48. De hierboven vermelde fusies dienen derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.BTW te gebeuren.

49. De DVB stelt vast dat haar geen verzoek tot behandeling op btw-technisch vlak voorgelegd werd van de fusies door overneming van de NV F en de NV B door de NV A.

Textes cités

7