Scission de sociétés, scission fiscalement neutre, évasion fiscale · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2015.144 26 mai 2015

Rechercher
Texte en néerlandais

Scission de sociétés, scission fiscalement neutre, évasion fiscalescission de sociétés - scission fiscalement neutre - évasion fiscale - fraude fiscale - plus-value - gestion normale du patrimoine privé - revenu divers - action - apport en société - capital libéré - société holding - plus-value sur actions - taxe sur la valeur ajoutée - branche d'activité

https://juriel.be/fr/rulings/2015-144-scission-societes-fiscalement-neutre-evasion-f22e

Numéro
2015.144
Date
26 mai 2015

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

241 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2015.144 dd. 26.05.2015

Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Plus-value sur actions · Revenu divers · Gestion normale du patrimoine privé · Apport d’actions · Plus-value interne · Société de portefeuille · Capital libéré

TVA · Branche d’activité

Résumé

L’apport envisagé par le demandeur, de ses actions des sociétés X, Y et Z, dans un nouveau holding à construire (Holdco), peut, vu les considérations reprises dans la décision, être considéré comme une opération normale de gestion du patrimoine privé visée à l’article 90, 9°, premier tiret, CIR92.

L’apport de ces actions dans Holdco constitue un capital libéré fiscal au sens de l’article 184, CIR92.

La scission partielle envisagée, de la société X de l’exploitation, en une nouvelle société de l’exploitation (Newco) à créer, avec conservation des immeubles du groupe dans la société existante, a lieu sur la base de considérations sur le plan des affaires et n’a pas comme but principal ou un des buts principaux, la fraude ou l’évasion fiscale, de sorte qu’elle répond à ce qui est stipulé à l’article 183bis, CIR92.

La scission partielle envisagée, de la société X de l’exploitation, en une nouvelle société de l’exploitation à créer doit se faire par application des articles 11 et 18, § 3, du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat :

1.1. de geplande inbreng door de heer A (hierna: aanvrager) van zijn aandelen van de operationele vennootschappen X, Y en Z in een nieuw op te richten holding (hierna: Holdco) kwalificeert als een verrichting van normaal beheer van een privévermogen zoals bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en de gerealiseerde meerwaarde niet belastbaar is als divers inkomen overeenkomstig artikel 90, 1°, WIB 92;

1.2. voormelde inbreng in natura in hoofde van de inbreng genietende Holdco fiscaal gestort kapitaal vertegenwoordigt in de zin van artikel 184, WIB 92;

1.3. de voorgenomen partiële splitsing van de exploitatie van vennootschap X naar een nieuw op te richten vennootschap (hierna: Newco) plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92, en belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92;

1.4. de voorgenomen partiële splitsing kwalificeert als een overdracht van een bedrijfsafdeling zoals bedoeld in artikel 11, en 18, §3, van het Wetboek over de toegevoegde waarde (WBTW).

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

II.A. Identiteit van de aanvragers en beschrijving van de betrokken vennootschappen en aandeelhoudersstructuur

Identiteit van de aanvragers

2. M.b.t. de geplande inbreng van aandelen wordt de aanvraag ingediend namens de heer A, gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen en vader van twee kinderen.

3. De heer A is op heden zaakvoerder en grootaandeelhouder in ieder van de vennootschappen X, Y en Z en houdt verder geen andere participaties aan.

4. M.b.t. de voorgenomen partiële splitsing wordt de aanvraag ingediend in naam van vennootschap X.

Beschrijving van de betrokken vennootschappen en aandeelhoudersstructuur

Exploitatie- en vastgoedvennootschap X

5. De aandelen van vennootschap X werden ruime tijd geleden door de heer A verworven van de voormalige oprichter. Een minderheidsparticipatie is in handen van de vader van de heer A.

6. Vennootschap X realiseerde de laatste jaren een sterke groei van de omzet en het personeelsbestand.

7. De heer A verkreeg gedurende de voorbije vijf jaar geen dividenden noch tantièmes vanuit X. De ontvangen jaarlijkse bedrijfsleidersbezoldigingen bedroegen de laatste vijf boekjaren circa x EUR.

8. De exploitatievennootschap X beschikt tevens over het onroerend goed van de groep dat volledig wordt aangewend voor professioneel gebruik (binnen vennootschappen X en Y, alsook voor verhuur aan derden). Aan de DVB werd een overzicht bezorgd. Er is geen privégebruik door de aanvrager.

Exploitatievennootschap Y

9. Enige tijd na de overname van vennootschap X, werd vennootschap Y door de heren A en B opgericht waarin een complementaire activiteit werd ondergebracht. De aandelen van de heer B werden korte tijd na de oprichting terug overgenomen door de heer A. Een minderheidsparticipatie is in handen van de vader van de heer A.

10. De heer A verkreeg gedurende de voorbije vijf jaar geen dividenden noch tantièmes vanuit X. De ontvangen jaarlijkse bedrijfsleidersbezoldigingen bedroegen de laatste vijf boekjaren circa x EUR.

11. De exploitatie van vennootschap Y is de laatste jaren regionaal uitgebreid. Alle onroerende goederen waarin de activiteiten worden uitgeoefend zijn geen eigendom van vennootschap Y, maar worden gehuurd hetzij van vennootschap X, hetzij van een derde-partij.

Exploitatievennootschap Z

12. Ruime tijd geleden kocht de heer A een handelsfonds over van een derde via zijn vennootschap Z, waarvan hij alle aandelen in bezit heeft.

13. Vennootschap Z stelt momenteel x personeelsleden tewerk. De aanvrager vermeldt dat er werd getracht om de exploitatieactiviteiten uit het verleden weer draaiende te krijgen, maar zonder succes.

14. Door de heer A werd een innovatief project uitgewerkt waarbij het de bedoeling is om een nieuw merk in de markt te zetten en verder uit te bouwen.

15. De herpositionering van vennootschap Z past binnen de lange termijn strategie die de heer A voor de groep heeft uitgetekend.

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichtingen

16. De verrichtingen waarover het voorafgaand schriftelijk akkoord van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken wordt gevraagd omhelst de volgende twee stappen.

Stap 1 : de oprichting van een holding gevolgd door de inbreng van de aandelen X, Y en Z door de heer A

17. De heer A wenst de groep die hij momenteel controleert te reorganiseren, aangezien hij van mening is dat de huidige structuur niet voldoet om de voornaamste doelstellingen te bereiken. In dit verband wordt erop gewezen dat de huidige structuur onvoldoende toelaat om de toekomstige groei en de geplande investeringen op een efficiënte wijze te kunnen realiseren.

18. De activiteit van de exploitatievennootschappen X en Y kenden de afgelopen jaren een grote evolutie: vanuit een vennootschap met een beperkte personeelsbezetting konden de activiteiten van X, en daarna Y, zich steeds verder ontwikkelen en uitbreiden. In dit verband wordt tevens verwezen naar de sterke groei van het personeelsbestand en de omzet.

19. Om de groei en toekomstvisie van voornoemde vennootschappen X en Y, maar ook die van Z niet te belemmeren wenst de heer A de aandelen van deze exploitatievennootschappen die hij in persoonlijke naam aanhoudt in te brengen in een nieuw op te richten holdingvennootschap (Holdco).

20. In casu beoogt de heer A de inbreng van zijn aandelen X, Y en Z in Holdco.

21. De aanvrager bevestigt dat recentelijk een bedrijfsrevisor werd aangesteld in het kader van de opmaak van een inbrengverslag van de in te brengen vennootschappen.

22. Dit inbrengverslag zal de waardering en gehanteerde waarderingsmethoden van de betrokken vennootschappen vermelden en zal onmiddellijk na voormelde inbreng worden overgemaakt aan de bevoegde controledienst van de aanvrager.

Stap 2 : partiële splitsing van vennootschap X

23. Na de inbreng van de aandelen X, Y en Z in Holdco zal vennootschap X partieel gesplitst worden.

24. De operationele activiteit van de vennootschap X zal middels een partiële splitsing worden overgebracht in de nieuw op te richten Newco. Op deze manier worden overblijvende activa (meer bepaald professioneel gebruikte onroerende goederen) gecentraliseerd in een afzonderlijke vastgoedvennootschap, m.n. X-oud, en worden de exploitatieactiviteiten afgezonderd in X-Newco.

25. Aan de DVB werd een splitsingsstaat voorgelegd :

25.1. de aanvrager bevestigt in dit verband dat in hoofde van vennootschap X geen niet-specifieke schulden aanwezig zijn, waardoor alle schulden volledig en op zuivere wijze gealloceerd kunnen worden aan de exploitatieactiviteiten en het onroerend goed;

25.2. inzake de aanwezige belastingvrije reserve ten bedrage van x EUR wordt vermeld dat deze een investeringsreserve betreft die reeds in 200x werd aangelegd en na afsplitsing van de exploitatie pro rata zal worden verdeeld tussen de exploitatievennootschap X-Newco en de vastgoedvennootschap X-oud;

25.3. de aanvrager bevestigt dat de eigen vermogensbestanddelen van de partieel te splitsen X verdeeld zullen worden overeenkomstig de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 213, WIB 92 en de administratieve commentaar terzake;

25.4. verder zullen naar aanleiding van de partiële splitsing alle personeelsleden overgaan naar de nieuw op te richten vennootschap X-Newco. In de bestaande X-oud, waar enkel een vastgoedactiviteit zal achterblijven zal geen personeel tewerkgesteld worden;

25.5. de onroerende goederen die achterblijven in X-oud zullen na de afsplitsing van de exploitatieactiviteiten door de verschillende groepsvennootschappen gebruikt blijven. Er wordt bevestigd dat de vastgoedvennootschap X-oud deze zal verhuren tegen een marktconforme vergoeding;

25.6. de toekomstige aankoop van bijkomend onroerend goed zal tevens via de vastgoedvennootschap X-oud gebeuren, die in de toekomst een loutere vastgoedactiviteit zal hebben en in dit kader ook een andere maatschappelijke benaming zal krijgen.

III. Motivering van de verrichtingen door de aanvrager

III.A. Algemeen

26. Als voornaamste redenen voor de voorgestelde herstructurering vermeldt de aanvrager het volgende, hierna verder uitgewerkt :

26.1. het mogelijk maken van verdere investeringen, in een eerste fase binnen vennootschap Z, en in een tweede fase in bijkomende professioneel te gebruiken onroerende goederen dienstig voor de activiteiten van vennootschap Y;

26.2. de concentratie van het onroerend goed in de groep binnen een vastgoedvennootschap en het afscheiden van bedrijfsrisico;

26.3. strategische overwegingen (zoals verdere professionalisering van de structuur via de nieuw op te richten holding, afscheiding van vastgoed van de exploitatie in het kader van een mogelijke instap van derde aandeelhouders in de operationele vennootschappen, het op termijn uitwerken van een opvolgingsregeling…).

III.A.1. Verrichten van bijkomende investeringen binnen de groep

27. Momenteel worden de resultaten van de groep gegenereerd via de exploitatievennootschappen X en Y. In het kader van de voorgenomen investeringen acht de aanvrager de huidige structuur niet aangepast. Zo zou de heer A zich eerst een dividend moeten uitkeren ten persoonlijke titel vanuit X en Y om de alzo bekomen gelden vervolgens terug in het kapitaal van vennootschap Z te storten.

28. De nieuwe holding zal gebruikt worden als “doorgeefluik” waarlangs financiële middelen zouden worden getransfereerd om andere groepsvennootschappen financieel te ondersteunen via een kapitaalverhoging, waardoor zij hun activiteiten verder kunnen uitbouwen of investeringen kunnen verrichten.

Voorgenomen investering: heropstart c.q. doorstart van vennootschap Z

29. Door omstandigheden is het in het verleden nooit gelukt om de gewenste turnaround te bereiken met de exploitatieactiviteiten binnen vennootschap Z.

30. De lange termijn strategie van de groep indachtig heeft de heer A ertoe aangezet van strategie te veranderen :

30.1. vennootschap Z zal zich niet langer concentreren op de exploitatieactiviteit uit het verleden, maar zal zich toeleggen op een nieuw innoverend project;

30.2. zo wenst de heer A via vennootschap Z het reeds bestaande merk op termijn te kunnen herpositioneren en in een eerste fase de markt voor de nieuwe exploitatie te kunnen ontwikkelen;

30.3. concreet zou dit gebeuren via het gebruik van innovatieve technieken, waartoe vennootschap Z een investeringstraject heeft uitgetekend dat op korte tot middellange termijn gerealiseerd dient te worden om de gewenste turnaround te bereiken. Een detail van de voorgenomen investeringen werd aan de DVB voorgelegd.

31. De aanvrager wijst erop dat, gelet op de voorgeschiedenis van vennootschap Z, zij niet de financiële middelen voorhanden heeft om de geplande investeringen te dragen. Evenmin kan zij, wegens het gebrek aan financiële middelen en het verleden van deze vennootschap, een lening bij de bank verkrijgen om deze investeringen te kunnen verrichten.

32. Het creëren van een holdingstructuur kan volgens de aanvrager een oplossing bieden: zo zouden de door de exploitatievennootschappen X en Y in het verleden behaalde winsten (cashoverschotten) als dividend uitgekeerd kunnen worden aan de holding, waarna deze gelden zouden doorstromen naar vennootschap Z via kapitaalstortingen.

33. Er wordt benadrukt dat op deze manier personeel kan voorgefinancierd worden en broodnodige investeringen zullen kunnen gebeuren. In een eerste fase wordt het investeringsbedrag door de aanvrager geraamd op x EUR. Voormelde investeringen zullen gefinancierd kunnen worden middels kapitaalstortingen door de holding in het kapitaal van Z, welke in een eerste fase worden becijferd op x EUR.

Voorgenomen investering: aankoop van onroerend goed door X-oud als vastgoedvennootschap

34. Na de partiële splitsing zal X-oud verder blijven bestaan als vastgoedvennootschap. In het verleden werden door deze vennootschap reeds onroerende goederen aangekocht.

35. Al deze panden worden professioneel aangewend, voornamelijk in het kader van de uitbating van de activiteiten van Y alsook in het kader van de verhuur aan derden. Het is de bedoeling om in de toekomst alle bijkomende aankopen van onroerende goederen te laten verrichten door de vastgoedvennootschap X-oud. Hiertoe zullen via de holding en komende vanuit Y en X-Newco, geldmiddelen getransfereerd worden naar X-oud.

36. De aanvrager verwijst naar de intentie tot aankoop van een nieuw bedrijfspand, te gebruiken door vennootschap Z. Evenwel wordt opgemerkt dat de uitvoering van hogervermeld investeringsplan afhankelijk is van het feit of de groep een overname, die momenteel in onderhandelingsfase is, van een branchegenoot al dan niet zal doorvoeren. Indien deze overname niet doorgaat dan zal er via de vastgoedvennootschap X-oud overgegaan worden tot de aankoop van een bedrijfspand nabij de maatschappelijke zetel van zodra de gelegenheid zich voordoet. De financiering zal in voorkomend geval gebeuren door de exploitatievennootschappen X-Newco en Y via de holding, waarschijnlijk in combinatie met een bancair krediet.

Voorgenomen investering: overname door de groep van een branchegenoot

37. De heer A is momenteel in onderhandelingsfase om via de groep een branchegenoot (twee vennootschappen) over te nemen. Er wordt vermeld dat beide vennootschappen samen jaarlijks een omzet realiseren van circa x mio EUR.

38. Voor de groep betreft het – indien deze overname zich zou doorzetten – een substantiële investering. Afhankelijk van de uitkomst van de onderhandelingen zal de overname aldus de aanvrager gebeuren, hetzij :

38.1. door overname van de aandelen via Holdco. De financiering zal in voorkomend geval gebeuren door vennootschappen X en Y, via Holdco, waarschijnlijk in combinatie met een bancair krediet;

38.2. door combinatie van een aandelenkoop (door Holdco) en de overname van het handelsfonds (door vennootschap Y).

39. Voorts is het volgens de aanvrager de bedoeling om na de overname het merk, dat momenteel een eigen label is van de branchegenoot te vernieuwen en onder te brengen in vennootschap Z.

Voorgenomen investeringen conclusie door de aanvrager

40. De aanvrager vermeldt dat de groep op korte en middellange termijn bijkomende investeringen zal verrichten. De hierboven aangehaalde investeringen in de activiteit van vennootschap Z staan in alle geval gepland. De onroerend goed investering van een nieuw bedrijfspand zal afhankelijk zijn van de uitkomst van de lopende onderhandelingen inzake de overname van de vennootschappen / activiteiten van de branchegenoot. Er wordt benadrukt dat in ieder geval minstens één van de twee investeringsprojecten (bedrijfspand versus overname groep) zal plaatsvinden. De bijkomende investeringen in vennootschap Z zullen, ongeacht de afloop van de overnamegesprekken, doorgang vinden.

III.A.2. Stroomlijnen van het onroerend goed binnen de groep en het afscheiden van bedrijfsrisico

41. De aanvrager bevestigt expliciet dat het geenszins de bedoeling is om na de transactie de aandelen van X-oud, X-Newco, Holdco, vennootschap Y of Z op korte termijn of (middel)lange termijn te vervreemden. Er zijn geen plannen voor een eventuele aandelenverkoop van de betrokken groepsvennootschap. Het enige doel van de heer A met de voorgenomen transactie (inbreng aandelen en partiële splitsing) is de verdere uitbouw van de groep en haar activiteiten, het verrichten van bijkomende investeringen, het afscheiden van het bedrijfsrisico en het uitvoeren van strategische overwegingen.

Stroomlijnen van het onroerend goed

42. Momenteel houdt vennootschap X reeds al het onroerend goed aan binnen de groep, dat deels wordt verhuurd aan derden en deels wordt gebruikt door de exploitatievennootschappen X en Y. Aan de DVB werd een overzicht bezorgd van de onroerend goed portefeuille met vermelding van de identiteit van de huurders en huurprijzen.

43. De laatst aangekochte onroerende goederen worden allemaal door vennootschap Y aangewend in het kader van de uitbating van haar activiteiten. Vennootschap X rekent voor het gebruik hiervan een marktconforme huur door aan Y.

44. Toekomstige onroerend goed investeringen zullen normaliter opnieuw gebeuren, hetzij ten behoeve van Y (het ligt immers in de lijn der bedoelingen van de heer A om geografisch uit te breiden en bijkomende exploitatiezetels te openen), hetzij ten behoeve van vennootschap Z (met name de bouw of aankoop van een bedrijfspand).

45. Strategisch is het volgens de aanvrager dan ook logisch om al het onroerend goed te concentreren binnen één vastgoedvennootschap :

45.1. niet alleen worden op deze manier de commerciële exploitatie en het onroerend goed van elkaar afgescheiden gehouden, maar tevens is dit een duidelijk verhaal naar derde financiers toe in het kader van het aangaan van investeringskredieten;

45.2. inzake de financiering van bijkomende onroerende goederen heeft de huisbankier van de groep reeds aangegeven :

• ofwel het onroerend goed bij voorkeur rechtstreeks te financieren via een vastgoedvennootschap (in combinatie met de opzet van een holdingstructuur);

• ofwel het onroerend goed te financieren binnen de operationele vennootschap alwaar de uitbating daadwerkelijk plaatsvindt (hetgeen impliceert dat het onroerend goed ook op die betreffende vennootschap aangekocht dient te worden);

45.3. de balans van vennootschap X (als exploitatievennootschap) zou volgens de bank op termijn te “bezwaard” worden met onroerende goederen die niet rechtstreeks voor haar exploitatie worden aangewend, hetgeen naar de toekomst toe problemen zou stellen inzake kredietverstrekking;

45.4. verder wordt verwezen naar het feit dat de kredietverstrekking momenteel op “stand alone” basis gebeurt binnen vennootschap X, hetgeen betekent dat bij het toekennen van kredieten of bij het overwegen van aanvragen enkel de jaarrekening van X beoordeeld zal worden door de bank (inzake terugbetalingscapaciteit, waarborgen…). De aanvrager benadrukt dat gelet op het feit dat de “groep” (vennootschap X in combinatie met Y) voldoende solvabel is, dit voor een “stand alone” vennootschap X veel minder het geval is (zeker bij hogere investeringsbedragen). In dit kader vermeldt de aanvrager dat de voorgenomen verrichtingen, bestaande uit de oprichting van een holding in combinatie met een stroomlijning van het onroerend patrimonium via partiële splitsing van de commerciële exploitatie van vennootschap X, mede ingegeven zijn op vraag van de huisbankier.

46. Het concentreren van het huidig en toekomstig onroerend goed in één vastgoedvennootschap geeft niet alleen een duidelijk beeld naar de buitenwereld toe (banken en andere stakeholders) maar maakt het mogelijk voor de groep om toekomstige onroerend goed investeringen te kunnen financieren via kredietinstellingen.

Afscheiding van het bedrijfsrisico

47. Door de splitsing van de exploitatieactiviteit naar de nieuw op te richten X-Newco, zal het onroerend goed naar de toekomst toe afgescheiden worden van het bedrijfsrisico dat inherent is aan de activiteiten.

48. De bedrijfsactiviteit binnen X heeft een zeer hoog risicogehalte, dat toeneemt naarmate de groep groter wordt.

49. De intentie tot afscheiding van het bedrijfsrisico is volgens de aanvrager voornamelijk ingegeven door volgende twee redenen :

49.1. enerzijds past de partiële splitsing binnen een vraag die voorligt uitgaande van de kredietinstellingen in het kader van de financiering van bijkomende onroerende goederen. Hierbij wordt verduidelijkt dat indien er zich een groot voorval binnen X zou voordoen dit een grote impact kan hebben op het resultaat, de terugbetalingscapaciteit enz … De bank ziet dit risico bij voorkeur afgezonderd in een aparte entiteit in het kader van de toekenning van toekomstige kredieten; en dit zeker aangezien vennootschap X tevens onroerend goed aanhoudt dat door vennootschap Y professioneel wordt aangewend;

49.2. anderzijds is de partiële splitsing tevens ingegeven door continuïteitsoverwegingen. Er wordt verduidelijkt dat indien er zich op het niveau van X problemen zouden stellen bij een arbeidsongeval, aansprakelijkheden, enz… dit ook een impact heeft op de activiteit van Y. Theoretisch is het mogelijk dat door gebeurlijke calamiteiten op het niveau van X ook Y verhinderd wordt om haar activiteiten verder uit te oefenen, gelet op het feit dat Y haar eigen activiteiten uitbaat in panden die eigendom zijn van vennootschap X.

III.A.3. Strategische overwegingen

Verdere professionalisering (inbreng in Holdco)

50. Een holdingvennootschap biedt de mogelijkheid om alle overkoepelende activiteiten, zoals onder meer boekhouding, administratie, management samen te bundelen binnen Holdco. Op deze manier kan de groep verder geprofessionaliseerd worden (met ongeveer x werknemers vóór de overname van een branchegenoot staat de groep momenteel op een kantelpunt) en kunnen ook de algemene kosten gebundeld en daarna marktconform toegerekend worden aan de verschillende dochtervennootschappen.

51. De aanvrager vermeldt hierbij dat de bedienen die momenteel werkzaam zijn binnen de vennootschappen X en Y (op het gebied van boekhouding, administratie, planning,…) naar de Holdco zouden worden getransfereerd en van daar uit op marktconforme wijze doorgerekend worden aan de operationele vennootschappen in functie van de tijd die zij spenderen aan de betreffende activiteit (meer bepaald de onderscheiden activiteiten van X, Y en Z of de vastgoedactiviteit). Ook de tijd (en de kost) van de heer A zou op deze manier correct kunnen gealloceerd worden aan de verschillende groepsvennootschappen.

52. Door voormelde toerekening van de algemene kosten in het kader van management, administratie, enz… zou in de toekomst een duidelijker beeld moeten gecreëerd worden van de resultaten van elke groepsvennootschap.

Afscheiding vastgoed van de exploitatie in het kader van de eventuele intrede van de kinderen van de heer A in de groep (partiële splitsing naar Newco)

53. Hoewel er op dit moment geen plannen zijn in het kader van de intrede van één van de kinderen, spelen volgens de aanvrager bijkomende strategische overwegingen mee op het vlak van de opvolging en successie :

53.1. hoewel de problematiek van opvolging zich op dit moment nog niet stelt, vermeldt de aanvrager dat de voorgestelde structuur op middellange termijn de intrede van één (of twee) van zijn kinderen in de groep mogelijk maakt. In de mate dat de kinderen al dan niet actief wensen te worden binnen de onderneming kunnen zij op termijn stelselmatig intreden via de operationele vennootschap zonder een bijdrage te moeten leveren voor het onroerend goed;

53.2. via de figuur van Holdco kan nu reeds proactief aan een deel van de latere opvolgingsbekommernis een oplossing geboden worden, door bijvoorbeeld te werken via statutaire zaakvoerders, enz… De partiële splitsing naar Newco zou toelaten om het kind (de kinderen) die actief wensen te worden binnen de groep niet te “bezwaren” met het onroerend goed op het moment van hun eventuele intrede.

54. Hierbij herhaalt de aanvrager dat er momenteel geen sprake is van een eventuele verkoop van de bedrijfsactiviteit of het onroerend goed, noch van de aandelen van de betrokken vennootschappen.

III.A.4. Overtollige liquiditeiten en à posteriori benadering

Overtollige liquiditeiten

55. In het kader van het “Advies meerwaarden op aandelen in toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92” dd. 28 november 2013 zoals terug te vinden op de website van de rulingcommissie, bevestigt de heer A expliciet dat de oprichting van Holdco niet als doel heeft om overtollige liquiditeiten die voorheen werden opgebouwd, en ongeacht waar deze zich bevinden, belastingvrij aan hemzelf uit te keren.

56. Integendeel wordt vermeld dat de liquiditeiten die aanwezig zijn binnen de groep gebruikt zullen worden in het kader van het verrichten van de beschreven bijkomende investeringen.

57. Er werd aan de DVB een overzicht bezorgd van de aanwezige liquiditeiten binnen de groep en welke daarvan aanzien kunnen worden als zijnde “overtollig” en bijgevolg niet onmiddellijk noodzakelijk voor de dagdagelijkse bedrijfsvoering van de vennootschappen X en Y, maar wel noodzakelijk voor de voorgenomen investeringsplannen.

A Posteriori benadering

58. De totaliteit van voormelde liquiditeiten zal aangewend worden voor investeringen in vennootschap Z en – afhankelijk van de uitkomst van de lopende onderhandelingen – hetzij voor de investering in een bedrijfspand, hetzij in het kader van de overname van een branchegenoot door de groep.

59. Er wordt vermeld dat het kapitaal van vennootschap Z stapsgewijs zal verhoogd worden met minstens x EUR, afhankelijk van het tijdstip waarop de investeringen effectief gefinancierd dienen te worden.

60. Verder zal Holdco overgaan tot een kapitaalverhoging binnen de vastgoedvennootschap X-oud van ongeveer x EUR, indien wordt overgegaan tot de aankoop van een bedrijfspand (afhankelijk van de uitkomst van de lopende overnamegesprekken).

61. Indien de overname zou doorgaan zal deze ook via Holdco gefinancierd worden. Ook in dit scenario zal Holdco een dividend van minstens x EUR bekomen vanwege vennootschap X en/of Y ter financiering van de overname van de aandelen, indien voor een aandelentransactie wordt geopteerd. In geval van aankoop van het handelsfonds zal de verrichting direct in hoofde van de operationele vennootschap Y plaatsvinden.

III.A.5. Engagementen in het kader van de partiële splitsing

62. De aanvrager neemt tevens akte van artikel 183bis, WIB 92 en meer in het bijzonder van het “Besluitvormingsschema in het kader van fusie, splitsing, partiële splitsing en inbreng”.

63. Temeer om aan te tonen dat de voorgenomen partiële splitsing van de exploitatieactiviteit vervat in de vennootschap X naar een nieuwe op te richten X-Newco geenszins tot doel of tot hoofddoel heeft om belastingen te ontwijken of te ontduiken, verbindt de heer A zich ertoe de engagementen op te nemen in het geval er geen intentie is tot overdracht aan derden van de aandelen van de betrokken vennootschappen.

64. De heer A engageert zich ertoe om, nadat de partiële splitsing heeft plaatsgevonden, de aandelen van de vennootschappen X-oud, Y, Z of X-Newco op middellange of lange termijn niet te verkopen aan derden.

65. Derhalve merkt de aanvrager op dat tevens Holdco het voorgaande engagement zal opnemen.

66. Verder wordt bevestigd dat de partiële splitsing van vennootschap X in een vastgoedvennootschap en een operationeel bedrijf aanleiding zal geven tot een btw-herziening op de verbeterings- en/of verbouwingswerken in/aan de onroerende goederen die achterblijven in X-oud, rekening houdende met de niet btw belaste verhuur ervan post partiële splitsing.

67. Gelet op het feit dat de onroerende goederen aangekocht werden met toepassing van registratierechten, zal op de aankoop ervan geen btw-herziening doorgevoerd moeten worden.

68. De heer A neemt het engagement op zich alle nodige btw-herzieningen post partiële splitsing door te voeren.

III.B. Inzake de toepassing van artikel 90, 9°, eerst gedachtestreepje, WIB 92

69. Cruciaal acht de aanvrager de vraag of de zogenaamde interne meerwaarden die in casu door hem zullen worden gerealiseerd naar aanleiding van de geplande inbreng van zijn aandelen X, Y en Z in de nieuwe opgerichte Holdco kadert binnen het normaal beheer van een privévermogen, en niet kan beschouwd worden als enige vorm van speculatie en derhalve niet beschouwd zullen worden als een divers inkomen overeenkomstig artikel 90,1°, en 90,9°, WIB 92:

Artikel 90,1°, WIB 92 stelt het volgende : “Diverse inkomsten zijn onverminderd het bepaalde in (artikel 90) 8° en 10°, winst of baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen;”(…)

Artikel 90, 9°, WIB 92 stelt het volgende1 : “Diverse inkomsten zijn meerwaarden op aandelen die zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van die aandelen buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen;” (…)

________

1 Aangepaste wettekst na de Wet houdende wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde het in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17 februari 2005.

70. De aanvrager benadrukt dat de inbreng van hogervermelde aandelen deel uitmaakt van de herstructurering van de groep, die op het volgende gericht is :

70.1. het verrichten en faciliteren van toekomstige investeringen;

70.2. het komen tot een éénheid van beslissingen en leiding;

70.3. het doorvoeren van een verdere professionalisering;

70.4. de uitwerking op termijn van een opvolgingsregeling.

71. Bovenvermelde redenen maken, aldus de aanvrager, dat de voorgestelde transactie in die zin een normaal beheer van privévermogen uitmaakt, waardoor de gerealiseerde interne meerwaarden niet als belastbaar dienen aanzien te worden. In het kader van artikel 90,1°, WIB 92 merkt de aanvrager voorts op dat er in casu geen sprake is van speculatie.

III.C. Inzake de toepassing van artikel 184, WIB 92 (fiscaal gestort kapitaal)

72. Van belang acht de aanvrager tevens of de inbreng van de aandelen in Holdco fiscaal gestort kapitaal uitmaakt :

Artikel 184, WIB 92 stelt het volgende : “Het gestorte kapitaal is het statutaire kapitaal voor zover dat gevormd wordt door werkelijk gestorte inbrengen en voor zover er geen vermindering heeft plaatsgevonden”.

De administratieve commentaar op het WIB 92 (Com. IB 92 184/4) stelt vervolgens : “Bij haar oprichting bestaat het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap uit de inbrengen van haar vennoten of aandeelhouders (in geld, roerende of onroerende goederen, handelsfonds, octrooien, enz.). Wanneer bij die oprichting het geplaatste maatschappelijk kapitaal onmiddellijk wordt volgestort, stemt het gestort kapitaal op dat ogenblik overeen met het maatschappelijk kapitaal.”

73. Logischerwijs dienen de ingebrachte aandelen aldus de aanvrager in hoofde van Holdco als fiscaal gestort kapitaal aanzien te worden.

III.D. Inzake de partiële splitsing

74. Ten slotte is het volgens de aanvrager van cruciaal belang dat de partiële splitsing, waarbij de exploitatieactiviteit vervat in de vennootschap X afgesplitst zal worden naar een nieuw op te richten vennootschap X-Newco, belastingneutraal kan gebeuren zowel op het vlak van directe als indirecte belastingen.

III.D.1. Directe belastingen – inzake de toepassing van 211, §1, WIB 92 (belastingneutraal karakter van de partiële splitsing van de exploitatie)

75. Artikel 211, WIB 92 bepaalt dat :

“§ 1. In geval van fusie, splitsing of met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210, § 1, 1°, en in geval van met splitsing gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210, § 1, 1°bis, :

1° komen de meerwaarden bedoeld in de artikelen 44, § 1, 1°, en 47, die op het ogenblik van de verrichting zijn vrijgesteld, de kapitaalsubsidies bedoeld in artikel 362, die op het ogenblik van de verrichting nog niet als winst worden aangemerkt, alsmede de meerwaarden die naar aanleiding van die verrichting worden verwezenlijkt of vastgesteld, niet in aanmerking voor belastingheffing ingevolge artikel 208, tweede lid, of artikel 209;

2° blijft belastingheffing ingevolge artikel 209 voor het overige achterwege in de mate dat de inbrengen worden vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven, of in de mate dat, in de in § 2, derde lid, bedoelde gevallen, de overnemende of verkrijgende vennootschap de vóór de verrichting bij de overgenomen of gesplitste vennootschap aanwezige vrijgestelde reserves, die niet zijn verbonden aan een buitenlandse inrichting van deze vennootschap gelegen in een Staat waarmee België een overeenkomst ter vermijding van de dubbele belasting heeft ondertekend, overneemt.

In geval van splitsing of met splitsing gelijkgestelde verrichting wordt de in het eerste lid, 2°, bedoelde overname van vrijgestelde reserves beperkt tot het gedeelte van de bij de gesplitste vennootschap aanwezige vrijgestelde reserves dat evenredig is met het gedeelte van de totale fiscale nettowaarde van de gesplitste vennootschap dat is overgegaan naar de overnemende of verkrijgende vennootschap.

Indien de fiscale nettowaarde van de gesplitste vennootschap nul is, is de in het eerste lid, 2°, bedoelde overneming, in afwijking van het vorige lid, beperkt tot het gedeelte van de vrijgestelde reserves van de gesplitste vennootschap dat evenredig is met de fiscale nettowaarde van de actiefbestanddelen van de gesplitste vennootschap die zijn overgegaan naar de overnemende of verkrijgende vennootschap.

Het eerste lid is slechts van toepassing op voorwaarde dat :

1° de overnemende of verkrijgende vennootschap een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap is;

2° de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en, desgevallend, conform vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard die van toepassing zijn op de overnemende of verkrijgende intra-Europese vennootschap;

3° de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis.”

76. Verder stelt artikel 183bis, WIB 92 het volgende :

“Voor de toepassing van de artikelen 45, § 1, eerste lid, 46, § 1, eerste lid, 2°, 95, eerste lid, 211, § 1, eerste lid, en 231, § 2, eerste lid, mag de verrichting niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben.

Wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, kan dit doen vermoeden, behalve het bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft.”

77. Gelet op het feit dat de volledige operationele exploitatieactiviteit (bedrijfstak) vanuit vennootschap X afgesplitst zal worden naar een nieuw op te richten Belgische vennootschap Newco, waarbij deze verrichting zal gebeuren conform het Wetboek Vennootschappen en deze partiële splitsing niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft, is de aanvrager van mening dat de voorgenomen partiële splitsing belastingneutraal kan gebeuren.

78. Hierbij wordt benadrukt dat de voorgenomen partiële splitsing geenszins tot doel heeft om enigerlei optimalisatie op het vlak van fiscale verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen notionele interestaftrek of dergelijke te verwezenlijken. Verder wordt bevestigd dat er binnen de partieel te splitsen vennootschap X geen overgedragen verliezen, investeringsaftrek, notionele intrestaftrek enz… aanwezig zijn.

79. Aan de DVB werd een simulatie voorgelegd van de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal :

79.1. na de geplande inbreng van de aandelen door de heer A in de nieuw op te richten Holdco, zal er in hoofde van de holdingvennootschap in eerste instantie geen aftrek voor risicokapitaal geclaimd kunnen worden. Gelet op het feit dat het bedrag aan financieel vast actief bij inbreng minstens gelijk zal zijn aan het eigen vermogen van de vennootschap zal er geen risicokapitaal van het belastbaar tijdperk voorhanden zijn;

79.2. in hoofde van vennootschap X (na inbreng maar voor splitsing) zal een geraamd bedrag van x EUR aan aftrek voor risicokapitaal in rekening gebracht kunnen worden. Gelet op het winstgevend karakter van de vennootschap zal dit bedrag ook volledig in mindering gebracht kunnen worden van de fiscale winst van de vennootschap, hetgeen geen verschil oplevert met de situatie zoals deze bestond voor inbreng;

79.3. in het geval vennootschap X (na inbreng van de aandelen) gesplitst wordt in X-oud en X-Newco zullen beide vennootschappen in beginsel recht hebben op notionele interestaftrek. X-oud zal in de praktijk geen gebruik kunnen maken van voormelde aftrek aangezien zowel een boekhoudkundig als fiscaal verlies verwacht wordt zolang het gebouw niet volledig afgeschreven is en de financieringslasten (intresten) betaald zijn;

79.4. per saldo zal de voorgenomen partiële splitsing geen nadelig gevolg hebben voor de betrokken groep op het gebied van de aftrek voor risicokapitaal aangezien na de partiële splitsing enkel Newco van de aftrek gebruik zal kunnen maken.

III.D.2. Indirecte belastingen – inzake de toepassing van artikel 11, en 18, §3, WBTW (overdracht van een bedrijfsafdeling)

80. Artikel 11, WBTW stelt het volgende :

“Als levering wordt niet beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.”

81. Hiernaast stelt artikel 18, §3, WBTW het volgende :

§3. Als diensten worden niet beschouwd de in §1 bedoelde handelingen die, bij de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, onder de voorwaarden van artikel 11 worden verricht.

82. De vrijstelling van de artikelen 11, en 18, §3, WBTW kan naar de mening van de aanvragers worden genoten aangezien de partieel af te splitsen activiteit de inbreng omvat van een geheel van goederen die door de inbreng verkrijgende vennootschap zullen worden aangewend voor het uitvoeren een 100% btw-plichtige activiteit. De inbreng omvat in het bijzonder een bedrijfstak die vanuit technisch oogpunt een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormt (K.B. 18 juli 1972, art. 1) dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

IV. Beslissing

IV.A. Inzake de toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 (inbreng van aandelen)

83. De geplande inbreng door de aanvrager van de aandelen X, Y en Z in de nieuw op te richten holding, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

84. De aandelen van de betrokken vennootschappen behoren tot het privévermogen van de aanvrager.

85. De geplande overdracht kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 :

85.1. de in te brengen aandelen zijn sinds geruime tijd in het bezit van de aanvrager;

85.2. het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

85.3. de geplande inbreng kadert in het creëren van een nieuwe structuur teneinde de groei en nieuwe toekomstvisie van de betrokken vennootschappen niet te belemmeren;

85.4. door het centraliseren van de aandelen zullen bijkomende investeringen (zowel in het kader van de opstart van een nieuw project en de uitbouw van een eigen merk, als voor de verwerving van onroerend goed) en mogelijke overnames op een efficiëntere manier kunnen plaatsvinden;

85.5. de nieuwe holding zal als financierings- en overnamevehikel kunnen fungeren en vergemakkelijkt het regelen van de familiale opvolging en successie;

85.6. voor de waardering van de in te brengen aandelen zal een verslag worden opgemaakt door een externe bedrijfsrevisor; een kopie ervan zal onmiddellijk na de verrichting aan de lokale controlediensten van de aanvrager worden overgemaakt;

85.7. de meerwaarde die bij de overdracht van de aandelen wordt gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

86. De DVB neemt kennis van de in randnummers 55 t.e.m. 61 aangehaalde motivering inzake de aanwezige liquide middelen binnen de groepsvennootschappen en verwijst hiervoor naar randnummer 118 hierna.

IV.B. Inzake de toepassing van artikel 184, WIB 92 (fiscaal gestort kapitaal)

87. Het kapitaal dat wordt gevormd door de inbreng in natura van de aandelen X, Y en Z in de nieuw op te richten holdingvennootschap wordt beschouwd als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184, WIB 92.

IV.C. Inzake de toepassing van artikel 211, §1, WIB 92 (belastingneutraal karakter van de partiële splitsing)

88. Vennootschap X heeft naast haar specifieke exploitatieactiviteiten tevens alle onroerende goederen van de groep, die hetzij worden gebruikt door vennootschap X, vennootschap Y, hetzij worden verhuurd aan derden.

89. De partiële splitsing van vennootschap X kadert binnen een herstructurering die erop is gericht om een transparante structuur te bekomen waarbij de onderscheiden activiteiten binnen de groep, elk in een afzonderlijke exploitatievennootschap zullen ondergebracht zijn en waarbij het vastgoedpatrimonium van de groep zal worden aangehouden door een afzonderlijke vennootschap, die ook de toekomstige vastgoedinvesteringen voor haar rekening zal nemen.

90. Door de voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X, waarbij de exploitatieactiviteit wordt overgedragen aan Newco zal het (professioneel gebruikt) onroerende goed achterblijven in de vastgoedvennootschap en zullen de activiteiten van de groep worden ondergebracht in (drie) afzonderlijke exploitatievennootschappen. De aanvrager heeft bevestigd dat enkel specifiek aan de bedrijfsactiviteit gelieerde schulden mee zullen overgaan.

91. De afzondering en centralisatie van het vastgoed in één enkele vennootschap zonder vermenging met de exploitatierisico’s van de activiteiten, zal er toe leiden dat gemakkelijker kredieten kunnen worden aangetrokken voor toekomstige vastgoedinvesteringen.

92. Na de partiële splitsing zal een marktconforme huur worden aangerekend door de vastgoedvennootschap X-oud aan de exploitatie-vennootschappen X-Newco, Y en Z voor het gebruik van de exploitatiegebonden onroerende goederen.

93. De partieel te splitsen vennootschap beschikt niet over fiscaal overdraagbare bestanddelen. De verrichting houdt bijgevolg dan ook geen optimalisatie in op het vlak van de overgedragen fiscale bestanddelen.

94. De partiële splitsing brengt op groepsniveau geen voordeel met zich mee op het vlak van de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal.

95. De aanvrager heeft bevestigd dat de eigen vermogensbestanddelen van de partieel te splitsen vennootschap zullen worden verdeeld overeenkomstig de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 213, WIB 92 en de administratieve commentaar terzake.

96. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

97. De verkrijgende vennootschap Newco zal een binnenlandse vennootschap zijn.

98. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing zal plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

99. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, 4e lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

IV.D. Inzake de toepassing van artikel 11, en 18, §3, WBTW (overdracht van een bedrijfsafdeling)

100. Overeenkomstig artikel 11, WBTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, WBTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

101. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

102. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

103. De artikelen 11 en 18, § 3, WBTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

104. Naar aanleiding van de hierboven beschreven verrichting wordt de operationele activiteit van vennootschap X partieel afgesplitst naar een nieuwe Belgische vennootschap X-Newco.

105. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt dat alle activa en passiva die tot de operationele activiteit behoren - o.a. immateriële en materiële vaste activa, voorraden, handelsvorderingen, geldbeleggingen en liquide middelen, eigen vermogen, schulden en het personeel – zullen worden afgesplitst naar de nieuwe Belgische vennootschap X-Newco.

106. Het betreft de partiële splitsing van een activiteit welke kan worden beschouwd als een reeds bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen reeds autonoom functioneert en bij de overnemende vennootschap, X - Newco, ook autonoom zal kunnen functioneren. De ingebrachte activiteit is bijgevolg te beschouwen als een bedrijfsafdeling.

107. Zowel de overdragende vennootschap X als de overnemer X-Newco zijn btw-belastingplichtigen die de btw, indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, zouden kunnen aftrekken.

108. De hierboven beschreven partiële splitsing van de operationele activiteit van vennootschap X naar X-Newco dient derhalve te gebeuren met toepassing van artikel 11, en 18, §3, WBTW.

109. Zoals uit randnummer 68 blijkt, zal aanvrager alle nodige btw-herzieningen n.a.v. deze verrichting doorvoeren.

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV, beslist het College van de DVB in zitting van 26 mei 2015 dat :

110. de inbreng door de aanvrager van zijn aandelen X, Y en Z in een nieuw op te richten holdingvennootschap, beschouwd kan worden als een normale verrichting van beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde niet zal belast worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92;

111. de hogervermelde inbreng van de aandelen X, Y en Z in hoofde van de holdingvennootschap fiscaal gestort kapitaal uitmaakt in de zin van artikel 184, WIB 92;

112. de voorgelegde partiële splitsing van vennootschap X kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92;

113. de hierboven beschreven partiële splitsing van de operationele activiteit van de vennootschap X naar Newco dient te gebeuren met toepassing van artikel 11 en 18, §3, WBTW.

114. De aandacht wordt erop gevestigd dat het boekhoudkundig retroactiviteitsbeding inzake de vennootschapsbelasting slechts kan worden aanvaard wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule :

114.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt; en

114.2. een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

115. De aandacht wordt erop gevestigd dat de DVB zich met deze beslissing niet uitspreekt over het marktconforme karakter van de huurprijs van de onroerende goederen (zie randnummer 25.5 en 92).

116. Onderhavige beslissing inzake de inbreng van aandelen is slechts geldig voor zover de verslagen van de bedrijfsrevisor waaruit de waarde van de aandelen X, Y en Z blijkt op het ogenblik van de inbreng, zullen worden overgemaakt aan de lokale controleur van de aanvrager. Er werden aan de DVB geen ontwerpverslagen voorgelegd, bijgevolg behelst voorliggende beslissing geen uitspraak over de waardering van de aandelen.

117. De aandacht wordt erop gevestigd dat de beslissing inzake de inbreng van aandelen slechts geldig blijft voor zover de inbrengverrichting plaatsvindt binnen de periode van één jaar vanaf de datum van de voorafgaande beslissing.

118. Onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummers 41, 62 t.e.m. 68, niet uit over de mogelijke toepassing van de antimisbruikbepalingen (artikel 183bis, WIB 92, artikel 344, § 1, WIB 92) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van aandelen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen of een latere kapitaalvermindering door de holdingvennootschap.

Textes cités

7