L’apport d'une branche d'activité, L’impôt des personnes morales · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2014.265 24 juin 2014

Rechercher
Texte en néerlandais

L’apport d'une branche d'activité, L’impôt des personnes moralesTVA - L’apport d'une branche d'activité - L’impôt des personnes morales - Branche d'activité

https://juriel.be/fr/rulings/2014-265-apport-branche-activite-impot-personnes-2025

Numéro
2014.265
Date
24 juin 2014

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

47 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2014.265 dd. 24.06.2014

TVA · L'apport d'une branche d'activité · L'impôt des personnes morales · Branche d'activité

Résumé

Après l'apport de sa branche d'activités Z à la SCRL Y, l'ASBL X restera soumise à l'impôt des personnes morales.

Ce transfert tombe dans le champ d'application des articles 11 et 18, §3 du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de inbreng van de activa en passiva door VZW X in CVBA Y niet van aard is een geldige onderwerping van de VZW aan de rechtspersonenbelasting in het gedrang te brengen (artikelen 182 en 220 WIB 92);

1.2. de VZW X na de inbreng onderworpen zal zijn aan de rechtspersonenbelasting (artikelen 182 en 220 WIB 92);

1.3. de hiervoor vermelde inbreng van de activa en passiva door de VZW X in CVBA Y, kwalificeert als een in artikel 11, respectievelijk artikel 18 § 3 W BTW beoogde levering, respectievelijk dienst

II. Beschrijving van de voorgenomen verrichting

2. De overdracht van de activa van VZW X zal de vorm aannemen van een inbreng van alle activa en passiva (activiteit Z) van de VZW, met uitzondering van de activa verbonden aan de tak N, in een nieuw opgerichte CVBA in ruil voor aandelen van categorie C.

3. De huidige juridische structuur is minder geschikt voor en aangepast aan de noodwendigheden waaraan de activiteit Z van de VZW X dient te voldoen.

4. In de nieuwe structuur kunnen de huidige leden van de VZW X opnieuw toetreden tot het kapitaal (categorie A), doch wordt ook in belangrijke mate ruimte gelaten aan nieuwe geïnteresseerde investeerders. Via een toetreding tot het kapitaal verwerven zij aandelen van CVBA X, waardoor zij hun inbreng gevaloriseerd zien en zij desgewenst, na verloop van tijd, kunnen uittreden. Door de keuze voor een CVBA Y en de creatie van diverse categorieën aandelen wordt bekomen dat toe-en uittredingen van aandeelhouders, en dus investeerders, op een soepele manier kunnen worden gerealiseerd, zonder dat dit de werking van de vennootschap, en dus het beleid in het gedrang brengt.

5. De huidige leden van de VZW X krijgen de mogelijkheid om toe te treden tot het kapitaal van de CVBA Y. In ruil hiervoor ontvangen zij aandelen van de categorie C.

6. Tenslotte zullen een aantal nieuwe investeerders toetreden tot CVBA Y. In ruil voor hun kapitaalinbreng ontvangen zij aandelen van categorie B.

7. Uit de statuten blijkt dat de VZW X Uit de statuten blijkt dat de CVBA nooit over de meerderheid van de aandelen van de CVBA Y zal beschikken en dat haar dividendrecht altijd beperkt zal zijn tot maximaal 10%.

8. De drie categorieën van investeerders krijgen in de raad van bestuur van de CVBA dan ook mandaten toegewezen, waarbij gestreefd wordt naar een evenwicht tussen de belangen van alle betrokkenen. De VZW X zelf verwerft één mandaat (van de 7 à 9 te begeven bestuursmandaten). De beslissingen binnen de CVBA worden genomen met een eenvoudige meerderheid, doch voor bepaalde beslissingen (gelinkt aan de ethische waarden waar de VZW voor staat) dienen de bestuurders gekozen door de aandeelhouders van categorie A en C met een meerderheid van 75% in te stemmen.

9. Teneinde collusie te vermijden tussen de VZW X en de CVBA Y moet, conform de statuten van de CVBA Y, de meerderheid van de bestuurders van de vennootschap verschillend zijn van de meerderheid van de bestuurders van de VZW X.

III. Beslissing

III.A. De rechtspersonenbelasting

III.A.1. De overdracht van de activa/passiva aan NEWCO Y

10. Volgens de aanvragers is de VZW X steeds onderworpen geweest aan de rechtspersonenbelasting en heeft zij aangiften in de RPB ingediend. Op grond van de artikelen 20 en 22 van de voormelde wet van 24.12.2002 kan de DVB bijgevolg niet beslissen over de geldigheid van de onderwerping aan de rechtspersonenbelasting.

11. De inbreng van de activa/passiva in CVBA Y door de VZW X is niet van aard haar onderwerping aan de rechtspersonenbelasting in het gedrang te brengen, gezien de VZW X zich terugplooit op haar ideële activiteiten in de meest strikte zin (tak N).

12. Bovendien is de inbreng een eenmalige en uitzonderlijke verrichting, die overeenkomstig artikel 182, 1°, WIB 92 op zich niet dient te worden beschouwd als de exploitatie van een onderneming noch als het zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard

III.A.2. Onderworpenheid van de VZW aan de rechtspersonenbelasting na de doorgevoerde verrichting

13. Na de intrede van aandeelhouders A en B zal, volgens de gegevens meegedeeld door de aanvrager, het aandeelhouderschap van de VZW X in CVBA Y duidelijk kleiner zijn dan 50%.

14. Meer bepaald door de intreding van externe kapitaalinvesteerders in CVBA Y zal de participatie van de VZW X verwateren tot een minderheidsbelang, waarbij aanvrager er zich toe engageert deze participatie enkel als een passieve aandeelhouder aan te houden, waardoor de onderworpenheid van de VZW X aan de RPB na de verrichting niet in het gedrang komt.

15. Deze passieve rol blijkt onder meer uit het feit dat voor categorie C slechts één bestuursmandaat wordt voorzien bij CVBA Y (artikel n van de ontwerpstatuten), met dien verstande dat het reglement van inwendige orde van CVBA Y de oprichting mogelijk maakt van een overlegcomité, teneinde CVBA Y niet te vervreemden van de doelen van de VZW X (artikel n van het ontwerpreglement van inwendige orde).

16. Enkel inzake beslissingen van de raad van bestuur van CVBA Y over zaken gerelateerd aan bepaalde ethische waarden en/of de bestaansreden van de vennootschap, is een doorslaggevende rol weggelegd voor de aandelen C (vereiste goedkeuring van 75% van alle bestuurders A en C samen - artikel n van de ontwerpstatuten).

17. Teneinde collusie te vermijden tussen de VZW X en CVBA Y moet, conform artikel n van de ontwerpstatuten van CVBA Y, de meerderheid van de bestuurders van de vennootschap verschillend zijn van de meerderheid van de bestuurders van de VZW X.

18. De belangen van de externe kapitaalinvesteerders en deze van de VZW X zijn niet noodzakelijk gelijklopend, wat onder meer blijkt uit de sterk preferente dividendrechten voor de aandeelhouders van CVBA Y van de categorieën A en B (artikel n van de ontwerpstatuten). De dividendvergoeding voor de aandelen C is bijgevolg dermate beperkt, dat er ten name van de VZW X geen sprake is van een winstoogmerk dat onrechtstreeks zou nagestreefd worden middels CVBA Y.

19. In concreto zal een preferent dividend van 80% wordt toegekend aan de aandeelhouders, andere dan de categorie C. Het saldo (20%) zal worden verdeeld pro rata het aandeelhouderschap. Ingevolge het ontwerpreglement van interne orde zal de eerste drie jaren bovendien geen dividend worden uitgekeerd.

20. De dividenden die de VZW X uit NEWCO haalt, zullen enkel aangewend worden in het kader van haar belangeloos doel (tak N).

21. Gelet op het voorgaande blijft VZW X aan de RPB onderworpen na de doorgevoerde verrichting.

III. B. Wat betreft de btw

22. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten Artikel 18, § 3 W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

23. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw-Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/EG.

24. In haar arrest van 27 november 2003 (zaak C-497/01, Zita Modes Sarl vs. Administration de l'enregistrement en des domaines) heeft het Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten."

25. Uit de door de aanvrager overgemaakte inlichtingen blijkt dat de bestanddelen die de VZW X zal overdragen een bedrijfsafdeling vormen die op zichzelf de respectievelijke overnemer (CVBA Y) in staat zal stellen een autonome economische activiteit uit te oefenen.

26. De overdrager, VZW X, is voor btw-doeleinden geïdentificeerd en is gehouden om maandelijkse btw-aangiften in te dienen.

27. In onderhavig geval worden alle activa en passiva met betrekking tot de activiteit Z overgedragen. Ook het in dienst zijnde personeel op datum van de eigendomsoverdracht zal integraal overgenomen

28. Rekening houdend met voorgaande zullen artikelen 11 en 18, § 3 WBTW van toepassing zijn op de hierboven omschreven overdracht van de VZW X naar de op te richten CVBA Y.

Textes cités

5