Tribunal de première instance de Hasselt, 1er octobre 2009 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Hasselt 1er octobre 2009

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance de Hasselt, 1er octobre 2009Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-hasselt-2009-10-01-0972

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Hasselt
Date
1er octobre 2009

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

159 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 01.10.2009

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

IN ZAKE AR nr. 06/1363/A

ES T. NV, met maatschappelijke zetel te …, …, met KBO nummer ….

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. V. H., advocaat te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de heer eerstaanwezend inspecteur van het 1° BTW-Controlekantoor, met burelen gevestigd te 3580 Beringen, Harmoniestraat 9.

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. R. F., advocaat te …, ….

VOLGT HET VONNIS :

Gelet op :

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 11.02.2009;

- de bijkomende stukken van eiseres, neergelegd ter griffie op 06.04.2009.

De betwisting beperkt zich thans tot de vraag of de hierna vermelde door eiseres gemaakte kosten als kosten van onthaal moeten aangemerkt worden dan wel als publiciteitskosten.

1. Factuur nr. … van 05.02.2004 van V. … :

Uit de overlegde factuur blijkt dat deze kosten betrekking hebben op de huur van business seats.

De rechtbank is van oordeel dat dit pubIiciteitskosten zijn dewelke voor aftrek in aanmerking komen.

De rechtbank stelt vast dat ook de fiscus deze interpretatie toepast, wat blijkt uit de administratieve beslissing van 7 en 10 juli 1989 nr. B.T. 63.540, waarbij niet als kosten van onthaal worden aangemerkt maar als pubIiciteitskosten, de door ondernemingen gedane uitgaven met betrekking tot het gebruik van business-seats en loges voor zover deze ondernemingen door middel van die business-seats en loges onder één of andere vorm publiciteit voeren (BTW revue nr. 88/11/89, 433);

De opgelegde geldboete die betrekking heeft op dit onderdeel van de BTW-vordering is eveneens niet verschuldigd.

2. Factuur nr. … van 09.11.2004 van de NV N.

Op de overlegde factuur staat vermeld "Reis van … naar …. V., g. : A-kern … S.K"

Samen met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het vervoer van spelers van een voetbalploeg naar een match niet kan beschouwd worden als het voeren van publiciteit voor welbepaalde producten of diensten van eiseres.

De vordering is op dit punt ongegrond.


Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (BS, 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).

Partijen ter zake standpunt ingenomen.

In casu wordt de in de correctieopgave gestelde fiscale vordering betwist.

Deze vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om af te wijken van het basisbedrag. Overeenkomstig het KB van 26.10.2007 bedraagt het basisbedrag 1.100,00 euro voor in geld waardeerbare vorderingen in de categorie van 10.000,01 euro tot 20.000,00 euro.


De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.


Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,

Haar tussenvonnis van 11.02.2009 verder uitwerkende,

Verklaart de vordering van eiseres in de volgende mate gegrond,

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van het bedrag van 13,50 euro aan BTW en de daarop toegepaste geldboete, alsook de op het bedrag aan BTW en geldboete reeds betaalde intresten, te vermeerderen met de wettelijke intresten sedert 05.05.2006 en de gerechtelijke intresten.

Wijst eiseres voor het overige af.

Veroordeelt verweerder tot ½ van de kosten en vereffent ze in hoofde van eiseres op 1.100,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer A, op het gerechtshof te Hasselt op 01.10.2009, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw M. C., enige rechter, en

De heer L. P., griffier.

L. P. M. C.

Décision jointe par le SPF

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

IN.ZAKE AR nr. 06/1363/A :

ES T. NV, met maatschappelijke zetel te …, …, met KBO-nummer ….

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. V. H., advocaat te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de heer eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Controlekantoor, met burelen gevestigd te 3580 Beringen, Harmoniestraat 9.

VOLGT HET VONNIS :

Gelet op :

- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 30.05.2006;

- de conclusies, aanvullende conclusies, syntheseconclusies, nota en stukken van verweerder;

- de conclusies en stukken van eiseres.

I. FEITEN EN VOORGAANDEN

Eiseres is als BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het BTW nummer BE … ingevolge de door haar uitgevoerde economische activiteit van het vervaardigen van gereedschappen en onderdelen in metaal en/of kunststof voor pers-, frees- en slijpwerken. Uit hoofde van deze beroepswerkzaamheden is eiseres onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering ervan getroffen besluiten.

Na een voorafgaande verwittiging heeft de heer G. V., adj. fiscaal deskundige bij de Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, sector BTW, verbonden aan het eerste BTW-controlekantoor te Beringen bij eiseres op 17.05.2005 een BTW-controle verricht over de periode 01.01.2002 tot 31.12.2004.

Naar aanleiding van deze controle werden er een aantal overtredingen vastgesteld die werden opgenomen in een correctieopgave, te weten :

- inbreuk op art. 45, § 3 W.BTW : 6.707,37 euro aan BTW;

- inbreuk op art. 2 W.BTW : 4.623,25 euro aan BTW;

Totaal : 11.330,62 euro aan BTW

(zie stuk 1, bundel verweerder).

Tevens werd in de correctieopgave een geldboete opgelegd overeenkomstig art. 70, § 1 en 1bis W.BTW en verminderd overeenkomstig art. 1 van het KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW tot 1.595,39 euro, afgerond op 1.590,00 euro (tabellen H en G, V).

Ook werden de intresten op grond van art. 91, § 1 W.BTW gevorderd aan 0,8 % per maand vanaf 25.01.2005 over de som van 11.330,00 euro.

Bij-brief van 09.03.2006 van de gevolmachtigde van eiseres werd aan de administratie meegedeeld dat men niet akkoord was met de correctieopgave (zie stuk 27, bundel. eiseres).

Op 05.05.2006 betaalde eiseres onder alle voorbehoud de in de correctieopgave gevorderde BTW in hoofdsom, intresten en geldboete voor een bedrag van 14.370,86 euro. De BTW-administratie werd hiervan bij niet gedateerde brief in kennis gesteld (zie bijlagen bij het verzoekschrift van 30.05.2006).

Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 30.05.2006, stelde eiseres een vordering in rechte in en vorderde de terugbetaling te horen bevelen van het bedrag van 14.370,86 euro verhoogd met de wettelijke intresten vanaf de datum van het verzoekschrift.

II. BEOORDELING

1. Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

2. Ten gronde

De betwisting tussen partijen beperkt zich tot de hierna vermelde punten :

- geen aftrekbaarheid van kosten van onthaal op grond van art. 45, § 3 W.BTW;

- ten onrechte geen BTW aangerekend over de levering van sportuitrusting aan voetbalclub …, hetgeen een inbreuk is op art. 2 W.BTW.

2.1. M.b.t. de kosten van onthaal (art. 45, § 3, 4° W.BTW)

1. De betwisting betreft de vraag of de hierna vermelde door eiseres gemaakte kosten als kosten van onthaal moeten aangemerkt worden dan wel als publiciteitskosten :

A. Facturen m.b.t. evenementen :

- 20.06.2003 : panelgesprek duurzaam ondernemen met aansluitend receptie en walking diner (zie stukken 2, 3 en 4, bundel eiseres);

- 02.07.2004 : voorstelling rapport duurzaam ondernemen en Hermes-prijs (zie stukken 1 en 5, bundel eiseres);

- 06.07.2004 : bedrijfsbezoek voor UNIZO naar aanleiding van het toekennen van de Hermes-prijs (zie stuk 6, bundel eiseres);

- 2003 : dag van de technologie (zie stuk 7, bundel eiseres);

- 2003 : onthaal Plato-groep van VOKA (zie stuk 8, bundel eiseres ).

B. Facturen voetbalclub …-… en NV N..

C. Factuur S..

De administratie is van oordeel dat het hier kosten van onthaal betreft.

Uit rubriek I van het proces-verbaal van 09.03.2006 blijkt dat de aftrek van de BTW werd verworpen voor het inrichten van feesten en recepties naar aanleiding van het bekomen van onderscheidingen (prijzen) door de vennootschap en andere evenementen. Deze feestelijke bijeenkomsten hadden volgens de administratie niet hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel kopers in te lichten over het bestaan en de hoedanigheid van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen zodanig dat deze kosten niet werden gemaakt met het oog op de publiciteit van welbepaalde producten. Derhalve was de administratie van oordeel dat het niet om publiciteit en uitgaven met een strikt professioneel karakter doch om kosten van onthaal in de zin van art. 45, § 3, 4° W.BTW ging (zie stuk 18, bundel verweerder).

2. Art. 45, § 1 W.BTW bevat het principe dat elke belastingplichtige de belasting die geheven werd op aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek mag brengen op de belasting die hij verschuldigd is, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting.

Art. 45, § 3 W.BTW houdt een uitzondering in op art. 45, § 1 W.BTW en stelt :

"Voor aftrek komt niet in aanmerking de belasting ter zake van:

1° (...)

2° (...)

3° kosten van logies, spijzen en dranken in de zin van art. 18, § 1, tweede lid, 10° en 11°, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan :

a) voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;

b) door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;

4° kosten van onthaal".

Komen dus niet voor aftrek in aanmerking de belasting ter zake van kosten van onthaal.

In het arrest van 8 april 2008 heeft het Hof van Cassatie een invulling gegeven aan het begrip "kosten van onthaal". Onder "kosten van onthaal" dient te worden verstaan :

"de kosten gedaan voor onthaal en ontvangst, desgevallend gepaard gaande met vermaak en ontspanning, van aan het bedrijf vreemde bezoekers, inzonderheid klanten en leveranciers, met het oog op het bestendigen of verstevigen van zakelijke relaties" (zie Cass., 8 apri12005, T.F.R., 2005, blz. 872).

Het Hof voegt daaraan toe :

"Wanneer de betrokken activiteit hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de eindkoper in te lichten over het bestaan en de hoedanigheid van een product of dient met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen, zij een reclame is waarvan de. kosten niet van aftrek uitgesloten zijn”.

In het licht van de rechtspraak van het Europese hof van Justitie moet daarbij een ruime definitie van het begrip reclame worden gehanteerd :

"dat het begrip reclame noodzakelijkerwijs de verspreiding inhoudt van een boodschap om de consumenten in te lichten over het bestaan en de kwaliteiten van een product of dienst met het doel de verkoop ervan te doen toenemen; de verspreiding van deze boodschap vindt gewoonlijk plaats via het gesproken woord, geschriften en/of beelden, door de pers, de radio en/of de televisie, maar kan ook geschieden door deels of zelfs uitsluitend gebruik te maken van andere middelen. (...) Het is dus voldoende dat een promotieactiviteit, zoals de verkoop van goederen tegen kortingsprijzen, de verstrekking aan consumenten van roerende lichamelijke goederen die door een reclamebureau aan de ontvanger van de dienst zijn verkocht, de levering van diensten tegen een gereduceerd tarief of om niet, of de organisatie van een cocktailparty of een banket, neerkomt op een boodschap om het publiek in te lichten over het bestaan en de kwaliteiten van het aangeprezen product of de aangeprezen dienst met het doel de verkoop ervan te doen toenemen, om deze promotieactiviteit te kunnen aanmerken als een dienst op het gebied van reclame in de zin van art. 9, lid 2, sub e) van de Zesde richtlijn" (zie Hof van Justitie, 15 maart 2001, T.F.R., 2001, blz. 552, met noot Prof. Dr. V.; vergelijk Hof van Justitie, 17 november 1993, C-68/92, C- 69/92 en C-73/92, Jur., 1993, I-5881, I-5908en I-5998).

Alhoewel de hierboven vermelde rechtspraak betrekking heeft op de plaatsbepaling van de dienst geeft deze rechtspraak een duidelijk beeld over het begrip "reclame".

3. Wat betreft de facturen m.b.t. de evenementen

Eiseres is een hoogtechnologisch bedrijf gespecialiseerd in de productie van werktuigen met een toepassingsgebied voor diverse sectoren-(o.a. elektronica, optica, automobiel, lucht- en ruimtevaart, farmaceutische wereld).

Eiseres stelt in haar besluiten dat haar hoogtechnologisch machinepark haar in staat stelt fijnmechanische onderdelen te vervaardigen met een nauwkeurigheidsgraad tot 1/1000ste van een millimeter en dat dit wereldwijd slechts door enkele ondernemingen kan geleverd worden. Het beleid van eiseres is gericht op interne organisatie en ontwikkeling en op de strategische ontwikkeling van het bedrijf, nl. het voortdurend bevestigen en verbeteren van de positie op de toeleveringsmarkt.

In 2003 en 2004 werd een evenement georganiseerd naar aanleiding van de voorstelling van het "rapport duurzaam ondernemen" van eiseres aan haar "stakeholders". Deze voorstelling is erop gericht om de werking en de producten van eiseres voor te stellen aan haar doelpubliek, met het oog op het aantrekken van extra werkopdrachten. In het rapport wordt verwezen naar :

- algemene en financiële situatie van het bedrijf;

- naar het ISO kwaliteitslabel dat eiseres heeft behaald;

- met welke machines er gewerkt wordt;

- welke investeringen er gedaan worden;

- milieuaspect;

- …

(zie stuk 1, bundel eiseres).

Op 02.07.2004 werd bij de voorstelling van het "rapport duurzaam ondernemen" tevens de nodige aandacht besteed aan het feit dat eiseres de Hermesprijs uitgereikt door UNIZO heeft gewonnen. Het behalen van deze prijs kwam tevens aan bod in de pers (zie stukken 5 en 6, bundel verweerder).

Mede naar aanleiding van het winnen van de Hermesprijs werd er op 06.07.2004 een bezoek aan het bedrijf georganiseerd voor UNIZO.

Om het bedrijf en haar producten kenbaar te maken aan het publiek heeft eiseres in 2003 deelgenomen aan de Dag van de Technologie. Eiseres is een hoogtechnologisch bedrijf; de dag van de technologie is een ideale gelegenheid om het bedrijf voor te stelen aan het doelpubliek.

In 2003 heeft eiseres tevens de Plato-groep van VOKA op het bedrijf uitgenodigd; verschillende potentiële klanten maakten hiervan deel uit.

Uit de feitelijke omstandigheden van de zaak blijkt dat de door eiseres georganiseerde evenementen daadwerkelijk een effectief publicitair karakter hebben. In casu ging het niet om verkoopsonderhandelingen met geïndividualiseerde personen doch wel om kosten die gemaakt werden om de onderneming bekend te maken, haar producten aan te prijzen, het publiek te informeren en nieuwe klanten aan te trekken. De versnaperingen en drank die werden aangeboden, waren enkel bedoel om een gunstige atmosfeer ten aanzien van de onderneming te creëren. Het aanbieden van een hapje en een drankje vormt dan ook een geheel met het eigenlijke publicitair gebeuren. Nu de organisatie van deze evenementen duidelijk publicitaire overwegingen heeft, moet aangenomen worden dat de uitgaven die erop betrekking hebben een-strikt professioneel karakter hebben.

Eiseres heeft derhalve voldoende aangetoond dat de gedane kosten van hoger vermelde evenementen werden gemaakt met het oog op publiciteit voor haar hoogtechnologische producten en dragen bij tot de bekendheid van het bedrijf, zodat zij niet vallen onder de uitzonderingsbepaling van art. 45, § 3, 4° W.BTW (kosten van onthaal) en art. 45, § 3, 3° W.BTW (kosten van spijzen en dranken).

De vordering van eiseres is derhalve gegrond ten bedrage van 6.263,86 euro, meer de wettelijke intresten vanaf de betaling op 05.05.2006.

4. Wat betreft de facturen van voetbalclub …-… en NV N.

Eiseres houdt voor dat de factuur van voetbalclub … betrekking heeft op de huur van business-seats en de factuur van de NV N. op het vervoer van personen naar een voetbalwedstrijd.

Verweerder stelt in besluiten dat de factuur van voetbalclub … betrekking heeft op inkomkaarten gepaard met een maaltijd, hetgeen geen publiciteitskosten zijn. De factuur van de NV N. zou betrekking hebben op het vervoer van spelers naar een bekermatch.

De rechtbank dient vast te stellen dat noch factuur nr. … van 05.02.2004 van voetbalclub …, noch factuur nr. … van 09.11.2004 van de NV N. wordt overlegd aan de rechtbank.

Het past derhalve de debatten op dit punt te heropenen teneinde partijen toe te laten deze stukken te overleggen.

5. Wat betreft de factuur van S.

Ter zitting van deze rechtbank stelde eiseres bij monde van haar raadsman dat deze vordering niet wordt gehandhaafd.

2.2. M.b.t. de levering van sportuitrusting aan voetbalclub … (art. 2 W.BTW)

Eiseres houdt voor dat de ontvangen facturen van A. grotendeels reclame uitrusting betreffen en voor het overige werkkledij is, zodat het gaat om kosten waarvoor geen aftrekbeperking is.

De betwisting betreft evenwel niet het recht op aftrek, doch wel of het ter beschikking stellen van sportkledij met vermelding van het logo van de NV ES T. aan Voetbalclub … dient beschouwd te worden als een levering in de zin van art..10, § 1 W.BTW, en zodoende onderworpen is aan de BTW overeenkomstig art. 2 W.BTW.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht meent dat het ter beschikking stellen van die sportartikelen zijn oorzaak vindt in een overeenkomst onder bezwarende titel die het voeren van reclame tot voorwerp heeft.

Eiseres bewijst geenszins dat de sportkledij dient te worden teruggegeven.

Wanneer de tegenprestatie - uitgevoerd door de persoon die gesponsord wordt - bij sponsoring bestaat uit het voeren van handelingen ten voordele van de sponsor, wordt deze sponsoring beschouwd als de vergoeding voor deze handeling ten voordele van de sponsor. Deze handeling is een dienstverrichting onder bezwarende titel zoals voorzien in het BTW-wetboek ten bedrage van de tegenprestatie, uitgevoerd door de persoon die gesponsord wordt. In dit geval bestaat de terbeschikkingstelling door eiseres van een sportuitrusting in ruil voor het voeren van publiciteit, eveneens uit een contract onder bezwarende titel ongeacht of het nu gaat om een levering van sportuitrusting of om een terbeschikkingstelling van de uitrusting.

Eiseres houdt voor dat er een gedeelte werkkleding betreft. Evenwel uit de bestel en/of afleveringsbons bij de facturen blijkt duidelijk dat het om sportmateriaal en sportuitrusting gaat (zie stukken 7 t.e.m. 15, bundel verweerder).

De vordering van eiseres is op dit punt ongegrond.

2.3. M.b.t. de opgelegde geldboete

Aan eiseres werd een geldboete ten bedrage van 1.590,00 euro opgelegd, als volgt gemotiveerd in het proces-verbaal :

"(...) op grond van art. 70, §§ 1 en 1bis van het BTW-wetboek een bedrag gelijk aan het dubbel van de verschuldigde en ten onrechte in aftrek genomen belasting hetzij 2 x 11.330,62 euro of 22.661,24 euro

(...)

Deze proportionele geldboete wordt verminderd overeenkomstig artikel 1 van het Koninklijk Besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW tot 1.595,39 euro, afgerond 1.590 euro (tabellen H en G, V) (...)”

Overeenkomstig tabel H van het KB nr. 41 van 30.01.1987 werd er een boete van 10 % opgelegd ingevolge de ten onrechte afgetrokken BTW. Nu eiseres ten onrechte 6.263,86 euro BTW heeft afgedragen (zie hoger), dient de boete die hierop betrekking heeft te worden kwijtgescholden ten bedrage van 626,30 euro.

De rechtbank houdt de beoordeling aan over de geldboete die werd opgelegd m.b.t. de factuur nr. … van 05.02.2004 van voetbalclub … en factuur nt. … van 09.11.2004-van de NV N., gezien de heropening der debatten wat betreft deze betwisting.

Overeenkomstig tabel G, V van het KB nr. 41 van 30.01.1987 werd er een boete van 20 % opgelegd voor de overige inbreuken opgenomen in rubriek II van het proces-verbaal. De rechtbank stelt vast dat deze geldboete werd opgelegd overeenkomstig de wettelijke bepalingen en aansluit bij de ernst van de feiten overtreding, zodat er geen reden is om deze boete te verminderen.


De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de volgende mate reeds gegrond.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van het bedrag van 6.263,86 euro aan BTW en 626,30 euro aan geldboete, alsook de op het bedrag aan BTW en geldboete reeds betaalde intresten, te vermeerderen met de wettelijke intresten sedert 05.05.2006 en de gerechtelijke intresten.

Alvorens verder te oordelen over de grond van de zaak, beveelt bij toepassing van art. 774 Ger. W. een heropening der debatten teneinde partijen toe te laten de facturen, zoals hoger bepaald, te overleggen aan de rechtbank en stelt te dien einde zitting op woensdag 10 juni 2009, 11de kamer A, om 09.00 uur, zaal B, Lombaardstraat 23, 3500 Hasselt.

Houdt de uitspraak over de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer A, op het gerechtshof te Hasselt op 11.02.2009, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw M. C., enige rechter, en

De heer L. P., griffier.

L. P. M. C.

Textes cités

6

Décisions similaires

8