Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2011.172 du 17.05.2011
Impôt sur les revenus · Impôt des sociétés · Franchissement de frontière · Prise en considération en ce qui concerne les affaires · Fraude fiscale · Evasion fiscale · Code de la taxe sur la valeur ajoutée · Branche d'activité · Apport en société · Etablissement stable · Etablissement belge
Résumé
L'apport par la SA X de la division A dans l'établissement stable belge d'une société de groupe intra-européenne existante Y peut être considéré comme un apport d'une branche d'activité au sens de l'article 46, §1er, alinéa 1, 2°, CIR 92 et n'a pas comme objectif principal ou comme un des objectifs principaux la fraude ou l'évasion fiscale au sens de l'article 183bis, CIR 92.
L'apport a été réalisé conformément aux dispositions du Code des sociétés et conformément aux dispositions du droit des sociétés analogues de l'autre Etat membre de l'Union européenne où la société Y est établie.
L'apport doit se faire en application des articles 11 et 18, §3, C.TVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat de inbrengverrichting van de afdeling A door de NV X in (de Belgische vaste inrichting van) de bestaande intra-Europese groepsvennootschap Y:
Inzake vennootschapsbelasting:
1.1. kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid zoals bedoeld in artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92;
1.2. wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van de Belgische vennootschapswetgeving en de vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard die in de andere lidstaat van de Europese Unie van toepassing zijn, zoals voorgeschreven in artikel 46, §1, derde lid, 2°, WIB 92;
1.3. beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 zoals voorgeschreven in artikel 46, §1, derde lid, 3°, WIB 92;
Inzake BTW :
1.4. onder de toepassing valt van de artikelen 11 en18, §3, W.BTW.
II. Beslissing
2. De inbreng van de afdeling A door NV X in (de Belgische vaste inrichting van) de bestaande intra-Europese groepsvennootschap Y kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid zoals bedoeld in artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 gelet op de volgende overwegingen:
2.1. De afdeling A bestaat uit de activiteit A en de daarmee samenhangende controle- en ondersteuningsactiviteiten.
2.2. De aanvrager heeft bevestigd dat alle activa en passiva (immateriële, materiële en financiële vaste activa, personeelsschulden, handelsschulden en financiële schulden) die specifiek zijn verbonden aan de afdeling A, aan de Belgische inrichting van de vennootschap Y zijn overgedragen.
2.3. De aanvrager heeft bevestigd dat alle contracten met leveranciers en afnemers als onderdeel van de afdeling A overgaan van NV X naar de Belgische inrichting van de vennootschap Y.
2.4. Het gedeelte van het onroerend goed waarin de activiteit van de afdeling A wordt uitgeoefend, wordt door de NV X in onderverhuur gegeven aan de Belgische inrichting van de vennootschap Y. Dit onroerend goed is geen eigendom van de NV X.
2.5. De personeelsleden van de NV X die werkzaam zijn in de afdeling A worden overgedragen aan de Belgische inrichting van de vennootschap Y.
3. De inbreng wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van de Belgische vennootschapswetgeving en de vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard die in de andere lidstaat van de Europese Unie van toepassing zijn, zoals voorgeschreven in artikel 46, §1, derde lid, 2°, WIB 92, gelet op de volgende overwegingen:
3.1. De aanvrager heeft verklaard dat ten name van de NV X de inbrengverrichting conform de bijzondere procedure zoals voorzien in artikel 760 e.v. van het Wetboek van Vennootschappen (hierna W.Venn) is verlopen.
3.2. De aanvrager heeft eveneens verklaard dat ten name van de vennootschap Y de inbrengverrichting overeenkomstig de vennootschapsrechterlijke procedure van het land waar de vennootschap Y gevestigd is en die van toepassing is voor een kapitaalsverhoging via inbreng in natura van een bedrijfstak, heeft plaatsgevonden. Deze vennootschapsrechterlijke bepalingen zijn gelijkaardig aan deze die in België bij een inbreng van een bedrijfstak zoals bedoeld in artikel 679, W.Venn. van toepassing zijn.
4. De inbreng beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92, zoals voorgeschreven in artikel 46, §1, derde lid, 3°, WIB 92 gelet op de volgende overwegingen:
4.1. De inbreng door de NV X van de afdeling A in de Belgische vaste inrichting van de vennootschap Y kadert in een wereldwijde reorganisatie van de groep waarbij de activiteiten A juridisch bij vennootschap Y worden gecentraliseerd.
4.2. De centralisatie van de activiteiten A zal er toe leiden dat de groep beter kan inspelen op bijkomende commerciële opportuniteiten en dit doordat er een unieke desk voor de activiteit A wordt opgezet. Hierdoor zal de efficiëntie sterk toenemen.
4.3. De aanvrager heeft bevestigd dat de verrichting zal geen nadelige invloed hebben op het huidige niveau van tewerkstelling in België binnen de groep.
4.4. De aanvrager heeft bevestigd dat de activiteit A van de NV X ook na de inbreng in vennootschap Y in België zal worden uitgeoefend middels de Belgische inrichting van vennootschap Y en dat de inbrengverrichting niet als doel heeft om het belastbaar resultaat in België met betrekking tot de activiteit A te verminderen.
4.5. De aanvrager heeft bevestigd dat de inbreng geen overdracht beoogt van de nieuw uitgegeven aandelen van de vennootschap Y binnen een periode van 3 jaar vanaf de juridische datum van de verrichting.
4.6. Aangezien de NV X reeds vóór de inbreng recht heeft op de belastingaftrek voor risicokapitaal zoals bedoeld in artikel 205 bis, WIB 92, zal de inbreng als dusdanig niet tot enig voordeel op het stuk van de belastingaftrek voor risicokapitaal leiden.
4.7. De Belgische inrichting van de intra-Europese vennootschap Y werd kort voor de inbreng van de afdeling A opgericht en heeft derhalve geen fiscaal overdraagbare bestanddelen.
5. De inbreng dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW gelet op de volgende overwegingen:
5.1. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
5.2. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
5.3. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
5.4. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend. Daaronder valt evenwel niet de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
5.5. De afdeling A bestaat uit de activiteit A en de daarmee samenhangende controle- en ondersteuningsactiviteiten.
5.6. De aanvrager heeft bevestigd dat alle activa en passiva (immateriële, materiële en financiële vaste activa, personeelsschulden, handelsschulden en financiële schulden) die specifiek zijn verbonden aan deze afdeling A, worden overgedragen aan de overnemer Y.
5.7. De aanvrager heeft bevestigd dat alle contracten met leveranciers en afnemers als onderdeel van de activiteit A overgaan van de NV X naar de overnemer Y.
5.8. Het gedeelte van het onroerend goed waarin de activiteit van de afdeling A wordt uitgeoefend, wordt door de NV X in onderverhuur gegeven aan de overnemer Y. Dit onroerend goed is geen eigendom van de NV X.
5.9. De personeelsleden van de NV X die werkzaam zijn in de afdeling A worden overgedragen.
5.10. Aangezien de overnemer een btw-belastingplichtige activiteit met recht op aftrek van btw zal uitoefenen (activiteit A), dient deze overdracht te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.