Impôt des sociétés, Apport d’une branche d’activité fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2017.763 21 novembre 2017

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Apport d’une branche d’activité fiscalement neutreImpôt des sociétés - Apport d’une branche d’activité fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - TVA - Cession d’une branche d’activité

https://juriel.be/fr/rulings/2017-763-impot-societes-apport-branche-activite-c897

Numéro
2017.763
Date
21 novembre 2017

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

40 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2017.763 du 21.11.2017

Impôt des sociétés · Apport d’une branche d’activité fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

TVA · Cession d’une branche d’activité

Résumé

L’apport envisagé par SA A de l’une de ses activités dans sa filiale SA B peut être considéré comme un apport d'une branche d'activité au sens de l'article 46, § 1er, 1, 2° du CIR92, et répond aux dispositions de l'article 183bis du CIR92.

Cet apport se passe, sur le plan de la TVA, de manière neutre, conformément aux articles à appliquer 11 et 18, § 3 du C.TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1 de voorgenomen inbreng door A NV van haar activiteit X in haar dochtervennootschap B NV kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1, lid 1, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 46, §1, lid 3, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92;

1.2 de inbreng van de activiteit X kan genieten van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichting

2. A NV is een vennootschap die werkzaam is in de dienstverlenende sector. Haar aandelen worden gehouden door enkele grote spelers die in dezelfde sector actief zijn.

3. A NV biedt verschillende diensten aan. Eén hiervan is activiteit X.

4. Korte tijd geleden heeft A NV alle aandelen van sectorgenoot B NV overgenomen, een vennootschap met complementaire activiteiten.

5. A NV wenst nu haar activiteit X in te brengen in haar dochtervennootschap B NV.

III. Beslissing

III.A. Inzake directe belastingen

6. De inbreng omvat alle activa en passiva die specifiek betrekking hebben op activiteit X. Ook de personeelsleden die tewerkgesteld zijn in afdeling X worden mee overgedragen, evenals diverse off-balance items. De aanvrager heeft eveneens aangetoond dat de ingebrachte activiteit op zichzelf beschouwd financieel leefbaar is.

7. Uit het voormelde blijkt dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. De aanvrager heeft bevestigd dat de inbreng volledig en uitsluitend zal worden vergoed door toekenning van nieuw uit te geven aandelen van B NV. De inbreng van activiteit X door A NV kan derhalve worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1, lid 1, 2°, WIB 92.

8. Het onderbrengen van de activiteit X in B NV zal aanleiding geven tot synergiën die in de aanvraag uitvoerig werden toegelicht.

9. Binnen A NV is activiteit X slechts een nevenactiviteit. Door deze onder te brengen in B NV zal zij als core-business verder kunnen ontwikkeld worden en niet meer in concurrentie staan met andere projecten zodat snel aan de potentiële noden van de nog steeds veranderende markt kan worden ingespeeld. Binnen B NV zullen tevens, indien opportuun, gemakkelijker externe investeerders kunnen worden aangetrokken om door middel van kapitaalverhogingen in B NV toe te treden.

10. De aanvrager heeft bevestigd dat de inbreng niet gepaard zal gaan met een verlies aan tewerkstelling, alsook dat er geen intentie bestaat de aandelen van A NV en B NV te verkopen aan een derde partij.

11. Uit de fiscale analyse blijkt dat geen fiscale voordelen worden nagestreefd:

11.1 zowel A NV, B NV als activiteit X als business unit zijn momenteel winstgevend en verwacht wordt dat zij dit ook in de toekomst zullen zijn;

11.2 noch A NV noch B NV heeft fiscaal overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek of overgedragen DBI-aftrek;

11.3 de inbrengverrichting heeft geen invloed op de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal.

12. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de inbreng zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

III.B. Inzake BTW

13. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

14. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

15. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

16. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

17. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

18. Naar aanleiding van de in de aanvraag weergegeven bestanddelen die het voorwerp van de inbreng vormen, dient gesteld dat deze zowel op technisch als op organisatorisch vlak een onafhankelijke onderneming vormen die afzonderlijk door eigen middelen kan werken en derhalve als bedrijfstak door de inbreng genietende belastingplichtige op onafhankelijke wijze verdergezet kan worden. Dat voormelde belastingplichtige bovendien in de mate de btw op deze inbreng verschuldigd zou zijn, deze integraal in aftrek zou kunnen brengen. Om voormelde redenen dient geconcludeerd dat aangetoond werd dat de voorwaarden voor de toepassing van artikel 11 en 18, §3 van het btw-wetboek cumulatief vervuld worden zodat de inbreng van activiteit X door A NV in B NV het vrijstellingsregime inzake BTW kan genieten in toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

19. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van anti-misbruikbepalingen (artikel 183bis, WIB 92 of artikel 344, § 1, WIB 92, ...) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid een latere overdracht van aandelen van A NV of B NV.

Textes cités

7