Impôt des sociétés, Plus-values sur actions · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2017.325 6 juillet 2017

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Plus-values sur actionsImpôt des sociétés - Plus-values sur actions - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Mesure anti-abus - TVA - Cession d’une branche d’activité

https://juriel.be/fr/rulings/2017-325-impot-societes-plus-values-actions-5d0a

Numéro
2017.325
Date
6 juillet 2017

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

89 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2017.325 du 06.07.2017

Impôt des sociétés · Plus-values sur actions · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Mesure anti-abus

TVA · Cession d’une branche d’activité

Résumé

La plus-value sur actions qui est obtenue ou fixée au nom de la société belge SA A à la suite de la scission partielle de sa filiale étrangère C est exonérée conformément à l’article 45, § 1er, alinéa premier, 1° du CIR92.

La scission partielle de la SA A, par laquelle une sous-activité comprenant tous les actifs, passifs et membres du personnel qui y sont liés est transférée à une société SA B récemment constituée et qui entre dans le cadre d’une restructuration mondiale en vue de la création d’une joint venture avec des tiers investisseurs, répond aux dispositions de l'article 183bis du CIR92.

La scission partielle de la SA A doit se faire en application des articles 11 et 18, § 3 du CTVA.

L’ensemble des opérations de restructuration envisagée (scissions partielles en Belgique et à l’étranger et cessions d’actions) n’a pas pour conséquence de mettre en péril la neutralité fiscale de la scission partielle de la SA A conformément à l’article 344, § 1er du CIR92.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de meerwaarde op aandelen die in hoofde van de NV A worden verkregen of vastgesteld naar aanleiding van de partiële splitsing van haar buitenlandse dochtervennootschap C, waarbij de activiteiten y van deze vennootschap worden overgedragen aan de bestaande buitenlandse vennootschap D (gevestigd in hetzelfde land als vennootschap C) in ruil voor de uitgifte van nieuwe aandelen D aan de aandeelhouders van C (waaronder NV A), vrijgesteld zijn op grond van artikel 45, §1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2. de daaropvolgende partiële splitsing van de NV A, waarbij zij haar operationele activiteit x en alle daaraan verbonden activa en passiva (inclusief haar deelneming in de Belgische vennootschap NV E evenals haar deelneming in de groepsvennootschap C na de partiële splitsing van deze vennootschap), overdraagt aan een voorheen nieuw opgerichte Belgische vennootschap NV B, beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.3. deze partiële splitsing voor wat betreft de vennootschapsbelasting kan uitgevoerd worden met boekhoudkundige retroactiviteit tot xx.xx.xxxx;

1.4. deze partiële splitsing kan genieten van het neutraliteitsregime inzake btw in toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw);

1.5. het geheel van de voorgenomen herstructureringsverrichtingen zoals hierna omschreven niet tot gevolg kan hebben dat de fiscale neutraliteit van de partiële splitsing van de NV A in het gedrang kan komen op grond van de algemene antimisbruikbepalingen in de inkomstenbelastingen (artikel 344, §1, WIB 92).

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. De NV A is een Belgische dochtervennootschap van de buitenlandse vennootschap F en is de belangrijkste operationele vennootschap van de F groep in België.

3. Binnen de NV A bestaan twee afzonderlijke bedrijfstakken, zijnde de bedrijfstak ‘x’ en de bedrijfstak ‘y’. De NV A houdt ook diverse deelnemingen in groepsvennootschappen aan.

4. De NV A heeft een deelneming in de buitenlandse vennootschap C. Deze heeft zowel een x als een y gerelateerde activiteit. De vennootschap F bezit eveneens een deelneming in de vennootschap C.

5. Daarnaast bezit de NV A een deelneming in de Belgische vennootschap NV E die uitsluitend activiteit x uitoefent.

6. De NV A zal betrokken zijn in de hierna beschreven stappen van de voorgenomen wereldwijde herstructurering.

Stap 1: partiële splitsing van de buitenlandse dochtervennootschap C

7. In het buitenland wordt een partiële splitsing van de vennootschap C doorgevoerd waarbij de bedrijfstak y van deze vennootschap wordt overgedragen aan een bestaande groepsvennootschap D (gevestigd in hetzelfde land als vennootschap C) in ruil voor de uitgifte van nieuwe aandelen D aan de aandeelhouders van vennootschap C (waaronder NV A) in verhouding tot hun bestaande deelnemingen in vennootschap C. Ten gevolge van deze partiële splitsing verkrijgt de NV A nieuwe aandelen D en wordt vennootschap C een ‘zuivere’ x vennootschap (de buitenlandse dochtervennootschap C na de partiële splitsing wordt hierna verder aangeduid als C’).

Stap 2: partiële splitsing van de NV A

8. Vervolgens zal een partiële splitsing plaatsvinden van de Belgische vennootschap NV A waarbij deze haar Belgische operationele x activiteit en bedrijfstak, inclusief de deelneming in haar dochtervennootschap NV E (die enkel een x activiteit heeft) en de deelneming in haar buitenlandse dochtervennootschap C’ (die inmiddels eveneens een zuivere x vennootschap is geworden), overdraagt aan de kort voorheen nieuw opgerichte Belgische vennootschap NV B in ruil waarvoor deze laatste nieuwe aandelen uitgeeft aan de bestaande aandeelhouders van de NV A in verhouding tot hun bestaande deelneming in de NV A (d.i. 99,99% aan vennootschap F). Deze partiële splitsing zal plaatsvinden overeenkomstig de desbetreffende regels van het Belgisch vennootschapsrecht. De NV B zal voorafgaand aan de partiële splitsing van de NV A met een minimum maatschappelijk kapitaal van 61.500 EUR worden opgericht om het vervullen van een aantal praktische zaken zoals aanvraag van een nieuw KBO en BTW nummer, overdracht van vergunningen etc. te faciliteren. Deze voorafgaande oprichting blijkt nodig te zijn onder meer om de NV B toe te laten reeds daags na de dag waarop de akte van partiële splitsing wordt verleden, btw-conforme facturen af te leveren aan cliënten. Als gevolg van deze partiële splitsing wordt de NV B een nieuwe zustervennootschap van de NV A.

9. De aan de NV B over te dragen bestanddelen zullen bestaan uit de gehele Belgische bedrijfstak x van de NV A (i.e. de activa en passiva van haar eigen Belgische bedrijfstak x inclusief haar deelneming in de Belgische vennootschap NV E en in de buitenlandse vennootschap C’ (na de buitenlandse partiële splitsing zoals hiervoor beschreven onder stap 1) die op zich geen deel uitmaakt van de Belgische bedrijfstak x van de NV A. Gerelateerde schulden zullen eveneens worden overgedragen aan de NV B. De demarcatielijn van de over te dragen activa en passiva zal zo worden bepaald dat deze de volledige operationeel zelfstandige Belgische bedrijfstak x van de NV A met eigen personeel, management, activa, (sub)boekhouding, enz. zal omvatten.

Stap 3: verkoop van de participatie in C’ door de buitenlandse moedervennootschap F aan de NV B

10. Vervolgens zal vennootschap F haar participatie in C’ middels een verkoopovereenkomst aan marktprijs overdragen aan de NV B. Na deze aankoop zal de NV B quasi alle aandelen van C’ aanhouden.

11. Een deel van de aankoopprijs zal betaald worden door aanwending van volgende additionele geldstromen waarvan de NV B zal genieten:

11.1. enerzijds zal vanuit C’ aan de aandeelhouders een terugbetaling van gestort fiscaal kapitaal plaatsvinden;

11.2. anderzijds zal de NV B vanuit de NV E een terugbetaling van fiscaal gestort kapitaal ontvangen alsmede een dividenduitkering.

12. Het saldo van de aankoopprijs zal gefinancierd worden door een vendor loan van vennootschap F aan de NV B. De precieze voorwaarden van deze vendor loan dienen nog uitgemaakt te worden, maar er kan bevestigd worden dat deze lening een marktconforme interestvoet zal dragen en een looptijd zal hebben die niet meer dan 10 jaar zal bedragen.

Stap 4: verkoop van de nieuw uitgegeven NV B aandelen aan de joint venture vennootschap

13. Vervolgens zal de vennootschap F haar nieuwe aandelen van de NV B middels een verkoopovereenkomst aan marktprijs overdragen aan een buitenlandse vennootschap die deel zal uitmaken van een joint venture structuur voor de x divisie waarin derde investeerders zullen intreden.

III. Beslissing

III.A Inzake de toepassing van artikel 45, §1, eerste lid, 1°, WIB 92

14. Artikel 45, §1, eerste lid, 1°, WIB 92 bepaalt dat de meerwaarden op aandelen in binnenlandse vennootschappen of in intra-Europese vennootschappen zijn vrijgesteld, wanneer die meerwaarden zijn verkregen of vastgesteld naar aanleiding van een met splitsing gelijkgestelde verrichting, tot stand gebracht met toepassing van hetzij de artikelen 211, §1 of 214, §1, WIB 92 hetzij van bepalingen van gelijke aard in de andere lidstaat van de Europese Unie, voor zover de verrichting wordt vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven. Luidens artikel 45, §1, vierde lid, WIB 92 is deze vrijstelling slechts van toepassing voor zover de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

15. De buitenlandse vennootschap C is een intra-Europese vennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, b) bis, WIB 92. De aanvrager heeft aangetoond dat C voldoet aan de kwalificatie “intra-Europese vennootschap”.

16. De beoogde verrichting in het buitenland betreft een partiële splitsing waarbij de afsplitsende vennootschap C blijft voortbestaan en het gedeelte van haar vermogen dat betrekking heeft op haar y activiteit onder algemene titel overdraagt aan de bestaande buitenlandse groepsvennootschap D, waarbij de aandeelhouders van C rechtstreeks aandelen krijgen toegekend in het kapitaal van D. Bijgevolg kan deze verrichting naar Belgisch vennootschaps- en fiscaal recht worden aangemerkt als een met splitsing gelijkgestelde verrichting (of partiële splitsing).

17. De afsplitsing van de y activiteit van de buitenlandse vennootschap C aan de buitenlandse vennootschap D wordt uitsluitend vergoed met aandelen D die zullen worden uitgegeven aan de aandeelhouders van vennootschap C. De NV A is één van de aandeelhouders van vennootschap C.

18. De aanvrager heeft bevestigd dat bij de buitenlandse belastingadministratie een rulingaanvraag werd ingediend ter bevestiging dat de partiële splitsing van vennootschap C belastingneutraal kan plaatsvinden op basis van de buitenlandse fiscale wetgeving ter implementatie van de Europese Richtlijn 2009/133/EG van 19 oktober 2009. De aanvrager heeft er zich toe verbonden om een kopie van de buitenlandse ruling aan de DVB en de lokale controledienst van de NV A over te maken.

19. De partiële splitsing van vennootschap C kadert binnen een wereldwijde herstructurering waarbij alle x activiteiten van de F groep worden ondergebracht in een joint venture met de bedoeling om bijkomende geldmiddelen aan te trekken van nieuwe investeerders. Derhalve kan worden gesteld dat de partiële splitsing van vennootschap C beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

20. Onder voorbehoud van de bevestiging vanwege de buitenlandse belastingadministratie dat de partiële splitsing van vennootschap C belastingneutraal kan verlopen, is aan de voorwaarden zoals voorzien in artikel 45, §1, eerste lid en vierde lid, WIB 92 voldaan zodat de eventuele meerwaarden op aandelen die in hoofde van de NV A zullen worden verkregen of vastgesteld naar aanleiding van de partiële splitsing van vennootschap C zijn vrijgesteld.

III.B Inzake de toepassing van artikel 211, §1, WIB 92

21. De verrichting betreft de partiële splitsing van de NV A waarbij haar Belgische operationele x activiteit en bedrijfstak, inclusief haar deelneming in de NV E (die enkel een x activiteit heeft) en in vennootschap C’ (die inmiddels eveneens een zuivere x vennootschap is geworden), overdraagt aan de recent opgerichte Belgische vennootschap NV B. De aanvrager heeft bevestigd dat de gerelateerde schulden eveneens worden overgedragen aan de NV B. De bedrijfstak ‘y’ blijft behouden binnen de NV A.

22. De partiële splitsing is inzonderheid ingegeven door volgende motieven:

22.1. de partiële splitsing van de NV A maakt deel uit van een wereldwijde herstructurering waarbij alle x activiteiten van de F groep worden ondergebracht in een joint venture met de bedoeling om bijkomende geldmiddelen aan te trekken van nieuwe investeerders;

22.2. de aanvrager wenst per bedrijfstak een specifieke juridische entiteit te creëren zodat elke vennootschap zich kan toeleggen op haar verdere ontwikkeling;

22.3. de wereldwijde strategie van de F groep bestaat erin om bij voorrang middelen in te zetten op de kernactiviteit, met name de y activiteiten die omvangrijke investeringen vereisen.

23. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing geen impact zal hebben op de tewerkstelling. Naar aanleiding van de partiële splitsing zal al het personeel tewerkgesteld binnen de bedrijfstak x overgaan naar de NV B.

24. De aanvrager heeft aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de verrichting liggen:

24.1. de NV A heeft geen overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen (geen vorige verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, DBI-overschotten of overgedragen investeringsaftrek); de verkrijgende vennootschap is een nieuw op te richten vennootschap die bijgevolg evenmin over dergelijke bestanddelen beschikt;

24.2. de partiële splitsing brengt voor de groep een voordeel met zich mee op het stuk van de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal ingevolge de verdeling van de financiële vaste activa onder beide vennootschappen. Aangezien deze verdeling gebeurt in functie van de bedrijfstak waartoe deze financiële vaste activa behoren, kan worden aangenomen dat dit voordeel louter een gevolg is van de verrichting en niet het hoofddoel ervan;

24.3. aan de hand van de voorgelegde prognoses werd aangetoond dat de afzonderlijke vennootschappen financieel leefbaar zullen zijn na de voorgenomen herstructurering teneinde de toekomstige ontwikkeling van de activiteiten te kunnen garanderen. De NV A en de NV B zullen na de partiële splitsing een belastbare basis hebben;

24.4. de aanvrager heeft bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen zullen worden verdeeld conform artikel 213 WIB 92 en dat de werkwijze zoals omschreven in randnummer 211/56 Com.IB 92 zal worden gevolgd voor de verdere gespreide taxatie van de kapitaalsubsidies ten name van de NV B die de gesubsidieerde activa zal toebedeeld krijgen;

24.5. de aanvrager heeft bevestigd dat de F groep een deelneming zal behouden in de joint venture van de divisie x, terwijl externe investeerders meer dan de helft van de aandelen zouden verwerven. De aanvrager bevestigt dat de F groep geen intentie heeft om deze deelneming deels of volledig van de hand te doen. De overeenkomsten met de nieuwe derde investeerders zullen geen gefaseerde verdere verkoop van deze deelneming voorzien. Met de vrijgekomen financiële middelen zal in de divisie y geïnvesteerd worden met het oog op de versterking en de stimulering van de groei. De F groep engageert zich ertoe om, in het geval dat de deelneming die de F groep in de joint venture behoudt minder zou bedragen dan x %, of binnen een periode van drie jaar volgend op de datum van de notariële akte van NV A’s partiële splitsing tot minder dan x % zou dalen, herinvesteringen uit te voeren binnen een periode van drie jaar volgend op de datum van de notariële akte van NV A’s partiële splitsing in materiële, immateriële of financiële vaste activa in de EER binnen de y activiteiten van de F groep, voor een bedrag minstens gelijk aan de huidige marktwaarde van de Belgische bedrijfstak x van de NV A (met uitzondering van de marktwaarde van de participatie in de NV E). De aanvrager heeft bevestigd dat, indien het herinvesteringsengagement van toepassing wordt, een overzicht van de gedane investeringen tegen uiterlijk xx.xx.xxxx aan de lokale controledienst van de NV A zal worden overgemaakt;

24.6. de aanvrager heeft bevestigd dat het niet de bedoeling is van de F groep om haar deelneming in de NV A (die na de partiële splitsing een zuivere y entiteit wordt) geheel of gedeeltelijk over te dragen aan derden.

25. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

26. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zal verlopen en dat de verkrijgende vennootschap NV B een binnenlandse vennootschap is.

27. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van de NV A belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

III.C Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit voor de vennootschapsbelasting

28. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

28.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

28.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

29. De partiële splitsing zal plaatsvinden met een terugwerkende kracht tot xx.xx.xxxx, zodat de normale termijn van zeven maanden niet zal worden overschreden.

30. In het kader van de in randnummer 28.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 Com.IB 92). De aanvrager heeft bevestigd dat de NV A geen fiscaal overdraagbare verliezen heeft.

31. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

III.D Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.Btw

32. Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

33. Artikel 18, §3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

34. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

35. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines, heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

36. De artikelen 11 en 18, §3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

37. Uit de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de over te dragen activa en passiva, overeenkomsten en personeel verbonden aan de x activiteit van de NV A volgt dat deze zowel in hoofde van de overdrager als in hoofde van de overnemer een bedrijfsafdeling uitmaken waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

38. De overdrager NV A is een normale btw plichtige met recht op aftrek en ook de overnemer NV B zal (met ingang van de datum van de partiële splitsing) volgens de aanvrager een btw plichtige zijn met recht op aftrek.

39. De DVB bevestigt dat de voorgenomen partiële splitsing van de NV A zal plaatsvinden onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.Btw.

III.E. Inzake de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92

40. Het geheel van de verrichtingen betreft de in randnummers 7 tot 13 omschreven verrichtingen.

41. De combinatie van een partiële splitsing gevolgd door een verkoop van alle aandelen van één van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen (in casu NV B – zie randnummer 13) met het oog op de overdracht van een deel van de activa (in casu activiteit x), zou als een fiscaal misbruik kunnen worden aanzien in de zin van artikel 344, §1, eerste lid, WIB 92 (omzetten van meerwaarden op activa in meerwaarden op aandelen) indien de koper van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de verkopende partij. In casu zullen de aandelen van de NV B worden overgedragen aan een joint venture waarin de F groep medeaandeelhouder zal blijven. In casu wordt verwezen naar de door de aanvrager aangegane engagementen zoals omschreven in randnummer 24.5.

42. Het geheel van de in randnummers 7 tot 13 omschreven verrichtingen die noodzakelijk zijn om tot de gewenste joint venture structuur voor de divisie x te komen, brengt de fiscale neutraliteit van de voorgenomen partiële splitsing van de NV A niet in het gedrang op basis van artikel 344, §1, WIB 92.

43. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummers 24.5 en 24.6, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1 WIB 92, enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van de NV A.

44. De DVB spreekt zich met deze beslissing evenmin uit over bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

Textes cités

7