Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 09.02.2011
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 09 FEBRUARI 2011
Rolnummer AR 04/1198/A
In de zaak van :
VZW V. D. M. (voorheen VZW E. V. B. genaamd), met zetel thans te …, … en met ondernemingsnummer ….
EISERES, tevens EISERES IN GEDWONGEN TUSSENKOMST,
hebbende als raad Mter L. S., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het BTW-ontvangkantoor Gent II, met burelen te 9050 Gent, G. Crommenlaan 6/108
VERWEERDER,
hebbende als raad Mter M. P., advocaat te …, …
EN :
L. J., wonende te …, …
VERWEERDER IN GEDWONGEN TUSSENKOMST, hebbende als raad Mter C. D. W., advocaat te …, …
Vonnist de rechtbank als volgt :
I. DE RECHTSPLEGING
De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 12 januari 2011 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend dagvaardingsexploot betekend door gerechtsdeurwaarder J. M. van 18 maart 2004, het dagvaardingsexploot in gedwongen tussenkomst en vrijwaring van 28 mei 2005 en conclusies van de partijen en hun stukkenbundels.
II. DE VORDERING
1. Eiseres verhaalt zich tegen het door eerstaanwezend G. D. S. a.i. uitgevaardigd dwangbevel van 4 december 2001 - RCIV nummer … - dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de gemachtigde ambtenaar van de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen op 11 december 2001 en per aangetekende brief ter kennis gebracht aan de eiseres op 13 december 2001.
In het dwangbevel worden de verschuldigde bedragen vastgesteld als volgt :
- als belasting op toegevoegde waarde : … BEF
- als geldboete ingevolge artikel 70, § 1 en § 1bis W.BTW : … BEF
- als geldboete ingevolge artikel 70, § 4 W.BTW : … BEF
- als verlopen intresten krachtens artikel19, § 1,1° W.BTW : … BEF
(berekend tot 20 december 2001)
- voorlopig totaal : … BEF
in euro : … EUR
Dit alles te vermeerderen met de intresten vanaf 21 december 2001 à rato van 0,80 % per maand vertraging, de moratoire intresten op de geldboeten en de vervolgingskosten.
In de hoofdvordering vordert de eiseres te horen zeggen voor recht :
1. dat de sponsoring niet onderhevig is aan BTW-heffing en dienvolgens de belastbare heffingsbasis met … BEF of … EUR te verminderen;
2. te gelasten dat de proportionele BTW-boete dient herrekend te worden.
3. de opgelegde niet-proportionele geldboete niet verschuldigd te verklaren, minstens deze te verminderen.
4. gedaagde te veroordelen tot teruggaaf van de eventueel teveel betaalde belastingen, te vermeerderen met de moratoire intresten;
5. de gedaagde te veroordelen tot de kosten van het geding:
- dagvaardingkosten : p.m.
- rechtsplegingsvergoeding : … EUR
Het te vellen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgstelling noch kantonnement.
2. In de tussenvordering vordert de eiseres in tussenkomst :
- te horen zeggen dat de verweerder in tussenkomst gehouden is tussen te komen in het onderliggend geding;
- dat verweerder in tussenkomst haar zou vrijwaren voor de schade die zij zou lijden ingevolge eventuele veroordelingen die zij zou oplopen tegenover de verweerder, "zo onder meer de betaling van een schadevergoeding gelijk aan de totale som die [eiseres in tussenkomst] ingevolge een in kracht van gewijsde gegane beslissing moet betalen aan de Belgische Staat, te vermeerderen met de gerechtskosten en de kosten van de verdediging die zij heeft moeten dragen, hierbij provisioneel geschat op … euro, alsook te vermeerderen met de gerechtelijke intrest op voorgaande bedragen, te berekenen vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane beslissing tot de dag van de effectieve betaling.
[Verweerder in tussenkomst] er zich eveneens te horen veroordelen tot de kosten van het geding, zijn de daarin de dagvaardingskosten en de rechtsplegingsvergoeding, voorlopig begroot op … euro.
[Verweerder in tussenkomst] er het te wijzen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, niettegenstaande de aanwending van welk rechtsmiddel ook en zonder borgstelling, noch de mogelijkheid tot kantonnement."
III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL
1. De eiseres is geregistreerd als BTW-belastingplichtige met als werkzaamheid : een basketploeg.
2. Op 5 juli 2001 onderwierp een controleambtenaar de boekhouding van de eiseres voor de periode 1 januari 1997 tot 31 december 1999 aan een BTW-controle, dat leidde tot een correctieopgave waarin inbreuken werden vastgesteld.
Deze correctieopgave werd per aangetekende brief van 18 september 2001 aan eiseres toegezonden en bracht volgende inbreuken ter kennis :
- inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van de verplichting in het bezit te zijn van een regelmatig stuk, factuur, wachtdocument of invoerdocument (artikel 45, § 1 W.BTW en artikel 3 KB nr. 3)
- m.b.t. de aankoop onder inschrijving nr. 18 bij de NV B. S. ten bedrage van … BEF + … BEF BTW wordt slechts verantwoord door een fotocopie. Ten onrechte BTW-aftrek van : … BEF;
- m.b.t. de aankoop onder inschrijving nr. 35 bij de SPRL T. L. ten bedrage van … BEF + … BEF BTW wordt verantwoord door een factuur geadresseerd aan KBBB P. C. Oost-Vlaanderen. Ten onrechte BTW-aftrek van : … BEF.
Totaal verschuldigde BTW : … BEF
- inkomsten uit het verstrekken van diensten, zoals te weinig aangegeven inkomstengelden, inkomsten uit het clubblad, uit panelen, uit de exploitatie van de bar en toelagen volgens exploitatie rekening :
Voor de jaren 1997, 1998 en 1999 werd een omzet van … BEF te weinig aangegeven in de BTW-aangiften. Rekening houdend met een tekort aangegeven inkomstgelden van … BEF aan een BTW-tarief van 6 %, blijft … BEF BTW verschuldigd. De overige diensten aan een tarief van 21 % becijferen een BTW-schuld van … BEF.
Totaal verschuldigde BTW : … BEF
De controle wees ook uit dat de eiseres geen dagontvangstenboek bijhield.
Aan de correctie-opgave werd geen gevolg gegeven door de eiseres.
3. Nadat tot toezending van het proces-verbaal en het dwangbevel per aangetekend zending werd overgegaan, werd vervolgens op 4 april 2002 een dwangbevel betekend door gerechtsdeurwaarder T..
4. Bij dagvaardingsexploot van 18 maart 2004 werd de gerechtelijke procedure ingeleid.
BESPREKING
1. Nopens de hoofdvordering
1.1. Schending vertrouwensbeginsel
1.1.1.
Artikel 4, § 1 W.BTW stelt dat een belastingplichtige eenieder is die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
Eiseres ressorteert, gelet op haar activiteiten en diensten, onder het toepassingsgebied van artikel 4, § 1 W.BTW en is aldus een BTW-belastingsplichtige.
De eiseres is van oordeel dat de haar aangegane sponsoringcontracten geen diensten zoals bedoeld in artikel 18 W.BTW zijn en dientengevolge buiten de BTW-sfeer zouden vallen.
1.1.2.
Het ter beschikking stellen van ruimte voor het aanbrengen van reclame of van een reclamebord, hetzij met betrekking op een lichamelijk roerend of onroerend goed, dan wel van een plaats voor het aanbrengen van die reclame die bepaald of onbepaald is, door een persoon wiens economische activiteit er hoofdzakelijk of bijkomstig (zoals een sportclub) in bestaat reclame te voeren of te laten voeren, moet overeenkomstig artikel 21, § 3, 7, c), van het W.BTW als een dienst inzake reclame worden aangemerkt.
De door de eiseres georganiseerde vorm van sponsoring is derhalve als reclame aan te merken en aldus aan de BTW-heffing onderworpen.
Benevens deze sponsoring werd naar aanleiding van de controle opgemerkt dat de eiseres dranken en of spijzen verschafte in een bar en dat zij inkomstengelden inde, die niet (volledig) in de BTW-aangifte werden aangegeven. Deze diensten zijn eveneens onderworpen aan een BTW-heffing overeenkomstig artikel 18, § 1, &&° en 12° W.BTW. Dit laatste werd door de eiseres overigens niet betwist.
1.1.3.
Eiseres stelt dat de administratie door de aanrekening van de BTW op de sponsorcontracten het vertrouwensbeginsel heeft geschonden, gezien deze in het verleden wel zou zijn aanvaard.
Uit de stavingsstukken blijkt echter niet dat de in het verleden uitgeoefende controles wel degelijk deze vroegere sponsoringcontracten tot voorwerp had.
Het onderworpen zijn aan een controle, impliceert geenszins dat de belastingplichtige voor de toekomst een vrijgeleide zou krijgen, die tot gevolg zou hebben dat de administratie haar fouten, vergetelheden of standpunt in latere controles niet zou mogen corrigeren, wijzigen of aanpassen overeenkomstig de wettelijke bepalingen.
Gezien de wettelijke regeling voorziet dat de sponsoring overeenkomst onderworpen is aan een BTW-heffing, kan de eiseres hier niet van ontslaan worden, ook niet op basis van een vertrouwensbeginsel, gezien zulks strijdig zou zijn met de wet. De door de eiseres ingeroepen vaste gedragslijn van de overheid heeft in onderliggende zaak immers geen betrekking op een feitenkwestie, maar op de toepassing van de wet. De inwilliging van het middel van de schending van het vertrouwensbeginsel zou de schending van de wet inhouden, hetgeen meteen een schending van het wettelijkheidsbeginsel zou impliceren, wat strijdig zou zijn met artikel 170 van de Grondwet, waarin het beginsel van de rechtszekerheid en gelijkheid ten bate van alle belastingplichtigen wordt verzekerd. (Cass. 3 november 2000; Fisc. nr. 782, p. 2)
De grief van de eiseres is ongegrond.
2. Nopens de tussenvordering
2.1.
Eiseres in tussenkomst is van oordeel dat verweerder in tussenkomst aansprakelijk is voor de fouten in de BTW-aangiften van de eiseres, gezien hij als bestuurder van de vereniging de functie van penningmeester waarnam.
2.2.
Artikel 14 van de toenmalig vigerende VZW-Wet van 27 juni 1921 stelt dat de vereniging voor de misgrepen die kunnen toegeschreven worden, hetzij aan hun aangestelden, hetzij aan de organen, waardoor haar wil wordt uitgevoerd, aansprakelijk is. De aansprakelijkheid van de beheerders is beperkt tot de vervulling van de hun gegeven opdracht en tot de in hun beheer bedreven misgrepen.
Het behoort tot de bevoegdheid van de beheerraad om de rekeningen jaarlijks ter goedkeuring voor te leggen aan de algemene vergadering (artikel 13 VZW-Wet).
Niet de penningmeester is derhalve bevoegd om de rekeningen voor te leggen, doch de raad van beheer. De raad van beheer draagt dan ook de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de rekeningen.
Uit de voorliggende overtuigingsstukken blijkt niet dat een uitdrukkelijke volmacht, dan wel opdracht op het vlak van het voeren van de boekhouding, dan wel het opstellen van de fiscale aangiften werd gegeven aan de penningmeester.
Het is niet omdat verweerder in tussenkomst tot uitvoering van bepaalde taken is overgegaan, dat hij daarom de exclusieve verantwoordelijkheid los van deze van de raad van beheer, zou hebben verworven. Het behoort tot de bevoegdheid van de raad van beheer de nodige controles over de uitvoering van deze taken uit te oefenen en er zich van te vergewissen of de uitgevoerde taken van de medebestuurders correct zijn uitgevoerd.
Het staat overigens niet vast dat de penningmeester wel degene was die bevoegd was inzake de sponsoringcontracten. Uit het verslag van de algemene vergadering van 4 juni 1994 blijkt namelijk dat de voorzitter toelichtingen verschaft over de sponsoring.
Voorts stelt de rechtbank vast dat de algemene vergadering jaarlijks kwijting aan de penningmeester heeft verleend.
Eiseres in tussenkomst heeft derhalve niet naar voldoening van recht bewezen dat verweerder in tussenkomst aansprakelijk zou kunnen gesteld worden.
De vordering in tussenkomst is ongegrond.
3. Nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad
Overeenkomstig artikel 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing, zodat het vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.
4. Nopens de rechtsplegingsvergoeding
De eiseres begroot de rechtsplegingsvergoeding met betrekking tot de hoofdvordering op … EUR en met betrekking tot de vordering in tussenkomst ook op … EUR. Verweerder op hoofdvordering begroot de rechtsplegingsvergoeding op … EUR. Verweerder in tussenkomst begroot de rechtsplegingsvergoeding op … EUR.
De hoofdvordering en de tussenvordering situeren zich in de schijf van 40.000,01 euro tot 60.000,00 euro zodat overeenkomstig artikel 2 van het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek de rechtsplegingsvergoeding kan vastgesteld worden op het basisbedrag van … euro.
Verweerder in tussenkomst brengt geen redenen aan waarom een hoger bedrag dan de basisvergoeding zou moeten worden toegekend.
Gezien de eiseres in het ongelijk gesteld wordt, dient zij overeenkomstig artikel 1017, 1e lid van het Gerechtelijk Wetboek de gerechtskosten dragen.
Dispositif
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Recht doende op tegenspraak.
Met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.
Verklaart de hoofdvordering ontvankelijk doch ongegrond.
Verklaart de vordering in tussenkomst en vrijwaring ontvankelijk doch ongegrond.
Verwijst eiseres in de kosten van het geding, als volgt te begroten :
- nopens de hoofdvordering :
* langs de zijde van eiseres : Dagvaardingskosten : … EUR
Rechtsplegingsvergoeding : … EUR
* langs de zijde van verweerder : Rechtsplegingsvergoeding : … EUR
- nopens de tussenvordering :
* langs de zijde van eiseres : Dagvaardingskosten : … EUR
Rechtsplegingsvergoeding : … EUR
* langs de zijde van verweerder in tussenkomst :
Rechtsplegingsvergoeding : … EUR
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag negen februari tweeduizend en elf, waar aanwezig waren :
de heer C. S., toegevoegd rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. C. S.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.