IMPOTS DES SOCIETES : Apport d'une branche d'activité exonéré · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2016.441 23 août 2016

Rechercher
Texte en néerlandais

IMPOTS DES SOCIETES : Apport d'une branche d'activité exonéréIMPOTS DES SOCIETES : Apport d'une branche d'activité exonéré - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Fusion par absorption transfrontalière taxée - Dividende - Précompte mobilier - Renonciation - Plus-value sur actions - Mesure anti-abus - DROITS D’ENREGISTREMENT : Apport d’une branche d’activité - TVA : Cession d’une branche d’activité

https://juriel.be/fr/rulings/2016-441-impots-societes-apport-branche-activite-5eaa

Numéro
2016.441
Date
23 août 2016

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

104 paragraphes

Fiche du SPF Finances

IMPOTS DES SOCIETES

Apport d'une branche d'activité exonéré · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Fusion par absorption transfrontalière taxée · Dividende · Précompte mobilier · Renonciation · Plus-value sur actions · Mesure Anti-abus

DROITS D’ENREGISTREMENT · Apport d’une branche d’activité

TVA · Cession d’une branche d’activité

Résumé

L’apport de l’activité d’exploitation belge par la société A, dans une société B existante, par lequel tout l’actif, le passif et le personnel spécifiquement liés à cette activité, sont transférés, peut être considéré comme l’apport d’une branche d’activités au sens de l’article 46, § 1er, 1er alinéa, 2°, du CIR 92 et répond au prescrit de l'article 183bis, du CIR 92 ainsi que le prévoit l’article 46, § 1er, troisième alinéa, 3°, du CIR 92. Cet apport entre en ligne de compte pour l'exonération des droits d'enregistrement conformément à l'article 117, § 2, C. enr. et relève de l'application des articles 11 et 18, § 3, C.TVA.

La vente consécutive des actions de la société B par la société A est soumise à un impôt de 0,412 % sur la plus-value réalisée conformément aux articles 192, § 1er, alinéa 1 et 7, du CIR 92 et à l'article 217, alinéa 1, du CIR 92.

Le choix de l'apport de l'activité d'exploitation belge par la société A dans la société B existante, suivi de la vente de toutes les actions de la société B à un tiers, est justifié par d'autres motifs que l'élusion de l'impôt sur les revenus au sens de l'article 344, § 1er, alinéa 3, du CIR 92.

La fusion transfrontalière par absorption de la société A par la société étrangère C sans maintien d'un établissement stable belge est traitée comme une fusion imposable par laquelle un impôt de 0,412 % est dû sur la plus-value réalisée sur la participation de la société A dans la filiale D, conformément aux articles 192, § 1er et 217, alinéa 1, 3°, du CIR 92.

La valeur marchande réalisée de la marque à la date de la fusion imposable allant au maximum jusqu'à la valeur de la marque lors de sa dotation à l'établissement stable étranger de la société A, sera imposable dans le chef de la société A en Belgique conformément aux articles 24, alinéa 1, 2° et 183, du CIR 92.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

1.1. de inbreng van de bedrijfstak door vennootschap A bestaande uit de Belgische activiteiten in de bestaande vennootschap B zal worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, lid 1, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en beantwoordt aan de voorwaarde zoals gesteld in artikel 46, § 1, lid 3, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.2. de voormelde inbreng valt onder de toepassing van artikel 117, § 2 van het Wetboek der Registratie-, hypotheek-, en griffierechten (W.Reg.) en geniet van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW);

1.3. de overdracht van de aandelen van vennootschap B door vennootschap A onderworpen zal zijn aan 0,412% belasting op de gerealiseerde meerwaarde overeenkomstig de artikelen 192, § 1, lid 1 en lid 7, WIB 92 en 217, lid 1, 3°, WIB 92;

1.4. de gekozen rechtshandelingen bestaande uit de inbreng van een bedrijfstak in vennootschap B door vennootschap A gevolgd door de verkoop door vennootschap A van de aandelen van vennootschap B, door andere motieven is verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen overeenkomstig artikel 344, § 1, WIB 92;

1.5. de grensoverschrijdende fusie tussen vennootschap A en de buitenlandse vennootschap C zonder behoud van een vaste inrichting in België in toepassing van de artikelen 209 WIB 92 en 106, § 5 KB/WIB 92 behandeld zal worden als een belaste fusie. Op het gedeelte van de geboekte herwaarderingsmeerwaarde op de aandelen van vennootschap D dat daadwerkelijk zal worden gerealiseerd, zal overeenkomstig de artikelen 192, § 1 en 217, lid 1, 3°, WIB 92 0,412 % meerwaardenbelasting verschuldigd zijn. Ook de aandelenparticipaties in andere vennootschappen zullen op dat moment gerealiseerd worden aan marktwaarde. Elke meerwaarde gerealiseerd op deze aandelenparticipaties zal onderworpen worden aan meerwaardenbelasting overeenkomstig de artikelen 192, § 1 en 217, lid 1, 3°, WIB 92 voor zover de voorwaarden daarin bepaald zullen vervuld zijn. De marktwaarde van het merk X op het ogenblik van de fusie tussen vennootschap A en vennootschap C (tot maximaal de marktwaarde op het ogenblik van de dotatie aan de buitenlandse vaste inrichting van vennootschap A) zal overeenkomstig artikel 24, lid 1, 2°, en 183 WIB 92 ten name van vennootschap A onderworpen zijn aan vennootschapsbelasting in België.

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvragers

2. De Belgische operationele vennootschap A maakt deel uit van de internationale groep P. Vennootschap A heeft een Belgische exploitatieactiviteit. Zij bezit tevens de eigendomsrechten met betrekking tot het merk X en een deelneming in de buitenlandse vennootschap D. Beide bestanddelen werden enkele jaren geleden gedoteerd aan haar buitenlandse vaste inrichting.

3. Vennootschap B is een operationele dochtervennootschap van vennootschap A.

4. Groep M heeft recent groep P overgenomen. Groep M heeft de strategische beslissing genomen om zich toe te spitsen op een specifieke geografische activiteit van groep P.

5. Met betrekking tot de Belgische exploitatieactiviteiten van groep P wordt er voor gekozen om deze af te stoten en over te dragen aan een geïnteresseerde derde-overnemer.

6. De geplande verrichting betreft vooreerst de inbreng van de Belgische exploitatieactiviteiten van vennootschap A in de bestaande vennootschap B in ruil voor aandelen van vennootschap B en kadert in de beoogde geografische opdeling van groep P.

7. De Belgische exploitatieactiviteiten zullen verder worden uitgebaat binnen vennootschap B.

8. Groep M zal onmiddellijk daarna alle aandelen van vennootschap B verkopen aan een derde partij.

9. Tenslotte zal de overgebleven structuur van groep P worden vereenvoudigd middels een grensoverschrijdende fusie waarbij vennootschap A (die op dat ogenblik nog vrijwel uitsluitend bestaat uit haar buitenlandse vaste inrichting) wordt overgenomen door haar buitenlandse moedervennootschap C (gevestigd in hetzelfde land als de buitenlandse vaste inrichting) zonder dat er een Belgische vaste inrichting behouden blijft.

III. Beslissing

III.A. Betreffende de inbreng van een bedrijfsafdeling

III.A.1. Toepassing van artikel 46, § 1, lid 1, 2° en lid 3, 3°, WIB 92

10. De inbreng omvat alle activa (inclusief vastgoed) en passiva die specifiek betrekking hebben op de Belgische exploitatieactiviteit. De aanvragers hebben dit gestaafd aan de hand van een inbrengstaat. Ook de personeelsleden die werkzaam zijn voor de Belgische exploitatieactiviteit, worden mee overgedragen.

11. Aangezien de overnemer van de aandelen van vennootschap B beschikt over een licentie in België voor het merk Z, zal het merk X geen deel uitmaken van de inbreng. Vennootschap A en vennootschap B zullen om commerciële redenen een licentieovereenkomst sluiten voor het gebruik van het merk X. Deze licentieovereenkomst zal vennootschap B toelaten de overgenomen Belgische activiteiten, net zoals dit het geval is voor de behouden activiteiten door groep M, in going concern verder te zetten en geleidelijk te converteren naar het merk Z. Het merk X is bijgevolg geen exclusief merk meer dat wordt gebruikt door éénzelfde groep.

12. Uit het voormelde blijkt dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbreng volledig en uitsluitend zal worden vergoed door toekenning van nieuw uit te geven aandelen van vennootschap B. De inbreng van de Belgische exploitatieactiviteit door vennootschap A kan derhalve worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, lid 1, 2°, WIB 92.

13. Zowel vennootschap A als vennootschap B zijn winstgevend en hebben een belastbare basis. Noch vennootschap A, noch vennootschap B hebben fiscaal overgedragen aftrekbare bestanddelen (overgedragen fiscale verliezen, overgedragen DBI-aftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal).

14. De aanvragers hebben bevestigd dat vennootschap A geen schulden heeft die betrekking hebben op haar participatie in vennootschap B.

15. De inbrengverrichting zal een fiscaal voordeel met zich meebrengen op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal. Het betreft echter een louter gevolg van de inbrengverrichting en is geen doel op zich.

16. De inbreng van de Belgische exploitatieactiviteit zal worden gevolgd door de verkoop van alle aandelen van vennootschap B. Terzake hebben de aanvragers bevestigd dat de verkoopprijs van de aandelen van vennootschap B zal worden geherinvesteerd in de activiteiten die groep M wenst te behouden. De aanvragers hebben zich ertoe verbonden om een overzicht van deze investeringen te verstrekken aan de bevoegde controle van vennootschap A en vennootschap B uiterlijk 6 maanden vóór het verstrijken van de verjaringstermijn betreffende het belastbaar tijdperk waarin de inbreng heeft plaatsgevonden.

17. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de analyse door de DVB kan derhalve worden aangenomen dat de inbreng zal plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

III.A.2. Toepassing van artikel 117, § 2, W.Reg.

18. Artikel 117, § 2 federaal W.Reg. bepaalt dat het bij artikel 115 van hetzelfde wetboek bepaalde recht eveneens niet verschuldigd is onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

19. De inbreng van de Belgische activiteiten zal worden gedaan door de Belgische vennootschap A in vennootschap B waarvan voor beide vennootschappen geldt dat zowel de zetel der werkelijke leiding als de statutaire zetel gevestigd is in België. Hierdoor wordt er voldaan aan de voorwaarde dat de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel van de inbrengende vennootschap moet gevestigd zijn op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

20. Artikel 117 federaal W.Reg. wordt uitgevoerd door het Koninklijk Besluit van 18 juli 1972. Artikel 1 van het voormeld Koninklijk Besluit bepaalt dat de vrijstelling van het evenredig registratierecht voorzien door artikel 117, § 2, W.Reg. onderworpen is aan de volgende voorwaarden:

20.1. de inbreng moet het geheel van de goederen omvatten die door de inbrengende vennootschap worden aangewend voor één of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen ; en

20.2. eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, moet de inbreng uitsluitend worden vergoed hetzij (i) door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij (ii) door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten die 1/10e van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

21. De notie “bedrijfstak” dient vanuit twee invalshoeken te worden bekeken, enerzijds vanuit de inbrengende vennootschap en anderzijds vanuit de inbrenggenietende vennootschap. Ten name van de inbrengende vennootschap is het relevant of de overgedragen activa, passiva en andere rechten en elementen een geheel uitmaken en al een zekere vorm van autonomie hebben. Ten name van de inbrenggenietende vennootschap is het van belang of de ingebrachte afdeling autonoom kan functioneren binnen de inbrenggenietende vennootschap.

22. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt dat de activa en passiva die tot de Belgische exploitatieactiviteiten bij de inbrengende vennootschap behoren, zullen worden ingebracht in een reeds bestaande Belgische vennootschap.

23. De ingebrachte bedrijfstak is geografisch omlijnd en beperkt zich tot België.

24. Al deze elementen vormen samen een georganiseerd geheel van activa en passiva welke uit technisch oogpunt een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen.

25. Aangezien er reeds bij de inbrenger een bedrijfstak bestaat, die volledig autonoom kan functioneren, wordt er ook bij de inbrenggenietende vennootschap voldaan aan de voorwaarde inzake bedrijfstak van artikel 117, § 2, federaal W.Reg.

26. De inbreng zal volledig worden vergoed via uitgifte van nieuwe aandelen door vennootschap B. De inbreng zal geen opleg in contanten bevatten door vennootschap B aan vennootschap A.

27. Artikel 2 van het voormeld Koninklijk Besluit verduidelijkt in dit verband dat, onverminderd het recht op controle, de vervulling van de voorwaarden van artikel 1 van het Koninklijk Besluit moet worden bevestigd, hetzij in de notariële akte van inbreng, hetzij in een verklaring onderaan deze notariële akte of in een begeleidende brief die vóór de registratie van de akte door de partijen wordt ondertekend, dan wel in hun naam, door de aangestelde notaris.

28. De akte zal volgens de aanvragers uitdrukkelijk bevestigen dat de voorwaarden zoals vermeld in artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 18 juli 1972 zijn vervuld.

29. De inbreng van de Belgische exploitatieactiviteit van vennootschap A in de bestaande vennootschap B, kan derhalve genieten van de vrijstelling van evenredige registratierechten conform artikel 117, § 2, federaal W.Reg., evenwel met toepassing van artikel 167 W.Reg. met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht.

III.A.3. Toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

30. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

31. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

32. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

33. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

34. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

35. Naar aanleiding van de hierboven beschreven inbreng worden de activa en passiva die verbonden zijn aan de Belgische activiteiten ingebracht in vennootschap B. Het gebruik van het merk X wordt toegestaan. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfsafdeling. De bestaande Belgische bedrijfsafdeling van vennootschap A zal worden voortgezet door vennootschap B.

36. De aanvragers verklaren dat vennootschap B een btw-belastingplichtige is die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.

37. De inbreng van de Belgische exploitatieactiviteit door vennootschap A in de bestaande vennootschap B dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

III.B. Betreffende de overdracht van de aandelen van vennootschap B

38. Vennootschap A wenst de aandelen van vennootschap B te verkopen aan een derde.

39. Daar vennootschap B een reguliere Belgische NV is, zullen de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, § 1 en 203 WIB 92 van de winst te worden afgetrokken.

40. Met betrekking tot de houdbaarheidsvoorwaarde, opgelegd in artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92 van de aandelen van vennootschap B kan er een opdeling gemaakt worden.

41. Ten eerste bezit vennootschap A sinds jaren haar aandelen van vennootschap B. Vennootschap A heeft m.a.w. de aandelen gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom behouden. Bijgevolg is er voldaan aan de minimum houdbaarheidsvoorwaarde opgelegd in artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92.

42. Ten slotte zal vennootschap A een bedrijfstak in vennootschap B inbrengen en dit mits uitgifte van nieuwe aandelen door vennootschap B.

43. Artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 verwijst expliciet naar artikel 46, § 1, lid 1, 2°, WIB 92. Vennootschap A kan in toepassing van artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 bijgevolg aanspraak maken op het bijzonder regime waarin artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92 voorziet, voor de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van de aandelen van vennootschap B, kort na de belastingneutrale inbreng van een bedrijfstak door vennootschap A in vennootschap B.

44. De Memorie van Toelichting bij de Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij lid 8 werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB 92 verduidelijkt immers dat: “Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, lid 1, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3 WIB 92, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen.(…) De bijzondere toepassing die hierbij werd ingesteld bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, pg 26-27).

45. Bovendien stelt de circulaire nr. Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) van 21 mei 2013 dat: “[…] de toevoeging van het zevende en achtste lid aan art. 192, § 1, WIB 92, voorzien, voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud, in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, […] die worden verwezenlijkt overeenkomstig de art. 46, § 1, lid 1, 2° […] WIB 92 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen”.

46. In overeenstemming met de fiscale neutraliteit zal, om de minimale houdperiode van één jaar te bepalen zoals voorzien in artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92, voor wat betreft de aandelen van vennootschap B uitgegeven naar aanleiding van de inbreng als aanvangspunt worden genomen de datum waarop de bedrijfsafdeling of de tak van werkzaamheid op een zelfstandige wijze operationeel is geworden binnen vennootschap A. Volgens de aanvragers heeft vennootschap A deze activa reeds sinds jaren continu in handen tot op de dag van vandaag. De start van de berekening van de houdtermijn van één jaar als voorwaarde voor de vrijstelling van de meerwaarde die vennootschap A zou realiseren naar aanleiding van de verkoop van de aandelen in vennootschap B, valt bijgevolg in ieder geval meer dan één jaar in het verleden zodat de ononderbroken periode van volle eigendom bedoeld in artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92 in ieder geval gerespecteerd wordt.

47. Voor de toepassing van artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 zal vennootschap A derhalve geacht worden alle aandelen van vennootschap B op het ogenblik van de verkoop langer dan één jaar te hebben gehouden in volle eigendom. Derhalve valt de meerwaarde onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92 en zal de meerwaarde belastbaar zijn tegen 0,412% omdat in het jaar van verwezenlijking van de meerwaarde vennootschap A geen kleine vennootschap in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.) is (artikel 217, lid 1, 3° juncto 463bis WIB 92).

III.C. Betreffende het geheel van de verrichtingen

48. De inbreng van de Belgische exploitatieactiviteit door vennootschap A in de bestaande vennootschap B wordt gevolgd door de verkoop van alle aandelen van vennootschap B aan een derde partij. De keuze van de rechtshandelingen en de fiscale impact ervan werden door de aanvragers weergegeven.

49. De aanvragers hebben in casu bevestigd dat de verkoopprijs van de aandelen van vennootschap B zal worden geherinvesteerd in de door groep M behouden activiteiten en hebben zich ertoe verbonden om een overzicht van deze investeringen te verstrekken aan de bevoegde controle van vennootschap A en vennootschap B uiterlijk 6 maanden vóór het verstrijken van de verjaringstermijn betreffende het belastbaar tijdperk waarin de inbreng heeft plaatsgevonden.

50. Gelet op de in deze beslissing beschreven feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen voldoende is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, lid 3, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt.

III.D. Betreffende de belaste grensoverschrijdende fusie

III.D.1. Roerende voorheffing

51. Omwille van bovenstaande verrichtingen is het voortbestaan van vennootschap A overbodig geworden. Bijgevolg zou er een grensoverschrijdende fusie plaatsvinden tussen vennootschap A en vennootschap C, waarbij vennootschap A wordt overgenomen en dit zonder behoud van een vaste inrichting in België. Deze grensoverschrijdende fusie wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 210 WIB 92 gelijkgesteld met een vereffening.

52. Bij deze vereffening van vennootschap A zou er sprake kunnen zijn van een dividenduitkering in de zin van artikel 209 WIB 92. Doch deze kan op basis van artikel 106, § 5 KB/WIB 92 worden vrijgesteld van Belgische roerende voorheffing, vermits de door dit artikel opgelegde voorwaarden is voldaan:

52.1. de aanvragers verklaren dat vennootschap C de aandelen van vennootschap A aanhoudt voor een ononderbroken periode van ten minste één jaar;

52.2. de betreffende rechtsvormen zijn beide rechtsvormen die voorkomen in de bijlage van de richtlijn van 23 juli 1990 (90/435/EEG), gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 22 december 2003 (2003/123/EG);

52.3. vennootschap C heeft haar fiscale woonplaats binnen de EU en vennootschap A heeft deze in België;

52.4. de aanvragers verklaren dat beide vennootschappen onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting.

III.D.2. Meerwaarden op aandelen

53. M.b.t. de meerwaarde gerealiseerd op de aandelen van de vennootschap D die vennootschap A aanhoudt, zal er voldaan zijn aan de voorwaarden gesteld in artikel 192, § 1 en 217, lid 1, 3°, WIB 92:

53.1. vennootschap D is een normaal belaste vennootschap, waarvan eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, § 1 en 203 WIB 92 van de winst te worden afgetrokken;

53.2. de aanvragers verklaren dat vennootschap A haar aandelen in vennootschap D sinds jaren in volle eigendom aanhoudt;

53.3. de aanvragers verklaren dat vennootschap A voor het jaar waarin de meerwaarde zal worden gerealiseerd geen kleine vennootschap zal zijn in de zin van artikel 15 W.Venn.

54. M.b.t. de andere deelnemingen die vennootschap A op dat moment aanhoudt, zal de gerealiseerde meerwaarde op deze aandelenparticipaties onderworpen worden aan de meerwaardenbelasting overeenkomstig de artikelen 192, § 1 en 217, lid 1, 3°, WIB 92, voor zover de voorwaarden daarin bepaald zullen vervuld zijn.

III.D.3. Realisatie van het merk X

55. De aanvragers verklaren dat bij de realisatie van het merk X het deel van de realisatieopbrengst tot ten hoogste de waarde van het merk bij haar dotatie aan de buitenlandse vaste inrichting van vennootschap A wordt geacht te zijn opgebouwd in België door vennootschap A.

56. Daar het een belaste fusie betreft zal ingevolge artikel 24, lid 1, 2° en 183 WIB 92 dit gedeelte belastbaar zijn bij vennootschap A in België.

Textes cités

7