Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2017.726 21 décembre 2017

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutreImpôt des sociétés - Fusion par absorption fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - TVA - Cession d’une universalité de biens

https://juriel.be/fr/rulings/2017-726-impot-societes-fusion-absorption-fiscalement-b6e5

Numéro
2017.726
Date
21 décembre 2017

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

65 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2017.726 du 21.12.2017

Impôt des sociétés · Fusion par absorption fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

TVA · Cession d’une universalité de biens

Résumé

Les fusions par absorption planifiées qui visent, d’une part, à intégrer toutes les sociétés holding dans une seule société holding, et, d’autre part, à réunir les sociétés d'exploitation avec des activités similaires, afin de simplifier la structure complexe du groupe qui est né à la suite de récentes reprises, répondent aux dispositions de l’article 183bis du CIR92 et peuvent se faire de manière fiscalement neutre, en application de l’article 211, § 1er, CIR92.

Les fusions planifiées doivent se faire en application des articles 11 et 18, §3, C.TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

- de fusie door overneming van de NV A door de NV B, de fusie door overneming van de NV B door de NV C, de fusie door overneming van de NV E door de NV D en de fusie door overneming van de NV D door de NV F beantwoorden aan de voorwaarden van een belastingneutrale verrichting conform artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 en meer bepaald de vereiste dat de geplande fusies door overneming conform artikel 183bis, WIB 92 door zakelijke overwegingen worden ingegeven en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben;

- de voorgenomen fusieverrichtingen telkens kwalificeren als overdrachten van een algemeenheid van goederen in de zin van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW en derhalve genieten van dit belastingneutrale btw-regime.

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvrager

2. De groep X is een buitenlandse groep. Recent werd de strategische beslissing genomen om activiteiten te ontplooien op de Belgische markt. Hiertoe werd de NV F opgericht. In het kader van dezelfde expansiestrategie heeft de groep X ook een aantal overnames gedaan, meer bepaald van de groepen Y en Z.

3. De groep Y bestaat uit de NV C, de BVBA G en de BVBA H. De NV C is een holdingvennootschap, die de aandelen aanhoudt van de eigenlijke exploitatievennootschappen, BVBA G en BVBA H. De NV C levert ook managementdiensten aan haar dochtervennootschappen.

4. De groep Z bestaat uit de NV A, de NV B, de NV I, de NV D en de NV E. De NV A en de NV B zijn holdingvennootschappen, die managementdiensten leveren aan hun dochtervennootschappen. De NV B is de topholding van de groep. Ze bezit de aandelen van de NV A en van de NV D. De NV D houdt de aandelen aan van de NV E; de NV A houdt de aandelen aan van de NV I. De NV D, de NV E en de NV I zijn exploitatievennootschappen.

5. De aandelen van de NV F, de NV C en de NV B zijn in het bezit van een buitenlandse vennootschap.

6. De groep X wenst de Belgische tak, die het resultaat is van de recente, bovenvermelde overnames, te herstructureren. Het opzet hiervan is om enerzijds alle holdingvennootschappen te integreren in één enkele holding, met name de NV C, die alle Belgische exploitatievennootschappen zal overkoepelen en anderzijds de exploitatievennootschappen met gelijkaardige activiteiten samen te voegen. Hiertoe zullen vier fusieverrichtingen worden doorgevoerd. Voorafgaand aan de fusies zullen de aandelen van de NV F ingebracht worden in de NV C.

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van de artikelen 183bis en 211, §1, WIB 92

Fusie van de holdingvennootschappen NV A, NV B en NV C

7. Bij de eerste fusie zal de NV B haar dochtervennootschap, NV A, overnemen. De NV B zal door middel van een tweede zijdelingse fusie worden overgenomen door de NV C. Door deze twee fusies zal de NV C behouden blijven als enige houdstermaatschappij voor alle exploitatievennootschappen. Daarnaast zullen ook de managementfuncties en ondersteunende activiteiten binnen de NV C worden gecentraliseerd. Beide fusies zullen leiden tot een vereenvoudiging op administratief vlak en daardoor kostenbesparend werken.

8. De aanvragers hebben bevestigd dat de voorgenomen fusies geen negatieve impact zullen hebben op de tewerkstelling.

9. Het Europees Hof van Justitie heeft in de zaak C-126/10 Foggia geoordeeld dat:

“Bijgevolg kan een fusie waaraan verschillende doelstellingen, waaronder eventueel ook fiscale overwegingen, ten grondslag liggen, op grond van zakelijke overwegingen plaatsvinden, op voorwaarde echter dat deze fiscale overwegingen in het kader van de voorgenomen transactie niet doorslaggevend zijn.” (randnummer 35)

……

“Bijgevolg verzet in beginsel niets zich ertegen dat een fusie, door middel waarvan een groep wordt geherstructureerd of gerationaliseerd zodat de administratieve en beheerskosten ervan kunnen worden verminderd, uit zakelijke overwegingen kan plaatsvinden. Dat is echter niet het geval bij een overname, zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde, waaruit lijkt voort te vloeien dat de structurele kostenbesparing binnen de betrokken groep volstrekt marginaal is in vergelijking met het bedrag van het verwachte fiscale voordeel, namelijk meer dan 2 miljoen EUR.

Hieraan zij toegevoegd dat de kostenbesparing als gevolg van de vermindering van de administratieve en de beheerskosten bij het verdwijnen van de overgenomen onderneming, inherent is aan elke fusie door overname, aangezien een dergelijke transactie per definitie voor een vereenvoudiging van de groepsstructuur zorgt.

Indien stelselmatig zou worden erkend dat de uit de vermindering van de administratieve en beheerskosten voortvloeiende besparing van structurele kosten een zakelijke overweging vormt, zonder rekening te houden met de andere doelstellingen van de voorgenomen transactie en meer in het bijzonder met de fiscale voordelen ervan, zou de in artikel 11, lid 1, sub a, van richtlijn 90/434 neergelegde regel zijn doel verliezen, dat erin bestaat de financiële belangen van de lidstaten te beschermen door overeenkomstig de negende overweging van de considerans van deze richtlijn voor hen in de mogelijkheid te voorzien om in geval van belastingfraude of ontwijking de toepassing van de in de richtlijn neergelegde bepalingen te weigeren” (nummers 47, 48 en 49 van het arrest).

10. Uit de fiscale analyse van voorliggende casus is gebleken dat de fusie door overneming van de NV A door de NV B en de fusie door overneming van de NV B door de NV C niet zijn ingegeven door fiscale overwegingen:

- alle bij de fusies betrokken vennootschappen zijn winstgevend;

- enkel de NV A heeft een klein overgedragen verlies. Verwacht wordt dat dit verlies volledig zal verdwenen zijn op datum van de fusie. De NV C en NV B hebben geen overgedragen verliezen. Geen van deze vennootschappen hebben andere overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen (geen overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek of DBI-overschotten);

- de voorgenomen fusies zullen geen voordeel met zich meebrengen op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal;

- geen van de bij de fusies betrokken vennootschappen hebben vrijgestelde reserves;

- hoewel de NV B en de NV A nog een acquisitieschuld hebben met betrekking tot de verwerving van hun participaties in resp. de NV A en de NV I, kan worden gesteld dat de fusies er niet op zijn gericht om de hiermee verbonden intrestlasten in mindering te brengen van de operationele winst van een exploitatievennootschap, aangezien de fusies beperkt zijn tot de holdingvennootschappen;

- gelet op de aard van de activa (aandelen, vorderingen en liquide middelen), de afwezigheid van vrijgestelde reserves en de aandeelhoudersstructuur, kan worden aangenomen dat de fusies niet tot doel hebben de belasting (vennootschapsbelasting en roerende voorheffing op liquidatieboni) te ontwijken die in geval van een belastbare invereffeningsstelling van de NV B en de NV A zou verschuldigd zijn.

11. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de fusie door overneming van de NV A door de NV B en de fusie door overneming van de NV B door de NV C niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

12. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusies conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zullen verlopen en dat de overnemende vennootschappen Belgische vennootschappen zijn.

13. Bijgevolg kunnen de fusie door overneming van de NV A door de NV B en de fusie door overneming van de NV B door de NV C plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

Centralisatie van de activiteiten van de NV D, de NV E en de NV F

14. In een tweede fase zullen de activiteiten van de NV D, de NV E en de NV F worden gecentraliseerd in de NV F. Vooreerst zal een moeder-dochter fusie worden doorgevoerd waarbij de NV E zal worden overgenomen door de NV D. Vervolgens zal bij een volgende fusie de NV D worden overgenomen door haar zustervennootschap, NV F. De betrokken vennootschappen hebben gelijkaardige activiteiten en richten zich tot dezelfde afzetmarkt. Door de fusies kunnen efficiëntiewinsten worden geboekt waardoor het groeipotentieel maximaal kan worden benut.

15. De aanvragers hebben bevestigd dat de voorgenomen fusies geen negatieve impact zullen hebben op de tewerkstelling.

16. Uit de fiscale analyse van voorliggende casus is gebleken dat de fusie door overneming van de NV E door de NV D en de fusie door overneming van de NV D door de NV F niet zijn ingegeven door fiscale overwegingen:

- de NV D en de NV E zijn winstgevend. De NV F werd recent opgericht en is nog niet operationeel. De reeds gemaakte kosten werden doorgerekend aan de buitenlandse moedervennootschap;

- de NV D, de NV E en de NV F beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen (geen overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek of DBI-overschotten);

- de fusies zullen geen voordeel met zich meebrengen op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal;

- de overnemende vennootschappen NV D en de NV F beschikken niet over vrijgestelde reserves, waarvoor nog wederbeleggingsverplichtingen gelden. De fusie heeft aldus geenszins als doelstelling om de investeringen van de overgenomen vennootschap aan te wenden als geldige herbelegging ten name van de overnemende vennootschap;

- de aanvragers hebben bevestigd dat er bij de NV D geen acquisitieschulden aanwezig zijn die verband houden met de verwerving van de deelneming in de NV E.

17. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de fusie door overneming van de NV E door de NV D en de fusie door overneming van de NV D door de NV F niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

18. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusies conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zullen verlopen en dat de overnemende vennootschappen Belgische vennootschappen zijn.

19. Bijgevolg kunnen de fusie door overneming van de NV E door de NV D en de fusie door overneming van de NV D door de NV F plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

III.B. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3 W. BTW

20. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

21. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, lid 8, en 6, lid 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

22. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie over artikel 5, lid 8, verduidelijkt dat “deze bepaling ertoe strekt de lidstaten in staat te stellen de overdrachten van ondernemingen of delen daarvan te vergemakkelijken, door ze te vereenvoudigen en te vermijden dat de financiële toestand van de verkrijger onder een buitensporige fiscale druk komt te staan, nu hij deze belasting later hoe dan ook zou hebben gerecupereerd via een aftrek van de als voorbelasting betaalde BTW. Gelet op deze doelstelling moet het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

23. Verder in dit arrest heeft het Hof nog gepreciseerd dat “uit het doel van artikel 5, lid 8, van de zesde Richtlijn (nu artikel 19 van de Richtlijn 2006/112/CE) en de daaruit voortvloeiende uitlegging van het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap", blijkt dat deze bepalingen doelen op de overdrachten waarbij de verkrijger de bedoeling heeft om de handelszaak of het overgedragen bedrijfsonderdeel te exploiteren, en niet om de betrokken activiteit onmiddellijk zonder meer te vereffenen en in voorkomend geval de voorraden te verkopen.

24. Ter zake moet uit de hierboven beschreven geplande fusieverrichtingen worden vastgesteld dat na de moeder-dochterfusies, door overneming van de NV A door de NV B en de NV E door de NV D, de overgedragen algemeenheden van goederen door de respectievelijke overnemers niet zullen worden geëxploiteerd. Deze algemeenheden zullen op hun beurt worden overgedragen naar aanleiding van de zusterfusies, waarbij de NV B zal worden overgenomen door de NV C en de NV D zal worden overgenomen door de NV F.

25. Er moet daarnaast worden vastgesteld dat al de beschreven fusieverrichtingen op dezelfde datum zullen plaatsvinden met als finaal doel de verschillende algemeenheden van goederen uiteindelijk over te dragen aan de NV C enerzijds en de NV F anderzijds, die elk de desbetreffende activiteiten zullen verderzetten.

26. Hieruit blijkt duidelijk dat de betrokken partijen bij de opeenvolgende fusieverrichtingen niet de bedoeling hebben om de desbetreffende activiteiten te vereffenen en de eventuele overblijvende activa aan derden te verkopen.

27. De opeenvolging van fusieverrichtingen vormt als dusdanig geen beletsel voor de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

28. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn bovendien alleen van toepassing wanneer de overnemer een btw-belastingplichtige is met (volledig of gedeeltelijk) recht op btw-aftrek. In casu zijn al de partijen betrokken bij de fusieverrichtingen btw-belastingplichtigen met een recht op btw-aftrek.

29. Uit wat voorafgaat moet derhalve worden besloten dat de hierboven beschreven fusieverrichtingen met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW dienen te gebeuren.

Textes cités

9