Impôt des sociétés, fusion fiscalement neutre, fusion par absorption · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2014.629 23 décembre 2014

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, fusion fiscalement neutre, fusion par absorptionimpôt des sociétés - fusion fiscalement neutre - fusion par absorption - évasion fiscale - fraude fiscale - mesure anti-abus de droit - précompte mobilier - acquisition de ses propres actions - taxe sur la valeur ajoutée - universalité de biens

https://juriel.be/fr/rulings/2014-629-impot-societes-fusion-fiscalement-neutre-ce97

Numéro
2014.629
Date
23 décembre 2014

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

207 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Impôt des sociétés

Fusion par absorption fiscalement neutre · Des motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Mesure anti-abus · Précompte mobilier · Acquisition d’actions propres · Impôt sur la valeur ajoutée · Universalité de biens

Résumé

Les fusions par laquelle la société A absorbe successivement sa société-mère B et sa société grand-mère C, et qui tendent à regrouper leurs activités complémentaires dans une même entité, répondent à ce qui est stipulé à l'article 183bis, CIR92 et peuvent avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visée à l'article 211, § 1er, CIR92.

L'annulation, par la société A, des actions propres reçues suite aux fusions susmentionnées, donne lieu à un dividende exonéré du précompte mobilier conformêment à l'article 264, premier alinéa, 2°, CIR92.

Les actes juridiques successifs choisis (fusions et vente préalable d'actions, apport préalable d'actions) forment un choix logique pour atteindre le but envisagé et ont été suffisamment justifiés par des motifs autres que la volonté d'éviter l'impôt sur les revenus au sens de l'article 344, § 1er, troisième alinéa, CIR92.

Les fusions doivent avoir lieu en application des articles 11 et 18, §3, du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat :

1.1 de voorgenomen dochter-moederfusie tussen A en B niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft zoals bedoeld in artikel 211, §1, vierde lid, 3° en artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en bijgevolg vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting op fiscaal neutrale wijze kan worden verwezenlijkt;

1.2 elk dividend dat uit deze dochter-moederfusie tussen A en B zou voortvloeien, vrijgesteld is van roerende voorheffing in overeenstemming met artikel 264, eerste lid, 2°, WIB 92;

1.3 de voorgenomen dochter-moederfusie tussen A en C niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft zoals bedoeld in artikel 211, §1, vierde lid, 3° en artikel 183bis, WIB 92 en bijgevolg de verrichting vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting op fiscaal neutrale wijze kan worden verwezenlijkt;

1.4 elk dividend dat uit deze dochter-moederfusie tussen A en C zou voortvloeien, vrijgesteld is van roerende voorheffing in overeenstemming met artikel 264, eerste lid, 2°, WIB 92;

1.5 zowel de beoogde als voorafgaande transacties (zijnde enerzijds de beoogde dochter-moederfusies tussen A en B en A en C, en anderzijds de voorafgaande verkoop van de aandelen in D aan A en de inbreng van de B-aandelen in C) als het geheel en de beschreven volgorde van al deze transacties, overwegend steunen op "andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen" in de zin van artikel 344, §1, derde lid WIB 92; en

1.6 beide fusies kwalificeren als een overdracht van een algemeenheid van goederen en diensten zoals bedoeld in de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvrager

II.A. Beschrijving van betrokken entiteiten en hun activiteiten

II.A.1 De groep Q

2. De Q groep is een succesvolle speler op de markt K. Intussentijd heeft deze groep een uitstekende reputatie opgebouwd wat betreft kwaliteit en service. Deze ondernemingsgroep is afkomstig uit België.

3. De Q groep heeft productie-ondernemingen in België en stelt personeel te werk.

4. A produceert en verkoopt producten K. Een groot deel van de aan- en verkoopverrichtingen gebeurt intra-groep tussen de drie Belgische Q entiteiten (zie verder hieronder).

5. In het verleden verwierf de groep P de Q groep waarbij een entiteit van de groep P uit het buitenland (F) is gebruikt als (voornaamste) acquisitievehikel om de aandelen in de vennootschappen C, B (minderheidsparticipatie), D en E te verwerven.

6. Op het niveau van de Belgische entiteiten bevinden zich geen acquisitieschulden, noch uit de acquisitie door P, noch ten gevolge van eerdere acquisities. De aanvrager verwijst in dit verband naar de laatste jaarrekeningen van A, B en C waaruit blijkt dat in de schuldenrekeningen geen intra-groep en externe schulden zijn opgenomen, met uitzondering van rekening courant-verhoudingen die betrekking hebben op de intra-groep aan- en verkoopverrichtingen (zoals verder toegelicht).

7. De aanvrager bezorgde een organogram van de huidige vereenvoudigde Belgische groepsstructuur.

8. A, B en C zijn geregistreerd voor BTW-doeleinden.

II.A.2 A

9. A is de grootste onderneming van de Q groep, zowel wat productie betreft als investeringen. A verkoopt haar producten zowel intra-groep als aan derden en heeft een zeer groot klantenbestand in vergelijking met de andere ondernemingen uit de Q groep.

10. A stelt personeel tewerk.

II.A.3 B

11. B is een kleinere onderneming binnen de Q groep en houdt zich bezig met de productie van producten K.

12. B verkoopt afgewerkte producten K aan A. Ook rekent B kosten door aan A die betrekking hebben diensten geleverd aan A. Tenslotte ontvangt B ook een maandelijkse rente van A voor de verhuur van een machine1.

________

1 Aanvrager bezorgde een overzicht van de intra-groep transacties.

13. B stelt personeel tewerk.

II.A.4 C

14. C is de aankoopentiteit binnen de groep die de grondstoffen aankoopt van handelaars en andere vennootschappen. Ze verkoopt de grondstoffen vervolgens aan A en B voor verdere productie, en ook beperkt aan derden2.

________

2 Aanvrager bezorgde een overzicht van de intra-groep transacties.

15. C stelt momenteel geen personen te werk.

II.A.5 D

16. D is een Belgische vastgoedvennootschap die een 100%-dochteronderneming van A is. Deze vennootschap kan echter geen onderdeel zijn van het beoogde integratieproces binnen de Q groep omwille van haar financieringscontract van onroerende leasing (zie infra).

II.A.6 Activiteiten van A in het buitenland ("foreign subs")

17. Naast D heeft A ook enkele buitenlandse dochtervennootschappen. Deze dochterondernemingen zijn hoofdzakelijk verkoopsfilialen die slechts enkele personen te werk stellen voor marketingdoeleinden.

II.B. Beschrijving van de verrichting

18. De groep P wil de huidige juridische structuur van de Q groep vereenvoudigen door het verenigen van A, B en C door middel van twee opeenvolgende dochter-moederfusies. Het vooropgestelde resultaat is dat A de overblijvende entiteit zal zijn.

19. De aanvrager bezorgde een schema van de integratieplannen van de Q groep.

II.B.1 Voorafgaande transacties

Stap 1

20. In een eerste stap heeft F de aandelen in D verkocht aan A (reeds doorgevoerd).

Stap 2

21. In een tweede stap heeft F haar minderheidsparticipatie in B overgedragen aan C door middel van een inbreng in natura in ruil voor aandelen (reeds doorgevoerd).

II.B.2 Beoogde transacties

Stap 3

22. In een derde stap is beoogd dat B zal opgaan in A door middel van een dochter-moederfusie.

23. Momenteel bezit B 99,99% van de aandelen in A. Het is hierbij de intentie om het ene aandeel, dat nog wordt aangehouden door C, over te dragen vóór de beoogde fusies (dus tijdens de retroactiviteitsperiode) zodat B 100% van de aandelen in A zal bezitten en bijgevolg een 100% dochter-moederfusie kan plaatsvinden.

24. De verrichting zal worden verwezenlijkt met retroactiviteit voor boekhoudkundige en fiscale doeleinden van maximaal 7 maanden.

Stap 4

25. Tenslotte is beoogd dat in een vierde stap C zal opgaan in A door middel van een tweede dochter-moederfusie.

26. Momenteel bezit F 99,99% van de aandelen in C. Het is hierbij de intentie om het ene aandeel, dat nog wordt aangehouden door B, over te dragen vóór de beoogde fusies (dus tijdens de retroactiviteitsperiode) zodat F 100% van de aandelen in C zal bezitten en bijgevolg een 100% dochter-moederfusie kan plaatsvinden.

27. De verrichting zal worden verwezenlijkt met retroactiviteit voor boekhoudkundige en fiscale doeleinden van maximaal 7 maanden.

D en entiteiten van de groep P niet betrokken bij fusies

28. D maakt geen deel uit van de vooropgestelde fusies aangezien zij hiervoor haar financieringscontract met het bankenconsortium zou moeten hernegociëren, wat niet wenselijk is. Overeenkomstig dit contract is het D immers niet toegestaan deel uit te maken van een fusieverrichting, splitsing, inbreng of overdracht van een algemeenheid of een bedrijfstak (hetgeen is opgenomen als uitdrukkelijk ontbindend beding in het contract).

29. De doelstelling van de beoogde transacties is om enkel de vennootschappen uit de Q groep te integreren. De vennootschap(pen) van de groep P zullen van deze transacties geen deel uitmaken. Immers, het is de intentie van de groep P om de twee verschillende merknamen (P en Q) te behouden omdat beiden een andere waarde hebben op de markt. Waar de merknaam "P" kan beschouwd worden als een premium brand of een merknaam met een tastbare of denkbeeldige meerwaarde in de bovenste midden- tot hoge prijsklasse, is de merknaam "Q" eerder bekend in de lagere niche. Daarnaast hebben beide groepen ook een grotendeels verschillende klantenportefeuille.

30. Bovendien beschikt de Belgische vennootschap M (onderdeel van de groep P) over slechts één productie entiteit in België. Rekening houdend met het feit dat deze Belgische vennootschap niet rechtstreeks onder F hangt (in tegenstelling tot de Belgische Q groep), zou een integratie van deze Belgische vennootschap met de Q entiteiten complexer zijn. Bijgevolg wordt niet beoogd om deze P entiteit te betrekken in de vooropgestelde integratie in België.

III. Motivering van de aanvraag door de aanvrager

III.A. Artikel 183bis, WIB 92

III.A.1 Wettelijke bepalingen

29. Overeenkomstig artikel 211, §1, 4e lid, WIB 92 kan een fusie op fiscaal neutrale wijze worden verwezenlijkt indien voldaan is aan de volgende drie voorwaarden:

- de overnemende entiteit is een Belgische of intra-Europese vennootschap;

- de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het W. Venn. en de analoge vennootschapsrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de andere EU-lidstaat; en

- de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

30. Wat de eerste voorwaarde betreft: A (zijnde de overnemende entiteit) is een vennootschap met fiscale zetel in België. Bovendien zullen de dochter-moederfusies worden uitgevoerd in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. Aangezien de eerste fusie zal worden uitgevoerd in overeenstemming met het Belgische vennootschapsrecht, zullen alle activa en passiva van B in de boeken van A worden opgenomen tegen boekwaarde (boekhoudkundige continuïteit in overeenstemming met Belgische boekhoudnormen). Aangezien de tweede fusie zal worden uitgevoerd in overeenstemming met het Belgische vennootschapsrecht, zullen alle activa en passiva van C in de boeken van A worden opgenomen tegen boekwaarde (boekhoudkundige continuïteit in overeenstemming met Belgische boekhoudnormen). Derhalve is voor beide fusies voldaan aan de eerste twee voorwaarden voor een fiscaal neutrale fusie.

31. Hierna motiveert de aanvrager dat de antimisbruikbepaling van artikel 183bis WIB 92 in acht genomen is en dat de dochter-moederfusies bijgevolg vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting op fiscaal neutrale wijze kunnen worden verwezenlijkt.

III.A.2 Zakelijke overwegingen

32. De aanvrager stelt dat de zakelijke overwegingen voor de dochter-moederfusie tussen B en A gelijkaardig zijn aan de zakelijke overwegingen in het kader van de dochter-moederfusie tussen A en C, gelet op het feit dat (i) de drie Belgische Q entiteiten actief zijn in dezelfde sector en gelijkaardige activiteiten hebben en (ii) beide fusies een onderdeel zijn van hetzelfde integratieproces en dus dezelfde zakelijke overwegingen hebben.

Vereenvoudiging van de Q groep

33. Door de geplande dochter-moederfusies zal het aantal juridische entiteiten dalen van drie naar één waardoor de juridische structuur van de groep meer in overeenstemming zal zijn met de huidige operationele structuur. Het is namelijk zo dat de drie entiteiten van de Q groep deel uitmaken van dezelfde activiteit en hierdoor ook worden geleid als één bedrijf. Het is hierbij ook de bedoeling dat F de enige en directe aandeelhouder wordt van A na het beoogde integratieproces.

Kostenverlaging

34. Aangezien A actief is in een bedrijfssector met een relatief lage winstmarge, zal de integratie van B en C in A bijdragen tot het concurrentievermogen van de Q groep. Door de integratie van de verschillende Q entiteiten in één entiteit, zullen de volgende activiteiten geconsolideerd worden :

- orderinvoer;

- facturatie aan de klant;

- het opzetten en onderhouden van kredietlimieten;

- het opnemen, bijhouden en verzamelen van rekening-courantvorderingen;

- het opstellen en in stand houden van prijzen, kortingen en vergoedingen;

- de inkoop, productieplanning en voorraadbeheer;

- het beheer van cash pools en bankrekeningen;

- één sluiting op het einde van de maand voor de boekhoudkundige rapportering;

- het vermijden van intra-groep facturatie;

- implementatie van de standaard systeem-upgrades;

- het ontwikkelen, testen en in productie nemen van systeemverbeteringen;

- het verbeteren van interne controles (zowel automatische en handmatige controles), met inbegrip van voortdurende verbeteringen.

35. Dit zal A in staat stellen om kosten te verlagen en om de activiteiten beter te beheren.

Verbetering van het besluitvormingsproces

36. De vooropgestelde integratie zal het besluitvormingsproces verbeteren aangezien het (i) A in staat zal stellen efficiënter te rapporteren wat betreft managementverslagen met betrekking tot financiën en verkoop en (ii) het vermogen zal verbeteren om financiële analyses en beslissingen uit te voeren.

Verbetering van corporate governance

37. De integratie zal het bestuur van de operationele vennootschap verbeteren aangezien de focus zal liggen op het besturen van één entiteit, waar nu de tijd en de aandacht van het management moet worden verdeeld over drie entiteiten. Dit zal onder meer invloed hebben op de volgende domeinen:

- compliance reduction : het naleven van alle toepasselijke regelgeving zal door de beoogde transacties vergemakkelijkt worden;

- de bij wet bepaalde financiële verslaggeving;

- belastingaangiftes;

- het Consolidation Pack reporting to Corporate;

- slechts één entiteit zal jaarlijks door een externe commissaris geauditeerd moeten worden.

Specifieke voordelen gerelateerd aan de richting van de fusie (dochter-moeder)

38. Aangezien A veruit de grootste vennootschap is van de drie groepsentiteiten, zou het administratief gezien heel belastend zijn om de fusie uit te voeren in de andere richting (o.a. de verandering van BTW-nummer, de implicaties voor handelscontracten, werknemers, licenties,...). A heeft de belangrijkste functie binnen de Q groep op zich genomen. Hierover is in het verleden indirect een ruling verleend. In tegenstelling tot A, zijn B en C niet gekend bij het grote Belgische publiek ('B' en "C" zijn ook geen merknaam, dit in tegenstelling tot "A").

Bijkomende opmerkingen

39. In dit verband bevestigt de groep dat het management met de beoogde integratie van de twee entiteiten niet de intentie heeft om een negatief effect te hebben op de tewerkstelling in haar geheel.

40. Door de integratie van de verschillende entiteiten binnen de Q groep, zullen minder intra-groep transacties nodig zijn.

III.A.3 Boekhoudkundige en fiscale aspecten

De voorgenomen dochter-moederfusie tussen A & B

41. In de statutaire jaarrekening van A zullen de A-aandelen (na de fusie) worden geboekt als eigen aandelen. A zal op het moment dat de fusie wordt doorgevoerd haar eigen aandelen onmiddellijk vernietigen en ze voor eenzelfde bedrag afzetten tegen de belaste reserves. Deze boeking (d.i. debit beschikbare reserves, credit financieel vaste activa) zal niet tot uitdrukking komen in de resultatenrekening.

42. Aangezien de fusie op fiscaal neutrale wijze zal plaatsvinden, zullen alle activa en passiva van B aan A worden overgedragen tegen hun huidige boekwaarde (neutraliteit voor de vennootschapsbelasting). De vernietiging van de eigen aandelen die A als gevolg van de fusie ontvangt gebeurt in de fusieakte. Vanuit een belastingtechnisch perspectief zal de vernietiging van eigen aandelen de volgende mutaties meebrengen in de aangifte in de vennootschapsbelasting van A :

- de belastbare basis van A zal worden verhoogd met het gedeelte van het gerevaloriseerde gestort kapitaal dat overeenkomt met de vernietigde aandelen (d.w.z. door toevoeging van dit bedrag aan de belaste reserves geïncorporeerd in het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap);

- de belastbare basis van A zal worden verhoogd door de fiscale dividenduitkering; en

- de twee hierboven vermelde verhogingen van de belastbare basis zullen worden gecompenseerd met een vermindering van de beschikbare reserves.

43. A en B beschikken niet over overgedragen fiscale verliezen, overgedragen notionele interestaftrek, overgedragen investeringsaftrek of DBI-overschotten.

44. De dochter-moederfusie zal in principe geen impact hebben op de NIA-basis van A. De verklaring hiervoor is dat de vermindering van het eigen vermogen volgend op de vernietiging van eigen aandelen na een dochter-moederfusie overeenkomt met de boekwaarde (bepaald volgens Belgische boekhoudnormen) die de aandelen van A voordien in hoofde van B hadden.

45. De belastingvrije reserves van A hebben voornamelijk betrekking op gespreid te belaste meerwaarden die onder andere zijn verwezenlijkt op terreinen en bedrijfsgebouwen en waarvoor er herbeleggingen zijn gebeurd. De aanvrager bezorgde een gedetailleerd overzicht.

46. De belastingvrije reserves van B hebben volledig betrekking op gespreid te belaste meerwaarden die onder andere zijn verwezenlijkt op terreinen en bedrijfsgebouwen en waarvoor er herbeleggingen zijn gebeurd. De aanvrager bezorgde een gedetailleerd overzicht.

De voorgenomen dochter-moederfusie tussen A en C

47. In de statutaire jaarrekening van A zullen de A-aandelen (na de fusie) worden geboekt als eigen aandelen. A zal op het moment dat de fusie wordt doorgevoerd haar eigen aandelen onmiddellijk vernietigen en ze voor eenzelfde bedrag afzetten tegen de belaste reserves. Deze boeking (d.i. debit beschikbare reserves, credit financieel vaste activa) zal niet tot uitdrukking komen in de resultatenrekening.

48. Aangezien de fusie op fiscaal neutrale wijze zal plaatsvinden, zullen alle activa en passiva van C aan A worden overgedragen tegen hun huidige boekwaarde (neutraliteit voor de vennootschapsbelasting). De vernietiging van de eigen aandelen die A als gevolg van de fusie ontvangt gebeurt in de fusieakte. Vanuit een belastingtechnisch perspectief zal de vernietiging van eigen aandelen de volgende mutaties meebrengen in de aangifte in de vennootschapsbelasting van A :

- de belastbare basis van A zal worden verhoogd met het gedeelte van het gerevaloriseerd gestort kapitaal dat overeenkomt met de vernietigde aandelen (d.w.z. door toevoeging van dit bedrag aan de belaste reserves geïncorporeerd in het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap);

- de belastbare basis van A zal worden verhoogd door de fiscale dividenduitkering; en

- de twee hierboven vermelde verhogingen van de belastbare basis zullen worden gecompenseerd doordat de beschikbare reserves verminderen.

49. De dochter-moederfusie zal in principe geen impact hebben op de NIA-basis van A. De verklaring hiervoor is dat de vermindering van het eigen vermogen volgend op de vernietiging van eigen aandelen na een dochter-moederfusie overeenkomt met de boekwaarde (bepaald volgens Belgische boekhoudnormen) die de aandelen van A voordien in hoofde van C hadden.

50. C beschikt niet over overgedragen fiscale verliezen, overgedragen notionele interestaftrek, overgedragen investeringsaftrek of DBI-overschotten.

51. C beschikt niet over belastingvrije reserves.

III.B. Roerende voorheffing

52. De aanvrager stelt dat ten gevolge van de beoogde fusies en meer specifiek de vernietiging van de eigen aandelen van A, er een fiscale dividenduitkering zal plaatsvinden ten belope van de fiscale waarde van de eigen aandelen en het gedeelte van het gerevaloriseerde gestorte kapitaal dat de verkregen aandelen vertegenwoordigen (artikel 186 WIB 92).

53. Aangezien de fusies vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting fiscaal neutraal zijn, zal volgens de aanvrager in overeenstemming met artikel 264, eerste lid, 2° WIB 92 op deze dividenduitkering geen roerende voorheffing verschuldigd zijn.

III.C. BTW

De voorgenomen dochter-moederfusie tussen A & B

54. De fusie valt buiten de werkingssfeer van de BTW aangezien ze kwalificeert als een niet-levering in de zin van de artikelen 11 en 18, §3 W.BTW, rekening houdend met de volgende drie elementen:

- de overdrager (d.i. B) kwalificeert als een BTW-plichtige;

- de verkrijgende vennootschap (d.i. A) kwalificeert als een BTW-plichtige met een recht op aftrek van input-BTW; en

- alle activa en passiva worden naar aanleiding van de dochter-moederfusie overgedragen.

De voorgenomen dochter-moederfusie tussen A en C

55. De fusie valt buiten de werkingssfeer van de BTW aangezien ze kwalificeert als een niet-levering in de zin van de artikelen 11 en 18, §3 W.BTW, rekening houdend met de volgende drie elementen:

- de overdrager (d.i. C) kwalificeert als een BTW-plichtige;

- de verkrijgende vennootschap (d.i. A) kwalificeert als een BTW-plichtige met een recht op aftrek van input-BTW; en

- alle activa en passiva worden naar aanleiding van de dochter-moederfusie overgedragen.

III.D. Artikel 344, §1, WIB 92 - de algemene antimisbruikbepaling

III.D.1 Wettelijke bepalingen

56. Met betrekking tot de algemene antimisbruikbepaling zoals verwoord in artikel 344, §1 WIB 92, wordt "fiscaal misbruik” omschreven als volgt :

- een verrichting waarbij de belastingplichtige zichzelf, in strijd met de doelstellingen van een bepaling van het Wetboek Inkomstenbelastingen of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of

- een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van het Wetboek Inkomstenbelastingen of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

57. In het voorliggende geval is het volgens de aanvrager duidelijk dat de fusies, de voorafgaande verkoop van de aandelen in D aan A, de inbreng van de B-aandelen in C en het geheel van de transacties - in het licht van de hierboven beschreven feiten en omstandigheden - ingegeven zijn door andere motieven dan belastingontduiking in de zin van artikel 344, §1 WIB 92.

III.D.2 Toepassing op de beoogde dochter-moederfusies

58. De vooropgestelde transacties (d.w.z. de dochter-moederfusie tussen B en A, gevolgd door de dochter-moederfusie tussen C en A) zijn duidelijk niet ingegeven door fiscale motieven, maar door gefundeerde zakelijke motieven. De aanvrager verwijst hiervoor naar wat onder titel III.A. 2 werd beschreven.

59. Om de hierboven aangegeven redenen kunnen de vooropgestelde transacties niet beschouwd worden als fiscaal misbruik in de zin van de algemene antimisbruikbepaling.

III.D.3 Toepassing op de transacties voorafgaand aan de beoogde moeder-dochterfusies

60. Zoals eerder gemeld, heeft F de aandelen in D verkocht aan A in een eerste voorafgaande stap en in een tweede voorafgaande stap heeft F de minderheidsparticipatie in B overgedragen aan C door middel van een inbreng in natura in ruil voor aandelen van C.

61. Deze twee transacties kaderen eveneens in het beoogde project om de Q groep te vereenvoudigen en te integreren. In het bijzonder zijn deze transacties bedoeld om de geplande fusies te vergemakkelijken:

- Stap 1 : de achterliggende doelstelling bij de eerste voorafgaande transactie was het centraliseren van alle activiteiten van de Q groep onder A als belangrijkste entiteit. Hiertoe behoort ook het onroerend goed dat eigendom is van D en dat gebruikt wordt door A in het kader van de productie K. De overdracht van D aan A heeft plaatsgevonden door middel van een verkoop, zodat D een 100%-dochter kon worden van A en tegelijkertijd A volledig door B kon worden blijven aangehouden. Indien D echter via een inbreng in A door F zou zijn overgedragen, zou F aandelen in A hebben ontvangen, wat niet wenselijk was gelet op de doelstelling van het uitvoeren van een 100% dochter-moederfusie.

- Stap 2 : de achterliggende doelstelling van de tweede voorafgaande transactie was het verenigen van alle B-aandelen bij C teneinde een 100% dochter-moederfusie door te voeren (hetgeen minder complex is). Daarenboven merkt de aanvrager op dat deze transactie niet vroeger kon plaatsvinden aangezien de groep P, ten gevolge van het onderhandelingsproces (competitief bieden tegen andere kandidaten), de structuur van de Q groep diende over te nemen zoals deze bestond (de verkoper drong hierop aan). Geen alternatieve vereenvoudigde structuur kon worden voorgesteld zonder het welslagen van de onderhandelingen in gevaar te brengen.

62. Wat betreft de A-aandelen is gepland dat het ene aandeel dat aangehouden wordt door C (cfr. supra), overgedragen zal worden vóór de beoogde fusies.

63. Wat betreft de C-aandelen is gepland dat het ene aandeel dat aangehouden wordt door B (cfr. supra), overgedragen zal worden vóór de beoogde fusies.

64. Verder merkt de aanvrager op dat de voorafgaande transacties duidelijk niet waren ingegeven door fiscale motieven, aangezien:

- Stap 1 : De eerste transactie een negatieve impact had op de NIA (de NIA-basis bij A is verminderd met de aanschaffingswaarde van de aandelen in D) en er geen aftrekbare interestkosten zijn gecreëerd daar de transactie volledig is gefinancierd met liquide middelen.

- Stap 2 : De tweede transactie volledig neutraal was ten opzichte van de NIA (het eigen vermogen werd verhoogd met de waarde van de participatie in B doch de NIA-basis diende hiermee verminderd te worden).

65. Op basis van de hierboven beschreven zakelijke motieven en gelet op het ontbreken van fiscale motieven, meent de aanvrager dat de voorafgaande transacties niet beschouwd worden als zijnde fiscaal misbruik in de zin van de algemene antimisbruikbepaling.

IV. Beslissing

IV.A. Inzake de vennootschapsbelasting

IV.A.1 Wat betreft de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 op de fusies

66. De Q groep is één van de grotere spelers binnen Europa in de sector K. De groep werd overgenomen door de groep P. Een entiteit van de groep P uit het buitenland ("F") verwierf toen de aandelen C, B (participatie), D en E.

67. In een eerste stap heeft F de aandelen in D verkocht aan A en in een tweede stap heeft F haar deelneming in B overgedragen aan C door middel van een inbreng in natura in ruil voor aandelen.

68. Als gevolg van de verrichtingen als vermeld in randnummers 68 en 69 en de toekomstige aandelenoverdrachten als vermeld in randnummers 64 en 65 zal F alle aandelen van C aanhouden, die op haar beurt 100 % van de aandelen van B zal bezitten. B zal op haar beurt alle aandelen van A aanhouden.

69. A is de grootste onderneming van de Q groep. A en B zijn de twee Belgische productie-entiteiten van de groep. C is de aankoopentiteit van de groep Q. Ze koopt de grondstoffen aan en verkoopt ze vervolgens verder aan A en B, en in mindere mate aan derden.

70. De groep P wil de huidige juridische structuur van de Q groep vereenvoudigen door het verenigen van de complementaire activiteiten van A, B en C in één entiteit. Om die reden zullen achtereenvolgens B en C door middel van opeenvolgende fusies worden overgenomen door hun dochtervennootschap A. Na doorvoering van de fusies zal A rechtstreeks worden aangehouden door F. Door deze fusies zullen de talrijke intragroepsfacturaties tussen de drie vennootschappen komen te vervallen, hetgeen de efficiëntie zal doen toenemen.

71. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusieverrichtingen geen impact zullen hebben op de tewerkstelling.

72. De aanvragers hebben aangetoond dat de fusies niet fiscaal geïnspireerd zijn :

72.1 de fusies brengen voor de groep geen voordeel met zich mee op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal;

72.2 A, B en C hebben geen fiscaal overdraagbare bestanddelen (verliezen, aftrek voor risicokapitaal, DBI, investeringsaftrek);

72.3 bij de vennootschappen zijn geen vrijgestelde reserves aanwezig waarvoor nog wederbeleggingsverplichtingen gelden;

72.4 op het niveau van C en B bevinden zich geen schulden die verband houden met de verwerving van de deelneming in B respectievelijk A.

73. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de analyse door de DVB kan derhalve worden aangenomen dat de voorgenomen fusies plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

74. De verkrijgende vennootschap A is een binnenlandse vennootschap.

75. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusies zullen plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

76. Derhalve kunnen de voormelde fusies plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

IV.A.2 Wat betreft de roerende voorheffing

77. Naar aanleiding van de beoogde dochter-moederfusie tussen B en A enerzijds en tussen C en A anderzijds zullen in beide gevallen de eigen aandelen van A vernietigd worden. Er zal een fiscale dividenduitkering plaatsvinden ten belope van het verschil tussen de fiscale waarde van de eigen aandelen en het gedeelte van het gerevaloriseerde gestorte kapitaal dat de verkregen aandelen vertegenwoordigen (artikel 186 WIB 92).

78. Wanneer de fusies vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting onder de toepassing vallen van artikel 211, §1, WIB 92, zal in overeenstemming met artikel 264, eerste lid, 2°, tweede gedachtestreepje, WIB 92 op deze dividenduitkering geen roerende voorheffing verschuldigd zijn.

IV.A.3 Wat betreft de toepassing van de algemene antimisbruikbepaling op het geheel van de verrichtingen

79. Het geheel van de verrichtingen (de verkoop van de aandelen in D aan A en de inbreng van de B-aandelen in C gevolgd door de dochter-moederfusie tussen B en A enerzijds en tussen C en A anderzijds) kadert binnen de vereenvoudiging van de actuele groepsstructuur en maken deel uit van het zelfde integratieproces.

80. De gekozen opeenvolgende rechtshandelingen vormen een logische keuze om het vooropgezette doel te bereiken en werden voldoende verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, §1, derde lid, WIB 92 (zie randnummers 60 tot en met 66).

IV.B. Wat betreft de BTW

81. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

82. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

83. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

84. De artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

a) Dochter-moederfusie tussen A & B

85. Naar aanleiding van de hierboven beschreven dochter-moederfusie worden alle activa en passiva van B overgedragen aan A, zodat voor btw-doeleinden sprake is van een overdracht van een algemeenheid van goederen.

86. Na de fusie zullen de activiteiten van B verder worden gezet door A.

87. Zowel de overdragende vennootschap als de overnemer zijn btw-belastingplichtigen die de btw, indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, zouden kunnen aftrekken.

88. De voorgenomen fusie waarbij B volledig wordt overgenomen door A dient derhalve te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

b) Dochter-moederfusie tussen A & C

89. Naar aanleiding van de hierboven beschreven dochter-moederfusie worden alle activa en passiva van C overgedragen aan A, zodat voor btw-doeleinden sprake is van een overdracht van een algemeenheid van goederen.

90. Na de fusie zullen de activiteiten van C verder worden gezet door A.

91. Zowel de overdragende vennootschap als de overnemer zijn btw-belastingplichtigen die de btw, indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, zouden kunnen aftrekken.

92. De voorgenomen fusie waarbij C volledig wordt overgenomen door A dient derhalve te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

Textes cités

7