Impôt des sociétés, Fusion fiscalement neutre, Motifs économiques valables · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2016.559 3 octobre 2016

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Fusion fiscalement neutre, Motifs économiques valablesImpôt des sociétés - Fusion fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Précompte mobilier - Acquisition d’actions propres - TVA - Cession d’une universalité de biens

https://juriel.be/fr/rulings/2016-559-impot-societes-fusion-fiscalement-neutre-e8f4

Numéro
2016.559
Date
3 octobre 2016

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

61 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2016.559 dd. 03.10.2016

Impôt des sociétés · Fusion fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Précompte mobilier · Acquisition d’actions propres

TVA · Cession d’une universalité de biens

Résumé

La fusion prévue, qui, d’une part, vise à harmoniser la structure de groupe non optimale découlant des reprises et, d’autre part, entre dans le cadre d’un contexte international de simplification, répond aux dispositions de l’article 183bis du CIR92.

L’annulation des actions ou parts propres obtenues à la suite de la fusion mère-fille inversée donne lieu à un dividende qui est exonéré du précompte mobilier conformément à l’article 264, alinéa premier, 2°, deuxième tiret du CIR92.

La fusion tombe dans le champ d’application des articles 11 et 18, §3 du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. inzake inkomstenbelastingen:

• de fusie door overneming van Y door X (omgekeerde moeder-dochterfusie) beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92;

• de vernietiging van de ingevolge de fusie door overneming verkregen eigen aandelen ten name van X aanleiding geeft tot een dividend dat vrijgesteld is van roerende voorheffing in overeenstemming met artikel 264, eerste lid, 2°, tweede gedachtestreepje, WIB 92;

1.2. inzake BTW:

• de omgekeerde moeder-dochterfusie kan genieten van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvragers

II.A. Beschrijving van de groep en de betrokken vennootschappen

2. De Q/P/R groep is marktleider in de Benelux voor product A. Er is ook een groeiende aanwezigheid in andere landen.

3. Recent werd de groep verkocht door de vorige (uiteindelijke) aandeelhouder, aan de huidige (uiteindelijke) eigenaar, een investeringsfonds. In het kader hiervan werd een belangrijke externe financiering aangegaan door een buitenlands overnamevehikel.

4. Y fungeert als een gemengde holdingvennootschap:

• enerzijds houdt zij een meerderheidsparticipatie aan in X en groep R;

• anderzijds oefent de vennootschap een aankoopfunctie en een managementfunctie uit.

5. X is een productievennootschap voor product A. Deze vennootschap heeft Y als hoofdaandeelhouder en is zelf hoofdaandeelhouder van groep P en minderheidsaandeelhouder van groep R. De huidige Q/P/R-groep is de resultante van een historische ‘buy and build’ strategie, waarbij door Y verschillende deelnemingen (waaronder X) werden verworven.

6. Zowel X als Y stellen personeel tewerk.

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting

7. De verrichting behelst een omgekeerde moeder-dochterfusie waarbij Y zal worden overgenomen door X.

8. Zoals voorzien in artikelen 671 e.v. van het Wetboek van Vennootschappen, zal X het gehele vermogen van Y ingevolge een ontbinding zonder vereffening overnemen. Deze verrichting zal plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

9. De datum van retroactiviteit zal worden bepaald in functie van de timing van de juridische fusie en zal niet langer zijn dan 7 maanden.

10. Naar aanleiding van de fusie zal X haar eigen aandelen verkrijgen. Deze aandelen zullen onmiddellijk na de fusie vernietigd worden (wat onmiddellijk vermeld zal worden in de fusieakte).

III. Beslissing

III.A. Inkomstenbelastingen

III.A.1. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92

11. De diverse overnames hebben geleid tot een niet-optimale groepsstructuur. In het opzicht van vereenvoudiging ligt op heden onder meer een omgekeerde moeder-dochterfusie voor waarbij X haar moedervennootschap Y zal overnemen. Deze fusie zal daarenboven de opstroom van geldmiddelen binnen de groep faciliteren, wat onder meer noodzakelijk is om (de interestlasten op) de externe financiering waarvan sprake in randnummer 3 te kunnen dragen.

12. Omdat de Belgische activiteiten zich in hoofdzaak bij X situeren, wordt ervoor geopteerd om X als overnemende vennootschap te laten optreden in het kader van de fusie. Ook op praktisch-administratief vlak biedt deze werkwijze voordelen, onder meer op het vlak van bodemattesten, aangezien X over onroerend goed beschikt (in tegenstelling tot Y).

13. De aanvragers hebben bevestigd dat de reorganisatie als dusdanig geen impact zal hebben op de tewerkstelling bij X en Y.

14. De aanvragers hebben aangetoond dat de fusieverrichting niet fiscaal geïnspireerd is:

14.1. zowel X als Y zijn winstgevende vennootschappen en ze beschikken allebei over een belastbare basis;

14.2. de fusie strekt er niet toe een optimalisatie van de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal te bewerkstelligen gelet op het feit dat - net zoals bij beide vennootschappen vóór de fusie - de fusievennootschap geen recht zal hebben op de aftrek voor risicokapitaal omdat de waarde van de deelnemingen het eigen vermogen zal overstijgen;

14.3. geen van beide vennootschappen beschikt over fiscaal overgedragen aftrekbare bestanddelen (overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek, DBI-overschotten);

14.4. bij de overnemende vennootschap X zijn geen vrijgestelde reserves aanwezig waarvoor nog wederbeleggingsverplichtingen gelden. De fusie heeft aldus geenszins als doelstelling om de investeringen van de ene vennootschap aan te wenden als geldige herbelegging ten name van de andere vennootschap;

14.5. de overgenomen vennootschap Y heeft nog openstaande financieringen die werden aangegaan voor de verwerving van de aandelen van haar dochtervennootschappen (waaronder X), maar heeft voldoende belastbare basis om de interestlasten op deze schulden zelf in mindering te brengen van haar eigen belastbare inkomsten.

15. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusieverrichting plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

16. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusie zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. De overnemende vennootschap X is een Belgische vennootschap.

17. Bijgevolg kan de fusieverrichting plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

III.A.2. Inzake de toepassing van artikel 264, eerste lid, 2°, tweede gedachtestreepje, WIB 92 (vernietiging van eigen aandelen verkregen bij fusie)

18. Naar aanleiding van de fusie door overneming van Y door X zal X eigen aandelen verkrijgen die onmiddellijk zullen worden vernietigd. Op fiscaal vlak wordt geacht een dividenduitkering plaats te vinden ten belope van het verschil tussen de fiscale waarde van de eigen aandelen en het gedeelte van het gerevaloriseerde gestorte kapitaal dat de verkregen aandelen vertegenwoordigen. Aangezien de fusie vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting onder de toepassing valt van artikel 211, §1, WIB 92 (zie randnummer 17), zal overeenkomstig artikel 264, eerste lid, 2°, tweede gedachtestreepje, WIB 92 op deze dividenduitkering geen roerende voorheffing verschuldigd zijn.

III.B. BTW

19. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

20. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

21. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

22. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

23. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

24. Naar aanleiding van de hierboven beschreven omgekeerde moeder-dochterfusie worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan Y juridisch overgedragen aan X. Btw technisch, bij toepassing van artikel 4, §2, W.BTW, wordt de overdracht geacht plaats te vinden aan de btw-eenheid waarvan de overnemer X als lid deel van uitmaakt (Y behoort niet tot deze btw-eenheid). Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting betrekking op een algemeenheid van goederen. De bestaande economische activiteit van Y zal worden voortgezet door de btw-eenheid waarvan X lid is.

25. De aanvrager verklaart dat deze btw-eenheid een btw-belastingplichtige is die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.

26. De hierboven beschreven omgekeerde moeder-dochterfusie dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.BTW te gebeuren.

Textes cités

7