Sénat, Annales - Commission des Finances, 2009, n° 4-78 COM, p. 35
La TVA au sein du secteur du graphisme
(le texte n'existe qu'en néerlandais)
VRAAG
Vorige vergadering hebben we met de minister van Financiën van gedachten gewisseld over de Btw-aanslagvoet in de horeca. Naar aanleiding daarvan liet een grafisch vormgever me weten dat hij in zijn offertes voor openbare aanbestedingen 21% Btw moet aanrekenen, terwijl een zelfstandige drukker die een grafisch vormgever in dienst heeft, voor een globale opdracht maar 6% Btw moet aanrekenen. Dat scheelt een slok op de borrel en betrokkene beklaagt zich dus over een ernstige discriminatie in de sector.
Misschien kan de fiscale administratie ter zake klaarheid scheppen.
Is de minister bereid om op grafisch vormgevend werk ter voorbereiding van drukwerk 6% in plaats van 21% te heffen?
Het gaat om een grote sector in België. Ik kijk dan ook benieuwd uit naar het antwoord.
ANTWOORD
(de minister van Financiën)
De grafische vormgeving van drukwerk volledig of gedeeltelijk verzorgen is in de regel een dienst in de zin van artikel 18 van het Btw- Wetboek en is in principe onderworpen aan het normale Btw-tarief van 21%. In bepaalde omstandigheden kan hierop evenwel het verlaagde tarief van 6% worden toegepast. Dat is bijvoorbeeld het geval voor prestaties van lay-out van drukwerk wanneer de verstrekte dienst bestaat in de overdracht van auteursrechten of het verlenen van rechten op auteursrechten en geen betrekking heeft op de lay-out van reclamedrukwerk.
De drukker die een hoeveelheid drukwerk als bedoeld in rubriek XIX van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake Btw-tarieven verricht voor rekening van een opdrachtgever en aan laatstgenoemde levert, levert goederen in de zin van artikel 10 van het Btw- Wetboek en die levering is onderworpen aan het verlaagde Btw-tarief van 6%. De kosten van de grafische vormgeving van dat drukwerk die de drukker zelf heeft verzorgd of die hij heeft uitbesteed aan een gespecialiseerde firma, maken deel uit van de belastinggrondslag van het geleverde drukwerk en worden zodoende in toepassing van artikel 26 van het Btw- Wetboek tegen het tarief van het drukwerk belast.
Het in casu toepasselijke Btw-tarief verschilt dus gelet op het fundamenteel onderscheid inzake Btw tussen de levering van goederen door een drukker en de prestatie van een grafische vormgever. Wegens dit onderscheid is er dan ook geen sprake van enige discriminatie.
Bijlage III van richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006, die overigens zeer recent nog werd gewijzigd door richtlijn 2009/47/EG van 5 mei 2009, bevat een beperkte lijst van de categorieën van leveringen van goederen en diensten waarop de lidstaten een verlaagd Btw-tarief mogen toepassen. Die lijst bevat echter geen diensten die betrekking hebben op grafische vormgeving van drukwerk.
Een verlaging van het Btw-tarief op diensten die betrekking hebben op de grafische vormgeving van drukwerk kunnen we dus niet in overweging nemen.